Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer)
This provision allows specified bodies to use the social-fiscal number for listed public tasks, but only within the purposes and limits stated here.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer)
AI-assisted research summary: This provision allows specified bodies to use the social-fiscal number for listed public tasks, but only within the purposes and limits stated here.
Staatsblad Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer) Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, van 12 januari 1996, directie wetgeving, sector straf- en sanctierecht nr 534630/96/6; Gelet op artikel 6a van de Wet persoonsregistraties; Gezien het advies van de Registratiekamer van 3 november 1995, nr. 95.A.12; De Raad van State gehoord, advies van 5 maart 1996, no. W03.96.0010; Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en van de Staatssecretaris van Financiën van 22 maart 1996, directie wetgeving nr. 546026/96/6; In dit besluit wordt onder sociaal-fiscaal nummer verstaan: het nummer, bedoeld in artikel 47b, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het sociaal-fiscaal nummer kan met het oog op de uitvoering van pensioenregelingen in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door: a. de bedrijfspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; b. de ondernemingspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; c. de verzekeraars, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; d. de beroepspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling; e. de stichting, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds; f. de stichting, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Wet sociale werkvoorziening; g. het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, bedoeld in artikel 3 van de Wet van 13 december 1972 tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor het eerste kind, alsmede de oprichting van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering; h. Onze Minister van Defensie met het oog op de uitvoering van de Algemene militaire pensioenwet. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt met betrekking tot een spaarregeling die is gericht op een uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening door: a. de spaarfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; b. de stichting, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onder b, van de Wet sociale werkvoorziening. Het sociaal-fiscaal nummer kan met het oog op hun taakuitoefening in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door stichtingen die belast zijn het uitvoeren van regelingen inzake vervroegd uittreden ingevolge een algemeen verbindend voorschrift. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door: a. de Stichting Bureau voor Duitse zaken, ingesteld als verbindingsorgaan in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Duits Verdrag inzake sociale verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71 en 574/72 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Europese Gemeenschap verplaatsen; b. de Stichting Bureau voor Belgische zaken de sociale verzekeringen betreffende, ingesteld als verbindingsorgaan in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Belgisch Verdrag inzake sociale verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71 en 574/72 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Europese Gemeenschap verplaatsen. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met het oog op het toezicht en de opsporing, bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsvoorzieningswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door: a. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de gemeenten, de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet van 15 december 1993, houdende regeling van de bestuurlijke verhouding tussen de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de Informatie Beheer Groep, voorheen de Informatiseringsbank, en de bekostigde onderwijsinstellingen met het oog op de toekenning van studiefinanciering en de tegemoetkoming in de studiekosten; b. de Universiteit van Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Amsterdam, de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Academisch Ziekenhuis Nijmegen met het oog op de uitvoering van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel; c. Het Fonds voor de Letteren en het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst met het oog op het toekennen van financiële bijdragen aan personen. