Wet van 1 december 2011 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012)
This section includes rules on employer reporting to UWV, ministerial decisions, and benefit administration.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 1 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 1 december 2011 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 1 december 2011 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012)
AI-assisted research summary: This section includes rules on employer reporting to UWV, ministerial decisions, and benefit administration.
Staatsblad Wet van 1 december 2011 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET A 3. De kinderbijslag op grond van het tweede lid, onderdelen b en c, wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. B C D ALGEMENE NABESTAANDENWET 0A 3. In afwijking van het tweede lid wordt in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, het bruto-minimumloon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij: X staat voor het aantal dagen gelegen in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt, voordat de nabestaande deze leeftijd heeft bereikt, en Y staat voor het aantal dagen van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt. A B C D E 12. In afwijking van het tweede lid wordt in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, het bruto-minimumloon, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij: X staat voor het aantal dagen gelegen in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt, voordat de nabestaande deze leeftijd heeft bereikt, en Y staat voor het aantal dagen van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt. ALGEMENE OUDERDOMSWET 0A 2. In afwijking van het eerste lid wordt in de maand waarin de pensioengerechtigde of de echtgenoot van de pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, het bruto-minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onder 1°, vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij: X staat voor: het aantal dagen gelegen in de maand waarin de pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd bereikt, vanaf de dag dat de pensioengerechtigde deze leeftijd heeft bereikt, of het aantal dagen gelegen in de maand waarin de echtgenoot van de pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd bereikt, voordat de echtgenoot deze leeftijd heeft bereikt, en Y staat voor het aantal dagen van de maand waarin de pensioengerechtigde of de echtgenoot van de pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd heeft bereikt. A bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde. B C D ARBEIDSGESCHILLENWET 1946 BES A B C 1. Aan de bemiddelaars, de buitengewone bemiddelaars en het hun toegevoegde personeel kan Onze Minister een schadeloosstelling toekennen voor door hen verrichte werkzaamheden. 2. Aan de bijzondere bemiddelaars, bedoeld in artikel 8, en de hun toegevoegde commissieleden kan Onze Minister een schadeloosstelling toekennen. ARBEIDSOMSTANDIGHEDENWET A B De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op aangewezen instellingen als bedoeld in de eerste zin. CESSANTIAWET BES TOESLAGENWET A B WERKLOOSHEIDSWET A B 9. In afwijking van het eerste lid is gedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, tevens werkloos de werknemer die recht heeft op onverminderde doorbetaling van loon en waarvan de werkgever dit loon niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld in artikel 61. C 7. Het tweede en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste lid, onderdeel b, onder 3°, waarbij voor de overeenkomstige toepassing van het tweede lid, onderdeel b, voor «de dienstbetrekking is beëindigd» mede wordt gelezen: de arbeid is beëindigd of niet voortgezet. D E 1. Het UWV weigert de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering niet zou zijn ontstaan of zou zijn geëindigd, ter zake van het niet nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3°, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigert het UWV de uitkering niet over de volledige duur van de uitkering, doch over ten hoogste een periode van 26 weken over de helft van het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd of niet zou zijn ontstaan. F G H I WET ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENVERZEKERING BES WET ARBEID EN ZORG A de vermoedelijke datum van bevalling;. 2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de werkgever, uiterlijk binnen een jaar na het tijdstip waarop de uitkering geëindigd is, een verklaring vragen van een arts of verloskundige over de vermoedelijke datum van bevalling, welke is opgemaakt uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschapsverlof onderscheidenlijk twee weken voor de datum waarop de vrouwelijke werknemer het recht op uitkering wil laten ingaan. B C D E WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN A B C D WET BEËINDIGING ARBEIDSOVEREENKOMSTEN BES A B 3. Onze Minister besluit binnen twee weken na ontvangst van het advies van de commissie, bedoeld in artikel 3, doch in ieder geval binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot toestemming tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De termijn van acht weken kan worden verlengd indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken. C 1. Handelingen in strijd met de artikelen 4, eerste lid, en 5, vierde lid, zijn vernietigbaar. 2. De werknemer kan deze vernietigbaarheid inroepen gedurende zes maanden na de opzegging, die gericht is op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN 0A wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet. A 17. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de toestemming, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en de beëindiging, bedoeld in het tiende lid, onderdeel b, uitsluitend wordt verleend onderscheidenlijk plaatsvindt met ingang van 1 januari van enig jaar. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kan in bijzondere omstandigheden de termijn van dertien weken, bedoeld in het negende lid, eerste zin, en het tiende lid, onderdeel b, worden ingekort. B C D E F 7. De SVB registreert de schuldige nalatigheid van de premieplichtige. Indien bij de SVB ten tijde van de registratie geen actueel adres van de premieplichtige bekend is, gaat de termijn van vier weken, genoemd in het vierde lid, in op de datum van registratie. G H I J K L WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN A B WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE WERKLOZE WERKNEMERS A B C WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE WERKLOZEN A B C WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING A B C D WIJZIGING VAN DE WET OP DE EUROPESE ONDERNEMINGSRADEN WET PARTICIPATIEBUDGET A Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;. B C WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN A B 6. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet die gedurende een ononderbroken periode van 104 weken ongeschikt tot werken is geweest, nog ongeschikt tot werken is en over de vraag of het aannemelijk is dat de ongeschiktheid tot werken langer dan zesentwintig weken zal voortduren of over de vraag of redelijkerwijs niet de mogelijkheid bestaat om die overheidswerknemer binnen zesentwintig weken, indien nodig door middel van scholing, te herplaatsen in een aangepaste of andere functie, die voor die overheidswerknemer als passend kan worden beschouwd. C D E F WET UNIFORMERING LOONBEGRIP WET WERK EN ARBEIDSONDERSTEUNING JONGGEHANDICAPTEN A B Voorzieningen ter bevordering en ondersteuning van arbeid als zelfstandige. C D E F G H I Ia J K WET WERK EN BIJSTAND A de jonggehandicaptenkorting alsmede, voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan vijf jaar is, het bedrag waarmee de alleenstaande ouderkorting wordt vermeerderd, bedoeld in artikel 8.15, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, bedoeld 8.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001;. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening;. B C D 3. Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 76, derde lid, totdat: hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven; hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing, bedoeld in artikel 76, derde lid, opgenomen verplichtingen heeft voldaan; hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing. E 3. Onze Minister kan: bepalen dat een meerjarige aanvullende uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid; een verleende meerjarige aanvullende uitkering verminderen of intrekken indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor: de gronden voor verlening van de aanvullende uitkering; de berekening van de hoogte van de uitkering; de voorwaarden, die aan het verzoek worden gesteld; de wijze van beoordeling van het verzoek door de toetsingscommissie; de toepassing van het derde lid. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN BIJSTAND NA INWERKINGTREDING WET INTERBESTUURLIJK TOEZICHT GEMEENTELIJKE INKOMENS- EN WERKVOORZIENINGEN A 5. Onze Minister kan: bepalen dat een meerjarige aanvullende uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, eerste lid; een verleende meerjarige aanvullende uitkering verminderen of intrekken indien het college in strijd handelt met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de meerjarige aanvullende uitkering, of met een voorwaarde die aan het besluit tot verlening van een meerjarige aanvullende uitkering is verbonden dan wel indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, eerste lid. de toepassing van het vijfde lid. B 3. Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, totdat: hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven; hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing opgenomen verplichtingen heeft voldaan; hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing. C WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN A B C D Voorzieningen ter bevordering en ondersteuning van arbeid als zelfstandige. E F De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verminderd met de duur van de ontvangen loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet die de verzekerde ontving uit hoofde van dezelfde dienstbetrekking als de dienstbetrekking waaruit het recht op een WGA-uitkering is ontstaan. G Dit lid is niet van toepassing indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, niet heeft gedaan voor de dag waarop de wachttijd 79 weken heeft geduurd. H I J K L WET WERKLOOSHEIDSVOORZIENING WET WIJZIGING VERREKENING INKOMSTEN MET ZIEKENGELD WET ZIEKTEVERZEKERING BES ZIEKTEWET A B C D E 2. De werkgever meldt uiterlijk op de vierde dag: waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, of vanaf de dag waarop de vrouwelijke werknemer recht had kunnen hebben op een uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid. 9. Indien de werkgever de melding, bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar. F G H 1. Artikel 31, eerste en tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld, blijft van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag waarop artikel II, onderdeel B, van die wet in werking is getreden. 2. Dit artikel vervalt drie jaar na de dag waarop artikel II, onderdeel B, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld in werking is getreden. 1. Artikel 31, derde, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel VIII, onderdeel G, onder 3 en 4, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag waarop artikel VIII, onderdeel G, onder 3 en 4, van die wet in werking is getreden. 2. Dit artikel vervalt drie jaar na de dag waarop artikel VIII, onderdeel G, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving in werking is getreden. WIJZIGING VAN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN IN VERBAND MET WET UNIFORMERING LOONBEGRIP 0A A B WIJZIGING VAN DE WET WERK EN BIJSTAND IN VERBAND MET WET UNIFORMERING LOONBEGRIP WIJZIGING VAN DE WERKLOOSHEIDSWET IN VERBAND MET WET VAN 6 JUNI 2011 de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d;. WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET IN VERBAND MET WET VAN 6 JUNI 2011 de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d;. INWERKINGTREDING De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet SZW 2012. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 015
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 1 december 2011 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in