Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011)
This provision assigns 2011 grants and contributions to named provinces and municipalities in the listed annexes, including specific amounts for some recipients.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 23 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This provision assigns 2011 grants and contributions to named provinces and municipalities in the listed annexes, including specific amounts for some recipients. This provision lists 2011 grant amounts for many municipalities and provinces under different budget headings. This subsection describes several decentralization grants and project allocations to municipalities and provinces, including 2011 amounts and a retroactive application back to 1 January 2009 for one allocation.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011)
Showing 3 of 3
- document.segment-1 Verify source ↗
Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011) — segment 1
AI-assisted research summary: This provision assigns 2011 grants and contributions to named provinces and municipalities in the listed annexes, including specific amounts for some recipients.
Staatsblad Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011) Hebben goedgevonden en verstaan: A B 3. In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2c-3, de in die bijlage genoemde uitkering. C 2. In het jaar 2011 ontvangt de provincie Fryslân een bijdrage van € 175.000. D Externe veiligheid In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2i, de in die bijlage genoemde uitkering. Innovatie energiebesparing gebouwde omgeving In het jaar 2011 ontvangt de provincie Groningen € 900.000. Muskusrattenbestrijding In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2k, de in die bijlage genoemde uitkering. Regionale uitvoeringsdiensten (RUD) In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2l, de in die bijlage genoemde uitkering. Uitname provinciefonds In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2m, de in die bijlage genoemde uitkering. Waddenfonds In het jaar 2011 ontvangt de provincie Fryslân € 33.000.000. Werkmaatschappij Markermeer-IJmeer In het jaar 2011 ontvangt de provincie Flevoland € 210.000. E 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 3-2, de in die bijlage genoemde uitkering. F 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 14-3, de in die bijlage genoemde uitkering. G De gemeenten, genoemd in bijlage 27d, ontvangen voor het jaar 2009 op basis van de in onderdeel b genoemde maatstaven het in die bijlage genoemde bedrag. H 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29a-3, de in die bijlage genoemde uitkering. I 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29c-3, de in die bijlage genoemde uitkering. J 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29i-3, de in die bijlage genoemde uitkering. K 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29j-3, de in die bijlage genoemde uitkering. L 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29k-3, de in die bijlage genoemde uitkering. M 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29l-3, de in die bijlage genoemde uitkering. N 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29m-3, de in die bijlage genoemde uitkering. O 3. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29o-3, de in die bijlage genoemde uitkering. P 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29v-2, de in die bijlage genoemde uitkering. Q 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29x-2, de in die bijlage genoemde uitkering. R 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29ij-2, de in die bijlage genoemde uitkering. S 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29dd-2, de in die bijlage genoemde uitkering. T 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29ee-2, de in die bijlage genoemde uitkering. U 2. In het jaar 2011 ontvangt de gemeente Arnhem € 300.000. V 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29ii-2, de in die bijlage genoemde uitkering. W 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29jj-2, de in die bijlage genoemde uitkering. X 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29kk-2, de in die bijlage genoemde uitkering. Y 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29nn-2, de in die bijlage genoemde uitkering. Z Bestaand Rotterdams gebied In 2011 ontvangt de gemeente Rotterdam € 2.527.000. Eigen kracht In 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29pp, de in die bijlage genoemde uitkering. Nazorg ex-gedetineerden In 2011 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29qq, de in die bijlage genoemde uitkering. Onderwijsexperiment Zwanenbos In 2011 ontvangt de gemeente Zoetermeer € 42.522. AA 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31a-2, de in die bijlage genoemde uitkering. BB 2. In het jaar 2011 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 31b-2, de in die bijlage genoemde uitkering. CC 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31c-2, de in die bijlage genoemde uitkering. DD 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31e-2, de in die bijlage genoemde uitkering. EE 2. In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31f-2, de in die bijlage genoemde uitkering. FF Stimuleringsregeling oversampling WoON In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31h, de in die bijlage genoemde uitkering. Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31i, de in die bijlage genoemde uitkering. Nationale gebiedsontwikkelingen In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31j, de in die bijlage genoemde uitkering. Green Deal In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31k, de in die bijlage genoemde uitkering. Pieken in de Delta In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31l, de in die bijlage genoemde uitkering. Sterke regio’s In het jaar 2011 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31m, de in die bijlage genoemde uitkering. GG Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011, met uitzondering van artikel 1, onderdeel G, dat terugwerkt tot en met 1 januari 2009. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant. behorend bij artikel I van het Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011) Bijlage 2c-3, genoemd in artikel 2c. Regionale luchthavens Provincie Uitkering 2011 Groningen € 41.696 Fryslân € 137.680 Drenthe € 61.140 Overijssel € 49.366 Gelderland € 177.858 Utrecht € 44.936 Noord-Holland € 89.870 Zuid-Holland € 118.230 Zeeland € 59.118 Noord-Brabant € 134.271 Limburg € 53.902 Flevoland € 22.467 Totaal € 990.534 Bijlage 2i, genoemd in artikel 2i. Externe veiligheid Provincie Uitkering 2011 Groningen € 896.000 Fryslân € 771.000 Drenthe € 498.000 Overijssel € 1.252.000 Gelderland € 2.314.000 Utrecht € 961.000 Noord-Holland € 2.249.000 Zuid-Holland € 4.966.000 Zeeland € 904.000 Noord-Brabant € 3.374.000 Limburg € 1.481.000 Flevoland € 334.000 Totaal € 20.000.000 Bijlage 2k, genoemd in artikel 2k. Muskusrattenbestrijding Provincie Uitkering 2011 Groningen € 53.437 Fryslân € 22 Drenthe € 50.668 Overijssel € 611.464 Gelderland € 1.761.296 Utrecht € 277.228 Noord-Holland € 3.201.317 Zuid-Holland € 1.992.098 Zeeland € 760.187 Noord-Brabant € 1.797.817 Limburg € 1.434.439 Flevoland € 529.027 Totaal € 12.469.000 Bijlage 2l, genoemd in artikel 2l. Regionale uitvoeringsdiensten (RUD) Provincie Uitkering 2011 Groningen € 140.000 Fryslân € 140.000 Drenthe € 140.000 Overijssel € 280.000 Gelderland € 420.000 Utrecht € 140.000 Noord-Holland € 700.000 Zuid-Holland € 1.060.000 Zeeland € 140.000 Noord-Brabant € 420.000 Limburg € 280.000 Flevoland € 140.000 Totaal € 4.000.000 Bijlage 2m, genoemd in artikel 2m. Uitname provinciefonds Provincie Uitkering 2011 Groningen € 7.929.336 Fryslân € 9.020.434 Drenthe € 18.147.819 Overijssel € 4.540.847 Gelderland € 15 Utrecht € 11.924.930 Noord-Holland € 21.306.494 Zuid-Holland € 66.696.765 Zeeland € 5.111.135 Noord-Brabant € 12.899.514 Limburg € 12.014.535 Flevoland € 27.766.176 Totaal € 197.358.000 Bijlage 3-2, genoemd in artikel 3. Aanpak kindermishandeling Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 50.000 Almere € 50.000 Amersfoort € 50.000 Amsterdam € 50.000 Apeldoorn € 50.000 Arnhem € 50.000 Breda € 50.000 Delft € 50.000 Den Helder € 50.000 Dordrecht € 50.000 Ede € 50.000 Eindhoven € 50.000 Emmen € 50.000 Enschede € 50.000 Gouda € 50.000 Groningen € 50.000 Haarlem € 50.000 Heerlen € 50.000 Helmond € 50.000 Hilversum € 50.000 Leeuwarden € 50.000 Leiden € 50.000 Maastricht € 50.000 Nijmegen € 50.000 Rotterdam € 50.000 ’s-Gravenhage € 50.000 ’s-Hertogenbosch € 50.000 Spijkenisse € 50.000 Tilburg € 50.000 Utrecht € 50.000 Venlo € 50.000 Vlaardingen € 50.000 Vlissingen € 50.000 Zaanstad € 50.000 Zwolle € 50.000 Totaal € 1.750.000 Bijlage 6 Bewonersinitiatieven wijken Gemeente Uitkering 2008 Uitkering 2009 Uitkering 2010 Uitkering 2011 Alkmaar € 400.000 € 450.000 € 450.000 € 398.000 Almelo € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Almere € 100.000 Amersfoort € 360.000 € 390.000 € 390.000 € 338.000 Amsterdam € 3.210.000 € 4.665.000 € 4.665.000 € 4.613.000 Apeldoorn € 100.000 Arnhem € 830.000 € 1.095.000 € 1.095.000 € 1.043.000 Bergen op Zoom € 100.000 Breda € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Capelle aan den IJssel € 100.000 Culemborg € 100.000 Delft € 100.000 Delftzijl € 100.000 Deventer € 370.000 € 405.000 € 405.000 € 353.000 Dordrecht € 490.000 € 585.000 € 585.000 € 533.000 Ede € 100.000 Eindhoven € 550.000 € 675.000 € 675.000 € 623.000 Emmen € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Enschede € 360.000 € 390.000 € 390.000 € 338.000 Gouda € 100.000 Groningen € 450.000 € 525.000 € 525.000 € 473.000 Haarlem € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Haarlemmermeer € 100.000 Heerlen € 390.000 € 435.000 € 435.000 € 383.000 Helmond € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Hengelo € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Hoogezand-Sappemeer € 100.000 IJsselstein € 100.000 Leerdam € 100.000 Leeuwarden € 350.000 € 375.000 € 375.000 € 323.000 Leiden € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Leidschendam-Voorburg € 100.000 Lelystad € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Maastricht € 490.000 € 585.000 € 585.000 € 533.000 Nijmegen € 390.000 € 435.000 € 435.000 € 383.000 Roermond € 100.000 Roosendaal € 100.000 Rotterdam € 3.180.000 € 4.620.000 € 4.620.000 € 4.568.000 Schiedam € 480.000 € 570.000 € 570.000 € 518.000 ’s-Gravenhage € 1.550.000 € 2.175.000 € 2.175.000 € 2.123.000 ’s-Hertogenbosch € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Sittard-Geleen € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Tilburg € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Utrecht € 1.150.000 € 1.575.000 € 1.575.000 € 1.523.000 Veenendaal € 100.000 Venlo € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Venray € 100.000 Vlaardingen € 100.000 Zaanstad € 400.000 € 450.000 € 450.000 € 398.000 Zoetermeer € 100.000 Zwolle € 300.000 € 300.000 € 300.000 € 248.000 Totaal € 19.300.000 € 24.300.000 € 24.300.000 € 24.688.000 Bijlage 13 Homo-emancipatiebeleid Gemeente Uitkering 2008 Uitkering 2009 Uitkering 2010 Uitkering 2011 Amersfoort € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Amsterdam € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 80.000 Arnhem € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Deventer € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Dordrecht € 20.000 € 20.000 € 20.000 Enschede € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Groningen € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Heerlen € 20.000 € 20.000 € 20.000 Leeuwarden € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Leiden € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Lelystad € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Maastricht € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Nijmegen € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Rotterdam € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 ’s-Gravenhage € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Tilburg € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Utrecht € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Zwolle € 15.