Besluit van 15 mei 1995, houdende regels voor gegevensverstrekking aan bestuursorganen (Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen)
Deze bepaling regelt wanneer sociale verzekeringsorganen gegevens kosteloos moeten of mogen verstrekken aan andere overheden en instellingen, en wanneer systematische gegevensverstrekking alleen onder voorwaarden is toegestaan.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 15 mei 1995, houdende regels voor gegevensverstrekking aan bestuursorganen (Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 15 mei 1995, houdende regels voor gegevensverstrekking aan bestuursorganen (Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen)
AI-assisted research summary: Deze bepaling regelt wanneer sociale verzekeringsorganen gegevens kosteloos moeten of mogen verstrekken aan andere overheden en instellingen, en wanneer systematische gegevensverstrekking alleen onder voorwaarden is toegestaan.
Staatsblad Besluit van 15 mei 1995, houdende regels voor gegevensverstrekking aan bestuursorganen (Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen) Op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 november 1994, SZ/SV/U/94/4857b; Gelet op artikel 103 van de Organisatiewet sociale verzekeringen; De Raad van State gehoord (advies van 16 januari 1995, No. W12.94.0671); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 mei 1995, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/UB/95/0416; Indien het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, een bedrijfsvereniging of een uitvoeringsinstelling bij de uitvoering van een wet een misdrijf vermoedt, waardoor een bestuursorgaan, bij het verstrekken van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen wordt benadeeld, stelt het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsvereniging of de uitvoeringsinstelling het betrokken bestuursorgaan hiervan, kosteloos, in kennis. Bij de gegevensverstrekking bedoeld in het eerste lid weegt het belang van die verstrekking op tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek aan elkaar, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van wetten door het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen of de uitvoeringsinstellingen. Het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de rijksbelastingdienst de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen. Het College, de Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de bestuursorganen van een gemeente de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet voorzieningen gehandicapten, de Wet Werkloosheidsvoorziening, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Algemene Bijstandswet of de Algemene bijstandswet, indien het bij koninklijke boodschap van 12 maart 1992 ingediende voorstel van wet herinrichting van de Algemene Bijstandswet (Algemene bijstandswet; 22 545) in werking is getreden. Het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de Ziekenfondsraad en de ziekenfondsen de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het College, de Bank, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan het Centrale Bestuur voor de Arbeidsvoorziening en de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsvoorzieningswet. De Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de Informatie Beheer Groep de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens de wet aan de Informatie Beheer Groep opgedragen taken. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de Sociaal-Economische Raad de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 46a van de Wet op de ondernemingsraden. De Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit eigen beweging uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de Jeugdwerkgarantieorganisatie de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdwerkgarantiewet. Het College, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen verstrekken op verzoek in bij of krachtens verdragen overeengekomen gevallen, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan buitenlandse organen die belast zijn met de uitvoering van sociale zekerheidsregelingen, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die regelingen door die buitenlandse organen. Bij het verstrekken van gegevens maken het College, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen gebruik van het sociaal-fiscaal nummer, voor zover het gebruik van dit nummer wettelijk is voorgeschreven bij de uitvoering van de in dit besluit vermelde wettelijke voorschriften. Het College, het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, de Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen verstrekken in de in dit besluit vermelde gevallen slechts op basis van tussen de bestuursorganen bereikte overeenstemming systematisch gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet persoonsregistraties. De in het eerste lid bedoelde overeenstemming wordt opgenomen in een besluit omtrent die gegevensverstrekking. Een dergelijk besluit bepaalt met betrekking tot die gegevensverstrekking in ieder geval welke gegevens, in welke omstandigheid, met welke regelmaat en op welke wijze worden verstrekt. Bij het systematisch verstrekken van gegevens op de wijze van het eerste en tweede lid weegt het belang van die verstrekking op tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1995. