Besluit van 19 april 2023 tot wijziging van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren in verband met het voorzien in een grondslag voor nadere regels over nood- en alarmsystemen
De houder moet ervoor zorgen dat nood- en alarmsystemen aan ministeriële eisen voldoen, een alarmplan opstellen en bijhouden, en bepaalde persoonsgegevens na afloop van de alarmopvolgerstaak binnen twee weken vernietigen.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 28 Apr 2023
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 19 april 2023 tot wijziging van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren in verband met het voorzien in een grondslag voor nadere regels over nood- en alarmsystemen
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 19 april 2023 tot wijziging van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren in verband met het voorzien in een grondslag voor nadere regels over nood- en alarmsystemen
AI-assisted research summary: De houder moet ervoor zorgen dat nood- en alarmsystemen aan ministeriële eisen voldoen, een alarmplan opstellen en bijhouden, en bepaalde persoonsgegevens na afloop van de alarmopvolgerstaak binnen twee weken vernietigen.
Staatsblad Besluit van 19 april 2023 tot wijziging van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren in verband met het voorzien in een grondslag voor nadere regels over nood- en alarmsystemen Hebben goedgevonden en verstaan: 10. Het noodsysteem, bedoeld in het vijfde lid, en het alarmsysteem, bedoeld in het zesde lid, voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Deze eisen hebben in elk geval betrekking op: technische aspecten van het systeem, het gebruik van het systeem, en het testen van het systeem. 11. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het door de houder opstellen en bijhouden van een alarmplan en de daarin op te nemen zaken. 12. Door de houder kunnen ten behoeve van het alarmplan de navolgende persoonsgegevens worden verwerkt, voor zover die gegevens betrekking hebben op personen aan wie in het alarmplan de taak van alarmopvolger is toebedeeld: naam, contactgegevens. 13. De in het twaalfde lid bedoelde persoonsgegevens worden binnen twee weken nadat aan de desbetreffende persoon in het alarmplan niet langer de taak van alarmopvolger is toebedeeld door de houder vernietigd. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. NOTA VAN TOELICHTING Aanleiding en inhoud In artikel 2.5, vijfde en zesde lid, van het Besluit houders van dieren (hierna: besluit) zijn bepalingen opgenomen over het gebruik van kunstmatige ventilatiesystemen bij het houden van dieren voor landbouwdoeleinden. Eerder was in het besluit bepaald dat dit systeem moest zijn voorzien van een passend noodsysteem en van een alarmsysteem dat regelmatig wordt getest. Uit de regelgeving bleek tot op heden niet aan welke eisen deze systemen moesten voldoen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat het nood- en alarmsysteem moeten voldoen aan bij ministeriële regeling gestelde eisen. Deze eisen worden opgenomen in de Regeling houders van dieren. Het stellen van regels over nood- en alarmsystemen heeft ten doel te voorkomen dat er incidenten plaatsvinden nadat de kunstmatige ventilatie uitvalt. De te stellen eisen bevatten preventieve maatregelen om incidenten waarbij grote aantallen dieren overlijden te voorkomen. Door het stellen van eisen over in elk geval de technische aspecten, het gebruik, en het testen van de noodsystemen en alarmsystemen, wordt tevens duidelijkheid geboden aan de houders van dieren die gebruik maken van kunstmatige ventilatie. Daarnaast bieden deze eisen de NVWA handvatten bij het houden van toezicht. Aangezien krachtens het tiende lid van het besluit ook eisen zullen worden gesteld aan het testen van het nood- en alarmsysteem, is artikel 2.5, negende lid, gewijzigd. Dit lid bepaalde reeds dat defecten die bij de dagelijkse controle worden geconstateerd onmiddellijk worden hersteld, of indien dit niet mogelijk is, maatregelen worden getroffen om de gezondheid en het welzijn van het dier veilig te stellen. Met de wijziging van het negende lid wordt geborgd dat ook in geval bij het testen van het nood- en alarmsysteem defecten worden geconstateerd deze onmiddellijk worden hersteld, of indien dat niet mogelijk is, maatregelen worden getroffen om de gezondheid en het welzijn van het dier veilig te stellen. Onder het testen van het nood- en alarmsysteem wordt een actieve handeling verstaan om de goede werking van het systeem te kunnen vaststellen, welke wordt uitgevoerd door de houder. Gelet op het 11e, 12e en 13e lid kan de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de bij ministeriële regeling te stellen eisen over het alarmplan. In het alarmplan worden namelijk de contactgegevens van de personen en/of instanties die na alarmering gecontacteerd worden verwerkt. De beschikbaarheid van deze gegevens is van belang, omdat hiermee de zogenoemde «alarmopvolgers» in geval van alarmering onmiddellijk gecontacteerd kunnen worden, zodat zij de gezondheid en het welzijn van de dieren veilig kunnen stellen. Notificatierichtlijn Bij de totstandkoming van de ministeriële regeling op grond