Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten
This provision amends the MKB loan guarantee rules, including a higher maximum guaranteed amount, longer terms for innovative entrepreneurs, and adjusted bank-facility requirements.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten
This provision amends the MKB loan guarantee rules, including a higher maximum guaranteed amount, longer terms for innovative entrepreneurs, and adjusted bank-facility requirements.
Staatsblad Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 17 juli 1996 nr. WJA/JZ 96030427, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Gelet op artikel 2 van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ en artikel 15.12, eerste lid, van de Wet milieubeheer; De Raad van State gehoord (advies van 18 september 1996, nr. W10.96.0323) Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 27 november 1996, nr. WJA/JZ 96067782, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Het >Besluit borgstelling MKB-kredieten wordt gewijzigd als volgt: Bijlage 1 wordt gewijzigd als volgt: Aan het slot van artikel 1 wordt een nieuw onderdeel j toegevoegd, onder wijziging van de punt aan het slot van onderdeel i in een puntkomma, luidende: j. innovatieve ondernemer: een ondernemer ten aanzien waarvan de Bank beschikt over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 1995, of over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, waarvan het origineel ten hoogste zestien maanden voor de datum waarop de kredietovereenkomst is gesloten, is afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratie-consulent. In artikel 3, eerste lid, onder d, wordt de zinsnede «aan een starter» gewijzigd in: aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter of innovatieve ondernemer was. In artikel 4, eerste lid, wordt «f 1 000 000,00» vervangen door: f 2 000 000,00. Artikel 5, tweede lid, onderdeel c, wordt vervangen door: c. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de onder a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter of innovatieve ondernemer was, ten minste 50 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, en Het vierde lid van artikel 5 wordt vervangen door: Indien: a. het bedrijfsborgstellingskrediet uitsluitend is bestemd voor de betaling van de kosten van de stichting, van de aankoop of van de verbouwing van een onroerende zaak, b. deze onroerende zaak voor ten minste de helft bestemd is te worden gebruikt voor de onderneming van de ondernemer, c. de bank met betrekking tot de onder a bedoelde kosten bankfaciliteiten verstrekt die een bedrag van ten minste 100 procent van het in onderdeel a bedoelde bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel, indien dit bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, 50 procent van dit bedrijfsborgstellingskrediet, en d. de looptijd van de onder c bedoelde bankfaciliteiten ten minste even lang is als de looptijd van dit bedrijfsborgstellingskrediet, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar. Het vijfde lid van artikel 5 wordt vervangen door: Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen. Aan artikel 5 worden een nieuw achtste en negende lid toegevoegd, luidende: Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar. Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten. Aan artikel 7, derde lid, wordt na «f 100 000,00» tussengevoegd: , of indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking een innovatieve ondernemer was,. Artikel 8, eerste lid, onderdeel j, wordt vervangen door: j. de ondernemer beschikt bij de Bank over bankfaciliteiten die een bedrag van ten minste 100 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel indien: 1°. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, of 2°. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een starter niet zijnde een innovatieve ondernemer, en het totaal van de aan de starter verstrekte bedrijfsborgstellingskredieten niet groter is dan f 100 000,00, ten minste 50 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen;. Bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt: Aan het slot van artikel 1 wordt een nieuw onderdeel j toegevoegd, onder wijziging van de punt aan het slot van onderdeel i in een puntkomma, luidende: j. innovatieve ondernemer: een ondernemer ten aanzien waarvan de Bank beschikt over een gewaarmerkte copie van een verklaring als bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 1995, of over een gewaarmerkte copie van een verklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, waarvan het origineel ten hoogste zestien maanden voor de datum waarop de kredietovereenkomst is gesloten, is ondertekend door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent. In artikel 3, eerste lid, onder d, wordt de zinsnede «aan een starter» gewijzigd in: aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter of innovatieve ondernemer was. In artikel 4, eerste lid, wordt «f 1 000 000,00» vervangen door: f 2 000 000,00. Artikel 5, tweede lid, onderdeel c, wordt vervangen door: c. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de onder a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter of innovatieve ondernemer was, ten minste 50 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, en Het vierde lid van artikel 5 wordt vervangen door: Indien: a. het bedrijfsborgstellingskrediet uitsluitend is bestemd voor de betaling van de kosten van de stichting, van de aankoop of van de verbouwing van een onroerende zaak, b. deze onroerende zaak voor ten minste de helft bestemd is te worden gebruikt voor de onderneming van de ondernemer, c. de bank met betrekking tot de onder a bedoelde kosten bankfaciliteiten verstrekt die een bedrag van ten minste 100 procent van het in onderdeel a bedoelde bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel, indien dit bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, 50 procent van dit bedrijfsborgstellingskrediet, en d. de looptijd van de onder c bedoelde bankfaciliteiten ten minste even lang is als de looptijd van dit bedrijfsborgstellingskrediet, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar. Het vijfde lid van artikel 5 wordt vervangen door: Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen. Aan artikel 5 worden een nieuw achtste en negende lid toegevoegd, luidende: Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar. Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten. Aan artikel 7, derde lid, wordt na «f 100 000,00» tussengevoegd: , of indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking een innovatieve ondernemer was,. Artikel 8, eerste lid, onderdeel j, wordt vervangen door: j. de ondernemer beschikt bij de Bank over bankfaciliteiten die een bedrag van ten minste 100 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel indien: 1°. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, of 2°. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een starter niet zijnde een innovatieve ondernemer, en het totaal van de aan de starter verstrekte bedrijfsborgstellingskredieten niet groter is dan f 100 000,00, ten minste 50 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen;. Bijlage 3 wordt gewijzigd als volgt: In artikel 1, eerste lid, onder e, wordt «artikel 27b» vervangen door: artikel 39. In artikel 8, eerste lid, onder a, 2°, wordt «artikel 22a» vervangen door: artikel 29. In artikel 8, eerste lid, onder a, 3°, wordt «artikel 27b» vervangen door: artikel 39. In artikel 4, eerste lid, wordt «f 1 000 000,00» vervangen door: f 2 000 000,00. Bijlage 4 wordt gewijzigd als volgt: In artikel 1, eerste lid, onder e, wordt «artikel 27b» vervangen door: artikel 39. In artikel 8, eerste lid, onder a, 2°, wordt «artikel 22a» vervangen door: artikel 29. In artikel 8, eerste lid, onder a, 3°, wordt «artikel 27b» vervangen door: artikel 39. In artikel 4, eerste lid, wordt «f 1 000 000,00» vervangen door: f 2 000 000,00. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Stb. 1994, 225. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat. NOTA VAN TOELICHTING Innoverende ondernemingen kampen bij het aantrekken van bancaire financiering voor nieuwe investeringen vaak met het probleem dat weinig zekerheden geboden kunnen worden als dekking voor de nieuwe kredieten en dat de terugverdientijden van de nieuwe investeringen vaak lang zijn. Hierdoor is het voor deze ondernemingen moeilijker om voor kredietverlening in aanmerking te komen dan voor andere bedrijven. Daarom is besloten om, zoals reeds in de nota «Werk door Ondernemen» werd aangekondigd, het Besluit borgstelling MKB-kredieten uit te breiden met een faciliteit ten behoeve van innoverende ondernemers. