Besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag)
In Den Haag may a traffic assistant give traffic directions, and road users must follow them.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag)
AI-assisted research summary: In Den Haag may a traffic assistant give traffic directions, and road users must follow them.
Staatsblad Besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag) Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 25 januari 1996, nr. RV 210562, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994; De Raad van State gehoord (advies van 10 april 1996, nr. W09.96.0030); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 mei 1996, nr. RV 218433, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken; In dit besluit wordt verstaan onder: a. burgemeester: burgemeester van de gemeente Den Haag; b. korpschef: korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden; c. verkeersassistent: lid van het team, ingesteld door de gemeente Den Haag en het regionale politiekorps Haaglanden, in het kader van het noodzakelijke extra verkeerstoezicht in het centrum van de stad, in verband met het meerjarenplan bereikbaarheid Nieuw Centrum. De verkeersassistent is in de gemeente Den Haag bevoegd aanwijzingen te geven ter zake van het verkeer op de weg in het belang van de veiligheid op de weg, de instandhouding van de weg en de bruikbaarheid daarvan, of de vrijheid van het verkeer. Deze aanwijzingen worden mondeling of door middel van gebaren gegeven. Bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren worden de in bijlage 2, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, vastgestelde aanwijzingen gegeven. Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen van de verkeersassistent op te volgen. De verkeersassistent wordt aangesteld door de burgemeester. De aanstelling geschiedt schriftelijk. De aanstelling vindt plaats nadat het theoretische gedeelte van de in artikel 5 bedoelde opleiding tot verkeersassistent met goed gevolg is afgelegd. Voor aanstelling komen slechts personen in aanmerking die de leeftijd van 18 jaren hebben bereikt. De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen: a. indien de betrokken verkeersassistent het praktische gedeelte van de opleiding niet binnen een door hem te bepalen termijn met succes heeft afgerond; b. indien de korpschef van oordeel is dat de betrokken verkeersassistent niet meer geschikt is om de taak uit te oefenen; c. indien de korpschef van oordeel is dat het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersassistent als zodanig werkzaam is of d. indien de betrokken verkeersassistent daartoe een verzoek indient. De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk. De verkeersassistent staat onder toezicht en verantwoordelijkheid van de korpschef. De korpschef draagt zorg voor de opleiding van de verkeersassistent. Deze opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. In het theoretisch gedeelte van de opleiding wordt tenminste aandacht besteed aan de kennis van de verkeersregels en verkeerstekens en de wijze van uitoefening van de taak. In het praktisch gedeelte van de opleiding wordt tenminste aandacht besteed aan de wijze waarop aanwijzingen terzake van het verkeer worden gegeven. Bij de uitoefening van zijn taak dient de verkeersassistent duidelijk als bevoegd persoon herkenbaar te zijn voor de weggebruikers. De zichtbaarheid van de verkeersassistent moet op alle momenten van de dag gewaarborgd zijn. Het in artikel 2, vierde lid, strafbaar gestelde is een overtreding. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat dertig dagen zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens één der kamers of door ten minste één vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der kamers de wens te kennen heeft gegeven dat het in dit besluit geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. Dit besluit vervalt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding of op een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 juli 1996, nr. 129. NOTA VAN TOELICHTING Aanwijzingen ter regeling van het verkeer op de weg mogen op grond van artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) slechts worden gegeven door de in artikel 159 WVW 1994 bedoelde personen, dan wel door andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen. Tot de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen behoren onder meer de verkeersbrigadiers. Deze zijn opgenomen in artikel 82 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De aanwijzingen die een verkeersbrigadier mag geven zijn beperkt tot het tonen van een stopteken. In de afgelopen jaren hebben zich ontwikkelingen voor gedaan bij de inzet van de verkeersbrigadiers. Verkeersbrigadiers worden steeds vaker ingezet bij andere activiteiten dan het laten oversteken van schoolkinderen. Zo worden zij onder meer ingezet bij het begeleiden van wielerwedstrijden, de Avondvierdaagse, en andere activiteiten die in een aantal gevallen geen verband houden met schoolkinderen. Deze ontwikkelingen geven aanleiding om nader te bezien in hoeverre het mogelijk moet zijn om bepaalde personen de bevoegdheid