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant van 13 juni 1995 nr. 111. NOTA VAN TOELICHTING De Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen houden persoonsregistraties in de zin van de Wet persoonsregistraties (WPR). Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de WPR mogen uit persoonsregistraties slechts gegevens aan derden worden verstrekt, voor zover zulks voortvloeit uit het doel van de registratie, voor zover zulks wordt vereist ingevolge een wettelijk voorschrift of voor zover zulks geschiedt met toestemming van de geregistreerde. Verder bepaalt artikel 11, derde lid, WPR dat verstrekking van gegevens achterwege blijft, voor zover uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift geheimhouding geboden is. Artikel 100 van de Organisatiewet sociale verzekeringen (Osv) legt iedereen die bij de uitvoering van de sociale verzekeringswetten betrokken is een geheimhoudingsplicht op. Tevens wordt in artikel 100 aangegeven wanneer die geheimhoudingsplicht niet geldt. Dit is het geval voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht, uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit dan wel krachtens deze wet (de Osv) gestelde regels hem mededeling toestaan. Gelet op artikel 11, derde lid van de WPR is het verstrekken van gegevens dus mogelijk, indien daarvoor in de Osv een rechtsgrond is aangewezen. Deze rechtsgrond is te vinden in de artikelen 101 tot en met 103 van de Osv. Het verstrekken van gegevens door de sociale verzekeringsinstanties aan bestuursorganen wordt op grond van artikel 103, eerste lid, geregeld in deze algemene maatregel van bestuur (amvb). In dit besluit wordt voor de sociale verzekeringsinstanties nader invulling gegeven aan de bevoegdheid desgevraagd gegevens te verstrekken aan personen of instanties met een publiekrechtelijke taak, voor zover zij die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad, zoals artikel 18, derde lid van de WPR bepaalt. Het tweede lid van artikel 103 schrijft een soortgelijke belangenafweging voor: voor zover het belang van de gegevensverstrekking niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, vindt de gegevensverstrekking niet plaats. Op grond van het derde lid van artikel 103 Osv kunnen in de amvb ook gevallen worden beschreven, waarbij al van te voren bepaald is, dat het belang van verstrekking van gegevens opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit vereist, dat in dit besluit duidelijk moet blijken waarom op voorhand de belangenafweging al ten voordele van de gegevensverstrekking uitvalt. Tegen deze achtergrond wordt in dit besluit geregeld: a. wanneer een sociale verzekeringsinstantie (sv-instantie) verplicht is aan een verzoek tot gegevensverstrekking te voldoen, omdat het verkrijgen van die gegevens door het verzoekende bestuursorgaan noodzakelijk is voor de uitvoering van een met name genoemde wet; b. wanneer een sociale verzekeringsinstantie bevoegd is spontaan gegevens te verstrekken, omdat het aan deze instantie duidelijk is dat de uitvoering van een wet daartoe noodzaakt; achtergrond hiervan is veelal de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor een doelmatige en rechtmatige uitvoering van een publieke taak en het voorkomen en bestrijden van fraude met overheidsmiddelen; c. dat een uitvoeringsinstantie de gegevens systematisch kan verstrekken, d.w.z. het massaal (via geautomatiseerde weg) verstrekken van bepaalde gegevens die betrekking hebben op meerdere personen met een zekere regelmaat; in die omstandigheid past onder bepaalde voorwaarden geen belangenafweging per verstrekking; deze voorwaarden worden in dit besluit benoemd en zijn daarmee kenbaar voor de geregistreerden; d. wanneer de verstrekking kosteloos is; e. wanneer bij de gegevensverstrekking gebruik gemaakt wordt van het sociaal-fiscaal (sofi)-nummer. De in dit besluit toegestane gegevensverstrekkingen waren reeds geregeld in de Organisatiewet Sociale Verzekering (OSV) en (voor de Sociale