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door: a. de Pensioen en Uitkeringsraad, bedoeld in de Wet op de Pensioen en Uitkeringsraad, met het oog op de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945; b. de waterschappen met het oog op de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, bedoeld in de Waterschapswet, en de gemeenten met het oog op de uitwisseling van gegevens in het kader van de Wet waardering onroerende zaken; c. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer met het oog op de uitvoering van de Wet individuele huursubsidie; d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken met het oog op de uitvoering van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel; e. het Centraal Bureau voor de Statistiek, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 januari 1899, Stb. 43, met het oog op het verzamelen en bewerken van statistische opgaven. Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door: a. de bureaus rechtsbijstandvoorziening, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de rechtsbijstand met het oog op de uitvoering van de hun bij de Wet op de rechtsbijstand opgedragen taken; b. het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, met het oog op de krachtens dit besluit opgedragen taken; c. het Schadefonds geweldsmisdrijven, bedoeld in artikel 2 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven met het oog op de uitvoering van de hem in die wet opgedragen taken; d. de door Onze Minister van Justitie ingevolge artikel 408, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen Raad voor de Kinderbescherming met het oog op de invordering van onderhoudsgelden en de door Onze Minister van Justitie en door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport aangewezen Raad voor de Kinderbescherming ex artikel 41f van de Wet op de jeughulpverlening eveneens met het oog op de inning van onderhoudsbijdragen; e. Onze Minister van Justitie met het oog op het uitoefenen van de bevoegdheid bedoeld in artikel 64, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De personen en instanties, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, gebruiken het sociaal-fiscaal nummer slechts voor zover dat noodzakelijk is ter uitvoering van hun taken of ten behoeve van de richtige uitvoering van wettelijke voorschriften, waarbij eveneens van dat nummer gebruik wordt gemaakt: a. in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft en b. in hun contacten met de personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in een persoonsregistratie. Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek dan wel op grond van een dwingende en gewichtige reden, kan desgevraagd een sociaal-fiscaal nummer aan een derde worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit gebruik sofi-nummer. Deze regeling treedt in werking op 1 april 1996. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Justitie. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 april 1996, nr. 69. NOTA VAN TOELICHTING Het onderhavige besluit is gebaseerd op artikel 6a van de Wet persoonsregistraties (WPR). Dit artikel is ingevoegd bij de Wet op de identificatieplicht (Wet van 9 december 1993, Stb. 660) en zal tegelijkertijd met deze algemene maatregel van bestuur in werking treden. Vanaf die datum mogen nummers die door de wet ter identificatie van een persoon uitdrukkelijk zijn voorgeschreven in een persoonsregistratie worden gebruikt, indien dat nodig is voor de uitvoering van specifieke wettelijke regeling dan wel ten behoeve van een goede uitvoering van wettelijke voorschriften waarbij eveneens van dat nummer gebruik kan worden gemaakt. Uit het artikel volgt dat voor het rechtmatig gebruik van identificerende persoonsnummers in beginsel een wettelijke basis aanwezig moet zijn. De belangrijkste persoonsnummers die thans binnen de overheid in gebruik zijn, zijn het A-nummer (voornamelijk in gebruik bij gemeenten en een daarmee in verbinding staande kring van gebruikers die toegang hebben tot de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens) en het sociaal-fiscaal-nummer (hierna te noemen sofi-nummer). De Registratiekamer heeft in haar advies onderscheiden tussen een drietal situaties voor het gebruik van het sofi-nummer die in artikel 6a WPR worden beschreven: a. Het gebruik «ter uitvoering van de betrokken wettelijke regelingen» heeft betrekking op het gebruik op het terrein