Wet van 22 mei 2024 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap op scholen in verband met het versterken van de positie van leerlingen die extra ondersteuning behoeven en hun ouders (Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: The school authority must let pupils give their views on support arrangements before certain documents are adopted or updated, help them do so, and explain how their views were used.
Staatsblad Wet van 22 mei 2024 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap op scholen in verband met het versterken van de positie van leerlingen die extra ondersteuning behoeven en hun ouders (Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA A B C D het ondersteuningsaanbod van de school en indien het betreft een cluster 3- of cluster 4-school: de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020,. Da Inspraak ondersteuningsaanbod Voorafgaand aan de vaststelling van de schoolgids stelt het bevoegd gezag leerlingen in de gelegenheid op een door hen te bepalen wijze vrijelijk hun mening naar voren te brengen over het ondersteuningsaanbod van de school en, indien het betreft een cluster 3- of cluster 4-school, de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020. Het bevoegd gezag biedt leerlingen daartoe de ondersteuning die zij nodig hebben. Het bevoegd gezag beschrijft in de schoolgids op algemene wijze de inbreng van de leerlingen en de mate van invloed op de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020, en het ondersteuningsaanbod van de school. E F 4. Het bevoegd gezag evalueert het ontwikkelingsperspectief ten minste één keer per schooljaar met de ouders en de leerling, of, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling. 7. Indien de leerling niet meerderjarig en handelingsbekwaam is, stelt het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief vast of stelt het bij nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. 8. Het bevoegd gezag beschrijft in het ontwikkelingsperspectief de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. 9. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. G WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS A voorzieningen voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die op alle vestigingen van scholen behorend tot een samenwerkingsverband aanwezig zijn;. B C D de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school,. Da Inspraak ondersteuningsaanbod Voorafgaand aan de vaststelling van de schoolgids stelt het bevoegd gezag leerlingen in de gelegenheid op een door hen te bepalen wijze vrijelijk hun mening naar voren te brengen over de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. Het bevoegd gezag biedt leerlingen daartoe de ondersteuning die zij nodig hebben. Het bevoegd gezag beschrijft in de schoolgids op algemene wijze de inbreng van de leerlingen en de mate van invloed op de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. E de wijze waarop aan ouders en leerlingen informatie wordt verstrekt over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouders en leerlingen, en. F Ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband 1. Het samenwerkingsverband zorgt voor een steunpunt dat uitsluitend in het belang van de leerling: ouders en leerlingen informeert over het onderwijs voor leerlingen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, en over het aanbod van ondersteuningsvoorzieningen binnen het samenwerkingsverband; ouders en leerlingen advies, steun en begeleiding biedt bij het onderwijs en bij de extra ondersteuning, voor zover het gaat om leerlingen als bedoeld in artikel 8, vierde lid. 2. Het steunpunt signaleert relevante ontwikkelingen met het oog op beleidsontwikkeling en informeert het samenwerkingsverband hierover. G H 4. Het bevoegd gezag evalueert het ontwikkelingsperspectief ten minste één keer per schooljaar met de ouders en de leerling. 6. Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief vast of stelt het bij nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. 7. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. 8. Het bevoegd gezag beschrijft in het ontwikkelingsperspectief: de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid; indien van toepassing: de onderdelen van het onderwijsprogramma waarvan wordt afgeweken; de inbreng van de leerling, bedoeld in het zesde lid, en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. 9. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief. I WIJZIGING VAN DE WET PRIMAIR ONDERWIJS BES 2. Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. 3. Het bevoegd gezag omschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. 4. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. 5. Het bevoegd gezag evalueert het handelingsplan ten minste één keer per schooljaar met de ouders en de leerling. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020 A B C 5. Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief vast of stelt het bij nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. 6. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. 7. Het bevoegd gezag beschrijft in het ontwikkelingsperspectief: de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41; indien van toepassing: de onderdelen van het onderwijsprogramma waarvan wordt afgeweken; de inbreng van de leerling, bedoeld in het vijfde lid, en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. D de wijze waarop aan ouders en leerlingen informatie wordt verstrekt over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouders en leerlingen;. E Ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband 1. Het samenwerkingsverband zorgt voor een steunpunt dat uitsluitend in het belang van de leerling: ouders en leerlingen informeert over het onderwijs voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.41 en over het aanbod van ondersteuningsvoorzieningen binnen het samenwerkingsverband; ouders en leerlingen advies, steun en begeleiding biedt bij het onderwijs en bij de extra ondersteuning, voor zover het gaat om leerlingen als bedoeld in artikel 2.41. 2. Het steunpunt signaleert relevante ontwikkelingen met het oog op beleidsontwikkeling en informeert het samenwerkingsverband hierover. F G de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school;. Ga Inspraak ondersteuningsaanbod Voorafgaand aan de vaststelling van de schoolgids stelt het bevoegd gezag leerlingen in de gelegenheid op een door hen te bepalen wijze vrijelijk hun mening naar voren te brengen over de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. Het bevoegd gezag biedt leerlingen daartoe de ondersteuning die zij nodig hebben. Het bevoegd gezag beschrijft in de schoolgids op algemene wijze de inbreng van de leerlingen en de mate van invloed op de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. H I J 2. Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. 3. Het bevoegd gezag beschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. 4. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. WIJZIGING VAN DE WET MEDEZEGGENSCHAP OP SCHOLEN A B INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 443