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een innovatieve onderneming is aansluiting gezocht bij de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. In het kader van de uitvoering van deze wet wordt door de Minister van Economische Zaken beoordeeld of de werkzaamheden die de ondernemer voornemens is te gaan verrichten speur- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn, dat wil zeggen systematisch georganiseerde en in Nederland verrichte werkzaamheden, direct en uitsluitend gericht op technisch-wetenschappelijk onderzoek of de ontwikkeling van voor de betrokken ondernemer technisch nieuwe fysieke producten of productieprocessen of technisch nieuwe onderdelen van fysieke producten of productieprocessen, alsmede daaraan voorafgaand systematisch georganiseerd haalbaarheidsonderzoek (artikel 1, eerste lid, onder 1, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA)). Bij een positief oordeel wordt door de Minister van Economische Zaken een S&O-verklaring afgegeven (artikel 24). Vermindering van afdracht loonbelasting en premies volksverzekeringen is mogelijk indien wordt aangetoond dat de voorgenomen S&O-werkzaamheden waar de verklaring betrekking op heeft daadwerkelijk geheel of gedeeltelijk zijn uitgevoerd, hetgeen moet blijken uit een aangifte vergezeld van een verklaring omtrent de juistheid en volledigheid van de daarin opgenomen gegevens, afgegeven door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent (artikel 22, zevende lid). In het kader van dit besluit wordt een ondernemer als innovatief aangemerkt indien hij een dergelijke verklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, kan overleggen. Uit een oogpunt van doelmatigheid is ervoor gekozen deze verklaring doorslaggevend te doen zijn, ook indien de belastinginspecteur bij de behandeling van de belastingaangifte tot een ander oordeel komt dan de registeraccountant of de accountant-administratieconsulent. Enkele geschilpunten zullen naar verwachting veelal betrekking hebben op de omvang van de in aanmerking genomen looncomponent en niet op de vraag of er sprake was van S&O-werkzaamheden. Die laatste beoordeling vindt immers plaats bij de afgifte van de S&O-verklaring door de Minister van Economische Zaken. Omdat de WVA eerst op 1 januari 1996 in werking is getreden is bepaald dat ook verklaringen die zijn afgegeven in het kader van de voorganger van deze wet, de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk, mogen worden gehanteerd bij de beoordeling of er sprake is van een innovatieve ondernemer. Het moet daarbij gaan om een verklaring als bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals deze luidde op 31 december 1995. Deze verklaring is inhoudelijk identiek aan die als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de WVA. De ondernemer behoeft slechts één verklaring te kunnen overleggen, die ten tijde van de verstrekking van het krediet niet ouder mag zijn dan zestien maanden. Doordat het te hanteren criterium vrij ruim is, is het mogelijk dat ook ondernemers die slechts weinig of incidenteel S&O-werkzaamheden verrichten als innovatieve ondernemer worden aangemerkt. Dit relatieve nadeel wordt ruimschoots gecompenseerd door de voordelen. Het criterium is eenduidig, doorzichtig en gemakkelijk toe te passen. Door de keuze van dit criterium is het voor de banken mogelijk om te beoordelen of er sprake is van een innovatieve ondernemer, zonder zelf een inhoudelijke beoordeling te moeten geven. Omdat een bedrijfsborgstellingskrediet alleen kan worden verstrekt indien er een gebrek aan zekerheden bestaat dat een normale financiering in de weg staat, zal de verruiming met name betrekking hebben op doorstartende innovatieve ondernemers. Verwacht wordt dat de faciliteit op enkele honderden ondernemers betrekking zal hebben. Het aangemerkt worden als innovatieve ondernemer heeft in het kader van dit besluit een aantal voordelen. In de eerste plaats mag het voor de berekening van de borgstelling in aanmerking te nemen bedrijfsborgstellingskrediet een maximale looptijd hebben van 12 jaar in plaats van 6 jaar, waarbij overeengekomen mag worden dat de eerste drie jaren niet behoeft te worden afgelost, waardoor de omvang van de borgstelling gedurende deze periode gelijk blijft (artikel 5, achtste en negende lid, van bijlage 1 en 2). In de tweede plaats heeft het gevolgen voor de kredietfaciliteiten die de bank voor eigen rekening en risico moet verstrekken. Deze moeten niet evenveel, doch minimaal de helft bedragen van de omvang van de verstrekte bedrijfsborgstellingskredieten (artikel 8, eerste lid, onder j, van bijlage 1 en 2). Dientengevolge is ook bepaald dat de banken, indien ze de aflossingsverplichting willen opschorten, dit voor de helft ook met betrekking tot de voor eigen