Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart
This provision sets several aviation-related rules on exemptions, costs, consultation timing, publication, and ministerial powers.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 30 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart
AI-assisted research summary: This provision sets several aviation-related rules on exemptions, costs, consultation timing, publication, and ministerial powers.
Staatsblad Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart; B 1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag van de houder, respectievelijk Onze Minister van Defensie kan ambtshalve ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze paragraaf gegeven regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. C D de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om goedkeuring of wijziging van een onderhoudsprogramma. E Ea 4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de in het derde lid bedoelde ontheffing of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager. 5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Eb 3. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de in het tweede lid bedoelde ontheffing of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager. 4. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. F G H 2. In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening. I 5. Aan de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders van de exploitant van de luchthaven zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de exploitant van de luchthaven omtrent investeringen welke een bedrag vereisen gelijk aan ten minste een tiende van het bedrag van de activa volgens de geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde jaarrekening van de exploitant van de luchthaven. J 13. De voordracht voor een krachtens het twaalfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. K 8. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. L M 4. Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit worden de nadere regels, bedoeld in artikel 8.44, derde lid, en artikel 8.47, derde lid, in acht genomen. Ma 4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging of verlenging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager. 5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. N O 1. Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, indien het terrein wordt gebruikt door een luchtvaartuig dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie. 2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld over: het terrein; de wijze waarop het terrein wordt gebruikt; de termijn waarbinnen gedeputeerde staten een besluit nemen op de aanvraag; de wijze waarop Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de burgemeester van de gemeente waarin het terrein ligt, worden betrokken bij het verlenen van de ontheffing en bij het gebruik van het terrein. P Q 4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, of het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. R S T U artikel 5.14c of 5.14d, eerste lid; artikel 7.1, eerste lid; artikel 8.12, 8.19, 8.20, 8.21, 8.70, tweede lid, juncto de artikelen 8.12 en 8.19 tot en met 8.21, 8.77, tweede lid, juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in artikel 8.23, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.23 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23; een maatregel als bedoeld in artikel 8.22, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.22 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.2. Ua V A ARTIKEL V (WIJZIGING WET GELUIDHINDER) A 3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op het bestrijden van de geluidhinder vanwege luchthavens waarop de hoofdstukken 8 en 10 van de Wet luchtvaart van toepassing zijn. B C luchthavens als bedoeld in de Wet luchtvaart, en. D E F B De Wet geluidhinder zoals zij luidde vóór inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op een luchtvaartterrein, aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, zolang op dat luchtvaartterrein het bepaalde bij of krachtens de Luchtvaartwet van toepassing blijft krachtens artikel IX, tweede lid, of artikel XVIII, derde lid. 1. Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op de onderstaande besluiten, totdat deze onherroepelijk zijn geworden: een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een projectbesluit als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting waarvoor het voornemen tot het indienen van een verzoek tot het vaststellen van die hogere waarde is bekendgemaakt vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een tracébesluit waarvan het ontwerp, respectievelijk een gewijzigd ontwerp als bedoeld in artikel 11, eerste lid, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Tracéwet, is vastgesteld vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een saneringsprogrammawaarvoor ten behoeve van het ontwerpprogramma toepassing is gegeven aan artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg of aanleg of wijziging van een spoorweg buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure waarvoor de resultaten van het vereiste akoestisch onderzoek en een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn aan de gemeenteraad zijn overgelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een vergunning voor een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer waarvoor het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid; een wegaanpassingsbesluit ten aanzien van de in de bijlage, onder a, van de Spoedwet wegverbreding opgenomen projecten waarvoor het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid. 2. Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens worden toegepast op een besluit als bedoeld in het eerste lid, totdat het besluit onherroepelijk is geworden, indien de daar genoemde handeling ter voorbereiding van het besluit is verricht binnen drie maanden na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. D 2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op elke locatie waar woonbebouwing met een aaneengesloten karakter gelegen is op of in de nabijheid van de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, ten minste één punt vastgesteld waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan. Da E F G H Het Wetboek van Strafrecht zoals het luidde vóór inwerkingtreding van artikel IIb blijft van toepassing op een luchtvaartterrein, aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, zolang op dat luchtvaartterrein het bepaalde bij of krachtens de Luchtvaartwet van toepassing blijft krachtens artikel IX, tweede lid, of artikel XVIII, derde lid, van de in artikel II genoemde Wet van 18 december 2008. A 4. De bedoelde ambtenaren alsmede andere daartoe door Onze Minister aangewezen personen zijn bevoegd een persoon die zich bevindt op een bij regeling van Onze Minister aangewezen luchthaven, te allen tijde aan zijn kleding en de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, alsmede diens vervoermiddel, te onderzoeken. B 5. Onze Minister wijst een luchthaven met toepassing van het vierde lid slechts aan indien dat naar zijn oordeel met het oog op de veiligheid nodig is. C hij die handelt in strijd met de artikelen 13, eerste lid, of 26, eerste lid, aan boord van een luchtvaartuig of op een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vierde lid. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat een artikel of onderdeel terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 31 857
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in