toe te kennen tot het geven van aanwijzingen ter zake van het verkeer in eenvoudige verkeerssituaties. In dat licht is van belang dat in september 1995 in de gemeente Den Haag een verkeerstoezichtsteam in het leven is geroepen, dat mede belast is met het toezicht en de begeleiding van het verkeer in het centrum van de stad. Het doel van dit team is de bereikbaarheid en toegankelijkheid te bevorderen en de verkeersveiligheid te bewaken. In verband met een aantal grootschalige bouwprojecten zullen weggebruikers namelijk de komende jaren geconfronteerd worden met overlast van bouwactiviteiten die de doorstroming en veiligheid van het verkeer in gevaar kunnen brengen. Het team van toezichthouders staat onder leiding van een aantal ambtenaren van de regiopolitie Haaglanden. De toezichthouders zijn in het kader van werkgelegenheidsproject aangesteld. Het betreft hier zogenaamde «Melkert»-banen. De leden van het team zullen zich onder meer bezig houden met het toezicht op de naleving van de verkeersregels in het centrum van Den Haag. Daartoe zal het in een aantal situaties noodzakelijk zijn dat zij aanwijzingen geven aan de weggebruikers. Aan de betreffende politie-ambtenaren van het team komt de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen toe op grond van artikel 12, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De toezichthouders zelf hadden deze bevoegdheid echter niet en mochten derhalve geen aanwijzingen aan het verkeer op de weg geven. Om tot een goede uitoefening van hun taak te komen was het noodzakelijk aan de toezichthouders een aanwijzingsbevoegdheid toe te kennen. Dit koninklijk besluit voorziet in die mogelijkheid. In het kader van de verkeersregelende taak spreekt het besluit van verkeersassistent. Het verkeerstoezichtsteam van de gemeente Den Haag valt als zodanig binnen de ontwikkelingen die op het gebied van verkeersregeling plaatsvinden. Het project in Den Haag kan dan ook als een soort proeftuin fungeren bij het onderzoek naar de behoefte aan verkeersassistenten die breder inzetbaar zijn dan de huidige verkeersbrigadiers. De aanwijzingsbevoegdheid van de verkeersassistenten heeft daarom een tijdelijk karakter. Gezien het bovenstaande zal de aanwijzingsbevoegdheid voorlopig alleen worden toegekend aan het verkeerstoezichtsteam van de gemeente Den Haag. Wanneer er duidelijkheid bestaat over mogelijke landelijke inzet van verkeersassistenten op het gebied van de verkeersregeling, zal een algemene regeling ter zake worden opgesteld. Overigens is het verkeerstoezichtsteam zelf niet van permanente aard. Wanneer de grootschalige bouwprojecten in Den Haag zijn afgerond kan het zijn dat het team wordt opgeheven. De gemeente Den Haag beoogt de bouwprojecten binnen vier jaar te hebben gerealiseerd. Indien vóór die tijd in het RVV 1990 een regeling ter zake wordt opgenomen, zal voor de bevoegdheden van de verkeersassistenten bij die nieuwe regeling aansluiting worden gezocht. In verband daarmee voorziet artikel 8 in de mogelijkheid om de aanwijzing bij koninklijk besluit in te trekken voordat de werkzaamheden van het team zijn afgerond. Daarnaast wordt in artikel 8 aangegeven dat het besluit vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding vervalt. Het besluit is derhalve van tijdelijke aard. De ervaringen uit dit project zullen mede worden gebruikt om na te gaan of aanpassingen in de wetgeving nodig zijn. Volledigheidshalve merk ik op dat de verkeersassistent geen opsporingsbevoegdheid krijgt. Tegen weggebruikers die aanwijzingen van de verkeersassistent negeren zal door de politie worden opgetreden. Deze situatie is vergelijkbaar met die van de verkeersbrigadiers. Wat betreft de eventuele aansprakelijkheid die kan ontstaan bij het geven van aanwijzingen ter zake van het verkeer, dient de verkeersassistent via zijn werkgever verzekerd te zijn. Voor de verkeersassistent is in dit besluit geen aparte bepaling hieromtrent nodig, omdat hij de status van gemeenteambtenaar heeft. Als zodanig is hij verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid, alsmede tegen nadelige financiële gevolgen van een dienstongeval. Om in het besluit tot korte begrippen te komen is in artikel 1 een drietal begripsbepalingen opgenomen, welke weergeven wat in dit besluit onder de begrippen burgemeester, korpschef, en verkeersassistent moet worden verstaan. Deze bepaling regelt de aanwijzingsbevoegdheid van de verkeersassistent ter zake van het verkeer op de wegen in de gemeente Den Haag. Daarbij is aansluiting gezocht bij artikel 82 van het RVV 1990. De verkeersassistent heeft de bevoegdheid om de aanwijzingen mondeling of door middel van gebaren te geven. Bij het gebruik van gebaren dient te worden aangesloten bij de gebaren die in bijlage 2 van het RVV 1990 zijn opgenomen. De aanwijzingen die de verkeersassistent geeft houden verband met de verkeerstoezichthoudende taak die hij vervult in het kader van het bevorderen van de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van de binnenstad en het bevorderen van de verkeersveiligheid in het gebied. De aanwijzingen mogen alleen worden gegeven in het kader van de in artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994 