Besluit van 7 februari 2004, houdende de overdracht van de bevoegdheid tot het stellen van regels met het oog op een integere bedrijfsvoering door trustkantoren (Overdrachtsbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: The supervisor may set rules for trust offices to support integrity in their business operations.
Staatsblad Besluit van 7 februari 2004, houdende de overdracht van de bevoegdheid tot het stellen van regels met het oog op een integere bedrijfsvoering door trustkantoren (Overdrachtsbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren) Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 11 december 2003, FM 2003-01732 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Integriteit; Gelet op artikel 10, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren; Gelet op artikel 18, derde lid, van de Wet politieregisters; De Raad van State gehoord (advies van 23 januari 2004, no. W06.04 0005/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 3 februari 2004, FM 2004-150U; Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Integriteit; De toezichthouder is bevoegd om met het oog op een integere bedrijfsvoering aan trustkantoren regels te stellen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren. Aan artikel 14a van het Besluit politieregisters wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: g. De Nederlandsche Bank N.V. op grond van: de artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, b, en c en tweede lid, 4, onderdeel a, 5, eerste en derde lid en 6, onderdelen e en f van de Wet toezicht trustkantoren. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht trustkantoren in werking treedt. Stb. 1991, 56, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 oktober 2003, Stb. 396. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State). NOTA VAN TOELICHTING Artikel 10 van de Wet toezicht trustkantoren (hierna: de wet) geeft het kader waarbinnen aan trustkantoren regels worden of zullen worden gesteld met het oog op een integere bedrijfsvoering. Hieronder worden begrepen regels met betrekking tot de administratieve organisatie van trustkantoren, daaronder begrepen de financiële administratie, en de interne controle. Bedoelde regels zullen voorschrijven dat de administratieve organisatie van het trustkantoor zodanig moet zijn ingericht dat bepaalde informatie over de cliënt van het trustkantoor beschikbaar is; deze informatie zal zijn opgenomen in een cliëntacceptatiedossier. Inhoudelijk geeft artikel 10, eerste lid, daarmee als wettelijke basis voldoende concreet aan welke informatie het trustkantoor verplicht is aan te houden. De regelgevende bevoegdheid in artikel 10, eerste lid, is gedelegeerd door de formulering «bij of krachtens algemene maatregel van bestuur», waardoor de mogelijkheid bestaat om de regelgevende bevoegdheid in een algemene maatregel van bestuur te (sub)delegeren aan de toezichthouder. Het onderhavige besluit strekt ertoe de bevoegdheid tot het stellen van regels binnen de grenzen van artikel 10, eerste lid, te delegeren aan De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: de toezichthouder). De op grond van dat artikel door de toezichthouder te stellen regels dienen ertoe de integere bedrijfsvoering van trustkantoren te versterken. Niet-integer handelen van bestuurders en personeelsleden van een trustkantoor kan de financiële sector als geheel schade toebrengen. Trustkantoren hanteren vaak al gedragscodes die zich richten op het gedrag van de instelling en op het handelen van personen die met de instelling zijn verbonden, zoals normen ten aanzien van het omgaan met cliënten, het aangaan van cliëntrelaties («customer due diligence»), het omgaan met informatie en het aanstellen van integer personeel. Van belang is dat de trustkantoren er zelf naar streven hun bedrijf op een integere wijze te voeren. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt in de eerste plaats bij hen. Tegelijkertijd is het Besluit politieregistersaangepast opdat de betrouwbaarheidstoetsingmogelijk wordt van degenen die een bepaald belang of zeggenschap hebben in het trustkantoor (zoals bestuurders en andere beleidsbepalers). De aanpassing van artikel 14a van het Besluit politieregisters biedt de toezichthouder de mogelijkheid onderzoek te doen naar de antecedenten en betrouwbaarheid van de bestuurders, commissarissen, degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen en degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht trustkantoren in werking treedt. Dat tijdstip zal bij koninklijk besluit worden vastgesteld. In paragraaf 4 van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel voor de Wet toezicht trustkantorenis een berekening opgenomen van de administratieve lasten. Stb. 1991, 56. Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing (Stcrt. 19 april 2000, nr. 78). Kamerstukken II 2002/03, 29 041, nr. 3.