Wet van 17 mei 2001 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten (eurovalsemunterij)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision amends criminal law rules on euro counterfeiting and says the law starts the day after publication in the Staatsblad.
Staatsblad Wet van 17 mei 2001 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten (eurovalsemunterij) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten in verband met het besluit van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000, tot versterking, door middel van strafrechtelijke en andere sancties, van de bescherming tegen valsemunterij met het oog op het in omloop brengen van de euro (PbEG L 140) wijziging en aanvulling behoeven; Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: In artikel 209 wordt «in voorraad heeft of binnen het Rijk in Europa invoert» vervangen door: ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert. Artikel 210 komt te luiden: Hij die opzettelijk en wederrechtelijk muntspeciën of munt- of bankbiljetten welke bestemd zijn om als wettig betaalmiddel in omloop te worden gebracht, in omloop brengt of, teneinde ze in omloop te brengen, ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Artikel 211 vervalt. Artikel 213 komt te luiden: Hij die opzettelijk valse of vervalste muntspeciën of valse of vervalste munt- of bankbiljetten uitgeeft, wordt, behoudens artikel 209, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vierde categorie. Artikel 214 komt te luiden: Hij die stoffen, voorwerpen of gegevens vervaardigt, ontvangt, zich verschaft of voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het namaken of vervalsen van muntspeciën of van munt- of bankbiljetten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie. Artikel 214bis komt te luiden: Bij veroordeling wegens een der in deze titel omschreven misdrijven worden: 1°. de valse of vervalste muntspeciën; 2°. de valse of vervalste munt- of bankbiljetten; 3°. de stoffen, voorwerpen of gegevens, uit hun aard bestemd tot het namaken of vervalsen van muntspeciën of van munt- of bankbiljetten; voor zover daarmede het misdrijf is gepleegd of zij het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, verbeurd verklaard, ongeacht aan wie de voorwerpen toebehoren. In artikel 215 wordt «208–211» vervangen door: 208 tot en met 210. In artikel 440 wordt «verspreidt of ter verspreiding in voorraad heeft» vervangen door: ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 2001, Stb. 194. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2000/2001, 27 494. Handelingen II 2000/2001, blz. 4289–4300; 4353–4354. Kamerstukken I 2000/2001, 27 494 (270, 270a). Handelingen I 2000/2001, zie vergadering d.d. 8 mei 2001.