opgenomen belangen. Deze belangen zijn in artikel 2 verwoord. In het vierde lid is de bepaling opgenomen dat weggebruikers verplicht zijn de aanwijzingen van de verkeersassistent op te volgen. Het niet nakomen van deze bepaling wordt in artikel 7 van dit besluit strafbaar gesteld. Voor de motivering hiervan zij verwezen naar de toelichting bij artikel 7. De verkeersassistent moet, om de aanwijzingsbevoegdheid te verkrijgen, schriftelijk worden aangesteld door de burgemeester. Uiteraard kan de bevoegdheid tot het aanstellen van de verkeersassistent worden gemandateerd aan onder de burgemeester ressorterende autoriteiten, zoals de korpschef van het regionale politiekorps. Deze bepaling sluit aan bij de regeling zoals die voor de verkeersbrigadier geldt. Het is gewenst dat de betrokkene ten behoeve van een goede taakuitoefening wordt opgeleid. Aan de aanstelling is dan ook de voorwaarde verbonden dat de betrokkene het theoretisch gedeelte van de opleiding tot verkeersassistent met goed gevolg heeft afgelegd. Omdat voor het praktische gedeelte van de opleiding de aanwijzingsbevoegdheid reeds noodzakelijk is, wordt de verkeersassistent na het theoretisch gedeelte van de opleiding al aangesteld. Mocht hij het praktische gedeelte niet met goed gevolg afleggen, dan kan op grond van artikel 4 van dit besluit de aanstelling vervallen. De burgemeester bepaalt de termijn waarbinnen dit gedeelte van de opleiding met goed gevolg moet zijn afgelegd. Zo kan, in overleg met de politie, een redelijke termijn worden gegeven om in het praktijkgedeelte herkansingsmogelijkheden in te bouwen. Gezien de bevoegdheid die aan verkeersassistenten toekomt acht ik het noodzakelijk een minimum leeftijd van 18 jaren voor te schrijven. In voorkomende gevallen moet het mogelijk zijn dat de de aanstelling wordt beëindigd. Dit artikel voorziet dan ook in de gevallen waarin de burgemeester de aanstelling vervallen kan verklaren. Uiteraard kan de bevoegdheid tot het vervallen verklaren van de aanstelling worden gemandateerd aan onder de burgemeester ressorterende autoriteiten, zoals de korpschef van het regionale politiekorps. Naast de verkeersassistent kan ook de korpschef om het vervallen van de aanstelling verzoeken, wanneer de betreffende verkeersassistent niet meer geschikt is om zijn taak uit te oefenen. Daarbij kan een rol spelen dat hij niet naar behoren functioneert of structureel een verkeerd gebruik maakt van zijn aanwijzingsbevoegdheid. Ook kan het zijn dat hij zich op enigerlei wijze aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt en daarom niet meer in aanmerking zou moeten komen voor een bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen. Uiteraard moet de aanstelling ook vervallen indien het team wordt opgeheven. De verkeersassistent functioneert onder toezicht van de politie. De leiding van het team berust dan ook bij de regiopolitie Haaglanden. Zij ziet toe op het optreden van de verkeersassistenten en is aanspreekbaar op hun gedrag. Derhalve bepaalt artikel 4 dat de verkeersassistent onder toezicht en verantwoordelijkheid van de korpschef van de regiopolitie Haaglanden valt. Ook de zorg voor de opleiding ligt in handen van de regiopolitie. Zij bezit de kennis en expertise om een op de praktijk toegesneden opleiding te verzorgen, waarbij aan alle van belang zijnde aspecten aandacht wordt besteed. Deze opleiding, die een theoretisch en een praktisch gedeelte heeft, moet toegespitst zijn op de werkzaamheden die de betrokkene als verkeersassistent gaat verrichten. De opleiding moet derhalve een goede kennis van de verkeersregels en verkeerstekens bieden. Maar ook zaken als het te verwachten verkeersgedrag van de weggebruikers en de wijze van uitoefening van de taak van verkeersassistent moeten aandacht krijgen. Het praktische gedeelte moet tenminste inzicht bieden in het geven van aanwijzingen ter zake van het verkeer en de wijze waarop deze aanwijzingen mondeling dan wel door gebaren worden gegeven. De verkeersassistent moet voor de weggebruiker herkenbaar zijn als een tot het geven van aanwijzingen bevoegd persoon. Het eerste lid bepaalt derhalve dat de verkeersassistent als bevoegd persoon herkenbaar moet zijn bij de uitoefening van zijn verkeerstaak. Dit moet in de kleding tot uitdrukking komen. Daarbij dient echter elke associatie met de politie te worden voorkomen. Op grond van het tweede lid moet de zichtbaarheid van de verkeersassistent op elk moment van de dag gewaarborgd zijn. Dit betekent dat bij schemering en duisternis retroflecterende kleding moet worden gedragen. Ook overdag moet de kleding voldoende opvallend zijn. Het vierde lid van artikel 2 van dit besluit verplicht weggebruikers de aanwijzingen van een verkeersassistent op te volgen. In artikel 7 is het niet opvolgen van een aanwijzing van een verkeersassistent als afzonderlijk strafbaar feit aangemerkt zodat bij het niet opvolgen van een aanwijzing door de politie proces-verbaal kan worden opgemaakt. Deze situatie is vergelijkbaar met die van de verkeersbrigadiers, als geregeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den Haag)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in