Besluit van 28 juni 1996, houdende wijziging van het Besluit verplichte verzekering jagers
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This decision changes the hunters’ insurance decree: the insurance must be with an insurer that has the required licence or follows the specified procedure, and the minimum amount is set at f 2,000,000 per event.
Staatsblad Besluit van 28 juni 1996, houdende wijziging van het Besluit verplichte verzekering jagers Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 9 mei 1996, No. J. 964703, Directie Juridische Zaken; Gelet op artikel 12a, vierde en vijfde lid, van de Jachtwet; De Raad van State gehoord (advies van 4 juni 1996, No. W11.96.0201.); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 juni 1996, No. J. 966250, Directie Juridische Zaken; Het >besluit verplichte verzekering jagers, wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2 komt te luiden: De verzekering moet zijn gesloten met een verzekeraar die in het bezit is van de ingevolge artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of ten aanzien van welke is voldaan aan de procedure, bedoeld in de artikel 37 of 38 of de artikelen 111, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, of 116 eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, of derde lid, van de genoemde wet. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Het tweede lid komt te luiden: Het bedrag waarboven de in de wet bedoelde verzekeringsplicht zich niet uitstrekt bedraagt f 2 000 000,– per gebeurtenis. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid, onder a, wordt «Landbouw en Visserij» vervangen door: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Stb. 1978, 117; gewijzigd bij Besluit van 7 april 1994 (Stb. 265). Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat. NOTA VAN TOELICHTING Artikel 12a van de Jachtwet stelt voor degenen die jagen met geweer een aansprakelijkheidsverzekering verplicht. De eisen waaraan deze verzekering moet voldoen, zijn neergelegd in het Besluit verplichte verzekering jagers. Ingevolge artikel 2 van dit besluit moet de verzekering worden afgesloten bij een in Nederland gevestigde verzekeraar. Op 1 juli 1994 is de Wet van 9 maart 1994, houdende vervanging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf door de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993) in werking getreden. De Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 strekt tot uitvoering van de derde richtlijn schadeverzekering (Richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld) en de derde richtlijn levensverzekering (Richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PbEG L 360), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld). Deze richtlijnen beogen de voorwaarden te scheppen voor de daadwerkelijke totstandkoming van de interne verzekeringsmarkt. De inwerkingtreding van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 noopt tot de wijziging van artikel 2. Met deze wijziging wordt het artikel in overeenstemming gebracht met het bij bovengenoemde richtlijnen geïntroduceerde een-vergunningen-beginsel. Dit beginsel gaat uit van de gelijkwaardigheid van het overheidstoezicht op de uitoefening van het verzekeringsbedrijf in de verschillende lid-staten. Communautaire verzekeraars, dat wil zeggen verzekeraars die hun zetel hebben in één van de andere lid-staten, kunnen, zowel in het kader van vestiging als dienstverrichting, in Nederland een aansprakelijkheidsverzekering aanbieden; zowel vanuit een vestiging binnen als een bijkantoor buiten de Europese Unie omdat zij onder toezicht staan van een overheid uit een andere lid-staat. Dit geldt ook voor non-communautaire verzekeraars met een bijkantoor in een andere lid-staat, die van daaruit op de Nederlandse verzekeringsmarkt een aansprakelijkheidsverzekering voor jagers aanbieden. Ook zij staan immers onder toezicht van een lid-staat. Ook dergelijke verzekeraars dienen in deze gevallen in de gelegenheid te worden gesteld op deze markt te opereren. Dit geldt echter niet voor non-communautaire verzekeraars die niet via een bijkantoor binnen de Europese Unie opereren. De onderhavige wijziging strekt tevens tot verhoging van de minimaal verplicht verzekerde som. Over deze verhoging is advies gevraagd aan de Verzekeringskamer. De Verzekeringskamer heeft hierover overleg gevoerd met het Verbond van Verzekeraars, het Ministerie van Financiën en Rollins Hudig Hall. De Afdelingscommissie Algemene Aansprakelijkheid van het Verbond van Verzekeraars adviseerde het bedrag waarboven de verzekeringsplicht zich niet uitstrekt te verhogen tot tenminste f 1 000 000,–. Zij heeft geen bezwaar tegen een verhoging van dit bedrag tot f 2 000 000,– à f 2 500 000,–. De Verzekeringskamer sluit zich hierbij aan. Zij sluit zich eveneens aan bij de visie van de verzekeringsmakelaar Rollins Hudig Hall dat een verhoging van het verzekerd bedrag tot f 2 000 000,– à f 2 500 000,– een verantwoorde keus is. Gelet op de grote in het geding zijnde belangen van de gelaedeerde bij letselschades, gelet op de relatief geringe gevolgen in de premiesfeer van een verhoging van het te verzekeren bedrag en gezien het advies van de Verzekeringskamer heb ik de hoogte van het bedrag waarboven de verzekeringsplicht zich niet uitstrekt vastgesteld op f 2 000 000,–.