Besluit van 24 mei 1996, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering
This section amends export-financing subsidy rules, including a special facility for orders to China or Indonesia, subsidy caps, budget handling, application changes, and advance payments.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 24 mei 1996, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 24 mei 1996, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering
This section amends export-financing subsidy rules, including a special facility for orders to China or Indonesia, subsidy caps, budget handling, application changes, and advance payments.
Staatsblad Besluit van 24 mei 1996, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 21 december 1995, nr. WJA/JZ 95089235; Gelet op artikel 2 van de Kaderwet verstrekking financië;le middelen EZ; De Raad van State gehoord (advies van 5 maart 1996, nr. W10.95.0712); Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 15 mei 1996 nr. WJA/JZ 96031033; Het >Besluit subsidies exportfinanciering wordt gewijzigd als volgt: Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: Aan onderdeel c wordt toegevoegd, onder vervanging van de puntkomma door een komma: dan wel, vanaf het moment van zijn inwerkingtreding, het Memorandum van overeenstemming inzake exportkredieten voor schepen. In onderdeel g wordt de zinsnede «de bijlage» vervangen door: bijlage 1. Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt: In het vierde lid wordt de zinsnede «eerste lid, aanhef en onder a» vervangen door: eerste lid, onder a. In het vijfde lid wordt de zinsnede «eerste lid, aanhef en onder d» vervangen door: eerste lid, onder d. Er wordt een nieuw zesde lid toegevoegd, luidende: Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing indien de afnemer van de order is gevestigd in de Volksrepubliek China of in de Republiek Indonesië, en het exportkrediet, of, indien het exportkrediet deel uitmaakt van de totale financiering, de totale financiering van de order dan wel het daarvan deel uitmakend exportkrediet volgens de consensus niet door de Nederlandse regering behoeft te worden genotificeerd. Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt: In het derde lid wordt de zinsnede «eerste lid, aanhef en onder b» vervangen door: eerste lid, onder b. In het vierde lid wordt de zinsnede «eerste lid, aanhef en onder a» vervangen door: eerste lid, onder a. Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt: Aan het eerste lid wordt een nieuw onderdeel c toegevoegd luidende: c. in het in artikel 4, zesde lid, bedoelde geval: 1°. het gekapitaliseerde verschil tussen de refinancieringsrente en de rente die op grond van de consensus moet worden toegepast met betrekking tot de valuta waarin het exportkrediet wordt verstrekt en de looptijd van het exportkrediet, of, indien deze hoger is, de contractrente, 2°. 10 procent van het exportdeel van de order, 3°. 16 2/3% van het Nederlands aandeel, en 4°. f 1 500 000,00; Het derde lid wordt vervangen door: Onze Minister kan het eerste lid, onder a, 4°, het eerste lid, onder b, 4°, en het eerste lid, onder c, 4°, buiten toepassing laten voor zover strikte toepassing, gelet op het belang dat deze artikelleden beogen te beschermen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, mits het Nederlands aandeel ten minste f 60 000 000,00 bedraagt, of, in de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gevallen, het Nederlands aandeel ten minste f 35 000 000,00 bedraagt. Het vierde lid vervalt. Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt: Het derde lid wordt vervangen door: Onze Minister kan het eerste lid, onder c, en het tweede lid, onder c, buiten toepassing laten voor zover strikte toepassing gelet op het belang dat deze artikelleden beogen te beschermen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, mits het Nederlands aandeel ten minste f 60 000 000,00 bedraagt, of, in de in artikel 5, tweede lid, bedoelde gevallen, het Nederlands aandeel ten minste f 35 000 000,00 bedraagt. Het vierde lid vervalt. Aan artikel 10 wordt een nieuw achtste lid toegevoegd, onder vernummering van het achtste lid tot het negende lid, luidende: Indien in de in artikel 4, zesde lid, bedoelde gevallen het exportkrediet wordt aangeboden in een andere valuta dan Nederlandse guldens of Amerikaanse dollars en dit zou leiden tot een hoger subsidiebedrag dan bij het aanbieden van een exportkrediet in Nederlandse guldens of Amerikaanse dollars, worden de kosten in aanmerking genomen tot ten hoogste de kosten van een exportkrediet verstrekt in die valuta van Nederlandse guldens of Amerikaanse dollars, die tot