waarvoor het sofi-nummer nu nog primair is bestemd: namelijk de uitvoering van de fiscale en sociale zekerheidswetgeving; b. Het gebruik van het sofi-nummer ten behoeve van een richtige uitvoering van wettelijke voorschriften heeft betrekking op de uitvoering van specifieke wetten, waarin het gebruik van het sofi-nummer uitdrukkelijk is beoogd en mogelijk gemaakt, zoals in artikel 48 van de Vreemdelingenwet; c. Ten slotte voorziet artikel 6a WPR in de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur gevallen aan te wijzen waarin het gebruik van identificerende persoonsnummers wordt toegelaten. In deze algemene maatregel van bestuur is aan de orde in welke gevallen het gebruik van het sofi-nummer kan worden toegelaten, anders dan op basis van reeds bestaande wettelijke regelingen. Bij de voorbereiding is gebleken dat de behoefte aan het gebruik van het sofi-nummer aanzienlijk groter is dan de kring van oorspronkelijke gebruikers van het sofi-nummer: de belastingdienst, de organen en instanties belast met de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving en de werkgevers. Ook in de sectoren van de gezondheidszorg, het onderwijs en justitie bestaat grote belangstelling voor het gebruik van het sofi-nummer. Gelet op de omstandigheid dat het sofi-nummer steeds wijder verbreid wordt (b.v. door de privatisering van taken die voorheen door de overheid werden verricht of het uitbesteden van taken die voorheen door werkgevers zelf werden uitgevoerd) en steeds meer gevraagd wordt, is het van belang dat het gebruik van het sofi-nummer en de uitwisseling van gegevens op basis van dat nummer nader wordt gereguleerd. Uit de enkele cijferreeks van het sofi-nummer kunnen weliswaar geen specifieke gegevens over de betrokken persoon worden afgeleid, maar het nummer is het instrument om de toegang te verschaffen tot andere registraties waarin die specifieke gegevens wel zijn opgeslagen. In verband met de mogelijkheden voor het koppelen van persoonsgegevens die voor heel andere doeleinden zijn opgeslagen, is het sofi-nummer een nummer dat meer in het bijzonder moet worden aangemerkt als een te beschermen persoonsgegeven. Daarmee wordt vooruitgelopen op de implementatie van de EG-richtlijn bescherming persoonsgegevens (Pb EG ....). Als gevolg van een amendement van het Europees Parlement worden in deze richtlijn in het zevende lid van artikel 8 in de context van gevoelige gegevens, wettelijke voorschriften voor de omgang met algemeen gebruikte identificatienummers (=persoonsnummers) geëist. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt, is over een eerder concept van deze algemene maatregel van bestuur advies verzocht aan de Registratiekamer en verkregen. Het advies heeft geleid tot substantiële aanpassing van de algemene maatregel van bestuur op onderdelen. De opmerkingen van de Registratiekamer zullen in hoofdzaak worden besproken in paragraaf 2 en 3 over de criteria voor het gebruik van het sofi-nummer en de grondslag voor het gebruik van het sofi-nummer. Aan dit besluit zijn de volgende algemene uitgangspunten ten grondslag gelegd. Organisaties en personen die ingevolge enige wettelijke regeling met de uitvoering van een (publieke) taak zijn belast, kan worden toegestaan het sofi-nummer te gebruiken indien dit noodzakelijk is met het oog op: a. de bestrijding en het tegengaan van fraude met overheidsgelden en gelden verzameld ten behoeve van de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving; b. de structurele gegevensuitwisseling van persoonsgegevens met andere (particuliere) instanties en personen die gerechtigd zijn het nummer te gebruiken voor zover de uitwisseling van gegevens met die instanties bij of krachtens de wet is voorzien; c. andere gevallen waarin de wetgever in formele zin dit om gewichtige redenen noodzakelijk acht. Het gebruik van het sofi-nummer door particulieren voor louter commerciële doeleinden is dientengevolge niet toegestaan. Met het aanvaarden van deze uitgangspunten door de ministerraad, is er enerzijds voor gekozen om het gebruik van het sofi-nummer binnen de zogenaamde publieke sector en het uitwisselen van gegevens met personen en instanties die belast zijn met de uitvoering van enige wettelijke regeling te reguleren aan de hand van gebleken behoeften. Anderzijds is ook gepoogd een dam op te werpen tegen het onbeperkt gebruik van het sofi-nummer in de particuliere sector met voornamelijk commerciële doeleinden. Daarbij is onder ogen gezien dat het sofi-nummer