Wet van 10 juli 2008 tot wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: The provision sets out when a mayor or the Minister must request assistance from the Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, and it creates offences and penalties for several breaches of the Scheldereglement and related rules.
Staatsblad Wet van 10 juli 2008 tot wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312) Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer: het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312). B 2. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op scheepvaartwegen waarop bij of krachtens hoofdstuk III van het Scheldereglement een loodsplicht geldt. C D Behoeft een burgemeester in geval van een ramp of een zwaar ongeval als bedoeld in de Wet rampen en zware ongevallen of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand van de Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit, genoemd in artikel 6 van het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer, dan dient hij daartoe met toepassing van artikel 17 van die wet een verzoek in. Onze Minister verzoekt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit om bijstand. E F G 1. Overtreding van artikel 9, eerste lid, van het Scheldereglement met een zeeschip, een Scheldevaarder of een schip als bedoeld in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie. 2. Niet-nakoming van de voorschriften verbonden aan een ontheffing, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Scheldereglement, van een verplichting opgelegd krachtens artikel 11 van het Scheldereglement, alsmede overtreding van de regels gesteld bij en krachtens de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, van het Scheldereglement, wordt gestraft met hechtenis van twee maanden of een geldboete van de derde categorie. 3. Overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer wordt gestraft met: hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde; hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is; hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding betrekking heeft op het ontvangen, bewaren of verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer, een en ander voorzover overtreding van de desbetreffende regel bij regeling van Onze Minister als een strafbaar feit is aangemerkt. 4. Niet-nakoming van een krachtens het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer gegeven gebod of verbod, vervat in een verkeersteken of een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, in de zin van dat verdrag, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling of ontheffing van een verkeersteken of bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven verkeersaanwijzing, wordt gestraft met: hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde; hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is. 5. De bij of krachtens dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. H een in artikel 31a bedoeld strafbaar feit heeft begaan, waardoor ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen kan ontstaan,. I J het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°37’.0N, 03°27’.2O, vandaar naar de positie 51°42’.6N, 03°41’.6O; de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde; de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen; de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen; het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug; het Kanaal door Zuid-Beveland; het Veerse Meer; met inbegrip van de havens gelegen aan de onder 1 en 4 tot en met 7 genoemde scheepvaartwegen. die van de loodsplicht zijn vrijgesteld op grond van artikel 10, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet of artikel 9, tweede lid van het Scheldereglement, of waarvoor ontheffing is verleend op grond van artikel 10, derde lid, van die wet, of artikel 9, vierde lid, van dat reglement en zich bevinden op de scheepvaartwegen, bedoeld onder 1°;. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 30 867