het hoogste subsidiebedrag zou leiden. Artikel 12, tweede lid, wordt vervangen door: Onze Minister kan afzonderlijke bedragen vaststellen die beschikbaar zijn voor subsidietoezeggingen met betrekking tot bepaalde landen en bepaalde sectoren van ondernemingen of voor categorieën van subsidietoezeggingen. Indien op 1 november van enig jaar van het bedrag dat in dat jaar beschikbaar is voor één van de landen, voor een bepaalde sector van ondernemingen, of voor een bepaalde categorie van subsidietoezeggingen een deel resteert na aftrek van de toegezegde subsidies en de subsidies waarvoor de aanvraag nog in behandeling is, wordt dat deel toegevoegd aan de bedragen die in dat jaar beschikbaar zijn voor andere landen, voor andere sectoren van ondernemingen of voor andere categorieën van subsidietoezeggingen, zonder dat daarbij nog onderscheid wordt gemaakt tussen die landen, die sectoren of die categorieën. Aan artikel 15 wordt een nieuw derde, vierde en vijfde lid toegevoegd, luidende: Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, kan door de ondernemer schriftelijk worden gewijzigd in een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of onder b, of in artikel 8, en een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of onder b, of in artikel 8, kan door de ondernemer schriftelijk worden gewijzigd in een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c. In de in het derde lid bedoelde gevallen geldt als datum waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften de datum waarop aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van de nieuwe subsidie-aanvraag is voldaan, dan wel de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek tot wijziging, indien deze van latere datum is. Aanvragen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, worden ingediend vóór 1 januari 2003. Aan artikel 17 wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: In afwijking van het eerste lid, bevat een beschikking, inhoudende een voorlopige toezegging van een subsidie als bedoeld in artikel 4, zesde lid, geen vermelding van het land waarvan de overheid de buitenlandse concurrent ondersteunt of kan ondersteunen. Aan artikel 23 wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: In afwijking van het eerste lid, bevat een beschikking, inhoudende een definitieve toezegging van een subsidie als bedoeld in artikel 4, zesde lid, geen vermelding van het land waarvan de overheid de buitenlandse concurrent ondersteunt of kan ondersteunen. Het eerste lid van artikel 29 wordt vervangen door: Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking als bedoeld in artikel 23, eerste lid, geldt, kan, indien de periode tussen het afsluiten van de order en het tijdstip waarop de order moet zijn uitgevoerd ten minste zes maanden bedraagt, op aanvraag van de betrokkene door Onze Minister: a. in het geval als bedoeld in artikel 4, zesde lid, eenmaal een voorschot worden verstrekt, b. in alle andere gevallen tweemaal een voorschot worden verstrekt. De regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 7 december 1995, nr. WJA/JZ 95072890, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering (Stcrt. 1995, 246) wordt ingetrokken. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Stb. 1994, 431. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 juli 1996 nr. 129. NOTA VAN TOELICHTING Het onderhavige besluit betreft een uitbreiding van het in het Besluit subsidies exportfinanciering neergelegde beleid inzake de subsidiëring van exportfinanciering van orders van Nederlandse ondernemers met afnemers in de Volksrepubliek China respectievelijk de Republiek Indonesië. Deze uitbreiding is onderdeel van een financieel pakket, dat door de regering in de zomer van 1995 is aangeboden aan de Volksrepubliek China respectievelijk de Republiek Indonesië. De beoogde looptijd van deze faciliteit bedraagt zeven jaar (1996–2003). Subsidie-aanvragen op grond van deze specifieke faciliteit kunnen derhalve worden ingediend tot 1 januari 2003 (artikel 15, vijfde lid). Het belang dat het Nederlandse bedrijfsleven heeft bij een voortvarende totstandbrenging van meer subsidiemogelijkheden voor de export naar de bovengenoemde landen vereiste een spoedige totstandkoming van deze wijziging. Om die gewichtige reden zijn de onderhavige regels overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ, vooruitlopend op de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur, gesteld bij regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 7 december 1995, nr. WJA/JZ 95072890, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering (Stcrt. 