Wet van 6 november 2013 tot aanpassing van enige wetten op het terrein van het Ministerie van Veiligheid en Justitie teneinde een aantal zelfstandige bestuursorganen onder de werking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen te brengen
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision amends how several Dutch public bodies are governed, including appointments, reporting, ministerial oversight, and when parts of the Kaderwet do or do not apply.
Staatsblad Wet van 6 november 2013 tot aanpassing van enige wetten op het terrein van het Ministerie van Veiligheid en Justitie teneinde een aantal zelfstandige bestuursorganen onder de werking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen te brengen Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. B 3. De Kaderwet is van toepassing op het College, behoudens de in deze wet genoemde uitzonderingen. C 3. De voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, benoemd voor een tijdvak van vijf jaar. De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een tijdvak van vijf jaar. Op eigen verzoek worden zij door Onze Minister ontslagen. Artikel 12 van de Kaderwet is niet van toepassing. D Artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet is niet van toepassing. E De rechtspositie van de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt geregeld bij ministeriële regeling. F Fa G Het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet, wordt toegezonden aan de functionarissen voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62, en algemeen verkrijgbaar gesteld. H Artikel 20 van de Kaderwet is niet van toepassing indien het College de informatie van derden heeft verkregen onder de voorwaarde dat het geheime karakter daarvan wordt gehandhaafd. I 1. De artikelen 21 en 22 van de Kaderwet zijn niet van toepassing op het College. 2. Artikel 23 van de Kaderwet vindt slechts toepassing ten aanzien van het door het College gevoerde financiële beheer en de administratieve organisatie. J A de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. B C D 3. Onze Minister wijst de voorzitter aan. E F door ontslag, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet;. 2. Een besluit tot schorsing van de leden van het College van Toezicht regelt de gevolgen van de schorsing. G H I J K In afwijking van artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet stelt het College van Toezicht voor 1 juli een jaarverslag op. L A de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. B 3. De Kaderwet is van toepassing op de Stichting. Artikel 22 van de Kaderwet is niet van toepassing op besluiten van de Stichting inzake bewaring, beheer of verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 2. A de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. B 6. De Kaderwet is van toepassing op het Bureau. Onze minister oefent de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 11, 12, eerste lid, 14, tweede lid, 20 eerste lid, 21, eerste lid, 22, eerste lid, 23, eerste lid, 29, 32, aanhef en onder a, 34, tweede en derde lid, van de Kaderwet uit in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. C D E 2. De rechtspositie van de leden van de directie, voor zover niet geregeld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, van de leden van de directie wordt geregeld bij regeling van Onze minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. F G H I J K L M 1. Tegelijk met de opstelling van het ontwerp van de financiële begroting stelt de directie een ontwerp van een meerjarenbeleidsplan op. N 1. De directie zendt de vastgestelde begroting en het vastgestelde meerjarenbeleidsplan voor 1 juli van het daaraan voorafgaande boekjaar toe aan Onze minister en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. O Binnen acht dagen na de vaststelling maakt het Bureau de jaarrekening openbaar door terinzagelegging op het kantoor van het Bureau. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. De directie ziet erop toe dat aan een ieder die daarom verzoekt, inzage wordt verleend in de jaarrekening en het jaarverslag, en een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan wordt verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs van het maken van zodanig afschrift. P Onze minister kan bepalen dat de directie inlichtingen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet aan hem verstrekt in de vorm van een periodieke rapportage. Q R A B C D E F 1. Onze Minister en het bestuur verstrekken elkaar tijdig alle voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen. G H Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel C, subonderdeel 2, in werking treedt, blijft artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip. Besluiten die zijn genomen op grond van artikel 7, derde lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten onderscheidenlijk artikel 4, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, onderscheidenlijk artikel IV, onderdeel E, worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 554