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Totaal € 380.000 € 480.000 € 480.000 € 510.000 Bijlage 14-3, genoemd in artikel 14. National actieplan sport en bewegen Gemeente Uitkering 2011 Achtkarspelen € 132.572 Alkmaar € 298.398 Almelo € 254.192 Appingedam € 68.748 Assen € 238.782 Bedum € 62.404 Bergen op Zoom € 240.880 Borger-Odoorn € 125.188 Coevorden € 140.000 De Marne € 63.016 Den Helder € 15.000 Deventer € 303.234 Doesburg € 66.372 Dordrecht € 328.541 Franekeradeel € 51.250 Geertruidenberg € 5.000 Goes € 100.000 Groningen € 391.613 Hardenberg € 224.315 Harlingen € 81.860 Heerenveen € 178.328 Heerlen € 291.074 Hengelo € 187.000 Hoorn € 246.348 Landgraaf € 166.598 Leek € 96.760 Leeuwarden € 82.500 Lelystad € 254.504 Lemsterland € 73.736 Meppel € 143.261 Middelburg € 191.801 Neder-Betuwe € 109.236 Noord-Beveland € 43.602 Ooststellingwerf € 124.896 Opmeer € 64.848 Opsterland € 188.332 Peel en Maas € 98.184 Pekela € 73.216 Reusel-De Mierden € 15.000 Schiedam € 260.324 ’s-Gravenhage € 683.941 Sittard-Geleen € 302.490 Skarsterlan € 128.204 Smallingerland € 80.000 Stede Broec € 105.380 Stein € 25.000 Sudwest Fryslan € 149.318 Terneuzen € 60.000 Tholen € 120.620 Utrecht € 498.402 Vaals € 59.754 Veendam € 132.468 Vlaardingen € 252.922 Vlagtwedde € 75.000 Vlissingen € 185.069 Wageningen € 157.040 Weststellingwerf € 122.000 Zaanstad € 351.402 Totaal € 9.569.923 Bijlage 27d, genoemd in artikel 27. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Gemeente Uitkering 2009 Aa en Hunze € 2.521.172 Aalburg € 847.455 Aalsmeer € 2.075.802 Aalten € 2.941.178 Abcoude € 605.026 Achtkarspelen € 2.581.873 Alblasserdam € 1.904.109 Albrandswaard € 1.339.854 Alkmaar € 9.531.230 Almelo € 8.044.646 Almere € 10.084.375 Alphen aan den Rijn € 5.457.018 Alphen-Chaam € 653.068 Ameland € 264.951 Amersfoort € 11.269.346 Amstelveen € 8.880.405 Amsterdam € 69.399.656 Andijk € 545.929 Anna Paulowna € 1.021.371 Apeldoorn € 15.923.145 Appingedam € 1.867.368 Arcen en Velden € 771.836 Arnhem € 14.494.919 Assen € 6.573.275 Asten € 1.339.245 Baarle-Nassau € 693.804 Baarn € 3.253.228 Barendrecht € 2.517.098 Barneveld € 3.058.643 Bedum € 1.007.263 Beek € 1.885.826 Beemster € 817.214 Beesel € 1.221.339 Bellingwedde € 1.270.807 Bergambacht € 736.744 Bergeijk € 1.350.870 Bergen L € 1.351.156 Bergen NH € 3.347.534 Bergen op Zoom € 6.727.889 Berkelland € 4.102.003 Bernheze € 2.018.304 Bernisse € 858.917 Best € 1.944.792 Beuningen € 1.670.396 Beverwijk € 4.242.629 Binnenmaas € 2.186.786 Bladel € 1.384.206 Blaricum € 805.307 Bloemendaal € 2.235.415 Boarnsterhim € 1.482.400 Bodegraven € 1.407.953 Boekel € 744.027 Bolsward € 1.195.520 Borger-Odoorn € 2.524.585 Borne € 1.974.981 Borsele € 1.841.525 Boskoop € 1.076.904 Boxmeer € 2.285.146 Boxtel € 2.812.944 Breda € 16.284.829 Breukelen € 1.175.860 Brielle € 1.056.277 Bronckhorst € 3.594.303 Brummen € 2.121.376 Brunssum € 4.334.439 Bunnik € 1.042.796 Bunschoten € 1.097.372 Buren € 1.659.397 Bussum € 3.891.804 Capelle aan den IJssel € 6.112.596 Castricum € 3.096.595 Coevorden € 3.804.952 Cranendonck € 1.628.467 Cromstrijen € 979.412 Cuijk € 2.151.254 Culemborg € 2.132.526 Dalfsen € 1.987.252 Dantumadeel € 2.117.544 De Bilt € 4.855.571 De Marne € 1.172.894 De Ronde Venen € 2.274.922 De Wolden € 2.241.451 Delft € 8.763.929 Delfzijl € 3.181.286 Den Helder € 5.921.610 Deurne € 2.694.097 Deventer € 10.001.229 Diemen € 2.011.903 Dinkelland € 1.999.280 Dirksland € 724.518 Doesburg € 1.177.704 Doetinchem € 6.009.746 Dongen € 2.062.318 Dongeradeel € 2.532.117 Dordrecht € 12.358.171 Drechterland € 1.413.435 Drimmelen € 2.063.430 Dronten € 2.649.616 Druten € 1.407.154 Duiven € 1.706.339 Echt-Susteren € 3.763.475 Edam-Volendam € 1.855.641 Ede € 8.755.710 Eemnes € 542.383 Eemsmond € 1.894.140 Eersel € 1.608.284 Eijsden € 918.890 Eindhoven € 23.388.734 Elburg € 1.617.662 Emmen € 13.039.890 Enkhuizen € 1.855.133 Enschede € 17.824.904 Epe € 3.571.500 Ermelo € 2.618.092 Etten-Leur € 3.252.218 Ferwerderadiel € 805.746 Franekeradeel € 2.152.697 Gaasterlan-Sleat € 1.086.638 Geertruidenberg € 1.728.729 Geldermalsen € 1.830.315 Geldrop-Mierlo € 3.524.485 Gemert-Bakel € 2.242.302 Gennep € 1.930.161 Giessenlanden € 946.056 Gilze en Rijen € 1.992.861 Goedereede € 781.779 Goes € 4.587.632 Goirle € 1.776.215 Gorinchem € 3.669.818 Gouda € 6.499.651 Graafstroom € 538.947 Graft-De Rijp € 510.668 Grave € 1.152.477 Groesbeek € 2.325.230 Groningen € 15.847.332 Grootegast € 1.016.111 Gulpen-Wittem € 1.434.352 Haaksbergen € 2.052.055 Haaren € 1.265.877 Haarlem € 16.110.429 Haarlemmerliede Spaarnw € 464.587 Haarlemmermeer € 8.244.944 Halderberge € 2.359.509 Hardenberg € 4.750.935 Harderwijk € 3.617.337 Hardinxveld-Giessendam € 1.375.715 Haren € 2.314.687 Harenkarspel € 1.254.725 Harlingen € 1.723.088 Hattem € 1.059.116 Heemskerk € 3.794.986 Heemstede € 3.372.267 Heerde € 1.741.877 Heerenveen € 5.182.161 Heerhugowaard € 3.252.615 Heerlen € 13.306.604 Heeze-Leende € 1.406.540 Heiloo € 2.196.835 Helden € 1.662.723 Hellendoorn € 3.205.066 Hellevoetsluis € 2.876.704 Helmond € 8.039.576 Hendrik-Ido-Ambacht € 1.558.450 Hengelo € 8.571.672 Het Bildt € 1.126.270 Heumen € 1.181.617 Heusden € 3.231.291 Hillegom € 1.945.587 Hilvarenbeek € 1.014.686 Hilversum € 9.660.489 Hof van Twente € 3.349.563 Hoogeveen € 6.124.717 Hoogezand-Sappemeer € 4.392.371 Hoorn € 6.204.728 Horst aan de Maas € 2.270.643 Houten € 2.375.883 Huizen € 3.729.368 Hulst € 3.290.606 IJsselstein € 2.180.780 Kaag en Braassem € 1.718.934 Kampen € 4.230.230 Kapelle € 1.008.614 Katwijk € 4.564.662 Kerkrade € 7.018.403 Kessel € 366.599 Koggenland € 1.481.037 Kollumerland en Nwkruisl € 1.272.031 Korendijk € 821.252 Krimpen aan den IJssel € 2.432.066 Laarbeek € 1.712.089 Landerd € 1.110.787 Landgraaf € 4.749.221 Landsmeer € 898.316 Langedijk € 1.771.401 Lansingerland € 2.350.854 Laren € 1.424.506 Leek € 2.146.949 Leerdam € 2.012.265 Leeuwarden € 10.827.202 Leeuwarderadeel € 839.799 Leiden € 9.780.021 Leiderdorp € 2.193.342 Leidschendam-Voorburg € 8.703.002 Lelystad € 5.257.779 Lemsterland € 1.100.754 Leudal € 3.013.250 Leusden € 2.009.996 Liesveld € 595.909 Lingewaal € 724.042 Lingewaard € 3.228.856 Lisse € 2.009.130 Lith € 434.695 Littenseradiel € 783.340 Lochem € 3.501.855 Loenen € 712.376 Loon op Zand € 1.901.770 Lopik € 832.495 Loppersum € 1.057.451 Losser € 2.254.778 Maarssen € 2.714.573 Maasbree € 844.708 Maasdonk € 828.335 Maasdriel € 1.780.424 Maasgouw € 2.714.244 Maassluis € 3.057.508 Maastricht € 14.856.408 Margraten € 1.133.340 Marum € 824.214 Medemblik € 2.201.003 Meerlo-Wanssum € 546.932 Meerssen € 1.907.414 Meijel € 474.174 Menaldumadeel € 1.189.498 Menterwolde € 1.178.285 Meppel € 3.241.745 Middelburg € 5.368.751 Middelharnis € 1.761.062 Midden Drenthe € 3.145.235 Midden-Delfland € 1.054.151 Mill en Sint Hubert € 915.917 Millingen aan de Rijn € 554.023 Moerdijk € 2.954.318 Montferland € 3.360.543 Montfoort U € 798.804 Mook en Middelaar € 728.066 Moordrecht € 507.582 Muiden € 527.345 Naarden € 1.653.369 Neder-Betuwe € 1.509.764 Nederlek € 1.334.952 Nederweert € 1.363.270 Neerijnen € 855.652 Niedorp € 808.343 Nieuwegein € 4.397.085 Nieuwerkerk a/d IJssel € 1.312.866 Nieuwkoop € 1.901.866 Nieuw-Lekkerland € 528.824 Nijefurd € 1.139.156 Nijkerk € 2.665.968 Nijmegen € 16.076.250 Noord-Beveland € 670.522 Noordenveld € 3.136.152 Noordoostpolder € 4.078.350 Noordwijk € 2.471.440 Noordwijkerhout € 1.352.639 Nuenen c.a. € 1.473.435 Nunspeet € 2.323.466 Nuth € 1.700.835 Oegstgeest € 1.776.823 Oirschot € 1.233.716 Oisterwijk € 2.296.681 Oldebroek € 1.473.783 Oldenzaal € 3.244.687 Olst-Wijhe € 1.654.105 Ommen € 1.594.724 Onderbanken € 903.716 Oost Gelre € 2.533.947 Oosterhout € 4.654.349 Oostflakkee € 887.618 Ooststellingwerf € 2.948.875 Oostzaan € 718.505 Opmeer € 827.704 Opsterland € 2.896.270 Oss € 7.276.107 Oud-Beijerland € 1.715.117 Oude IJsselstreek € 3.904.921 Ouder-Amstel € 1.135.899 Ouderkerk € 640.343 Oudewater € 823.668 Overbetuwe € 2.903.164 Papendrecht € 2.477.646 Pekela € 1.800.470 Pijnacker-Nootdorp € 2.201.952 Purmerend € 7.580.166 Putten € 1.834.321 Raalte € 3.305.369 Reeuwijk € 902.311 Reiderland € 1.021.064 Reimerswaal € 1.781.139 Renkum € 4.371.039 Renswoude € 298.411 Reusel-De Mierden € 882.285 Rheden € 6.090.266 Rhenen € 1.671.150 Ridderkerk € 4.813.296 Rijnwaarden € 966.169 Rijnwoude € 1.225.632 Rijssen-Holten € 2.909.685 Rijswijk € 6.760.381 Roerdalen € 2.017.010 Roermond € 6.295.651 Roosendaal € 7.656.687 Rotterdam € 67.083.038 Rozenburg € 1.034.532 Rozendaal € 151.360 Rucphen € 2.145.494 Schagen € 1.947.923 Scheemda € 1.550.845 Schermer € 345.077 Scherpenzeel € 657.936 Schiedam € 8.334.435 Schiermonnikoog € 149.490 Schijndel € 1.860.531 Schinnen € 1.260.731 Schoonhoven € 1.021.425 Schouwen-Duiveland € 3.321.367 Sevenum € 584.227 ’s-Gravenhage € 47.992.901 ’s-Hertogenbosch € 12.620.502 Simpelveld € 1.199.061 Sint-Anthonis € 992.474 Sint-Michielsgestel € 2.241.029 Sint-Oedenrode € 1.499.005 Sittard-Geleen € 12.027.537 Skarsterlan € 2.383.994 Sliedrecht € 2.832.844 Slochteren € 1.217.028 Sluis € 2.983.279 Smallingerland € 6.148.723 Sneek € 3.721.784 Soest € 4.640.190 Someren € 1.579.524 Son en Breugel € 1.257.939 Spijkenisse € 5.679.565 Stadskanaal € 4.781.432 Staphorst € 892.718 Stede Broec € 1.622.770 Steenbergen € 1.960.930 Steenwijkerland € 4.565.640 Stein € 2.758.716 Strijen € 744.167 Ten Boer € 582.264 Terneuzen € 6.238.833 Terschelling € 412.283 Texel € 1.184.301 Teylingen € 2.593.992 Tholen € 2.202.568 Tiel € 3.405.358 Tilburg € 19.050.704 Tubbergen € 1.409.549 Twenterand € 2.740.433 Tynaarlo € 3.265.060 Tytsjerksteradiel € 3.150.549 Ubbergen € 1.069.680 Uden € 3.465.643 Uitgeest € 791.892 Uithoorn € 2.295.062 Urk € 739.102 Utrecht € 21.866.540 Utrechtse Heuvelrug € 5.140.089 Vaals € 1.272.686 Valkenburg aan de Geul € 2.150.079 Valkenswaard € 3.225.679 Veendam € 3.705.075 Veenendaal € 5.040.836 Veere € 1.768.931 Veghel € 2.830.831 Veldhoven € 3.763.687 Velsen € 7.139.957 Venlo € 10.223.290 Venray € 3.394.890 Vianen € 1.310.671 Vlaardingen € 8.779.270 Vlagtwedde € 2.362.830 Vlieland € 123.022 Vlissingen € 5.499.258 Vlist € 794.382 Voerendaal € 1.224.706 Voorschoten € 2.112.362 Voorst € 2.410.579 Vught € 2.409.714 Waalre € 1.490.820 Waalwijk € 4.004.461 Waddinxveen € 1.971.096 Wageningen € 2.871.951 Wassenaar € 2.837.194 Waterland € 1.371.474 Weert € 4.609.219 Weesp € 1.809.109 Werkendam € 1.857.402 Wervershoof € 674.940 West Maas en Waal € 1.575.957 Westerveld € 2.131.238 Westervoort € 1.080.915 Westland € 7.251.105 Weststellingwerf € 3.149.814 Westvoorne € 1.123.178 Wierden € 1.710.322 Wieringen € 963.022 Wieringermeer € 1.105.213 Wijchen € 3.036.599 Wijdemeren € 1.818.165 Wijk bij Duurstede € 1.336.433 Winschoten € 3.232.664 Winsum € 1.103.336 Winterswijk € 3.277.409 Woensdrecht € 1.644.671 Woerden € 3.231.248 Wormerland € 1.293.915 Woudenberg € 958.357 Woudrichem € 1.045.498 Wunseradiel € 931.529 Wymbritseradiel € 1.097.553 Zaanstad € 14.040.592 Zaltbommel € 1.915.462 Zandvoort € 2.445.617 Zederik € 940.199 Zeevang € 450.093 Zeewolde € 891.436 Zeist € 7.080.595 Zevenaar € 3.060.779 Zevenhuizen-Moerkapelle € 757.860 Zijpe € 770.454 Zoetermeer € 8.672.951 Zoeterwoude € 808.757 Zuidhorn € 1.335.699 Zundert € 2.089.956 Zutphen € 4.947.760 Zwartewaterland € 1.512.038 Zwijndrecht € 4.857.579 Zwolle € 10.364.718 Totaal € 1.535.349.553 Bijlage 29a-3, genoemd in artikel 29a. Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren Gemeente Uitkering 2011 Amersfoort € 131.386 Amsterdam € 4.344.672 Culemborg € 80.000 Ede € 80.000 Eindhoven € 161.876 Gorinchem € 80.000 Gouda € 201.918 Helmond € 104.944 Leiden € 155.803 Lelystad € 80.000 Maassluis € 80.000 Nijmegen € 101.592 Oosterhout € 80.000 Roosendaal € 123.542 Rotterdam € 2.566.388 Schiedam € 80.000 ’s-Gravenhage € 1.743.835 ’s-Hertogenbosch € 135.877 Tilburg € 157.638 Utrecht € 1.715.062 Veenendaal € 93.116 Zeist € 102.351 Totaal € 12.400.000 Bijlage 29c-3, genoemd in artikel 29c. Antillianengemeenten Gemeente Uitkering 2011 Almere € 220.000 Amersfoort € 85.000 Amsterdam € 522.500 Breda € 115.000 Capelle aan den IJssel € 92.500 Den Helder € 87.500 Dordrecht € 200.000 Eindhoven € 137.500 Groningen € 195.000 Hellevoetsluis € 45.000 Leeuwarden € 57.500 Lelystad € 92.500 Nijmegen € 107.500 Rotterdam € 1.172.500 Schiedam € 97.500 ’s-Gravenhage € 570.000 Spijkenisse € 95.000 Tilburg € 257.500 Vlaardingen € 82.500 Vlissingen € 47.500 Zoetermeer € 122.500 Zwolle € 82.500 Totaal € 4.485.000 Bijlage 29i-3, genoemd in artikel 29i. Herbestemming aandachtswijken Gemeente Uitkering 2011 Amsterdam € 674.000 Arnhem € 109.000 Deventer € 21.000 Eindhoven € 89.000 Enschede € 37.000 Groningen € 99.000 Heerlen € 93.000 Rotterdam € 496.000 ’s-Gravenhage € 202.000 Utrecht € 155.000 Zaanstad € 25.000 Totaal € 2.000.000 Bijlage 29j-3, genoemd in artikel 29j. Herstructurering bedrijventerreinen Gemeente Uitkering 2011 Beek € 180.000 Etten-Leur € 440.000 Hoogeveen € 250.000 Kampen € 150.000 Nijmegen € 1.242.000 Ooststellingwerf € 5.000.000 Oss € 500.000 Rotterdam € 1.030.000 ’s-Hertogenbosch € 690.000 Zwolle € 5.000.000 Totaal € 14.482.000 Bijlage 29k-3, genoemd in artikel 29k. Impuls brede scholen combinatiefuncties Gemeente Uitkering 2011 Aa en Hunze € 43.712 Aalburg € 52.672 Aalsmeer € 44.144 Achtkarspelen € 52.552 Alblasserdam € 73.488 Albrandswaard € 39.984 Alkmaar € 256.800 Almelo € 132.800 Almere € 393.352 Alphen aan den Rijn € 129.872 Ameland € 25.000 Amersfoort € 416.000 Amsterdam € 1.329.800 Anna Paulowna € 27.328 Apeldoorn € 269.016 Appingedam € 38.320 Arnhem € 368.800 Assen € 120.976 Baarle-Nassau € 19.040 Barneveld € 114.512 Bedum € 20.552 Beek € 27.320 Beemster € 30.784 Beesel € 47.456 Bellingwedde € 28.512 Bergeijk € 67.680 Bergen L € 47.632 Bergen NH € 49.000 Bergen op Zoom € 110.472 Berkelland € 163.008 Bernheze € 57.608 Bernisse € 43.344 Best € 56.672 Binnenmaas € 48.088 Bladel € 35.440 Bloemendaal € 80.992 Boarnsterhim € 36.752 Boekel € 39.728 Borger-Odoorn € 45.112 Borne € 39.512 Borsele € 44.208 Boskoop € 60.592 Boxmeer € 53.608 Boxtel € 53.728 Breda € 471.600 Brielle € 54.176 Bronckhorst € 67.336 Brummen € 75.408 Brunssum € 87.568 Bunschoten € 41.072 Buren € 47.776 Capelle aan den IJssel € 112.296 Castricum € 127.600 Coevorden € 61.896 Cranendonck € 67.632 Cromstrijen € 44.704 Cuijk € 44.384 Culemborg € 55.272 Dalfsen € 52.808 Dantumadiel € 74.032 De Bilt € 74.456 De Wolden € 43.448 Delft € 131.608 Delfzijl € 45.176 Den Helder € 95.376 Deventer € 173.200 Dongen € 90.736 Dongeradeel € 93.904 Dordrecht € 310.600 Drechterland € 35.552 Druten € 69.488 Duiven € 107.984 Echt-Susteren € 97.888 Edam-Volendam € 54.384 Ede € 209.616 Eemsmond € 30.648 Eersel € 32.776 Eijsden-Margraten € 47.520 Eindhoven € 440.000 Elburg € 88.400 Emmen € 264.000 Enkhuizen € 61.712 Enschede € 253.600 Ermelo € 94.128 Ferwerderadiel € 33.936 Gaasterlan-Sleat € 37.904 Geldermalsen € 52.448 Geldrop-Mierlo € 65.888 Gemert-Bakel € 51.016 Gennep € 56.160 Giessenlanden € 56.400 Gilze en Rijen € 45.664 Goedereede € 21.144 Goes € 61.128 Goirle € 37.384 Gorinchem € 60.536 Gouda € 132.384 Graafstroom € 45.392 Graft-De Rijp € 25.568 Grave € 46.928 Groesbeek € 63.056 Groningen € 340.000 Grootegast € 50.608 Gulpen-Wittem € 44.672 Haaren € 52.160 Haarlem € 235.800 Haarlemmerliede Spaarnw € 20.544 Haarlemmermeer € 268.560 Halderberge € 48.400 Hardenberg € 116.008 Harderwijk € 79.760 Haren € 33.376 Harenkarspel € 31.448 Harlingen € 27.248 Hattem € 43.648 Heemskerk € 134.992 Heemstede € 44.456 Heerde € 64.304 Heerenveen € 73.536 Heerhugowaard € 96.472 Heerlen € 131.200 Heeze-Leende € 53.408 Hellendoorn € 65.024 Hellevoetsluis € 68.544 Helmond € 159.224 Hendrik-Ido-Ambacht € 51.648 Hengelo O € 194.600 Heusden € 79.792 Hilvarenbeek € 58.912 Hoogeveen € 95.936 Hoogezand-Sappemeer € 114.624 Hoorn € 124.000 Horst aan de Maas € 150.848 Houten € 101.000 Hulst € 45.632 IJsselstein € 70.872 Kaag en Braassem € 94.608 Kampen € 100.280 Kapelle € 24.160 Katwijk € 121.112 Kerkrade € 63.896 Krimpen aan den IJssel € 52.656 Landerd € 55.728 Landgraaf € 57.304 Landsmeer € 35.776 Langedijk € 52.112 Lansingerland € 101.936 Leek € 35.360 Leerdam € 38.688 Leeuwarden € 143.200 Leiden € 174.200 Leidschendam-Voorburg € 113.024 Lelystad € 227.600 Lemsterland € 50.112 Leusden € 53.536 Liesveld € 41.872 Lingewaal € 41.856 Lingewaard € 165.328 Lochem € 111.312 Loon op Zand € 40.288 Loppersum € 39.024 Losser € 38.904 Maasdonk € 45.088 Maasgouw € 74.864 Maassluis € 52.648 Maastricht € 158.400 Marum € 39.520 Menterwolde € 44.016 Meppel € 55.280 Middelburg € 82.248 Middelharnis € 32.080 Mill en Sint Hubert € 40.256 Montferland € 123.712 Montfoort U € 55.888 Mook en Middelaar € 29.392 Neder-Betuwe € 102.160 Nederlek € 51.904 Nederweert € 59.200 Niedorp € 23.504 Nieuwegein € 101.056 Nieuw-Lekkerland € 44.896 Nijkerk € 151.408 Nijmegen € 263.600 Noord-Beveland € 10.896 Noordenveld € 54.512 Noordoostpolder € 189.632 Noordwijk € 77.440 Noordwijkerhout € 54.416 Nunspeet € 53.744 Oegstgeest € 83.328 Oisterwijk € 46.936 Oldambt € 125.072 Oldebroek € 89.600 Olst-Wijhe € 32.944 Oosterhout € 92.200 Oostflakkee € 17.360 Oostzaan € 34.704 Opmeer € 45.376 Oss € 162.160 Oud-Beijerland € 91.664 Ouder-Amstel € 47.232 Ouderkerk € 32.192 Oudewater € 38.720 Peel en Maas € 155.760 Pekela € 45.104 Pijnacker-Nootdorp € 95.392 Purmerend € 138.832 Putten € 45.728 Raalte € 70.960 Reimerswaal € 44.504 Renkum € 51.504 Reusel-De Mierden € 43.408 Rheden € 67.488 Rhenen € 69.632 Ridderkerk € 67.736 Rijnwoude € 69.584 Rijssen-Holten € 77.928 Rijswijk € 62.248 Roerdalen € 64.320 Roermond € 87.040 Roosendaal € 132.360 Rotterdam € 1.207.728 Schagen € 32.208 Scherpenzeel € 18.648 Schiedam € 126.800 Schiermonnikoog € 25.000 Schijndel € 41.088 Schinnen € 21.752 Schoonhoven € 43.680 Schouwen-Duiveland € 55.744 ’s-Gravenhage € 804.600 ’s-Hertogenbosch € 370.600 Simpelveld € 17.184 Sint-Anthonis € 46.384 Sint-Oedenrode € 65.024 Sittard-Geleen € 249.000 Skarsterlan € 51.688 Sliedrecht € 85.696 Slochteren € 55.600 Sluis € 35.832 Smallingerland € 99.800 Soest € 81.656 Son en Breugel € 29.000 Spijkenisse € 125.688 Stadskanaal € 56.632 Staphorst € 39.392 Steenbergen € 79.184 Steenwijkerland € 78.992 Stichtse Vecht € 155.832 Strijen € 32.480 Sudwest Fryslan € 246.408 Ten Boer € 29.792 Terneuzen € 91.096 Terschelling € 25.000 Texel € 24.456 Teylingen € 69.680 Tholen € 102.832 Tiel € 80.152 Tilburg € 538.200 Tubbergen € 44.952 Twenterand € 65.648 Tynaarlo € 55.736 Tytsjerksteradiel € 117.936 Ubbergen € 30.752 Uden € 73.360 Uithoorn € 51.032 Utrecht € 720.800 Utrechtse Heuvelrug € 86.288 Vaals € 27.472 Valkenburg aan de Geul € 48.080 Valkenswaard € 49.536 Veendam € 92.928 Veenendaal € 124.544 Veere € 39.152 Veldhoven € 149.680 Velsen € 122.608 Venlo € 219.800 Venray € 79.744 Vianen € 36.712 Vlaardingen € 112.504 Vlieland € 25.000 Vlissingen € 69.368 Vlist € 37.472 Voerendaal € 40.144 Voorschoten € 41.200 Vught € 91.920 Waalre € 62.432 Wageningen € 98.016 Waterland € 60.016 Weert € 80.280 Weesp € 54.720 Werkendam € 50.416 West Maas en Waal € 65.024 Westerveld € 62.416 Westervoort € 59.120 Westland € 189.584 Westvoorne € 46.080 Wierden € 44.896 Wieringen € 14.536 Wieringermeer € 23.784 Wijchen € 74.984 Wijdemeren € 41.592 Wijk bij Duurstede € 46.552 Woensdrecht € 69.056 Woerden € 94.296 Wormerland € 58.256 Woudrichem € 54.000 Zaanstad € 250.000 Zaltbommel € 54.768 Zandvoort € 46.128 Zeevang € 24.640 Zeewolde € 96.688 Zeist € 103.864 Zevenaar € 52.824 Zijpe € 20.984 Zoetermeer € 213.464 Zuidhorn € 38.848 Zuidplas € 81.072 Zundert € 35.264 Zutphen € 84.728 Zwartewaterland € 50.936 Zwijndrecht € 147.520 Zwolle € 205.400 Totaal € 31.258.648 Bijlage 29l-3, genoemd in artikel 29l. Innovatietrajecten inburgering Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 190.000 Almelo € 101.200 Leeuwarden € 216.100 Leiden € 160.000 Roermond € 72.500 Schiedam € 135.000 Utrecht € 156.000 Zoetermeer € 20.200 Totaal € 1.051.000 Bijlage 29m-3, genoemd in artikel 29m. Jeugdwerkloosheid Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 1.013.717 Almere € 490.030 Amersfoort € 281.581 Amsterdam € 1.560.075 Apeldoorn € 1.053.460 Arnhem € 671.776 Breda € 882.468 Doetinchem € 232.581 Dordrecht € 645.938 Eindhoven € 728.977 Emmen € 624.604 Enschede € 1.146.513 Goes € 462.274 Gouda € 157.024 Groningen € 1.021.411 Haarlem € 444.816 Heerlen € 758.912 Hilversum € 224.964 Leeuwarden € 907.300 Leiden € 649.821 Nijmegen € 360.591 Rotterdam € 2.286.584 ’s-Gravenhage € 1.528.660 ’s-Hertogenbosch € 865.821 Tiel € 441.187 Tilburg € 658.116 Utrecht € 1.127.039 Venlo € 863.758 Zaanstad € 413.510 Zwolle € 496.488 Totaal € 22.999.996 Bijlage 29o-3, genoemd in artikel 29o. Spoorse doorsnijdingen Gemeente Uitkering 2011 Amsterdam € 2.841.087 Barneveld € 3.100.041 Best € 1.130.465 Cuijk € 1.289.072 Deventer € 534.533 Eindhoven € 12.395.340 Gouda € 2.373.194 Haarlem € 2.545.965 Heerlen € 7.500.000 Helmond € 735.250 Leerdam € 100.427 Maastricht € 1.200.000 Nijkerk € 1.720.789 Nijmegen € 1.901.477 Roosendaal € 1.295.883 ’s-Hertogenbosch € 4.444.022 Tilburg € 918.173 Wijchen € 395.532 Winterswijk € 45.295 Zevenaar € 1.003.369 Zutphen € 79.989 Totaal € 47.549.903 Bijlage 29v-2, genoemd in artikel 29v. Arbeidsparticipatie alleenstaande ouders Gemeente Uitkering 2011 Almere € 884.446 Amsterdam € 913.816 Bodegraven-Reeuwijk € 44.616 Breda € 154.558 Echt-Susteren € 57.963 Enschede € 345.216 Groningen € 508.438 Heerenveen € 119.783 Nijmegen € 454.474 Oldambt € 100.144 Schiedam € 122.584 Vlaardingen € 44.887 Zwolle € 149.074 Totaal € 3.899.999 Bijlage 29x-2, genoemd in artikel 29x. Emancipatie Duizend en één kracht Gemeente Uitkering 2011 Amsterdam € 150.000 Breda € 150.000 Nijmegen € 150.000 Rotterdam € 150.000 ’s-Gravenhage € 150.000 Utrecht € 150.000 Totaal € 900.000 Bijlage 29ij-2, genoemd in artikel 29ij. Gezond in de stad Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 40.643 Almelo € 48.868 Amersfoort € 68.705 Amsterdam € 1.115.251 Arnhem € 110.315 Breda € 74.027 Deventer € 51.287 Dordrecht € 108.864 Eindhoven € 126.766 Emmen € 29.514 Enschede € 101.123 Groningen € 46.932 Haarlem € 79.350 Heerlen € 41.610 Helmond € 60.480 Hengelo O € 24.676 Leeuwarden € 35.804 Leiden € 62.415 Lelystad € 49.835 Maastricht € 41.126 Nijmegen € 76.931 Rotterdam € 1.162.183 Schiedam € 106.929 ’s-Gravenhage € 688.504 ’s-Hertogenbosch € 63.383 Sittard-Geleen € 22.740 Tilburg € 126.282 Utrecht € 277.724 Venlo € 58.545 Zaanstad € 87.575 Zwolle € 34.353 Totaal € 5.022.740 Bijlage 29dd-2, genoemd in artikel 29dd. Jeugd Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 165.775 Almelo € 296.468 Almere € 457.617 Amersfoort € 128.380 Amsterdam € 4.209.153 Apeldoorn € 75.177 Arnhem € 565.178 Breda € 436.799 Deventer € 235.941 Dordrecht € 525.469 Ede € 58.600 Eindhoven € 422.920 Emmen € 82.888 Enschede € 793.023 Groningen € 553.998 Haarlem € 313.817 Heerlen € 277.192 Helmond € 264.084 Hengelo O € 74.792 Leeuwarden € 142.644 Leiden € 213.580 Lelystad € 463.015 Maastricht € 230.543 Nijmegen € 605.273 Rotterdam € 4.407.313 Schiedam € 316.901 ’s-Gravenhage € 2.139.274 ’s-Hertogenbosch € 340.803 Sittard-Geleen € 176.185 Tilburg € 826.949 Utrecht € 907.524 Venlo € 424.462 Zaanstad € 256.374 Zoetermeer € 104.477 Zwolle € 207.412 Totaal € 21.700.000 Bijlage 29ee-2, genoemd in artikel 29ee. Leefbaarheid en veiligheid Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 770.759 Almelo € 629.796 Almere € 2.029.465 Amersfoort € 1.133.280 Amsterdam € 10.429.124 Apeldoorn € 1.005.240 Arnhem € 1.349.687 Breda € 1.320.310 Culemborg € 193.216 Deventer € 739.882 Dordrecht € 1.328.595 Ede € 705.651 Eindhoven € 1.781.684 Emmen € 683.258 Enschede € 1.387.225 Gouda € 847.659 Groningen € 1.514.734 Haarlem € 1.147.202 Haarlemmermeer € 1.006.940 Heerlen € 736.283 Helmond € 669.996 Hengelo O € 611.033 Leeuwarden € 735.926 Leiden € 1.074.504 Lelystad € 701.603 Maastricht € 931.843 Nijmegen € 1.225.110 Rotterdam € 9.481.492 Schiedam € 859.941 ’s-Gravenhage € 6.049.136 ’s-Hertogenbosch € 1.083.364 Sittard-Geleen € 724.620 Tilburg € 1.814.357 Utrecht € 2.806.418 Veenendaal € 432.765 Venlo € 647.941 Zaanstad € 1.131.777 Zeist € 431.622 Zoetermeer € 1.021.002 Zwolle € 865.558 Totaal € 64.039.998 Bijlage 29ii-2, genoemd in artikel 