Wet van 12 maart 1998, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het terrein van de volksgezondheid (Kaderwet volksgezondheidssubsidies)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport may grant subsidies for public health activities, but only under the conditions set by this law and implementing measures; subsidy recipients must cooperate with appointed supervisors.
Staatsblad Wet van 12 maart 1998, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het terrein van de volksgezondheid (Kaderwet volksgezondheidssubsidies) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het wenselijk maakt een wettelijk kader te scheppen voor de verstrekking van subsidies op het terrein van de volksgezondheid door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten op het terrein van: a. de gezondheidsbevordering; b. de gezondheidsbescherming; c. de gezondheidszorg. Onverminderd hoofdstuk 3 van de Financiële-verhoudingswet kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald alsmede andere criteria voor die verstrekking worden vastgesteld. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot: a. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; b. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover; c. de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verleend; d. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger; e. de vaststelling van de subsidie; f. de intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling; g. de betaling van de subsidie en de verlening van voorschotten; h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht; i. delegatie van de bevoegdheid besluiten te nemen met betrekking tot de subsidie. Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 3, tenzij het een subsidie betreft: a. als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht of b. waarvan de voorgenomen strekking tevoren schriftelijk is meegedeeld aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 3 kan worden voorzien in de vaststelling van een subsidieplafond en de regeling van de wijze van verdeling. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking tot subsidieverstrekking op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid. Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Aan de subsidies op grond van deze wet is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. De Welzijnswet 1994 wordt gewijzigd als volgt: Na artikel 9 wordt een artikel 9a ingevoegd, luidende: Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 10 tenzij het een subsidie betreft: a. als bedoeld in artikel 4: 23 , derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht of b. waarvan de voorgenomen strekking tevoren schriftelijk is meegedeeld aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt: Het eerste lid komt te luiden: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald alsmede andere criteria voor die verstrekking worden vastgesteld. In het tweede lid wordt een onderdeel g toegevoegd, luidende: g. delegatie van de bevoegdheid besluiten te nemen met betrekking tot de subsidie. De Wet collectieve preventie volksgezondheid wordt gewijzigd als volgt: Artikel 7 vervalt. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet volksgezondheidssubsidies. Stb. 1994, 447, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 766. Stb. 1990, 300, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 1997, Stb. 510. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1997/98, 25 637. Handelingen II 1997/98, blz. 3909. Kamerstukken I 1997/98, 25 637 (252, 252a). Handelingen I 1997/98, blz. 1113–1114.