Wet van 3 juli 2015 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten met het oog op een regelgevend kader voor kredietunies (Wet toezicht kredietunies)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: A person with a seat in the Netherlands may not run a credit union business without a licence from De Nederlandsche Bank.
Staatsblad Wet van 3 juli 2015 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten met het oog op een regelgevend kader voor kredietunies (Wet toezicht kredietunies) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A een kredietunie;. coöperatie waarvan de leden op grond van hun beroep of bedrijf zijn toegelaten tot het lidmaatschap van de coöperatie, die haar bedrijf maakt van: het bij haar leden aantrekken van opvorderbare gelden; en het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen aan haar leden ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van die leden. B UITOEFENEN VAN BEDRIJF VAN KREDIETUNIE Vergunningplicht en -eisen voor kredietunies met zetel in Nederland Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van kredietunie. 1. De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:54o, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: artikel 3:8 met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen; artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; artikel 3:38c met betrekking tot de maximale hoeveelheid aangetrokken opvorderbare gelden en een maximaal aantal leden. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit. 2. De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. 3. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g, h, i, of j, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. Vrijstelling Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:54o. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. C D kredietunies met zetel in Nederland. E Ea F Fa In afwijking van artikel 38, eerste en derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan in de statuten van een kredietunie aan een persoon niet meer dan tien procent van het totaal aantal stemmen worden toegekend. G H I Een kredietunie met zetel in Nederland heeft een bij ministeriële regeling te bepalen maximale hoeveelheid aangetrokken opvorderbare gelden en een maximaal aantal leden. J K kredietunies;. L kredietunies. M N O P 2:54o 2:54q Q 2:54o 2:54q A Wft. D1.12a De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van kredietunie als bedoeld in artikel 2:54o van de Wet op het financieel toezicht. € 8.500,– B Kredietunies waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54o van de Wft. Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht kredietunies. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 949