29ii. Vadercentra Gemeente Uitkering 2011 Amersfoort € 50.000 Breda € 50.000 Deventer € 50.000 Eindhoven € 50.000 Groningen € 50.000 Haarlem € 50.000 Leeuwarden € 50.000 Leidschendam-Voorburg € 50.000 Nijmegen € 50.000 Oosterhout € 49.000 ’s-Gravenhage € 50.000 Tilburg € 50.000 Vlaardingen € 50.000 Zoetermeer € 50.000 Totaal € 699.000 Bijlage 29jj-2, genoemd in artikel 29jj. Versterking peuterspeelzaalwerk Gemeente Uitkering 2011 Aa en Hunze € 115.699,70 Aalburg € 40.977,78 Aalsmeer € 50.616,54 Aalten € 69.067,38 Achtkarspelen € 80.948,56 Alblasserdam € 36.196,74 Albrandswaard € 43.541,68 Alkmaar € 146.371,84 Almelo € 133.267,10 Almere € 382.334,48 Alphen aan den Rijn € 131.971,46 Alphen-Chaam € 36.918,96 Ameland € 18.297,72 Amersfoort € 266.348,36 Amstelveen € 128.976,56 Amsterdam € 1.084.404,82 Anna Paulowna € 44.659,66 Apeldoorn € 309.683,84 Appingedam € 21.508,42 Arnhem € 223.217,46 Assen € 124.457,96 Asten € 38.690,38 Baarle-Nassau € 25.111,04 Baarn € 45.436,80 Barendrecht € 90.266,06 Barneveld € 144.373,62 Bedum € 27.986,64 Beek € 32.021,16 Beemster € 28.031,20 Beesel € 27.967,70 Bellingwedde € 46.283,94 Bergambacht € 27.526,84 Bergeijk € 56.271,14 Bergen L € 50.910,82 Bergen NH € 66.143,00 Bergen op Zoom € 120.177,06 Berkelland € 129.284,92 Bernheze € 73.478,62 Bernisse € 35.495,56 Best € 58.355,86 Beuningen € 59.217,04 Beverwijk € 62.448,58 Binnenmaas € 68.244,04 Bladel € 51.479,66 Blaricum € 19.778,20 Bloemendaal € 47.398,54 Boarnsterhim € 70.506,98 Bodegraven-Reeuwijk € 91.753,76 Boekel € 28.575,62 Borger-Odoorn € 125.269,46 Borne € 43.415,90 Borsele € 86.745,60 Boskoop € 35.675,16 Boxmeer € 78.628,90 Boxtel € 61.529,16 Breda € 284.860,58 Brielle € 34.023,52 Bronckhorst € 123.692,86 Brummen € 53.075,46 Brunssum € 44.000,28 Bunnik € 33.273,70 Bunschoten € 44.279,98 Buren € 88.088,50 Bussum € 54.254,96 Capelle aan den IJssel € 106.222,76 Castricum € 71.241,32 Coevorden € 130.679,94 Cranendonck € 52.104,56 Cromstrijen € 34.081,14 Cuijk € 54.039,68 Culemborg € 54.672,58 Dalfsen € 81.880,02 Dantumadiel € 57.840,12 De Bilt € 90.534,64 De Marne € 60.906,12 De Ronde Venen € 121.591,16 De Wolden € 98.179,14 Delft € 135.530,16 Delfzijl € 73.204,64 Den Helder € 98.457,08 Deurne € 74.496,74 Deventer € 181.035,04 Diemen € 40.685,38 Dinkelland € 83.233,00 Dirksland € 25.732,38 Doesburg € 21.561,84 Doetinchem € 108.949,84 Dongen € 51.132,74 Dongeradeel € 95.222,36 Dordrecht € 199.100,92 Drechterland € 53.900,72 Drimmelen € 63.963,78 Dronten € 116.045,96 Druten € 43.825,34 Duiven € 58.382,28 Echt-Susteren € 73.538,48 Edam-Volendam € 52.625,66 Ede € 261.460,28 Eemnes € 23.202,92 Eemsmond € 67.600,64 Eersel € 55.150,70 Eijsden-Margraten € 71.982,42 Eindhoven € 306.221,68 Elburg € 55.355,50 Emmen € 253.443,00 Enkhuizen € 31.157,60 Enschede € 264.170,36 Epe € 88.771,54 Ermelo € 60.841,56 Etten-Leur € 73.910,64 Ferwerderadiel € 37.297,88 Franekeradeel € 63.099,58 Gaasterlan-Sleat € 50.656,82 Geertruidenberg € 37.624,38 Geldermalsen € 68.141,26 Geldrop-Mierlo € 66.468,36 Gemert-Bakel € 73.015,96 Gennep € 42.194,64 Giessenlanden € 49.193,26 Gilze en Rijen € 56.792,52 Goedereede € 40.242,20 Goes € 75.378,42 Goirle € 42.615,72 Gorinchem € 58.860,92 Gouda € 124.465,38 Graafstroom € 44.608,68 Graft-De Rijp € 20.105,42 Grave € 28.716,58 Groesbeek € 45.153,16 Groningen € 255.221,98 Grootegast € 47.265,42 Gulpen-Wittem € 61.474,76 Haaksbergen € 60.810,58 Haaren € 39.816,84 Haarlem € 219.919,66 Haarlemmerliede Spaarnw € 18.101,02 Haarlemmermeer € 315.063,54 Halderberge € 67.942,36 Hardenberg € 173.754,02 Harderwijk € 81.514,70 Hardinxveld-Giessendam € 38.438,76 Haren € 41.495,74 Harenkarspel € 52.813,76 Harlingen € 30.664,16 Hattem € 25.850,14 Heemskerk € 70.178,40 Heemstede € 44.822,02 Heerde € 51.077,34 Heerenveen € 114.505,32 Heerhugowaard € 99.638,62 Heerlen € 127.765,90 Heeze-Leende € 45.156,30 Heiloo € 40.295,54 Hellendoorn € 85.995,98 Hellevoetsluis € 69.476,36 Helmond € 152.487,56 Hendrik-Ido-Ambacht € 49.846,50 Hengelo O € 140.588,76 Het Bildt € 43.781,06 Heumen € 40.063,16 Heusden € 87.646,84 Hillegom € 36.383,36 Hilvarenbeek € 46.421,44 Hilversum € 135.975,34 Hof van Twente € 92.293,10 Hoogeveen € 128.434,40 Hoogezand-Sappemeer € 68.036,38 Hoorn € 117.909,44 Horst aan de Maas € 96.862,34 Houten € 114.376,04 Huizen € 80.158,68 Hulst € 90.169,72 IJsselstein € 67.180,16 Kaag en Braassem € 73.241,62 Kampen € 119.998,70 Kapelle € 32.425,98 Katwijk € 119.412,42 Kerkrade € 64.261,14 Koggenland € 77.546,58 Kollumerland en Nwkruisl € 52.602,98 Korendijk € 38.548,70 Krimpen aan den IJssel € 50.526,00 Laarbeek € 50.264,46 Landerd € 41.159,72 Landgraaf € 57.525,84 Landsmeer € 28.579,66 Langedijk € 54.883,50 Lansingerland € 110.771,86 Laren € 18.634,52 Leek € 47.673,64 Leerdam € 45.575,94 Leeuwarden € 150.748,26 Leeuwarderadeel € 29.501,80 Leiden € 169.446,48 Leiderdorp € 48.994,98 Leidschendam-Voorburg € 109.507,46 Lelystad € 156.033,42 Lemsterland € 42.288,60 Leudal € 101.315,82 Leusden € 64.777,00 Liesveld € 31.670,64 Lingewaal € 37.842,98 Lingewaard € 88.754,48 Lisse € 42.493,30 Littenseradiel € 72.699,66 Lochem € 103.297,92 Loon op Zand € 48.878,90 Lopik € 62.160,24 Loppersum € 54.572,52 Losser € 56.018,46 Maasdonk € 34.395,42 Maasdriel € 68.411,10 Maasgouw € 52.840,34 Maassluis € 50.443,54 Maastricht € 162.732,66 Marum € 36.736,56 Medemblik € 122.569,06 Meerssen € 43.747,92 Menameradiel € 48.074,88 Menterwolde € 38.180,60 Meppel € 65.572,66 Middelburg € 87.681,82 Middelharnis € 42.067,74 Midden Drenthe € 140.817,98 Midden-Delfland € 51.387,74 Mill en Sint Hubert € 33.893,32 Millingen aan de Rijn € 12.368,10 Moerdijk € 107.874,40 Montferland € 85.383,96 Montfoort U € 36.060,22 Mook en Middelaar € 21.840,10 Muiden € 17.860,12 Naarden € 36.645,90 Neder-Betuwe € 71.291,30 Nederlek € 36.431,26 Nederweert € 47.254,02 Neerijnen € 47.159,50 Niedorp € 44.545,12 Nieuwegein € 96.713,98 Nieuwkoop € 83.205,38 Nieuw-Lekkerland € 26.816,20 Nijkerk € 92.019,00 Nijmegen € 237.659,70 Noord-Beveland € 40.890,74 Noordenveld € 97.111,58 Noordoostpolder € 155.268,24 Noordwijk € 46.597,52 Noordwijkerhout € 39.071,22 Nuenen c.a. € 46.033,62 Nunspeet € 79.342,96 Nuth € 33.724,70 Oegstgeest € 41.049,90 Oirschot € 49.544,36 Oisterwijk € 52.383,32 Oldambt € 114.785,02 Oldebroek € 63.464,60 Oldenzaal € 55.636,48 Olst-Wijhe € 56.995,22 Ommen € 73.988,96 Onderbanken € 21.162,00 Oost Gelre € 74.669,30 Oosterhout € 102.410,40 Oostflakkee € 33.901,28 Ooststellingwerf € 92.011,70 Oostzaan € 21.789,70 Opmeer € 38.435,44 Opsterland € 110.058,92 Oss € 177.046,08 Oud-Beijerland € 46.699,96 Oude IJsselstreek € 96.867,42 Ouder-Amstel € 29.005,44 Ouderkerk € 27.600,36 Oudewater € 26.662,68 Overbetuwe € 111.411,22 Papendrecht € 53.902,10 Peel en Maas € 107.907,62 Pekela € 32.150,92 Pijnacker-Nootdorp € 104.953,76 Purmerend € 131.519,78 Putten € 64.269,98 Raalte € 98.697,18 Reimerswaal € 68.653,04 Renkum € 59.989,48 Renswoude € 12.690,50 Reusel-De Mierden € 38.217,38 Rheden € 83.854,34 Rhenen € 48.400,04 Ridderkerk € 70.112,86 Rijnwaarden € 31.695,04 Rijnwoude € 52.894,80 Rijssen-Holten € 94.230,26 Rijswijk € 60.770,96 Roerdalen € 57.045,72 Roermond € 98.034,80 Roosendaal € 148.517,40 Rotterdam € 938.711,88 Rozendaal € 7.044,10 Rucphen € 44.574,40 Schagen € 32.673,18 Schermer € 29.320,20 Scherpenzeel € 20.175,38 Schiedam € 119.798,50 Schiermonnikoog € 9.172,82 Schijndel € 45.028,54 Schinnen € 27.179,98 Schoonhoven € 22.521,42 Schouwen-Duiveland € 111.333,48 ’s-Gravenhage € 747.538,60 ’s-Hertogenbosch € 221.562,86 Simpelveld € 20.457,44 Sint-Anthonis € 41.478,82 Sint-Michielsgestel € 63.934,70 Sint-Oedenrode € 44.324,84 Sittard-Geleen € 150.762,40 Skarsterlan € 103.643,62 Sliedrecht € 42.314,74 Slochteren € 63.551,04 Sluis € 98.057,46 Smallingerland € 118.273,42 Soest € 87.344,58 Someren € 46.590,14 Son en Breugel € 34.065,68 Spijkenisse € 118.990,70 Stadskanaal € 87.291,66 Staphorst € 60.015,58 Stede Broec € 40.360,12 Steenbergen € 64.156,04 Steenwijkerland € 153.233,72 Stein € 43.440,76 Stichtse Vecht € 149.549,26 Strijen € 28.337,30 Sudwest Fryslan € 270.451,06 Ten Boer € 30.247,80 Terneuzen € 148.576,98 Terschelling € 32.352,02 Texel € 75.455,64 Teylingen € 81.927,28 Tholen € 80.502,72 Tiel € 80.684,66 Tilburg € 325.224,10 Tubbergen € 74.419,02 Twenterand € 87.812,76 Tynaarlo € 98.429,42 Tytsjerksteradiel € 105.960,62 Ubbergen € 27.442,80 Uden € 78.361,68 Uitgeest € 25.703,26 Uithoorn € 50.205,04 Urk € 51.646,52 Utrecht € 446.855,20 Utrechtse Heuvelrug € 118.050,80 Vaals € 24.756,32 Valkenburg aan de Geul € 35.933,08 Valkenswaard € 55.818,96 Veendam € 58.539,88 Veenendaal € 118.637,48 Veere € 78.059,26 Veghel € 88.094,24 Veldhoven € 74.350,22 Velsen € 126.106,28 Venlo € 189.062,90 Venray € 122.308,90 Vianen € 44.241,92 Vlaardingen € 106.834,06 Vlagtwedde € 64.779,20 Vlieland € 10.579,80 Vlissingen € 72.108,96 Vlist € 34.811,66 Voerendaal € 31.306,16 Voorschoten € 40.482,30 Voorst € 77.315,44 Vught € 50.871,30 Waalre € 32.108,52 Waalwijk € 83.697,72 Waddinxveen € 50.177,78 Wageningen € 55.743,30 Wassenaar € 52.587,24 Waterland € 49.221,24 Weert € 91.947,16 Weesp € 32.532,76 Werkendam € 73.967,76 West Maas en Waal € 54.659,84 Westerveld € 103.046,82 Westervoort € 29.280,02 Westland € 191.059,30 Weststellingwerf € 94.770,30 Westvoorne € 34.983,22 Wierden € 59.290,26 Wieringen € 26.068,36 Wieringermeer € 50.008,28 Wijchen € 86.758,44 Wijdemeren € 62.526,26 Wijk bij Duurstede € 52.357,68 Winsum € 50.361,22 Winterswijk € 76.595,14 Woensdrecht € 51.280,32 Woerden € 110.894,06 Wormerland € 37.175,08 Woudenberg € 27.298,50 Woudrichem € 43.551,08 Zaanstad € 246.645,86 Zaltbommel € 76.295,10 Zandvoort € 28.163,72 Zederik € 51.065,94 Zeevang € 33.601,90 Zeewolde € 75.659,28 Zeist € 113.633,92 Zevenaar € 66.892,26 Zijpe € 48.985,00 Zoetermeer € 205.496,70 Zoeterwoude € 24.965,88 Zuidhorn € 69.774,14 Zuidplas € 97.967,60 Zundert € 52.673,40 Zutphen € 83.056,78 Zwartewaterland € 60.979,54 Zwijndrecht € 74.629,80 Zwolle € 210.337,18 Totaal € 35.000.001,62 Bijlage 29kk-2, genoemd in artikel 29kk. Vrouwenopvang Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 1.751.868 Almere € 1.667.973 Amersfoort € 1.614.073 Amsterdam € 7.882.245 Apeldoorn € 2.149.614 Arnhem € 5.296.535 Breda € 5.940.399 Delft € 1.607.675 Den Helder € 872.856 Dordrecht € 1.679.963 Ede € 1.201.138 Eindhoven € 2.440.383 Emmen € 1.906.732 Enschede € 2.818.900 Gouda € 1.753.536 Groningen € 3.592.362 Haarlem € 2.406.480 Heerlen € 1.215.035 Helmond € 926.563 Hilversum € 1.063.928 Leeuwarden € 4.023.706 Leiden € 3.945.044 Maastricht € 2.408.134 Nijmegen € 2.153.594 Rotterdam € 5.470.798 ’s-Gravenhage € 4.900.301 ’s-Hertogenbosch € 2.918.047 Spijkenisse € 1.139.469 Tilburg € 4.840.619 Utrecht € 4.826.200 Venlo € 2.014.064 Vlaardingen € 881.652 Vlissingen € 1.553.151 Zaanstad € 1.317.240 Zwolle € 3.042.779 Totaal € 95.223.056 Bijlage 29nn-2, genoemd in artikel 29nn. Uitvoeringskosten Wet werk en inkomen kunstenaars Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 52.480 Amsterdam € 852.800 Arnhem € 223.040 Assen € 26.240 Breda € 65.600 Eindhoven € 157.440 Enschede € 52.480 Groningen € 223.040 Haarlem € 52.480 Hilversum € 52.480 Leeuwarden € 91.840 Lelystad € 26.240 Maastricht € 131.200 Middelburg € 26.240 Rotterdam € 393.600 ’s-Gravenhage € 341.120 ’s-Hertogenbosch € 91.840 Tilburg € 78.720 Utrecht € 393.600 Zwolle € 104.960 Totaal € 3.437.440 Bijlage 29pp, genoemd in artikel 29pp. Eigen kracht Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 50.000 Almere € 50.000 Amersfoort € 50.000 Amsterdam € 250.000 Breda € 50.000 Delft € 50.000 Deventer € 50.000 Doetinchem € 50.000 Eindhoven € 50.000 Enschede € 50.000 Groningen € 50.000 Haarlem € 50.000 Hengelo O € 50.000 Leeuwarden € 50.000 Nijmegen € 50.000 Rotterdam € 250.000 ’s-Gravenhage € 250.000 Sittard-Geleen € 50.000 Tiel € 50.000 Tilburg € 50.000 Utrecht € 250.000 Zeist € 50.000 Totaal € 1.900.000 Bijlage 29qq, genoemd in artikel 29qq. - document.segment-2 Verify source ↗
Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011) — segment 2
AI-assisted research summary: This provision lists 2011 grant amounts for many municipalities and provinces under different budget headings.