in de toekomst als een algemeen persoonsnummer binnen het terrein van de overheid en de uitvoering van sociale zekerheid zal (kan) gaan fungeren. Het beleid is niet gericht op een verdere integratie van de bestaande administratienummers: A-nummer en sofi-nummer. Het gebruik van het A-nummer is geregeld in de Wet op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA-wet). Door het opnemen van het sofi-nummer in de GBA is reeds een functionele integratie van beide nummers bereikt. De werkingsgebieden van deze nummers overlappen elkaar echter niet geheel. Zo zijn er meer personen met een sofi-nummer dan personen die in de GBA zijn ingeschreven. Bovendien is een berichtenverkeer op basis van het A-nummer op gang gekomen en ingevolge de GBA-wet gereguleerd. Hoewel te verwachten is dat het sofi-nummer langzamerhand de rol die aanvankelijk was toebedacht aan het A-nummer als algemeen persoonsnummer binnen de overheid, gaat overnemen, is een verdere integratie van deze nummers thans niet noodzakelijk. Bovendien zou vervanging van het A-nummer door het sofi-nummer aanzienlijke kosten meebrengen (minimaal 14 miljoen). Met de totstandkoming van dit besluit komt een einde aan het zo genaamde ontheffingenbeleid van de tweede ondergetekende. Bij gelegenheid van de behandeling van het wetsvoorstel voor de invoering van het fiscale nummer heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer toegezegd mededeling te doen van de op grond van artikel 67, tweede lid, van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen, verleende ontheffingen van de fiscale geheimhoudingsplicht, voor zover betrekking hebbend op de verstrekking van het sofi-nummer. Voor een voorbeeld van een dergelijke mededeling verwijzen wij naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 14 juli 1993 (TK, vergaderjaar 1992–1993, 22 800 IXB, nr. 51). Met het opnemen van de personen en instanties die tot het gebruik van het sofi-nummer gerechtigd zijn in dit besluit, is aan de noodzaak van voortzetting van dit beleid een einde gekomen. Opneming in dit besluit impliceert een ontheffing van de geheimhoudingsplicht. De inwerkingtreding van het onderhavige besluit heeft verdere gevolgen voor de uitvoering van de GBA-wet. Ingevolge artikelen 91 en 99 van de GBA-wet en het daarop gebaseerde artikel 68a van het Besluit van 21 september 1994 tot wijziging van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (systematische gegevensverstrekking aan bijzondere derden) heeft de Minister van Binnenlandse Zaken de bevoegdheid met zodanige gegevensverstrekking in te stemmen. Bij het hanteren van deze bevoegdheid beoordeelt hij a) of de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de bijzondere derde en b) of het voor de goede vervulling van de taak noodzakelijk is dat de verstrekking op systematische wijze plaatsvindt. In de praktijk bleek de omstandigheid of de Staatssecretaris van Financiën een ontheffing had verstrekt van de geheimhoudingsplicht voor wat betreft het sofi-nummer een belangrijke indicatie voor het instemmen met het verstrekken van inlichtingen uit de GBA. Gelet op het voorgaande ligt in de rede dat aan opneming van personen en instanties in dit besluit als rechtmatige gebruiker van het sofi-nummer, hetzelfde gevolg wordt verbonden. Wij tekenen daarbij wel aan dat opneming in dit Besluit geen zelfstandige titel verschaft tot toegang tot de GBA. De Minister van Binnenlandse Zaken heeft uiteraard een eigen verantwoordelijkheid voor de toelating van nieuwe gebruikers/afnemers en voor de uitvoering van de daarvoor benodigde maatregelen. Met de inwerkingtreding van deze algemene maatregel van bestuur blijft de uitwisseling van gegevens op grond van de GBA-wet en de daarop berustende uitvoeringsbesluiten geheel onverlet. Het onderhavige Besluit regelt het rechtmatig gebruik van het sofi-nummer, doch niet de wijze waarop het nummer wordt verkregen. Veelal zullen de betrokken organen, instanties en personen het sofi-nummer krijgen van degenen ten behoeve van wie zij met de uitvoering van enige wettelijke regeling zijn belast. Niet in alle gevallen zal dit ertoe leiden dat de verkregen gegevens met behulp van de GBA moeten worden geverifieerd. Wel is het zo dat de op initiatief van de Tweede Kamer uitgevoerde wens het sofi-nummer in de GBA op te nemen tot gevolg zal hebben dat degenen die het sofi-nummer mogen gebruiken, dat ook in het verkeer met de GBA zullen doen. Voorts wordt het inderdaad gemakkelijker om aan de hand van het sofi-nummer