rekening en risico komende betalingsfaciliteiten moeten doen. Deze bepaling geldt ook voor zover het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, uiteraard ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten tot ten hoogste f 100 000,00 (artikel 5, tweede lid, onder c, van bijlage 1 en 2). Het aantal borgstellingskredieten op het maximumniveau is relatief groot. Deze oververtegenwoordiging duidt op beperkingen voor ondernemingen met grotere financieringsbehoeften. Weliswaar kunnen die bedrijven via de Nationale Investeringsbank een beroep doen op de Regeling Bijzondere Financiering, doch de werkingssfeer en de criteria van de regeling komen niet geheel overeen met die van het besluit. Bovendien is de kredietverleningsprocedure onder deze regeling veel omslachtiger en voor de Nationale Investeringsbank zijn kleine kredieten bedrijfsmatig minder interessant omdat de behandelingskosten hoog zijn ten opzichte van de opbrengsten. Hoewel op grond van de Regeling Bijzondere Financiering formeel ook kredieten onder f 2 miljoen kunnen worden verstrekt, blijkt dit in de praktijk niet of nauwelijks te gebeuren. Om te bewerkstelligen dat in de praktijk ook kredieten onder borgstelling van de staat kunnen worden verstrekt van f 1 tot f 2 miljoen, wordt, zoals reeds is aangekondigd in de nota «Werk door ondernemen», het maximum borgstellingsbedrag verhoogd van f 1 miljoen naar f 2 miljoen (artikel 4, eerste lid, van bijlage 1, 2, 3 en 4). De verhoging van het maximum borgstellingsbedrag geldt voor zowel bedrijfsborgstellingskredieten als voor bodemsaneringsborgstellingskredieten. Volgens de momenteel geldende bedrijfsborgstellingsovereenkomst mag een bedrijfsborgstellingskrediet een maximale looptijd van 12 jaar in plaats van 6 jaar hebben, indien het bedrijfsborgstellingskrediet uitsluitend is bestemd voor de betaling van de kosten van de stichting of van de aankoop, al dan niet met inbegrip van de kosten van verbouwing ten behoeve van eerste ingebruikneming, van een onroerende zaak en van een geregistreerd schip. In de praktijk leverde deze formulering problemen op, bijvoorbeeld bij een aanbouw aan een onroerende zaak die reeds in gebruik is of bij de verlenging van een schip dat reeds in gebruik is. In die situaties komt het in de normale bankpraktijk vaak voor dat er krediet wordt verstrekt met een looptijd die langer is dan 6 jaar. Dit geldt ook voor de financiering van vliegtuigen. Om beter aan te sluiten bij de gangbare financieringspraktijk zijn het vierde en vijfde lid van artikel 5 van bijlage 1 en 2 gewijzigd. Een bedrijfsborgstellingskrediet dat is bestemd voor de stichting, de aankoop of de verbouwing van een onroerende zaak of van een geregistreerd schip of vliegtuig mag na de wijziging een maximale looptijd hebben van 12 jaar, indien de bank ten behoeve van de kosten van dezelfde activiteiten betalingsfaciliteiten voor eigen rekening en risico verstrekt met minimaal een gelijke omvang en een gelijke looptijd als het bedrijfsborgstellingskrediet. Bij een starter moet de omvang van de te verstrekken betalingsfaciliteiten minimaal 50% bedragen van de omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de verwijzingen in bijlage 3 en 4 naar artikelen van de Wet bodembescherming in overeenstemming te brengen met de hernummering van deze artikelen bij de laatste integrale publikatie van deze wet in het Staatsblad (Stb. 1994, 374). De onderhavige wijzigingen hebben betrekking op de modelborgstellingsovereenkomsten zoals opgenomen in de bijlagen bij het besluit. Met de meeste banken zijn reeds bedrijfs- en bodemsaneringsborgstellingsovereenkomsten gesloten. Op grond van deze overeenkomsten leidt de inwerkingtreding van een wijziging van het besluit terzelfder tijd tot een wijziging van deze overeenkomsten. Aan het bepaalde in artikel 2, zesde lid, van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ is voldaan met brieven van 19 juni 1996 aan beide kamers der Staten-Generaal. Het ontwerp-besluit is, gelet op artikel 93, derde lid, van het EEG-verdrag, op 23 mei 1996 gemeld bij de Europese Commissie. De Commissie heeft daarop niet binnen twee maanden gereageerd, zodat mag worden aangenomen dat zij geen bezwaren heeft tegen het ten uitvoer brengen van het besluit.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign inLexChat organizes source-backed legal information for research. Verify amendments, commencement, and current legal force with the official publisher before relying on it.