Nazorg ex-gedetineerden Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 64.954 Almelo € 60.407 Almere € 154.374 Amersfoort € 123.629 Amsterdam € 675.520 Apeldoorn € 76.429 Arnhem € 152.208 Assen € 57.159 Bergen op Zoom € 71.666 Breda € 130.990 Delft € 69.934 Den Helder € 42.003 Deventer € 76.862 Doetinchem € 46.767 Dordrecht € 156.106 Ede € 51.747 Eindhoven € 189.449 Emmen € 46.117 Enschede € 142.682 Gouda € 58.025 Groningen € 205.471 Haarlem € 137.053 Heerlen € 122.763 Helmond € 61.057 Hilversum € 53.046 Hoorn € 38.756 Leeuwarden € 212.182 Leiden € 132.939 Maastricht € 123.412 Nijmegen € 119.732 Oss € 65.170 Purmerend € 33.343 Rotterdam € 658.632 ’s-Gravenhage € 565.964 ’s-Hertogenbosch € 92.451 Spijkenisse € 43.736 Tilburg € 153.941 Utrecht € 229.070 Venlo € 151.559 Vlaardingen € 85.089 Vlissingen € 109.772 Zaanstad € 52.396 Zwolle € 105.442 Totaal € 6.000.004 Bijlage 31a-2, genoemd in artikel 31a. Alle troeven in handen Gemeente Uitkering 2011 Arnhem € 23.077 Delft € 33.462 Deventer € 46.154 Groningen € 42.148 Haarlem € 46.154 Haarlemmermeer € 23.077 Leeuwarden € 23.077 Leidschendam-Voorburg € 23.077 Nijmegen € 23.077 Rotterdam € 46.154 ’s-Gravenhage € 23.077 ’s-Hertogenbosch € 46.154 Sittard-Geleen € 39.231 Smallingerland € 11.538 Veenendaal € 16.247 Zaanstad € 45.992 Totaal € 511.696 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 46.154 Fryslân € 46.154 Totaal € 92.308 Bijlage 31b-2, genoemd in artikel 31b. Bedrijventerreinen Provincie Uitkering 2011 Overijssel € 550.000 Gelderland € 2.002.000 Zuid-Holland € 6.520.000 Zeeland € 463.000 Noord-Brabant € 303.000 Limburg € 7.200.000 Totaal € 17.038.000 Bijlage 31c-2, genoemd in artikel 31c. Bodemsanering Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 409.337 Almelo € 456.888 Amersfoort € 392.728 Amsterdam € 4.537.101 Arnhem € 459.455 Breda € 529.961 Deventer € 436.255 Dordrecht € 408.687 Eindhoven € 431.720 Emmen € 665.738 Enschede € 538.215 Groningen € 538.830 Haarlem € 947.027 Heerlen € 423.527 Helmond € 928.790 Hengelo O € 490.904 Leeuwarden € 450.467 Leiden € 424.593 Maastricht € 478.633 Nijmegen € 424.019 Rotterdam € 1.394.514 Schiedam € 390.539 ’s-Gravenhage € 1.405.804 ’s-Hertogenbosch € 363.088 Sittard-Geleen € 2.991 Tilburg € 1.072.352 Utrecht € 389.663 Venlo € 516.694 Zaanstad € 1.304.012 Zwolle € 402.122 Totaal € 21.614.654 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 2.232.744 Fryslân € 3.657.177 Drenthe € 1.239.143 Overijssel € 17.423.492 Gelderland € 14.053.915 Utrecht € 1.385.337 Noord-Holland € 6.134.373 Zuid-Holland € 10.200.970 Zeeland € 470.611 Noord-Brabant € 13.508.470 Limburg € 720.015 Flevoland € 227.463 Totaal € 71.253.710 Bijlage 31e-2, genoemd in artikel 31e. Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn Gemeente Uitkering 2011 Assen € 7.306.660 Totaal € 7.306.660 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 4.324.406 Fryslân € 9.862.225 Drenthe € 866.129 Flevoland € 831.483 Totaal € 15.884.243 Bijlage 31f-2, genoemd in artikel 31f. Stimulering lokale klimaatinitiatieven (SLOK) Gemeente Uitkering 2011 Aa en Hunze € 41.408 Aalburg € 8.748 Aalsmeer € 15.305 Aalten € 23.317 Albrandswaard € 27.385 Alkmaar € 131.420 Almelo € 41.641 Alphen aan den Rijn € 39.938 Alphen-Chaam € 10.755 Amersfoort € 72.971 Amstelveen € 42.249 Amsterdam € 397.695 Anna Paulowna € 14.807 Apeldoorn € 109.904 Appingedam € 8.400 Arnhem € 78.602 Assen € 39.443 Asten € 11.700 Baarle-Nassau € 8.400 Baarn € 35.443 Barendrecht € 22.795 Barneveld € 42.811 Bedum € 8.236 Beek € 10.170 Beesel € 8.400 Bellingwedde € 12.027 Bergeijk € 15.889 Bergen NH € 25.202 Bergen op Zoom € 32.110 Berkelland € 36.046 Bernheze € 23.602 Bernisse € 26.263 Best € 26.761 Beuningen € 16.971 Beverwijk € 42.378 Bladel € 16.865 Bloemendaal € 11.553 Bodegraven-Reeuwijk € 24.553 Borne € 9.837 Borsele € 25.640 Boskoop € 8.400 Boxmeer € 53.657 Boxtel € 21.089 Breda € 94.740 Brielle € 8.456 Bronckhorst € 48.026 Capelle aan den IJssel € 32.781 Castricum € 22.385 Cranendonck € 17.856 Cuijk € 13.613 Dalfsen € 30.100 Dantumadiel € 50.332 De Bilt € 21.173 De Marne € 24.236 De Ronde Venen € 33.762 Delft € 47.990 Delfzijl € 27.450 Deurne € 27.583 Deventer € 60.138 Diemen € 12.859 Dirksland € 11.736 Doetinchem € 35.157 Dongen € 12.002 Dongeradeel € 22.981 Dordrecht € 66.930 Drechterland € 17.323 Drimmelen € 19.256 Dronten € 170.857 Duiven € 12.466 Ede € 84.640 Eemsmond € 28.040 Eersel € 17.327 Eindhoven € 109.273 Elburg € 17.501 Enkhuizen € 42.726 Enschede € 88.599 Ermelo € 16.715 Etten-Leur € 19.773 Ferwerderadiel € 14.564 Gaasterlan-Sleat € 19.872 Geertruidenberg € 10.184 Geldrop-Mierlo € 21.321 Gennep € 13.320 Gilze en Rijen € 51.784 Goedereede € 16.940 Goes € 75.847 Goirle € 14.954 Gorinchem € 14.781 Gouda € 35.720 Graft-De Rijp € 8.400 Groningen € 95.345 Haaksbergen € 17.347 Haarlem € 73.422 Haarlemmermeer € 85.322 Halderberge € 21.866 Hardenberg € 60.942 Harderwijk € 25.117 Hardinxveld-Giessendam € 8.400 Haren € 38.959 Harenkarspel € 13.330 Hattem € 8.400 Heemskerk € 45.394 Heemstede € 28.676 Heerde € 17.012 Heerenveen € 35.078 Heerhugowaard € 27.927 Heerlen € 130.769 Heiloo € 12.467 Hellendoorn € 31.751 Hellevoetsluis € 23.614 Helmond € 46.744 Hendrik-Ido-Ambacht € 10.402 Hengelo O € 45.290 Het Bildt € 30.764 Heumen € 9.542 Heusden € 28.949 Hillegom € 11.087 Hilversum € 44.731 Hoogeveen € 39.466 Hoorn € 38.080 Horst aan de Maas € 31.891 Houten € 27.902 Huizen € 22.427 Kaag en Braassem € 19.598 Kampen € 40.489 Katwijk € 31.864 Kerkrade € 25.571 Koggenland € 18.931 Kollumerland en Nwkruisl € 18.450 Krimpen aan den IJssel € 14.626 Laarbeek € 16.253 Landgraaf € 45.665 Landsmeer € 22.920 Lansingerland € 28.756 Leek € 15.884 Leeuwarden € 52.833 Leeuwarderadeel € 8.400 Leiden € 58.431 Leiderdorp € 13.720 Leidschendam-Voorburg € 38.454 Lelystad € 312.825 Lemsterland € 19.438 Leudal € 34.827 Leusden € 54.066 Lisse € 12.164 Littenseradiel € 19.065 Lochem € 38.288 Loppersum € 6.288 Maassluis € 16.107 Maastricht € 63.023 Marum € 8.793 Medemblik € 48.224 Menameradiel € 13.921 Menterwolde € 39.668 Meppel € 20.791 Middelburg € 22.109 Middelharnis € 47.958 Midden Drenthe € 52.229 Midden-Delfland € 10.466 Moerdijk € 100.272 Montferland € 27.886 Montfoort U € 8.400 Nederweert € 18.550 Niedorp € 12.309 Nieuwkoop € 22.419 Nijkerk € 71.171 Nijmegen € 82.733 Noordoostpolder € 29.348 Noordwijk € 15.509 Noordwijkerhout € 9.744 Nuenen c.a. € 39.269 Nunspeet € 26.241 Nuth € 11.029 Oegstgeest € 11.311 Oirschot € 14.663 Oisterwijk € 52.101 Oldambt € 48.607 Oldebroek € 21.227 Oldenzaal € 13.683 Ommen € 74.552 Oost Gelre € 25.778 Oosterhout € 33.066 Oostflakkee € 16.099 Ooststellingwerf € 98.752 Oostzaan € 8.400 Opmeer € 22.920 Opsterland € 37.961 Oss € 47.482 Oude IJsselstreek € 33.547 Ouder-Amstel € 8.400 Oudewater € 8.400 Overbetuwe € 89.073 Papendrecht € 34.989 Pekela € 8.912 Pijnacker-Nootdorp € 24.433 Putten € 20.147 Raalte € 26.799 Renswoude € 22.920 Reusel-De Mierden € 14.138 Rheden € 23.231 Rhenen € 13.470 Ridderkerk € 11.582 Rijnwoude € 15.010 Rijssen-Holten € 74.577 Rijswijk € 23.942 Roerdalen € 19.454 Roermond € 71.380 Roosendaal € 37.774 Rotterdam € 312.764 Rucphen € 13.480 Schagen € 11.125 Schermer € 25.109 Schiedam € 37.913 Schijndel € 41.714 Schouwen-Duiveland € 47.876 ’s-Gravenhage € 234.801 ’s-Hertogenbosch € 74.227 Sint-Anthonis € 12.105 Sint-Michielsgestel € 15.238 Sint-Oedenrode € 11.514 Sittard-Geleen € 54.329 Skarsterlan € 35.623 Sliedrecht € 27.705 Slochteren € 17.912 Smallingerland € 107.552 Soest € 26.491 Someren € 13.138 Son en Breugel € 10.072 Spijkenisse € 38.389 Stadskanaal € 60.537 Staphorst € 16.422 Stede Broec € 9.410 Steenbergen € 21.010 Steenwijkerland € 148.076 Stein € 14.939 Stichtse Vecht € 42.484 Sudwest Fryslan € 128.397 Ten Boer € 8.400 Terschelling € 23.107 Teylingen € 20.213 Tholen € 29.038 Tilburg € 108.426 Twenterand € 27.286 Tynaarlo € 83.490 Tytsjerksteradiel € 32.322 Uden € 26.247 Uitgeest € 22.920 Uithoorn € 11.796 Utrecht € 147.889 Utrechtse Heuvelrug € 101.877 Veendam € 21.651 Veenendaal € 31.491 Veere € 25.351 Veghel € 25.780 Veldhoven € 23.977 Velsen € 80.755 Venlo € 61.492 Venray € 37.244 Vianen € 29.344 Vlaardingen € 36.864 Vlagtwedde € 19.342 Vlieland € 8.400 Voorschoten € 12.076 Voorst € 18.630 Waalre € 8.400 Waalwijk € 28.866 Waddinxveen € 15.425 Wageningen € 20.399 Wassenaar € 37.678 Waterland € 41.972 Weesp € 29.094 Werkendam € 19.415 Westland € 55.670 Westvoorne € 12.855 Wierden € 16.219 Wijchen € 71.246 Wijk bij Duurstede € 44.772 Winsum € 17.419 Winterswijk € 28.488 Woensdrecht € 15.229 Woerden € 32.623 Wormerland € 33.531 Woudrichem € 9.413 Zaanstad € 76.108 Zaltbommel € 16.800 Zandvoort € 24.332 Zeevang € 8.799 Zeist € 92.377 Zijpe € 15.709 Zoetermeer € 60.145 Zoeterwoude € 6.458 Zuidhorn € 22.254 Zuidplas € 12.392 Zundert € 17.173 Zutphen € 26.720 Zwijndrecht € 51.039 Zwolle € 67.145 Totaal € 11.150.345 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 78.498 Fryslân € 92.629 Drenthe € 78.094 Overijssel € 101.918 Gelderland € 139.889 Utrecht € 88.858 Noord-Holland € 144.958 Zuid-Holland € 167.906 Zeeland € 51.246 Noord-Brabant € 112.180 Limburg € 92.998 Flevoland € 72.825 Totaal € 1.221.999 Bijlage 31h, genoemd in artikel 31h. Stimuleringsregeling oversampling WoOn Gemeente Uitkering 2011 Amstelveen € 4.763 Arnhem € 20.000 Bergen op Zoom € 20.000 Delft € 20.000 Duiven € 18.451 Gouda € 6.077 Harderwijk € 17.789 Hattem € 13.108 Kampen € 6.270 Katwijk € 5.626 Lingewaard € 15.496 Maassluis € 6.831 Nijmegen € 20.000 Nunspeet € 18.747 ’s-Gravenhage € 3.399 Teylingen € 6.265 Utrecht € 10.627 Vlaardingen € 20.000 Zwolle € 20.000 Totaal € 253.449 Provincie Uitkering 2011 Gelderland € 2.364 Zeeland € 20.000 Totaal € 22.364 Bijlage 31i, genoemd in artikel 31i. Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) Gemeente Uitkering 2011 Alkmaar € 1.758.930 Almelo € 1.350.326 Amersfoort € 1.303.045 Amsterdam € 55.923.744 Arnhem € 4.915.138 Breda € 1.830.545 Deventer € 1.944.612 Dordrecht € 3.154.396 Eindhoven € 3.314.927 Emmen € 994.768 Enschede € 3.743.413 Groningen € 10.328.868 Haarlem € 3.830.021 Heerlen € 3.422.057 Helmond € 807.274 Hengelo O € 1.525.252 Leeuwarden € 4.453.546 Leiden € 2.875.489 Lelystad € 85.743 Maastricht € 2.282.873 Nijmegen € 3.493.472 Rotterdam € 42.948.812 Schiedam € 3.740.953 ’s-Gravenhage € 28.508.199 ’s-Hertogenbosch € 1.069.630 Sittard-Geleen € 1.713.968 Tilburg € 3.008.209 Utrecht € 9.643.308 Venlo € 1.843.494 Zaanstad € 2.488.623 Zwolle € 1.624.395 Totaal € 209.928.030 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 5.337.194 Fryslân € 5.267.803 Drenthe € 2.702.364 Overijssel € 3.594.709 Gelderland € 8.194.508 Utrecht € 2.967.607 Noord-Holland € 8.135.988 Zuid-Holland € 16.935.465 Zeeland € 4.981.101 Noord-Brabant € 10.454.869 Limburg € 6.648.347 Flevoland € 1.166.954 Totaal € 76.386.909 Bijlage 31j, genoemd in artikel 31j. Nationale gebiedsontwikkelingen Gemeente Uitkering 2011 Almere € 17.200.000 Amsterdam € 5.000.000 Eindhoven € 4.080.000 Enschede € 560.000 Groningen € 280.000 Hengelo O € 160.000 Leeuwarden € 412.000 Zaltbommel € 200.000 Zwartewaterland € 40.000 Totaal € 27.932.000 Provincie Uitkering 2011 Utrecht € 282.000 Noord-Holland € 480.000 Zeeland € 1.500.000 Totaal € 2.262.000 Bijlage 31k, genoemd in artikel 31k. Green Deal Gemeente Uitkering 2011 Rotterdam € 1.000.000 Totaal € 1.000.000 Provincie Uitkering 2011 Drenthe € 3.000.000 Overijssel € 3.000.000 Totaal € 6.000.000 Bijlage 31l, genoemd in artikel 31l. Pieken in de Delta Gemeente Uitkering 2011 Amsterdam € 6.555.000 Rotterdam € 1.966.000 ’s-Gravenhage € 1.966.000 Utrecht € 3.095.000 Totaal € 13.582.000 Provincie Uitkering 2011 Groningen € 10.000.000 Overijssel € 2.750.000 Gelderland € 2.750.000 Utrecht € 2.000.000 Zuid-Holland € 1.966.000 Zeeland € 200.000 Totaal € 19.666.000 Bijlage 31m, genoemd in artikel 31m. Sterke regio’s Gemeente Uitkering 2011 Haarlemmermeer € 4.000.000 Leiden € 8.000.000 Totaal € 12.000.000 Provincie Uitkering 2011 Fryslân € 3.840.000 Drenthe € 3.840.000 Noord-Holland € 3.000.000 Zuid-Holland € 1.400.000 Totaal € 12.080.000 NOTA VAN TOELICHTING Algemeen Inleiding Het voorliggende wijzigingsbesluit stelt de verdeling vast van een groot aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen uit het provincie- en gemeentefonds (hierna: de fondsen) op grond van artikel 13, eerste lid, van de de Financiële-verhoudingswet (Fv-wet) voor het jaar 2011. Het gaat hierbij om uitkeringen die uit de fondsen worden verstrekt, maar geen deel uitmaken van de algemene uitkering. Deze uitkeringen maken het mogelijk af te wijken van de verdeelmaatstaven die gelden voor de algemene uitkering uit de fondsen conform het Besluit financiële verhouding 2001. Systematiek decentralisatie- en integratie-uitkeringen Met de laatste wijziging van de Fv-wet (Stb. 2008, 312) is er een belangrijke wijziging opgetreden ten aanzien van het verstrekken van uitkeringen uit de fondsen naast de algemene uitkering. In artikel 5, tweede lid, van de Fv-wet is, naast de al langer bestaande integratie-uitkering, de decentralisatie-uitkering toegevoegd. Een integratie-uitkering heeft als kenmerk dat de uitkering op termijn altijd wordt opgenomen in de algemene uitkering en deze heeft daarom een beperkte duur. Een decentralisatie-uitkering hoeft daarentegen niet op te gaan in de algemene uitkering. Omdat de decentralisatie-uitkering vaak wordt gebruikt voor tijdelijke uitkeringen, heeft deze in de praktijk veelal een korte looptijd van enkele jaren. Deze uitkeringen worden toegevoegd aan de algemene middelen van de provincie of gemeente (artikel 13, tweede lid, van de Fv-wet). Omdat er over de besteding van een decentralisatie- of integratie-uitkering geen afzonderlijke financiële verantwoording wordt gevraagd – in tegenstelling tot de specifieke uitkering – kan de decentralisatie-uitkering een instrument zijn om de administratieve lasten voor decentrale overheden terug te dringen. De decentralisatie-uitkering biedt het Rijk de mogelijkheid om maatwerk te leveren. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om extra financiële middelen te verstrekken aan provincies en gemeenten voor specifieke beleidsdoelen voor een beperkte tijd. Dit was vaak de reden voor het verstrekken van specifieke uitkeringen. In het terugdringen van het aantal specifieke uitkeringen kan de decentralisatie-uitkering een belangrijke rol spelen. Het is uitdrukkelijk de intentie van de regering om zo min mogelijk bestedingsvoorwaarden aan de decentralisatie-uitkeringen te koppelen. De uiteindelijke situatie zal moeten zijn dat de bestedings- en verantwoordingsvrijheid niet wordt ingeperkt door nadere actieplannen, convenanten, kaders, etcetera. Weliswaar worden in de fase van de verstrekking van de uitkering momenteel soms nog voorwaarden aan de uitkering verbonden, maar de winst zit hem in de verminderde verantwoordingslasten van de decentrale overheden. Er kan geen afzonderlijke financiële verantwoordingsinformatie worden gevraagd over de besteding van vastgestelde uitkeringen. Evenmin kunnen uitkeringen worden teruggevorderd vanwege het niet nakomen van de afspraken. Het gaat hier immers om financiële middelen die voor een gemeente vrij besteedbaar zijn. Consultatie Al deze uitkeringen zijn in een eerder stadium bekendgemaakt aan alle provincies en gemeenten middels de circulaires voor het provinciefonds en het gemeentefonds. Tevens zijn veel van deze uitkeringen een uitvloeisel van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Provincies en gemeenten zijn ruimschoots betrokken geweest bij het vaststellen van deze uitkeringen. Een formele consultatieronde bij het Interprovinciaal overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is daarom niet noodzakelijk geacht. Artikelsgewijze toelichting Artikel I Onderdeel A De artikelen 2e, 2g, 2h, 10, 17, 29d, 29r, 29t, 29u, 29w, 29z, 29aa, 29bb, 29cc, 29ff, 29gg, 29ll, 29mm, 31d, 31g vervallen. De uitkeringen genoemd in de artikelen 2e, 2g, 2h, 29w, 29z, 29aa, 29bb, 29cc, 29ff, 29gg, 29ll, 29mm en 31d waren eenmalige uitkeringen. De uitkeringen genoemd in artikelen 10, 17, 29d, 29r en 31g zijn afgelopen. De uitkeringen in de artikelen 29t en 29u zijn geïntegreerd in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Onderdeel B Regionale luchthavens Als gevolg van de wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Stb. 2008, 561) zijn de provincies het bevoegd gezag geworden voor de gedecentraliseerde luchthavens. In 2006 zijn afspraken gemaakt over verdeling van de kosten tussen de provincies en het Rijk. Voor 2011 bedraagt de toevoeging aan het provinciefonds € 991.000. Verdeling over de provincies vindt plaats op basis van het aantal luchthavens per provincie zoals bij de berekening in 2005 is gehanteerd. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2c, derde lid, en de daarbij behorende bijlage 2c-3 van het onderhavige besluit. Onderdeel C Elektrisch varen Door de provincie Fryslân is een proeftuin voor elektrisch varen ontwikkeld om via een geïntegreerde aanpak de transitie naar elektrisch vervoer, waaronder elektrisch varen, te stimuleren. Onderdeel van die proeftuin vormt een stimuleringsregeling voor (om)bouw van elektrische vaartuigen. Door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt in het kader van de uitvoering van het plan van aanpak voor elektrisch rijden een bijdrage geleverd aan de financiering van deze regeling. De bijdrage wordt in 2011 uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering van € 175.000 en is geregeld in artikel 2f, tweede lid van het onderhavige besluit. Onderdeel D Externe Veiligheid In het bestuursakkoord 2008–2011 tussen Rijk en provincies (Tweede Kamer, 2008–2009, 31 700-VII, nr. 44) is vastgelegd dat de provincies, na overleg met de VNG, prestatieafspraken maken met gemeenten over de professionalisering en de versterking van de externe veiligheidstaken en het oppakken van nieuwe taken zoals is vastgelegd in relevante externe veiligheidsbesluiten (Besluit externe veiligheid inrichtingen, Registratiebesluit externe veiligheid en het in voorbereiding zijnde Besluit transportroutes externe veiligheid en Besluit externe veiligheid buisleidingen). Hiervoor stellen de provincies capaciteit en of middelen beschikbaar aan gemeenten. De provincies ontvangen hiervoor in de periode 2011–2014 een bedrag van € 20 miljoen per jaar, door middel van een decentralisatie uitkering uit het provinciefonds. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2i en de daarbij behorende bijlage 2i van het onderhavige besluit. Innovatie energiebesparing gebouwde omgeving Ter ondersteuning van het proces om te komen tot zeer energiezuinige nieuwbouw in Noord-Nederland (de zogeheten koplopergebieden) ontvangt de provincie Groningen € 0,9 miljoen via een decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2j van het onderhavige besluit. Muskusrattenbestijding Per 1 januari 2011 is de Muskusrattenbestrijding overgedragen van de provincies aan de waterschappen. De taakoverdracht is gepaard gegaan met een uitname uit het provinciefonds van 19 miljoen euro met ingang van 2011. De verdeling van de uitname over de provincies zal via de maatstaven worden meegenomen in het nieuwe verdeelsysteem voor het provinciefonds voor het jaar 2012. Voor 2011 is de verdeling gebaseerd op de verdeling van de toevoeging van de middelen voor de muskusrattenbestrijding in 1994. Om de herverdeeleffecten in 2011 zo klein mogelijk te houden is een bedrag van € 31,469 miljoen uitgenomen uit de algemene uitkering van het provinciefonds via de uitkeringsfactor en is vervolgens € 12,469 miljoen verdeeld via de decentralisatie-uitkering muskusrattenbestrijding. De totale uitname voor de muskusratten bedraagt dan € 19 miljoen. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2k en de daarbij behorende bijlage 2k van het onderhavige besluit. Regionale uitvoeringsdiensten (RUD) Het Rijk stelt in 2011 aan de provincies financiële middelen ter beschikking voor de opbouw van Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) binnen de landelijke kaders (basistakenpakket, kwaliteitscriteria, checklist robuust). Het gaat in totaal om een bedrag van € 4 miljoen dat in de vorm van een decentralisatie-uitkering zal worden uitbetaald. De bijdrage is vastgesteld in artikel 2l en de daarbij behorende bijlage 2k van het onderhavige besluit. Uitname provinciefonds Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2009 besloten om met ingang van 2011 het provinciefonds structureel met € 300 miljoen te verlagen. Op 25 maart 2010 is er overeenstemming bereikt tussen het Rijk en het IPO over de verdeling van een uitname van € 290 miljoen in 2011 onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de provincies zich binden aan de afspraak dat de uitname in 2012 incidenteel wordt verhoogd tot € 310 miljoen. Daarnaast is er afgesproken dat de verdeling van de uitname van € 300 miljoen vanaf 2012 wordt gebaseerd op het nieuwe verdeelmodel per 01-01-2012. De verdeling van de korting van 290 miljoen in 2011 heeft plaatsgevonden op basis van een verdeelvoorstel van de provincies (IPO)1Zie de meicirculaire 2010 van het provinciefonds, paragraaf 3.2 (Tweede Kamer, 2009–2010, 32 123-B, nr. 18).. Om verdeeltechnisch aan te sluiten bij het verdeelvoorstel van het IPO is er bruto € 487,358 miljoen uitgenomen uit de algemene uitkering via de uitkeringsfactor en is vervolgens € 197,358 miljoen via de decentralisatie-uitkering «uitname provinciefonds» verdeeld. Per saldo resteert dan een uitname van € 290 miljoen. De uitname uit het verdeelmodel (€ 487,358) is zo vastgesteld dat de verlaging van de uitkeringsfactor zo klein mogelijk is waarbij nog aansluiting kan worden gevonden bij het voorstel van het IPO. Vervolgens is de decentralisatie-uitkering zo vastgesteld dat bij iedere provincie exact het bedrag volgens het IPO voorstel wordt uitgenomen. De decentralisatie-uitkering is vastgesteld in artikel 2m en de daarbij behorende bijlage 2m van het onderhavige besluit. Waddenfonds Het kabinet heeft besloten om het Waddenfonds in 2012 te decentraliseren. Dat betekent dat de Waddenprovincies de bevoegdheid krijgen om de middelen te besteden, waarbij vastgehouden wordt aan de doelen van het Waddenfonds (i.c. het vergroten en versterken van natuur- en landschapwaarden van het waddengebied, het verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee, een duurzame economische ontwikkeling in het waddengebied en een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het waddengebied). Hiervoor worden vanaf 2012 alle middelen in het huidige Waddenfonds via een decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds uitgekeerd. Vooruitlopend op de decentralisatie van de middelen in 2012 worden ook de middelen voor 2011 (€ 33 miljoen) al ter beschikking gesteld aan de provincie Fryslân via de decentralisatie-uitkering. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2n van het onderhavige besluit. Werkmaatschappij Markermeer-IJmeer De provincie Flevoland ontvangt in 2011 en 2012 € 210.000 per jaar als rijksbijdrage aan de werkmaatschappij Markermeer-IJmeer in de vorm van een decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds. De natuur in Markermeer-IJmeer moet weer tegen een stootje kunnen om de gevolgen van klimaatverandering en menselijk medegebruik op te kunnen vangen. Om dat doel te verwezenlijken is de Werkmaatschappij Markermeer-IJmeer opgericht. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2o van het onderhavige besluit. Onderdeel E Aanpak kindermishandeling In 2011 krijgen 35 centrumgemeenten een financiële bijdrage van € 50.000 per gemeente van het ministerie van VWS voor de aanpak van kindermishandeling. De bijdrage is beschikbaar gesteld om de invoering van de regionale aanpak kindermishandeling duurzaam te kunnen verankeren en wordt via een decentralisatie-uitkering verstrekt. Gemeenten die de structurele inbedding van de aanpak van kindermishandeling nog niet hebben gerealiseerd kunnen met deze financiële bijdrage hieraan prioriteit geven. Gemeenten die de structurele inbedding hebben gerealiseerd én klaar zijn met het behalen van de mijlpalen kunnen de financiële bijdrage inzetten voor andere onderwerpen op het terrein van de aanpak kindermishandeling, al naar gelang de regionale behoefte. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 3, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 3-2 van het onderhavige besluit. Onderdeel F Nationaal actieplan sport en bewegen Vanaf 2008 stelt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 38 miljoen beschikbaar voor de Impuls Nationaal actieplan sport en bewegen (NASB). Hiervan is € 18 miljoen gereserveerd voor de 1e tranche (2008 t/m 2010) en € 20 miljoen voor de 2e tranche (2010 t/m 2012). Gemeenten die sport- en beweegactiviteiten gaan opzetten zullen in aanvulling op de Rijksbijdrage eenzelfde bedrag co-financieren vanuit eigen middelen, zodat er in totaal € 76 miljoen beschikbaar is voor een actievere leefstijl. De Rijksbijdrage komt in twee tranches beschikbaar voor in totaal 100 gemeenten met naar verwachting de grootste gezondheidsachterstand. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 14, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 14-3 van het onderhavige besluit. Onderdeel G Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) In artikel 27, het nieuwe onderdeel d, wordt de verdeling van het WMO-budget 2009 onder alle gemeenten vastgesteld. Vanaf 2008 wordt de verdeling van de middelen berekend aan de hand van objectieve criteria. Analoog aan de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn daarvoor in onderdeel b van dit artikel maatstaven vastgelegd, die de WMO kostenstructuur van de gemeente weergeven. Het gaat hier om maatstaven als leeftijdsopbouw van de bevolking, huishoudensamenstelling, inkomen, aantal uitkeringsontvangers, aantal minderheden, aantallen bedden in verschillende zorginstellingen en de mate van stedelijkheid. Voor de vastgestelde uitkeringen in het jaar 2009 wordt hiervoor bijlage 27d toegevoegd. Onderdeel H Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren Vanuit het integratiebudget is voor 2011 een bedrag van € 12,4 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van de inzet van straatcoaches en gezinsmanagers. De verdeling van het geld vindt plaats op basis van ingediende plannen van de betrokken gemeenten. De gemeenten zetten in op het terugdringen van de oververtegenwoordiging van de Marokkaans-Nederlandse jongeren bij voortijdige schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, overlast en criminaliteit. De verdeling van de uitkering over gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29a, derde lid, van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 29a-3. Onderdeel I Antillianengemeenten De periode vanaf 2010 wordt gebruikt om enerzijds de problematiek van Antilliaanse risicojongeren verder terug te dringen en anderzijds de benodigde specifieke kennis en deskundigheid bij reguliere instanties onder te brengen. Hiervoor is in 2011 een bijdrage van € 4,485 miljoen beschikbaar gesteld. De gemeenten zetten in op het terugdringen van de oververtegenwoordiging van de Antilliaans-Nederlandse jongeren bij voortijdig schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, overlast en criminaliteit. De verdeelsleutel is het aantal Antilliaans-Nederlandse jongeren onder de 25 jaar. De verdeling is voor 2011 in artikel 29c, derde lid, en de daarbij genoemde bijlage 29c-3 van onderhavig besluit vastgesteld. Onderdeel J Herbestemming aandachtswijken In de nota «Een cultuur van ontwerpen, visie architectuur en ruimtelijk ontwerp» is voor de periode 2009–2012 een impuls aangekondigd voor het stimuleren van herbestemming van waardevol en karakteristiek erfgoed en herontwikkeling van bijzondere terreinen in de veertig aandachtswijken. De impuls is bedoeld als financiële bijdrage in de planontwikkelingsfase van herbestemmings- en herontwikkelingsprojecten. 