van artikel 2.5, tiende lid, zal worden overgegaan tot notificatie onder richtlijn 1535/2015 en – voor zover van toepassing de Dienstenrichtlijn (richtlijn 2006/123/EG) – van de gestelde (technische) eisen, standaarden en voorschriften. Richtlijn 98/58 De in artikel 2.5, vijfde en zesde lid, opgenomen voorschriften betreffen de implementatie van voorschriften uit punt 13 van de bijlage bij richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. Bij de totstandkoming van het Besluit houders van dieren is zoveel mogelijk de formulering uit die bijlage gehanteerd1Stb. 2014, 210. p. 108. Zoals hierboven beschreven is er aanleiding om open geformuleerde eisen ten aanzien van noodsystemen en alarmsystemen te concretiseren. De invulling die daaraan wordt gegeven strookt met de bepalingen in de bijlage bij de richtlijn2Artikel 4 van richtlijn 98/58 en er is geen sprake van een strengere bepaling in de zin van artikel 10, tweede lid, van de richtlijn. Uitvoering en handhaving De uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zijn getoetst door de toezichthouder op het besluit, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Onderhavig besluit is als uitvoerbaar en handhaafbaar beoordeeld. De wijzigingen gaven geen aanleiding tot het maken van opmerkingen in relatie tot fraudebestendigheid. Regeldruk Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft een formeel advies uitgebracht over het besluit. Naar aanleiding van dit advies worden de verwachte regeldrukeffecten van de bijbehorende ministeriële regeling hieronder toegelicht. De grondslag die met dit besluit wordt gecreëerd om nadere regels over een passend nood- en alarmsysteem te stellen, levert op zichzelf geen extra regeldruk op. De nadere regels worden bij ministeriële regeling gesteld. Deze ministeriële regeling zal naar verwachting leiden tot een toename van de regeldruk. Houders van dieren moeten namelijk een alarmplan gaan opstellen. Ook kan het zijn dat houders van dieren de nood- en alarmsystemen vaker moeten testen. Bovendien zullen houders die niet over een noodstroomaggregaat beschikten als gevolg van de regeling een noodstroomaggregaat moeten aanschaffen. Een groot deel van de houders heeft al een noodstroomaggregaat, omdat een passend noodsysteem al verplicht was en verschillende kwaliteitssystemen en keurmerken al een noodstroomaggregaat vereisen. De aanschafkosten van een noodstroomaggregaat kunnen variëren van een paar duizend euro tot ruim € 20.000,–, mede afhankelijk van het type aggregaat en de bedrijfsgrootte. Bovendien zal de naleving van de regeling gecontroleerd en gehandhaafd worden door de toezichthouder. In de toelichting bij de regeling (wijziging van de Regeling houders van dieren) zal dieper worden ingegaan op de regeldruk die de regeling met zich brengt. Data protection impact assessment (DPIA) Op het ontwerpbesluit is een DPIA uitgevoerd, omdat de namen en telefoonnummers van alarmopvolgers in het alarmplan worden opgenomen (zie Artikel I, punt 4). Het opnemen van naam en telefoonnummer in het alarmplan hangt onlosmakelijk samen met de taak van alarmopvolger. Daarnaast wordt de alarmopvolger door de houder geïnformeerd over de wijze waarop en de plek waar het alarmplan wordt bewaard. Uit de DPIA volgt dat de privacyrisico’s voor betrokkenen beperkt zijn. Voorhangprocedure Op grond van artikel 10.10, eerste lid, van de Wet dieren, wordt een voordracht van een krachtens artikel 2.2, tiende lid, van die wet, vast te stellen algemene maatregel van bestuur niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Met het oog op deze voorhangprocedure is bij brief van 3 oktober 2022 het ontwerpbesluit aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer toegezonden (Kamerstukken II, 2021/22, 28 286, 1262, van de brief aan de Eerste Kamer is geen Kamerstuk beschikbaar). De voorhang heeft niet tot vragen of opmerkingen geleid. Consultatie Het ontwerpbesluit heeft vier weken opengestaan voor internetconsultatie. De internetconsultatie heeft drie reacties opgeleverd. Twee van deze reacties gaan niet inhoudelijk over het voorstel. De derde reactie gaat over het gebruik van de term ‘kunstmatig ventilatiesysteem ’ in plaats van ‘mechanisch ventilatiesysteem’ in artikel 2.5, vijfde lid, van het besluit. De wijziging van het vijfde lid waarmee met onderhavig wijzigingsbesluit wordt voorzien heeft echter geen betrekking op een wijziging van de term ‘kunstmatig ventilatiesysteem’. Daardoor valt deze reactie buiten de reikwijdte van dit wijzigingsbesluit. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2023. De regels die op dit besluit gebaseerd worden en in de Regeling houders van dieren worden opgenomen, zullen deels ook op 1 juli 2023 in werking treden en deels later. Latere inwerkingtreding zal aan de orde zijn voor zover die eisen noodstroomaggregaten betreffen, dit vanwege de actuele levertijden van zulke aggregaten.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 19 april 2023 tot wijziging van artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren in verband met het voorzien in een grondslag voor nadere regels over nood- en alarmsystemen
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in