Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en de Wet op de waterhuishouding (aanwijzing en kwaliteit van zwemwateren)
This provision sets rules for bathing-water management, including how the bathing season is fixed, how locations are identified and designated, what public information must be provided, and when authorities may close bathing places or impose a swimming ban or negative advice.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 3 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en de Wet op de waterhuishouding (aanwijzing en kwaliteit van zwemwateren)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en de Wet op de waterhuishouding (aanwijzing en kwaliteit van zwemwateren)
AI-assisted research summary: This provision sets rules for bathing-water management, including how the bathing season is fixed, how locations are identified and designated, what public information must be provided, and when authorities may close bathing places or impose a swimming ban or negative advice.
Staatsblad Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en de Wet op de waterhuishouding (aanwijzing en kwaliteit van zwemwateren) Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A tijdvak als bedoeld in artikel 2 van de zwemwaterrichtlijn; bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen; plaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn; zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 6 van de zwemwaterrichtlijn; richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG (PbEU L 64). 2. Bij ministeriële regeling worden de aanvang en het einde van het badseizoen vastgesteld en kunnen andere tijdstippen en termijnen die bij de toepassing van deze wet regeling behoeven worden vastgesteld. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de indeling van het zwemwater in de klassen slecht, aanvaardbaar, goed of uitstekend zoals bedoeld in artikel 5 van de zwemwaterrichtlijn. 4. De bevoegdheid tot het stellen van regels op grond van de artikelen 1, tweede en derde lid, 10b, vierde lid, 10ca, 10e, 10f en 11, vierde lid, kan slechts worden aangewend voor zover zulks noodzakelijk is ter implementatie van EG-richtlijnen. B C 1. Gedeputeerde staten maken jaarlijks aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de locaties bekend waar naar hun oordeel door een groot aantal personen wordt gezwommen. Zij nemen daarbij in aanmerking de ontwikkelingen met betrekking tot het aantal personen, de infrastructuur of faciliteiten en de ter bevordering van het zwemmen getroffen maatregelen. 2. Gedeputeerde staten wijzen jaarlijks na overleg met het bevoegd bestuursorgaan de op basis van het eerste lid aangemerkte locaties aan, indien daarvan de functie van zwemwater in de plannen, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, en 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding is vastgelegd, en stellen Onze in het eerste lid genoemde Ministers daarvan op de hoogte. 3. Een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie wordt evenwel niet aangewezen, indien gedurende vijf achtereenvolgende jaren de locatie in de klasse slecht is ingedeeld. 4. Gedeputeerde staten zijn bevoegd om in bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet aan te wijzen indien toepassing is gegeven aan artikel 11, tweede lid. 5. Indien een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet wordt aangewezen, gelasten gedeputeerde staten de houder van een badinrichting deze te sluiten, dan wel indien het niet een badinrichting betreft, stellen zij een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit. 1. Op de voorbereiding van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10b, tweede lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door de ingezetenen van de desbetreffende provincie en overige belanghebbenden. 2. Indien de aanwijzing, bedoeld in artikel 10b, tweede lid, betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren, worden de ten aanzien van die wateren bevoegde Duitse of Belgische autoriteiten geraadpleegd. 10ca 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorlichting van het publiek omtrent zwemwater die gedeputeerde staten op een passende wijze in de nabijheid van een zwemwater en via media en technologieën verstrekken, gedurende het badseizoen. 2. Het bevoegd bestuursorgaan en gedeputeerde staten verschaffen aan Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde inlichtingen en gegevens. D E Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het monitoren van zwemwater door het bevoegd bestuursorgaan en wordt bepaald op welke parameters de monitoring betrekking heeft welke parameters slechts betrekking mogen hebben op de factoren die de gezondheid van de zwemmer kunnen betreffen en op afval. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: het zwemwaterprofiel dat het bevoegd bestuursorgaan met een in die maatregel te bepalen frequentie opstelt waarin de kenmerken van het zwemwater en de omgeving worden opgenomen die de hoedanigheid van het zwemwater kunnen beïnvloeden, de beoordeling van de hoedanigheid van het zwemwater die het bevoegd bestuursorgaan na afloop van het badseizoen uitvoert aan de hand van de resultaten van het in artikel 10e bedoelde onderzoek, de maatregelen die het bevoegd bestuursorgaan neemt opdat het zwemwater op locaties waar geen toepassing is gegeven aan artikel 11, tweede lid, voldoet aan de in artikel 5, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn gestelde eisen, en de voorwaarden waaronder een zwemwater gedurende maximaal vijf jaar in de klasse slecht wordt ingedeeld. F 1. Indien de omstandigheden met betrekking tot een badinrichting of een andere plaats die wordt gebruikt voor het zwemmen, daartoe uit oogpunt van hygiëne of veiligheid van de bezoekers aanleiding geven, kunnen gedeputeerde staten de houder van de badinrichting gelasten deze te sluiten, onderscheidenlijk een zwemverbod instellen of een negatief zwemadvies uitbrengen. 2. Gedeputeerde staten gelasten de houder van een badinrichting in oppervlaktewater deze te sluiten, respectievelijk stellen een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit voor een andere locatie, indien de maatregelen teneinde te voldoen aan de klasse aanvaardbaar niet uitvoerbaar of onevenredig kostbaar zijn. 3. Ingeval voor de gezondheid of de veiligheid van de bezoekers onmiddellijk gevaar dreigt, kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, worden uitgeoefend door Onze commissaris in de provincie. 4. Met betrekking tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald dat binnen een daarbij te stellen termijn aan het eerste lid toepassing moet worden gegeven indien niet wordt voldaan aan bij die maatregel gestelde eisen betreffende de hoedanigheid van het zwemwater. 5. Indien vanwege het gevaar voor de verspreiding van een infectieziekte als bedoeld in artikel 2 van de Infectieziektenwet een besluit krachtens het eerste of derde lid wordt overwogen, wordt voorafgaande aan dat besluit het advies ingewonnen van de desbetreffende directeur als bedoeld in die wet. G H De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, derde lid, 10b, 10d, 10e, 10f en 11, vierde lid, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. A richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG (PbEU L 64). B de maatregelen, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn. C FUNCTIEVASTLEGGING VOOR ZWEMWATER 1. Voor nationale dan wel regionale waterhuishoudkundige systemen of onderdelen daarvan leggen Onze Minister, respectievelijk provinciale staten, rekening houdend met het oordeel van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, in het plan, bedoeld in artikel 5, eerste lid, respectievelijk 7, eerste lid, de functie van zwemwater vast: indien de maatregelen ter verwezenlijking van de op grond van artikel 1, derde lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden voorgeschreven klasse aanvaardbaar van het zwemwater naar hun oordeel uitvoerbaar en niet onevenredig kostbaar zijn; voor zover die functie verenigbaar is met andere voor het water vastgestelde functies. 2. De functie van zwemwater wordt niet vastgelegd indien een op grond van artikel 10b, tweede lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden aangewezen locatie gedurende vijf achtereenvolgende jaren in de klasse slecht is ingedeeld. 3. Indien voor een waterhuishoudkundig systeem of onderdeel daarvan toepassing wordt gegeven aan artikel 11, tweede lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden zijn Onze Minister en provinciale staten bevoegd om de functie zwemwater niet langer vast te leggen in de door hen vast te stellen plannen. 4. Voor zover de in de plannen, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, en 7, eerste lid, vastgelegde functie van zwemwater heeft geleid tot een aanwijzing op grond van artikel 10b, tweede lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, wordt deze functie gedurende het badseizoen niet ongedaan gemaakt. 5. Een tussentijdse herziening van een plan als bedoeld in artikel 7 waarbij voor een waterhuishoudkundig systeem of onderdeel daarvan de functie zwemwater wordt vastgelegd dan wel een zodanige functietoekenning wordt ingetrokken, kan worden vastgesteld door provinciale staten of door gedeputeerde staten. A B Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 31 527
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en de Wet op de waterhuishouding (aanwijzing en kwaliteit van zwemwateren)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in