Wet van 3 december 2009 tot wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision sets decision deadlines for several authorities and allows some one-time extensions, usually with written notice.
Staatsblad Wet van 3 december 2009 tot wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN MINISTERIE VAN JUSTITIE 3. Verder uitstel is mogelijk voor zover de klager daarmee schriftelijk instemt. MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT de termijn waarbinnen een vergunning of ontheffing wordt verleend. A B C 1. Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken of, indien een schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, is ingeschakeld, binnen zesentwintig weken na de ontvangst van het verzoek om schadevergoeding. 2. Het bestuursorgaan kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken of, indien een schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, is ingeschakeld, zesentwintig weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: de wijze van indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en de besluitvorming daarover, en de omstandigheden waaronder een verzoek uitsluitend kan worden ingediend in samenhang met eenzelfde verzoek dat door de eigenaar van een aangrenzende onroerende zaak wordt ingediend. 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het indienen van een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning en omtrent de behandeling daarvan. MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID 5. In afwijking van de in het tweede tot en met vierde lid genoemde termijn van acht weken, geldt tot en met 31 december 2011, of tot een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen, tijdstip, een termijn van veertien weken. 1. Indien een verzoek is gedaan aan Onze Minister om een uitzondering te maken op de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, beslist Onze Minister op dit verzoek niet eerder dan op het moment dat die bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zijn verklaard. 2. Indien tegen een besluit inzake het al dan niet maken van een uitzondering op de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst bezwaar is gemaakt, beslist Onze Minister op dat bezwaar, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen veertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beslist, in afwijking van artikel 36, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, binnen zes weken over de opname, verbetering en aanvulling van gegevens van de werknemer naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde of vierde lid. A B 6. In afwijking van de in het derde tot en met vijfde lid genoemde termijn van acht weken, geldt tot en met 31 december 2011, of tot een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen, tijdstip, een termijn van veertien weken. A B A B MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT Onze Minister van Verkeer en Waterstaat beslist op een aanvraag om nadeelcompensatie op grond van of met inachtneming van een door hem vastgestelde beleidsregel binnen de bij die beleidsregel vastgestelde termijn. Deze termijn geldt als een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. A 6. Op het verzoek tot het opleggen van een verplichting als bedoeld in artikel 1 wordt beslist binnen zes maanden na ontvangst daarvan. 7. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat beslist niet dan nadat gedeputeerde staten van de provincie, waarin de zaak is gelegen, zijn gehoord. Gedeputeerde staten maken hun standpunt kenbaar binnen zes weken na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister. B 3. Op het verzoek tot het opleggen van een verplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn artikel 2, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing. C 4. Op het verzoek om een bevel als bedoeld in het eerste lid wordt beslist binnen zes maanden na ontvangst daarvan. MINISTERIE VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEU A B 6. Het in het eerste lid bedoelde gezag kan de beslissing, bedoeld in het vijfde lid, eenmaal voor ten hoogste twee maanden verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. C Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 31 844