bij de GBA bepaalde persoonsgegevens te verifiëren. In de artikelsgewijze toelichting is voor de instemming met het gebruik van het sofi-nummer aansluiting gezocht bij de redactie van artikel 18, eerste en derde lid, van de WPR: gegevens mogen in een persoonsregistratie worden opgenomen indien dit noodzakelijk voor een goede taakvervulling van de houder en uit persoonsregistraties kunnen desgevraagd gegevens worden verstrekt aan personen en instanties met een publiekrechtelijke taak, voor zover zij die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Uit het systeem van artikel 6a WPR volgt dat het gebruik van het sofi-nummer voor de uitvoering van enige overheidstaak een wettelijke grondslag moet hebben. In deze algemene maatregel van bestuur is een aanzienlijk aantal instanties opgenomen, ten aanzien waarvan reeds een wettelijke voorziening in voorbereiding is of op korte termijn ter hand zal worden genomen. Het aanvaarden van de in de aanvang van paragraaf 2 genoemde uitgangspunten heeft ondermeer tot gevolg dat bij de overheveling van taken van overheidsorganisaties naar particuliere organisaties, die veelal bij wet wordt geregeld omdat de aanvankelijk aan de overheid toebedeelde bevoegdheden bij wet in het leven zijn geroepen, eveneens het gebruik van het sofi-nummer geregeld te worden, als daartoe de noodzaak aanwezig is. De bijzondere gevallen waarin reden is het sofi-nummer te gebruiken, maar ten aanzien waarvan een afzonderlijke wettelijke regeling ontbreekt, zijn thans in dit besluit opgenomen. Het betreft hier een voornamelijk tijdelijke voorziening, zoals bij voorbeeld voor het Centraal Bureau voor de Statistiek, ten behoeve waarvan een wetsvoorstel is ingediend: de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek en Centrale Commissie voor de Statistiek (Kamerstukken II, nr 23 576). In de overige gevallen zal bij een zich voordoende geschikte gelegenheid in de desbetreffende wetgeving een passende voorziening moeten worden getroffen. Bij wetten die met enige regelmaat moeten worden aangepast, zoals de pensioenwetgeving, zal dit naar verwachting geen problemen opleveren. Het is juist dat in dit besluit voornamelijk algemene waarborgen voor een zorgvuldig gebruik van het sofi-nummer zijn opgenomen. Nadere normering kan het best worden aangebracht bij de specifieke regelgeving. Bij de voorbereiding daarvan zal de Registratiekamer in de gelegenheid zijn te adviseren over voor de handhaving en uitvoering van de bijzondere wet gewenste waarborgen. Anders dan de Registratiekamer menen wij dat in dit Besluit wel degelijk voldoende waarborgen voor een zorgvuldig gebruik van het sofi-nummer zijn opgenomen. Vooral in artikel 6 is aangegeven dat naast het toegestaan gebruik voor de eigen taakuitoefening het gebruik van het sofi-nummer wordt beperkt tot het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft en tot het verkeer met de personen en instanties die zelf reeds tot het gebruik van het sofi-nummer gerechtigd zijn. De normering van het gebruik van het sofi-nummer voor wetenschappelijke en statistische doeleinden is geheel in overeenstemming met het regime van de WPR en de GBA-wet. Een duidelijke afgrenzing wordt bovendien gevormd door het uitdrukkelijke doel waarvoor het gebruik van het sofi-nummer is toegestaan: namelijk de uitvoering van specifieke wettelijke regelingen waarmee de betrokken persoon of instantie is belast. Hieruit volgt dat gebruik ten behoeve van andere doeleinden, zoals het gebruik van sofi-nummers van verzekerden door pensioenverzekeraars ten behoeve van marketing-doeleinden, niet is toegestaan. De suggestie van de Registratiekamer om de doelbinding uit de onderscheiden artikelen afzonderlijk in artikel 6 op te nemen hebben wij overgenomen. Aan de door de Registratiekamer op grond van de WPR verlangde doelbinding is naar ons oordeel op deze wijze geheel tegemoetgekomen. De mogelijkheid van een combinatie van sectorale binding aan een doelbinding zoals voorgestaan door de Registratiekamer zal bij de voorbereiding van bijzondere wetgeving op het terrein van het onderwijs en justitie nader onder ogen moeten worden gezien. Zelf heeft de eerste ondergetekende in het advies van de Registratiekamer aanleiding gevonden voor nadere bezinning op de noodzaak van het gebruik van het sofi-nummer in de zogenaamde strafrechtelijke keten: politie, openbaar ministerie, rechterlijke macht. Bij het bevorderen van een wijziging van het Wetboek van Strafvordering ten einde informatieverstrekking binnen de strafrechtelijke keten op basis van een persoonsnummer een formeel-wettelijke grondslag te verschaffen, zal aan de orde komen of met een specifiek sectoraal nummer kan worden volstaan of dat het gebruik van het sofi-nummer onvermijdelijk is. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is voornemens een persoonsnummer in te voeren voor leerlingen en studenten en onderwijsgevenden in ruime zin. Het gebruik van dit nummer dient dan wel in een wettelijke regeling te worden vastgelegd, waarin wordt opgenomen voor welke situaties en door wie gebruik van het nummer is toegestaan en ten behoeve van welk doel. Te dien einde zal de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen afzonderlijke regelgeving bevorderen ten behoeve van de introductie van de z.g. onderwijskaart, waarop het sofi-nummer van de betrokkene is vermeld. In de definitiebepaling is aangesloten bij de aanvulling van artikel 47b van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen, die eveneens is ingevoegd bij de Wet op de identificatieplicht. Voor het overige zijn de definities van de Wet persoonsregistraties van toepassing. Blijkens artikel 1, aanhef, gelden deze immers ook voor op deze wet steunende regelingen. Dit betekent bij voorbeeld dat de term «verstrekken» ook betrekking heeft op het ter beschikking stellen van het sofi-nummer binnen de organisaties van de houder. De bepalingen van dit besluit beperken zich niet tot verstrekkingen aan een derde. Het is noodzakelijk dat pensioenfondsen en verzekeraars die overeenkomstig een wettelijke regeling betreffende pensioenvoorzieningen belast zijn met de uitvoering van pensioenregelingen het sofi-nummer in hun administraties kunnen gebruiken en gegevens uitwisselen met overige instanties en personen voor zover noodzakelijk voor hun taakuitoefening ivm inkomensoverdrachten. Voor de goede uitvoering van pensioenregelingen, die per definitie langlopende contracten inhouden, is een systematische uitwisseling van gegevens met de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, de belastingdienst, overige uitkeringsorganen, bedrijfsverenigingen en andere pensioenuitvoerders van direct belang. Deze uitwisseling van gegevens is tevens noodzakelijk om de juiste omvang van de aanspraak van de verzekerde vast te stellen, opdat oneigenlijk gebruik en misbruik kan worden voorkomen. Datzelfde geldt voor de spaarfondsen die gericht zijn op uitkeringen voor een oudedagsvoorziening en de stichtingen die belast zijn met de uitvoering van regelingen inzake vervroegd uittreden. In het vijfde lid is ten behoeve van de fraudebestrijding en het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsvoorzieningswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet mogelijk gemaakt dat Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectiedienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gebruik maakt van het sofi-nummer. Het is in het belang van een goede taakuitoefening, in het bijzonder het uitwisselen van gegevens met instanties die van oudsher met de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving zijn belast en met de fiscus, dat het sofi-nummer mag worden gebruikt. In dit artikel is een opsomming gegeven van de instanties, voor welke het gebruik van het sofi-nummer en het uitwisselen van gegevens op basis van dat nummer, bij het uitvoeren van de in de onderwijswetgeving opgedragen taken noodzakelijk is. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is genoemd vanwege diens verantwoordelijkheid voor het agrarisch onderwijs. Voornaamste doelstellingen zijn het bevorderen van een efficiënte en doelmatige uitwisseling van gegevens en fraudebestrijding. Voor het doen van inkomensafhankelijke uitkeringen als studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten is het uitwisselen van gegevens met de gemeenten en instanties belast met de uitvoering van de sociale zekerheid aan de hand van het sofi-nummer noodzakelijk. Het Fonds voor de Letteren en het Fonds voor de Beeldende Kunst zijn belast met het doen van inkomensafhankelijke uitkeringen; voor de hoogte van een toe te kennen uitkering is het noodzakelijk dat de door aanvragers verstrekte gegevens worden geverifieerd, terwijl voorts gegevens kunnen worden uitgewisseld met andere uitkeringsinstanties en gemeenten. In dit artikel is een verzameling van instanties die behoefte hebben aan het gebruik van het sofi-nummer opgenomen. Zij hebben gemeen dat het voor de uitvoering van hun wettelijke