Wet van 15 maart 2007 tot wijziging van de Gemeentewet en de Provinciewet in verband met een verruiming van de bevoegdheid van de raad en provinciale staten om tijdelijk ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap voor wethouders en gedeputeerden
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Municipal councils and provincial states may grant a one-year exemption from the residency requirement, and in special cases extend it by up to one year each time.
Staatsblad Wet van 15 maart 2007 tot wijziging van de Gemeentewet en de Provinciewet in verband met een verruiming van de bevoegdheid van de raad en provinciale staten om tijdelijk ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap voor wethouders en gedeputeerden Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met aanstellingen van wethouders van buiten de raad en gedeputeerden van buiten provinciale staten, wenselijk is de gemeenteraad en provinciale staten de bevoegdheid te geven om de ontheffingstermijn van een jaar van het vereiste van ingezetenschap telkens met maximaal een jaar te verlengen; De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd: In artikel 14, tweede lid, wordt «lid fan it gemeentebestjoer» vervangen door: lid fan 'e rie. Artikel 36a, tweede lid, komt te luiden: De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd. Artikel 81s wordt als volgt gewijzigd: Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt: «Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta ombudsman beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw. Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil. Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as ombudsman yn alle oprjochtens ferfolje sil. Sa wier helpe my God Almachtich!» («Dat ferklearje en ûnthjit ik!»). De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd: In artikel 14, tweede lid, wordt «lid fan it provinsjaal bestjoer» vervangen door: lid fan provinsjale steaten. Artikel 35b, tweede lid, komt te luiden: Provinciale staten kunnen voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd. Artikel 79t wordt als volgt gewijzigd: Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. Er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende: Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt: «Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta ombudsman beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw. Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil. Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as ombudsman yn alle oprjochtens ferfolje sil. Sa wier helpe my God Almachtich!» («Dat ferklearje en ûnthjit ik!»). Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Kamerstuk 30 480