11 gemeenten ontvangen in 2011 op grond van artikel 29i, derde lid, en de daarbij behorende bijlage 29i-3 in totaal € 2 miljoen. Onderdeel K Herstructurering bedrijventerreinen Voor de herstructurering van bedrijventerreinen, met als randvoorwaarden dat mede-overheden voor tenminste een gelijkwaardig bedrag mee-investeren en dat het project binnen drie jaar tot uitvoering komt, ontvangen de gemeenten op grond van artikel 29j, derde lid, van onderhavig besluit voor 2011 de in de daarbij behorende bijlage 29j-3 genoemde uitkeringen. Onderdeel L Impuls brede scholen combinatiefuncties De Impuls brede scholen, sport en cultuur richt zich op de realisatie van combinatiefuncties. Met een combinatiefunctie wordt een functie aan school bedoeld waarbij de werknemer niet uitsluitend docent is, maar zich ook bezig houdt met sport en cultuur voor de leerlingen buiten de lesuren. Met de inzet van combinatiefuncties worden de volgende doelen beoogd: de versterking van sportverenigingen met oog op hun maatschappelijke functie en de inzet van sportverenigingen voor het onderwijs, de naschoolse opvang en de wijk; het stimuleren van een dagelijks sport- en beweegaanbod op en rond scholen voor alle leerlingen; het bevorderen dat de jeugd tot 18 jaar vertrouwd raakt met één of meer kunst- en cultuurvormen en het onder jongeren stimuleren van actieve kunstbeoefening. Deze uitkering wordt aan gemeenten verstrekt om zo uitbreiding van het aantal brede scholen met sport- en cultuuraanbod in het primair en voortgezet onderwijs te realiseren. Het totale bedrag dat op grond van artikel 29k, derde lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29k-3, vanuit het Rijk beschikbaar is gesteld voor 2011, bedraagt € 31,259 miljoen. Onderdeel M Innovatietrajecten inburgering Voor de wijkgerichte inburgering ontvangen gemeenten genoemd in de bij artikel 29l, derde lid, behorende bijlage 29l-3 in 2011 uitkeringen van totaal € 1,051 miljoen. Onderdeel N Jeugdwerkloosheid Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden is er incidenteel voor regionale plannen € 153 miljoen beschikbaar voor 2009-2011. Voor 2011 is er € 23 miljoen beschikbaar. De verdeling voor het jaar 2011 is geregeld op basis van artikel 29m, derde lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29m-3 en is gerelateerd aan het aantal schoolverlaters tot en met MBO-niveau en het aantal jeugdwerklozen in de regio, waarbij beide indicatoren even zwaar wegen. Onderdeel O Spoorse doorsnijdingen Voor het opheffen of verminderen van de barrièrewerking van het spoor, ook wel spoorse doorsnijdingen genoemd, ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29o-3, behorend bij artikel 29o, derde lid, in 2011 de in die bijlage genoemde uitkering. Onderdeel P Arbeidsparticipatie alleenstaande ouders Op 1 januari 2009 is het experiment Alleenstaande ouders van start gegaan. Het gaat om een experiment met een regeling die werken in deeltijd financieel aantrekkelijk maakt voor alleenstaande ouders met sollicitatieplicht. Het gaat om een experiment in het kader van artikel 83 Wet werk en bijstand (WWB) waarin bij amvb kan worden afgeweken van een aantal bepalingen van de WWB. Gemeenten nemen op vrijwillige basis deel aan het experiment. Voor dit experiment is in 2011 € 3,9 miljoen beschikbaar. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29v, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29v-2. Onderdeel Q Emancipatie Duizend en één kracht Om de maatschappelijke participatie van vrouwen uit etnische minderheden te bevorderen is in 2008 in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Breda en Nijmegen het project Duizend en één Kracht als pilots gestart. In 2008 zijn 19 nieuwe gemeenten gestart met Duizend en één Kracht. De pilot liep – in tegenstelling tot het programma in de 19 nieuwe gemeenten die langer doorlopen – tot 2010. De ministeries van OCW, SZW, VWS en (toenmalig) VROM willen de samenwerking met de zes pilotgemeenten continueren om nog meer vrouwen te kunnen bereiken. Daarom komen deze gemeenten in aanmerking voor een rijksbijdrage van € 0,15 miljoen per jaar voor 2010 en 2011 om Duizend en één Kracht voort te zetten. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29x, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29x-2. Onderdeel R Gezond in de stad De middelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor Gezond in de stad (totaal € 5,023 miljoen per jaar) zijn vanaf 2010 via een decentralisatie-uitkering voor de G31 beschikbaar gesteld. Hiermee blijven deze steden extra middelen ontvangen voor uitvoering van de gemeentelijke taken in het kader van de Wet publieke gezondheid. Daarmee kunnen de steden zich extra inzetten om gezondheidsachterstanden zoveel mogelijk terug te dringen via een wijkgerichte integrale aanpak gericht op gezonde bewoners, gezonde leefomgeving en een samenhangende eerstelijnszorg met preventief aanbod. Gemeenten kunnen daarbij verbindingen leggen met andere activiteiten in het kader van het stedenbeleid, waaronder integratie, veiligheid en leefbaarheid. Gemeenten kunnen daarbij gebruik maken van de ervaringen, aanpak en resultaten bij de experimenten Gezonde wijk in de krachtwijken. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29ij, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ij-2 Onderdeel S Jeugd Vanaf 2010 zijn de middelen voor het preventieve lokale jeugdbeleid gefaseerd aan het gemeentefonds toegevoegd via de decentralisatie-uitkering Jeugd (DU-Jeugd). Deze uitkering is vooralsnog bedoeld voor de G 31 aangevuld met vier van de vijf zogenoemde Ortega-gemeenten (Apeldoorn, Zoetermeer, Ede, Almere). Met de DU-Jeugd kan het preventieve lokale jeugdbeleid in brede zin vorm worden geven. Als in 2012 de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) landelijk dekkend zijn, worden middelen uit de brede doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin (structureel maximaal € 350 miljoen) hierin ook opgenomen. Dan vindt uitbreiding van de DU-Jeugd naar alle gemeenten plaats. De DU Jeugd is in 2010 gestart met de € 21,7 miljoen die in 2009 zijn uitgekeerd als onderdeel van de Brede Doeluitkering Sociaal Integratie en Veiligheid (BDU SIV) voor tegengaan Voortijdig Schoolverlaters in het kader van het Grote Stedenbeleid (GSB). Deze middelen voor het tegengaan van Voortijdig Schoolverlaters liepen in 2009 af. Het Rijk heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om deze middelen beschikbaar te houden voor gemeenten. Op die manier kunnen zij de aanpak van overbelaste jongeren op het niveau van het vmbo en mbo meer sluitend maken opdat meer jongeren hun schoolloopbaan succesvol kunnen afronden. In vergelijking met de aanpak voortijdig schoolverlaten worden de middelen nu toegespitst op een sluitende zorg- en hulpaanbod voor overbelaste jongeren. Hiervoor wordt als indicator gebruikt het aantal vmbo-deelnemers in leerjaar 3 en 4 en mbo-deelnemers niveau 1 en 2 uit armoedeprobleemcumulatiegebieden. Deze toegespitste indicator heeft in vergelijking met de uitkering in de BDU SIV een herverdeling tot gevolg richting gemeenten waarin de problematiek zowel absoluut als relatief het grootst is. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 (€ 21,7 miljoen) is geregeld in artikel 29dd, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29dd-2. Onderdeel T Leefbaarheid en veiligheid De veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen zijn in 2010 en 2011 onder 40 gemeenten verdeeld. Het betreft de G31, de Ortega-gemeenten (Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer, Zoetermeer) en 4 gemeenten met ernstige problematiek inzake overlastgevende Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren (Culemborg, Gouda, Veenendaal en Zeist). Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het voormalig Ministerie van Wonen, Wijken en Integratie hebben op 9 juli 2009 in het Strategisch Beraad Veiligheid met de VNG afgesproken dat bij de inzet van de veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen in 2010 en 2011 focus wordt aangebracht op de aanpak van sociale overlast en fysieke verloedering. Tevens zijn de middelen die het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Gouda heeft toegezegd voor het aanstellen van gezinsmanagers (op basis van het nu geschrapte artikel 29h) in 2010 en 2011 toegevoegd aan deze uitkering. Het gaat hier om een bedrag van € 300.000 per jaar. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29ee, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ee-2. Onderdeel U Rolstoelvoorzieningen Arnhem Betreft een uitkering aan de gemeente Arnhem voor extra uitgaven waarmee de gemeente zich geconfronteerd zag vanwege het verstrekken van rolstoelvoorzieningen aan bewoners in AWBZ-instellingen op grond van het per 1 april 2003 gewijzigde artikel 15 BZA/AWBZ. Vanwege de aanwezigheid van grootschalige AWBZ-instellingen voor zowel lichamelijk als verstandelijk gehandicapten neemt Arnhem voor wat betreft de gevolgen van de wijziging een uitzonderingspositie in. Arnhem ontvangt daarom € 1,4 miljoen in 2010 en € 0,3 miljoen in 2011 en 2012. De uitkering aan de gemeente Arnhem in 2011 is geregeld in artikel 29hh, tweede lid, van het onderhavige besluit. Onderdeel V Vadercentra De minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie hebben zich gezamenlijk ingezet voor de realisatie van nieuwe vadercentra in Nederland, om de emancipatie en integratie van allochtone mannen en vaders te bevorderen. Aan de hand van een aanvraagprocedure onder de 56 grootste gemeenten met het hoogste aandeel minderheden plus de gemeenten die vallen onder de «Samenwerkingsgemeenten aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren» zijn 14 gemeenten geselecteerd voor een bijdrage van maximaal € 50.000 per jaar voor de periode 2010 tot en met 2012. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29ii, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ii-2. Onderdeel W Versterking peuterspeelzaalwerk Het ministerie van SZW stelt middelen ter beschikking om voor jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilige, stimulerende omgeving te creëren waarbij medewerkers in staat zijn om een risico op een taalachterstand in het Nederlands te signaleren en dat effectief aan te pakken. Door harmonisatie van de wet- en regelgeving over de kwaliteit van peuterspeelzalen met die van kindercentra ontstaat een kwaliteitsimpuls. Door deze investering worden peuterspeelzalen in een betere positie gebracht om de laagdrempelige voorziening te kunnen behouden. Er is € 35 miljoen voor kwaliteitsverbetering van peuterspeelzalen aan het gemeentefonds als decentralisatie-uitkering toegevoegd. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29jj, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29jj-2. Onderdeel X Vrouwenopvang De specifieke uitkering vrouwenopvang is per 2011 omgevormd naar een decentralisatie-uitkering. In totaal is structureel € 95,223 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. De decentralisatie-uitkering heeft dezelfde omvang en verdeling als de specifieke uitkering. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29kk, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29kk-2. Onderdeel Y Uitvoeringskosten Wet werk en inkomen kunstenaars In de memorie van toelichting bij de met ingang van 1 januari 2010 in werking getreden Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten is opgenomen dat de middelen voor de uitvoeringskosten van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) worden verdeeld over de 20 WWIK-centrumgemeenten door middel van een decentralisatie-uitkering. Voor het jaar 2011 betreft het een totaalbedrag van € 3,437 miljoen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29nn, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29nn-2. Onderdeel Z Bestaand Rotterdams gebied In het kader van het Project Mainport Rotterdam ontvangt Rotterdam de specifieke uitkering Bestaand Rotterdams gebied. Het gaat om het ontwikkelen van de Rotterdamse haven en het gelijktijdig verbeteren van het woon- en leefklimaat. De bijdrage van 2011 t/m 2015 wordt nu gedecentraliseerd via een decentralisatie-uitkering van € 2.527.000 per jaar. De uitkering in 2011 aan de gemeente Rotterdam is geregeld in artikel 29oo van het onderhavige besluit. Eigen kracht Op de uitnodiging van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om ten behoeve van de uitvoering van het programma Eigen Kracht vrouwen zonder startkwalificatie te begeleiden naar werk hebben 22 gemeenten positief gereageerd. Via een decentralisatie-uitkering ontvangen de G4 in 2011 elk € 250.000. Daarnaast ontvangen nog 18 grote gemeenten in 2011, 2012 en 2013 € 50.000 per gemeente per jaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 11. Met deze gemeenten is op 12 september 2011 een samenwerkingsafspraak tussen Rijk en gemeente getekend. Deze afspraken hebben betrekking op een aanpak door de gemeente om laagopgeleide vrouwen zonder werk te activeren om stappen te zetten op weg naar werk of een opleiding. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29pp van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29pp. Nazorg ex-gedetineerden De minister van Veiligheid en Justitie en de VNG zijn overeengekomen dat de regeling voor de nazorg aan ex-gedetineerden wordt verlengd. Dit houdt in dat de 43 centrumgemeenten voor Maatschappelijke Opvang in 2012 en 2013 gezamenlijk respectievelijk € 4 miljoen en € 2 miljoen ontvangen ten behoeve van de regionale coördinatie nazorg. De bedragen voor 2012 en 2013 van in totaal € 6 miljoen zijn in één keer uitgekeerd in 2011. De uitkering vindt plaats via een decentralisatie-uitkering en niet langer meer via de verzameluitkering, waardoor voor de gemeenten de verantwoordingslasten dalen. Besloten is het geld voor 2012 en 2013 wederom te verdelen via de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid op basis van de aantallen ex-gedetineerden die in 2010 naar gemeenten uitstroomden. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2011 is geregeld in artikel 29qq van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29qq. Onderwijsexperiment Zwanenbos De gemeente Zoetermeer ontvangt in 2011 in de vorm van een decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds incidenteel € 42.522 voor huisvestingskosten in verband met het onderwijskundig experiment op basisschool «Het Zwanenbos». De uitkering in 2011 aan de gemeente Zoetermeer is geregeld in artikel 29rr van het onderhavige besluit. Onderdeel AA Alle troeven in handen De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap investeert in emancipatieprojecten ter versterking van het lokale emancipatiebeleid van gemeenten en provincies ten aanzien van het emancipatieproces van kwetsbare vrouwen. In totaal stelt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2011 een bedrag van € 511.696 beschikbaar aan gemeenten en € 92.308 aan provincies. Hiertoe zijn 18 best practices geselecteerd uit de projecten die op basis van de subsidieregeling emancipatieprojecten 2004-2007 gesubsidieerd zijn. Gemeenten met meer dan 50.000 inwoners en provincies (namens meerdere kleinere gemeenten) konden hiervoor een aanvraag in te dienen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31a, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 31a-2. Onderdeel BB Bedrijventerreinen In december 2009 hebben het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gementen (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) het convenant bedrijventerreinen 2010–2020 ondertekend. Dit convenant legt de afspraken tussen het Rijk, provincies en gemeenten vast over o.a. regionale samenwerking, zorgvuldige behoefteraming, de uitvoering van de herstructureringsopgave 2009–2013 inclusief de afspraken over rijksfinanciering en decentralisatie van de TOPPER-middelen om te komen tot nieuw bedrijventerreinen-beleid. Met betrekking tot de rijksfinanciering is in het convenant afgesproken om de TOPPER-middelen te decentraliseren naar de gemeenten en provincies via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds en het provinciefonds. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31b, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31b-2. Onderdeel CC Bodemsanering Het convenant Bodemontwikkelingsbeleid en Aanpak Spoedlocaties wordt in de periode 2010–2014 tot uitvoer gebracht. Met dit convenant verandert het bodembeleid ingrijpend en de verantwoordelijkheden van het Rijk verschuiven naar de provincies en gemeenten. De belangrijkste wijzigingen zijn: De verantwoordelijkheid voor de aanpak van spoedlocaties, grootschalige grondwaterverontreiniging en de ruimtelijke ontwikkeling van de ondergrond komt bij de gemeente- of provinciebestuurders te liggen. Toenemende samenhang van het bodembeleid met het energie- en waterbeleid en het beleid voor de ondergrond. Samenhang en samenwerking tussen de verschillende beleidsdoelen zijn noodzakelijk voor een efficiënte en effectieve uitvoering van het nieuwe bodemontwikkelingsbeleid. Verdere integratie van het bodemsaneringsbeleid in een gebiedsgerichte benadering mede in het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid. Het onder milieuhygiënische randvoorwaarden accommoderen van het toenemend gebruik van de bodem als gevolg van ruimtedruk. De ondergrond moet duurzaam kunnen worden gebruikt, maar wel met oog voor de kwetsbaarheid van het bodemsysteem. De verdeling van het budget voor bodemsanering aan gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31c, tweede lid, van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 31c-2. Onderdeel DD Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn In juni 2008 is het Convenant Regiospecifiek Pakket (RSP) Zuiderzeelijn ondertekend door het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Stuurgroep Zuiderzeelijn en de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland. De projecten uit het RSP richten zich op versterking van de ruimtelijke en economische structuur in Noord-Nederland en het verbeteren van de bereikbaarheid van deze regio, via openbaar vervoer en weg. De gelden voor de RSP onderdelen Ruimtelijk-economisch Programma en Concrete bereikbaarheidsprojecten worden uitgekeerd middels de decentralisatie-uitkering. Het doel van deze uitkering is tweeledig: overmaken vanuit het Provinciefonds van dat deel van de REP-middelen waarvoor de regio verantwoordelijk is. Het betreft de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland; overmaken van het financiële deel van de concrete bereikbaarheidsprojecten waarvoor de betreffende decentrale overheid (provincie of gemeente) de contracterende partij is. De uitkering aan de gemeente en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31e, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31e-2. Onderdeel EE Stimulering lokale klimaatinitiatieven (SLOK) Deze uitkering betreft middelen die door de voormalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu beschikbaar zijn gesteld aan gemeenten en provincies in het kader van structurele initiatieven voor duurzame en efficiënte energievoorziening en de reductie van broeikasgassen. De verdeling van de middelen is gebaseerd op de uitkomsten van een aanvraagprocedure. Voor 2011 is de bijdrage vastgesteld in artikel 31f, tweede lid en de daarbij behorende bijlage 31f-2. Onderdeel FF Stimuleringsregeling oversampling WoON In 2011–2012 wordt voor de derde keer het WoonOnderzoek Nederland (WoON) gehouden. Oversamplen is het verhogen van het aantal respondenten om ook op een lager schaalniveau betrouwbare uitspraken te kunnen doen. - document.segment-3 Verify source ↗
Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011) — segment 3
AI-assisted research summary: This subsection describes several decentralization grants and project allocations to municipalities and provinces, including 2011 amounts and a retroactive application back to 1 January 2009 for one allocation.
Gelijktijdig met het landelijke onderzoek dat in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken wordt uitgevoerd, wordt een deel van het onderzoek (de oversampling) in opdracht van andere partijen gedaan, zoals gemeenten, provincies, stadsgewesten en woningcorporaties. De werkzaamheden voor de oversampling zijn gestart in 2011 en zijn in 2012 gereed. Voor 2011 wordt een bedrag van € 253.449 uitgekeerd aan gemeenten en een bedrag van € 22.364 aan provincies via een decentralisatie-uitkering. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31h van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31h. Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) In het coalitieakkoord van Balkenende IV (Tweede Kamer, 2006–2007, 30 891, nr. 4) is in het kader van de decentralisatie afgesproken de Wet stedelijke vernieuwing (Wsv) in te trekken. Dit is bij het afsluiten van de bestuursakkoorden met gemeenten en provincies in 2007 en 2008 herbevestigd. Het verstrekken van financiële middelen voor stedelijke vernieuwing door het Rijk aan gemeenten (de G-31, de zogenaamde rechtstreekse gemeenten) en provincies (ten behoeve van de zogenaamde niet-rechtstreekse gemeenten), vindt met ingang van 1 januari 2011 voor het tijdvak tot en met 2014 plaats via een decentralisatie-uitkering uit het gemeente- en provinciefonds. Voor de ISV zijn daarbij drie landelijke doelstellingen geformuleerd: bevordering van de kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad voor zover nodig rekening houdend met een te verwachten afname van het aantal huishoudens; bevordering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving; bevordering van een gezonde en duurzame leefomgeving in het algemeen en meer in het bijzonder ten aanzien van bodem, geluid en binnenstedelijke luchtkwaliteit. De zogenoemde rechtstreekse gemeenten hebben vanuit hun lokale opgaven hun gemeentelijke doelstellingen voor ISV-3 geformuleerd, waarbij deze landelijke doelstellingen als referentie dienden. Het Rijk heeft daarvoor geen prestatie-indicatoren verplicht gesteld. Dit laat gemeenten de ruimte om zelf binnen dit kader het zwaartepunt van hun afspraken te bepalen, waar tijdens vorige periodes ISV het Rijk tot in detail bepaalde waarover afspraken werden gemaakt. Door intrekken van de wet vervalt de specifieke verantwoording aan het Rijk. Er is nog slechts sprake van een horizontale verantwoording aan de gemeenteraad. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31i van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31i. Nationale gebiedsontwikkelingen In de bestuursafspraken 2011–2015 tussen het Rijk en de VNG/IPO/UvW (Tweede Kamer, 2010–2011, 29 544, nr. 336) is afgesproken dat de lopende nationale gebiedsontwikkelingen, projecten in het kader van het subsidiebesluit Investering Ruimtelijke Kwaliteit (BlRK) en Nota Ruimte, in aanmerking kunnen komen voor overdracht aan provincies en gemeenten. Per project wordt bepaald of het wenselijk is om het betreffende project en de bijbehorende middelen te decentraliseren2In 2011 betreft het voor gemeenten de volgende projecten: Noordelijke IJ-oevers Amsterdam (€ 5 miljoen), Windesheim Almere (€ 17,2 miljoen), Bedrijventerrein Zwartewaterland (€ 40.000), Station/vesting Zaltbommel (€ 0,2 miljoen), Muziekkwartier Enschede (€ 0,56 miljoen), Europark Groningen (€ 0,28 miljoen), Nieuw Zaailand Leeuwarden (€ 0,412 miljoen), Hart van Zuid Hengelo (€ 0,16 miljoen) en A2-zone Eindhoven (€ 4,08 miljoen). Voor de provincies betreft het in 2011 de volgende projecten: Waterduinen Zeeland (€ 1,5 miljoen), Naardermeer Noord-Holland (€ 0,48 miljoen) en Fort Vechten Utrecht (€ 0,282 miljoen).. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31j van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31j. Green Deal Het Ministerie van BZK ondersteunt via een decentralisatie-uitkering uit het gemeente- en provinciefonds de uitvoering bij gemeenten en provincies van het Plan van Aanpak Energiebesparing Gebouwde Omgeving. Centraal in dit plan staat de voorbeeldrol van overheden ten aanzien van energiebesparing. De kennis en ervaringen kunnen als voorbeeld dienen voor andere gemeenten, provincies en gebouweigenaren en daarmee de totale markt in beweging zetten. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31k van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31k. Pieken in de Delta Het programma Pieken in de Delta is gericht op gebiedsgerichte projecten voor ontwikkeling en toepassing van hoogwaardige kennis en waarvan de uitvoering beleidsmatig van bijzonder belang wordt geacht en waarin samenwerking, innovatie en concurrentiekracht centraal staan. In het kader van het programma is in 2011 eenmalig € 13,582 aan gemeenten en € 19,666 miljoen aan provincies uitgekeerd in de vorm van decentralisatie-uitkeringen uit het gemeente- en provinciefonds. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31l van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31l. Sterke regio’s Enkele regio’s en sectoren zijn economisch sterk ontwikkeld, maar extra inspanningen zijn nodig om de (internationale) concurrentiekracht van deze sterke regio’s te verstevigen. Via de decentralisatie-uitkering sterke regio’s in het gemeente- en provinciefonds ontvangen gemeenten en provincies voor een aantal projecten3In 2011 betreft het voor gemeenten de volgende projecten: HST-cargo Haarlemmermeer (€ 4 miljoen) en Bio Science Park Leiden (€ 8 miljoen). Voor de provincies betreft het in 2011 de volgende projecten: Groen Gas Hub Wijster Drenthe (€ 3,84 miljoen), Cool Port Zuid-Holland (€ 1,4 miljoen), OLV-Greenport Noord-Holland (€ 3 miljoen) en Verduurzaming Waddenglas Friesland (€ 3,84 miljoen). middelen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2011 is geregeld in artikel 31m van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31m. Onderdeel GG In onderdeel GG zijn de vervallen en gewijzigde bijlagen opgesomd. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit werkt voor een uitkering terug tot en met 1 januari 2009. Dat is uitkering die aan de gemeenten wordt verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Op grond van de maatstaven in artikel 27, onderdeel b, is de verdeling onder alle gemeenten van het WMO-budget voor het jaar 2009 vastgesteld, (Artikel 1, onderdeel G) Voor alle overige uitkeringen betreft het besluit het jaar 2011. Terugwerkende kracht levert geen nadeel op voor de provincies en de gemeenten. Zij hebben de uitkeringen reeds bij voorschot ontvangen op basis van artikel 15 van de Financiële – verhoudingswet. Over de voorlopig vastgestelde omvang ervan waren zij reeds bij circulaires voor de fondsen op de hoogte gesteld.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 15 januari 2013 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2011)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in