1995, 246). Deze regeling is op 21 december 1995 in werking getreden. Op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit wordt die regeling ingetrokken. Met de voordracht van dit besluit op 28 december 1995 is voldaan aan de in artikel 2, derde lid, van de bovengenoemde Kaderwet neergelegde verplichting om binnen twee weken na de inwerkingtreding van de ministeriële regeling een voordracht te doen voor een algemene maatregel van bestuur die hetzelfde onderwerp regelt. Aan het bepaalde in artikel 2, zesde lid, van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ is voldaan met brieven van 19 december 1995 aan beide kamers der Staten-Generaal. Naast op de faciliteit betrekking hebbende specifieke bepalingen zijn in dit besluit tevens noodzakelijke en spoedeisende algemene wijzigingen aangebracht. Gebleken is dat in de meeste OESO-landen ondernemers door hun overheid in staat worden gesteld consensus-conforme financiering aan te bieden. Gelet hierop is het Besluit uitgebreid. De belangrijkste wijziging betreft het feit dat een beroep op de nieuwe faciliteit kan worden gedaan zonder dat wordt voldaan aan een tweetal vereisten van het huidige Besluit, namelijk dat concurrentie wordt aangetoond en dat wordt aangetoond dat een concurrent kan worden ondersteund door zijn overheid bij het aanbieden van een exportkrediet (de zogenaamde lichte matching), dan wel dat wordt aangetoond dat een concurrent daadwerkelijk wordt ondersteund door zijn overheid bij het aanbieden van een exportkrediet (zware matching). Indien er sprake is van een order waarvan de opdrachtgever is gevestigd in de Volksrepubliek China of in de Republiek Indonesië, kan rentesubsidie worden verstrekt ten aanzien van een exportkrediet dat voldoet aan de in de consensus voor desbetreffende landen opgenomen standaardvoorwaarden. Krachtens de in het Besluit opgenomen definitie (artikel 1, aanhef en onder c) wordt onder consensus begrepen zowel de OESO-consensus (de Regeling inzake richtsnoeren voor door de overheid gesteunde exportkredieten) als de Overeenkomst inzake exportkredieten voor schepen van de OESO-Raad. Deze laatste Overeenkomst wordt vermoedelijk in 1996 vervangen door een soortgelijke overeenkomst, het Memorandum van overeenstemming inzake exportkredieten voor schepen. De tekst van dit memorandum is gepubliceerd in PbEG 1995, C 355, blz. 39 e.v. Bij het nemen van een beslissing op een subsidie-aanvraag wordt uitgegaan van de tekst van de consensus, met inachtneming van eventuele overgangsbepalingen, zoals deze luidt op de datum waarop deze beslissing wordt genomen. De belangrijkste wijziging in deze Overeenkomst heeft betrekking op het renteniveau tot hetwelk door de overheid overbrugd mag worden. Op grond van de huidige overeenkomst wordt overbrugd tot 8%, ongeacht in welke valuta het exportkrediet wordt aangeboden, terwijl op grond van de nieuwe overeenkomst tot Commercial Interest Reference Rate rente mag worden overbrugd. De subsidie bedraagt het verschil tussen de consensusconforme rente of de hogere contractrente en de door de bank aan de ondernemer in rekening gebrachte rente (de refinancieringsrente), met dien verstande dat daarop dezelfde correcties mogelijk zijn als in het huidige Besluit (artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, jo. artikel 3). Omdat het aantonen van (de mogelijkheid tot) overheidsgesteunde concurrentie niet is vereist, zijn alle bepalingen die betrekking hebben op het aantonen van een concurrent of van zijn financieringsaanbod niet van toepassing op deze faciliteit. Indien het exportkrediet de in de consensus gestelde grenzen overschrijdt dient dit exportkrediet genotificeerd te worden en kan geen beroep worden gedaan op de nieuwe faciliteit. Dit geldt ook indien het exportkrediet deel uitmaakt van een ruimere financiering die op grond van de consensus door de Nederlandse regering moet worden genotificeerd, zoals bijvoorbeeld bij een hulpfinanciering (artikel 4, zesde lid). Het is ook mogelijk dat het exportkrediet betrekking heeft op een Nederlandse toeleverantie voor een door een buitenlandse ondernemer uit te voeren order. Indien het exportkrediet voor de Nederlandse toeleverantie door de Nederlandse regering moet worden genotificeerd op grond van de consensus, kan geen beroep worden gedaan op de nieuwe faciliteit. Teneinde zeker te stellen dat de beschikbare middelen aan meerdere ondernemers en orders ten goede zullen komen, is het subsidiemaximum gesteld op f 1,5 miljoen per order. Dit bedrag is afdoende voor rente-overbrugging op orders van ongeveer f 50 miljoen. Bij grote orders met een Nederlandse aandeel van ten minste f 60 miljoen, kan in bijzondere