taken noodzakelijk is om het sofi-nummer te gebruiken. Voor de bepaling van de omvang van de aanspraak van de verzoeker en de hoogte van de toe te kennen uitkering is het voor de Pensioen en Uitkeringsraad nodig om de door aanvrager verstrekt financiële gegevens te kunnen verifiëren, ook weer teneinde oneigenlijk gebruik en misbruik te voorkomen. Het gaat hier wederom om het uitwisselen van gegevens met de gemeenten, uitvoeringsinstanties op het terrein van de uitvoering van de sociale zekerheid en pensioenverzekeraars. Ook voor de vaststelling van aanspraken op grond van de Wet op de individuele huursubsidies en de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel is voor een richtige uitvoering een goede verificatie van de verstrekte gegevens van de aanvrager en een systematische uitwisseling van gegevens met andere uitkeringsinstanties noodzakelijk. De waterschappen moeten voor de omvang en de grondslag van de aanslagen gebaseerd op de Waterschapswet communiceren met de gemeenten, mede op basis van de Wet waardering onroerende zaken. Voor de hoogte van de op te leggen aanslag aan degene die de heffing verschuldigd is, is het uitwisselen van gegevens met de gemeenten aan de hand van het sofi-nummer noodzakelijk voor een goede taakuitvoering. Voor het Centraal Bureau voor de Statistiek is reeds een afzonderlijk wetsvoorstel ingediend: de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek en voor de Centrale Commissie voor de Statistiek (Kamerstukken II, 23 576), waaraan bij nota van wijziging een regeling betreffende het gebruik van het sofi-nummer zal worden toegevoegd. In dit artikel is een aantal instanties op het terrein van justitie, voor welke het gebruik van het sofi-nummer noodzakelijk is, opgenomen. Dat geldt in de eerste plaats de bureaus rechtsbijstandvoorziening voor het verifiëren van financiële gegevens van degenen die menen in aanmerking te komen voor al dan niet gedeeltelijk gefinancierde rechtsbijstand. Daarvoor is uitwisseling van gegevens nodig met gemeenten en uitkeringsinstanties. Eenzelfde gegevensverkeer is noodzakelijk ten behoeve van de uitvoering van uitkeringen die worden gedaan uit het Schadefonds geweldsmisdrijven. Het Centraal Justitieel Incassobureau is voor de inning van geldboeten en administratieve sancties afhankelijk van gegevensuitwisseling met gemeenten; voor het uitoefenen van verhaal indien niet op aanmaningen wordt gereageerd en het leggen van loonbeslag aan de orde is, is eveneens communicatie met uitkeringsinstanties en bedrijfsverenigingen vereist. Dezelfde situatie doet zich voor ten aanzien van de inning van onderhoudsbijdragen. Het uitoefenen van preventief toezicht op vennootschappen in het kader van artikel 64, tweede lid, Boek 2, Burgerlijk Wetboek is van belang in verband met het bestrijden van fraude en het opsporen van frauduleuze netwerken van vennootschappen en de natuurlijke personen die daarvoor verantwoordelijkheid dragen. Controle dient tevens te worden uitgeoefend op de overdracht van aandelen op naam. Deze is al aangescherpt, omdat in de Wet op de identificatieplicht notarissen worden verplicht de identiteit van personen die bepaalde financiële transacties bij notariële akte verrichten te verifiëren aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. In het kader van genoemd preventief toezicht is het uitwisselen van gegevens met behulp van het sofi-nummer met de Belastingdienst noodzakelijk. De bepaling in het eerste lid beoogt te waarborgen dat het sofi-nummer niet buiten de kring van personen en instanties komt, die gemachtigd zijn tot het gebruik van dat nummer. Dit laat onverlet dat ook anderen op rechtmatige wijze kennis kunnen nemen van en beschikken over het sofi-nummer, bij voorbeeld wanneer een bank een kopie van een identiteitsbewijs van een klant bewaart. Artikel 6a WPR verbiedt evenwel het sofi-nummer in een persoonsregistratie te gebruiken in het verkeer met anderen, binnen of buiten de organisaties van de houder. Zoals hiervoor reeds is vermeld, is het criterium van de doelbinding aan dit artikel toegevoegd. Met de bepaling in het tweede lid wordt aangesloten bij het voorschrift van artikel 11, tweede lid, van de Wet persoonsregistraties, dat verstrekking van gegevens ten behoeve van wetenschappelijke en statistische doeleinden regelt, dan wel op grond van een dwingende en gewichtige reden.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 26 maart 1996, inzake het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in