Rijkswet van 13 juli 2016, houdende aanpassing van Rijkswetten in verband met de invoering van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht en van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie alsmede in verband met de uitbreiding van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision sets several procedural rules for courts and court officials, including notice, filing, copying, and case-handling steps.
Staatsblad Rijkswet van 13 juli 2016, houdende aanpassing van Rijkswetten in verband met de invoering van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht en van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie alsmede in verband met de uitbreiding van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen) Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A B C D E 1. Op de procedure ingevolge de artikelen 34, 36 en 37 zijn in het Europese deel van Nederland de regels inzake de verzoekprocedure, bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, van toepassing, met uitzondering van artikel 30a, vierde lid, van dat wetboek. A B C D 13. Indien de gerechtelijke procedure ingevolge artikel 80, tweede lid, in Curaçao of Sint Maarten wordt gevoerd, wordt de in het tweede lid bedoelde bijlage bij dagvaarding dan wel bij conclusie van eis in reconventie en in kort geding op de terechtzitting overgelegd. Onder de verweerder in de leden vijf tot en met acht en twaalf wordt in deze procedure telkens de gedaagde verstaan. E F G H I A 2. De rechtsstelsels van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelden niet als rechtsstelsels van vreemde staten in de zin van artikel 79, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie. B De Hoge Raad neemt ten aanzien van burgerlijke zaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover in deze rijkswet niet anders is bepaald, in overeenkomstige gevallen, op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten aanzien van burgerlijke zaken in het Europese deel van het Koninkrijk, kennis van een gestelde prejudiciële vraag. Ba De Hoge Raad neemt ten aanzien van belastingzaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover in deze rijkswet niet anders is bepaald, in overeenkomstige gevallen, op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten aanzien van belastingzaken in het Europese deel van het Koninkrijk, kennis van een gestelde prejudiciële vraag. C D 1. De termijnen van verschijning in vorderingsprocedures worden bij algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld. 2. Indien het beroep in cassatie aanhangig wordt gemaakt volgens de regels die gelden voor de verzoekprocedure, bericht de griffier van de Hoge Raad de verweerder of belanghebbende over de indiening van het cassatieberoep. E Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan, indien dit wordt gevorderd, niettegenstaande daartegen aan te wenden rechtsmiddelen, verklaren dat zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn, tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit. F G 1. Een door de griffier van de Hoge Raad gewaarmerkt afschrift van het arrest van de Hoge Raad wordt zo spoedig mogelijk door de procureur-generaal bij de Hoge Raad gezonden aan de procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad geeft tevens van de beslissing kennis aan de verdachte en aan de benadeelde partij indien deze zich in het geding heeft gevoegd. 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad verstrekt desgevraagd een afschrift van het arrest van de Hoge Raad aan de verdachte en de benadeelde partij, bedoeld in het tweede lid. 4. Indien bij het arrest ten principale recht is gedaan, wordt deze beslissing, voor zover geen termen zijn gevonden tot het verlenen van gratie, ten uitvoer gelegd als een uitspraak in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep gegeven. H I A B 1. Indien de vaststelling van het bedrag van de vergoeding geschiedt door de in artikel 24, vierde lid, onder 1° of onder 3° bevoegde rechter, wordt het geding in afwijking van artikel 25 door de verzoeker aanhangig gemaakt door het indienen van een procesinleiding, waarin de naam en het adres van de belanghebbende is vermeld alsmede het bedrag van de vergoeding waarvan de vaststelling wordt verzocht. 2. De in artikel 24, vierde lid, onder 1° of onder 3° bevoegde rechter bepaalt de dag van de volgende proceshandeling. Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan zes weken na die waarop de procesinleiding ter griffie is ingediend. De griffier geeft schriftelijk van deze dagbepaling kennis aan de verzoeker en de andere partij. Tussen de dag waarop deze kennisgeving is verzonden en de door de rechter bepaalde dag moeten tenminste vier weken verlopen. De kennisgeving aan de andere partij gaat vergezeld van een afschrift van de procesinleiding. 3. De in het tweede lid bedoelde kennisgeving heeft ten opzichte van partijen de kracht van een procesinleiding. 1. Ten aanzien van een procedure bij de civiele rechter waarbij het exploot voor de datum van inwerkingtreding van deze wet rechtsgeldig is betekend, blijft het recht van toepassing zoals dat voor die datum gold. 2. Ten aanzien van een procedure bij de civiele rechter waarbij voor de datum van inwerkingtreding van deze wet een verzoekschrift bij de rechter is ingediend, een beroepschrift bij het gerechtshof is ingediend of een verzoekschrift bij de Hoge Raad is ingediend, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voor de inwerkingtreding van deze wet. 3. Zolang de verplichting om langs elektronische weg te procederen nog niet bij alle gerechten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie voor alle zaken in werking is getreden, bepaalt de rechter naar wie een zaak wordt doorgestuurd, verwezen of teruggewezen, zo nodig op welke wijze die zaak wordt behandeld of voortgezet. De artikelen van deze rijkswet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, voor verschillende vorderingen en verzoeken en voor de verschillende gerechten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie verschillend kan worden vastgesteld. Deze rijkswet wordt aangehaald als: Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 237 (R2054)