gevallen meer subsidie worden verstrekt, doch niet meer dan ten hoogste de overige subsidiemaxima. Ten aanzien van defensie-orders, vliegtuigorders en aannemingsorders is thans bepaald dat meer subsidie kan worden verstrekt dan het in de overige gevallen toepasselijke subsidiemaximum indien de order een Nederlands aandeel heeft van minimaal f 35 miljoen (artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid). Deze wijziging heeft betrekking op zowel aanvragen op grond van de nieuwe faciliteit als op aanvragen met betrekking tot lichte of zware matching. Door deze wijziging is de afwijkingsmogelijkheid in alle gevallen gekoppeld aan de met een orderomvang van f 100 miljoen overeenkomend minimaal Nederlands aandeel. De hoogte van de subsidie wordt mede beperkt door artikel 10, achtste lid, waarin is bepaald dat indien bij financiering in guldens of US-dollars minder subsidie zou worden toegezegd dan bij subsidiëring van de feitelijke financiering in een andere valuta, bij de bepaling van de hoogte van de subsidie wordt uitgegaan van een financiering in guldens of US-dollars. In dat geval wordt van deze laatstgenoemde valuta's die valuta als uitgangspunt genomen die het hoogste subsidiebedrag oplevert. In 1996 zullen aparte budgetten worden vastgesteld voor subsidieverlening ten behoeve van orders van Nederlandse ondernemers met afnemers in de Volksrepubliek China, ten behoeve van orders van Nederlandse ondernemers met afnemers in de Republiek Indonesië, voor zover vallend binnen de nieuwe faciliteit, en voor subsidieverlening met betrekking tot lichte en zware matching. Hetgeen op 1 november van enig jaar van deze afzonderlijke budgetten resteert na aftrek van subsidietoezeggingen of op grond van op die datum ingediende aanvragen mogelijke subsidietoezeggingen, wordt bij elkaar opgeteld en geldt vanaf die datum als één budget (artikel 12, tweede lid). De subsidie-aanvrager kan schriftelijk een verzoek indienen tot wijziging van een subsidie-aanvraag op grond van de nieuwe faciliteit in bijvoorbeeld een aanvraag om subsidieverlening op grond van lichte of zware matching, onder meer indien na de aanvraag meer informatie beschikbaar is gekomen. Het is uiteraard ook mogelijk dat oorspronkelijk is verzocht om subsidieverlening op grond van lichte matching, doch omdat niet kan worden aangetoond dat er een overheidsgesteunde concurrent is schriftelijk een verzoek wordt ingediend tot het wijzigen van de subsidie-aanvraag in een subsidie-aanvraag op grond van de nieuwe faciliteit. De datum waarop de aanvraag aan de wettelijke vereisten van de uiteindelijk gekozen subsidiecategorie voldoet dan wel, indien later, de datum van de ontvangst van een schriftelijk verzoek tot wijziging, is bepalend voor de vraag of voor de honorering van die aanvraag nog voldoende financiële middelen aanwezig zijn. Aanvragen voor de desbetreffende faciliteit die volledig zijn ingediend vóór de datum waarop schriftelijk om wijziging van een ook volledig ingediende aanvraag wordt verzocht hebben derhalve voorrang. Het is derhalve belangrijk om de keuze van de te vragen subsidie goed te overwegen, gelet op de mogelijke consequenties van het wijzigen van subsidie-aanvragen. Bovenbedoelde wijzigingen zijn niet meer mogelijk nadat een voorlopige subsidietoezegging is gedaan. Indien echter door de aanvrager vóór de beslissing met betrekking tot de voorlopige subsidietoezegging aannemelijk wordt gemaakt dat het zeer waarschijnlijk is dat zijn buitenlandse concurrent daadwerkelijk door zijn overheid wordt ondersteund (zware matching), kan in de voorlopige toezegging worden bepaald dat de aanvrager in staat wordt gesteld het bewijs daarvan op een later tijdstip, doch uiterlijk bij het verzoek om een definitieve subsidietoezegging te leveren. Gelet op het lagere subsidiemaximum is in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, bepaald dat ten aanzien van de onder de nieuwe faciliteit vallende subsidietoezeggingen één keer in plaats van twee keer een voorschot kan worden verstrekt. De onderhavige steunmaatregel is, gelet op artikel 93 van het EG-verdrag, op 28 november 1995 gemeld bij de Europese Commissie. De Commissie heeft bij brief van 19 april 1996 medegedeeld, dat zij geen bezwaren heeft tegen het ten uitvoer brengen van het besluit.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 24 mei 1996, houdende wijziging van het Besluit subsidies exportfinanciering
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign inLexChat organizes source-backed legal information for research. Verify amendments, commencement, and current legal force with the official publisher before relying on it.