Verzekeringsbank) in de Wet op de Sociale Verzekeringsbank (Wet SVB). In de artikelsgewijze toelichting wordt aangegeven waar dat het geval was. In dit besluit zijn niet opgenomen meer algemene verplichtingen tot gegevensverstrekking voor bestuursorganen, zoals die op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur, de Wet Economische Statistieken en die op grond van artikel 48, tweede lid van de Vreemdelingenwet. Deze verplichtingen kunnen vanzelfsprekend ook betrekking hebben op de uitvoeringsinstanties van de sociale verzekeringen. Artikel 1 komt overeen met artikel 50h, eerste lid, van de huidige OSV en artikel 22 Wet SVB, met dien verstande dat overeenkomstig het advies van de Commissie voor de toetsing van wetgevingsprojecten (interim-advies d.d. 8 juni 1990, CTW 90/4) de bevoegdheid tot gegevensverstrekking in artikel 1 is vervangen door een verplichting tot gegevensverstrekking. Daarnaast is het artikel zodanig geherformuleerd, dat het vermoeden van een misdrijf in plaats komt van het kennis krijgen van het plegen van een misdrijf. Met die laatste formulering wordt in feite vereist dat de sv-instantie moet vaststellen, dat een misdrijf is gepleegd. Uiteindelijk stelt een rechter dit vast. Dit kan dus niet van een sv-instantie worden verwacht. De hier voorgestelde formulering doet meer recht aan de bedoeling van de bepaling. Het misdrijf dat vermoed wordt, zal in de meeste gevallen betrekking hebben op de onjuiste opgave van gegevens aan een bestuursorgaan. Deze verplichting geldt onverminderd de verplichting voor de sociale verzekeringsinstanties om op grond van artikel 162 Wetboek van strafvordering aangifte te doen bij het openbaar ministerie. Omdat het hier gaat om gegevensverstrekking die een openbaar belang van criminaliteitsbestrijding raakt, past hierbij geen individuele toets ten opzichte van het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de gegevensverstrekking weegt dan op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit is geregeld in het tweede lid. Artikel 2 regelt de onderlinge uitwisseling van gegevens tussen de sociale verzekeringsinstanties. Artikel 2 komt in de plaats van artikel 50i en 50j, derde lid, van de OSV. Deze artikelen komen in de plaats van artikel 50j van de OSV en artikel 23 Wet SVB. Geregeld wordt, dat de gegevens worden verstrekt aan de bestuursorganen van de gemeenten, die op grond van de in artikel 4 genoemde wetten met de uitvoering van die wetten zijn belast. Dit betreft ook de Wet voorzieningen gehandicapten, waarvan de uitvoering na het totstandkomen van de oorspronkelijke artikelen in de OSV aan de gemeenten is opgedragen. Voorts wordt geregeld, dat de sv-instanties ook bevoegd en verplicht worden gegevens te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de herziene Algemene bijstandswet. Op grond van artikel 57 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) zijn de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen gehouden aan de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoerende organen, die de AWBZ uitvoeren, kosteloos de inlichtingen te verstrekken, die deze instanties voor de uitvoering van de AWBZ verlangen. De verplichting op grond van artikel 5 overlapt deze inlichtingenverplichting gedeeltelijk, maar beperkt zich tot de gegevensverstrekking aan de ziekenfondsen. Dit artikel regelt in algemene zin, dat sociale verzekeringsinstanties gegevens verstrekken aan de organen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Dit is noodzakelijk om de samenwerking tussen deze organen inhoud te geven. Dit artikel maakt het mogelijk, dat de Bank en de uitvoeringsinstellingen gegevens uitwisselen met de Informatie Beheer Groep, die ondermeer de Wet op de studiefinanciering uitvoert. Dit is met name van belang voor de verrekening tussen deze organen. In artikel 33 van de Jeugdwerkgarantiewet zijn onder andere de bedrijfsverenigingen verplicht gegevens te verstrekken aan de Jeugdwerkgarantieorganisatie die nodig zijn voor een goede uitvoering van de Jeugdwerkgarantiewet. Deze verplichting hoeft daarom niet meer in dit besluit te worden opgenomen. De bevoegdheid tot gegevensverstrekking uit eigen beweging, die in verband met de verwantschap tussen de uitvoering van de sociale verzekeringswetten en de Jeugdwerkgarantiewet noodzakelijk kan blijken, is in de Jeugdwerkgarantiewet niet geregeld en is daarom hier opgenomen. Artikel 10 komt in de plaats van artikel 50k van de OSV. De formulering van deze bepaling is aangepast om tegemoet te komen aan de situatie waarin sv-organen niet alleen op grond van verdragen inzake sociale zekerheid, maar ook op grond van andere verdragen gegevens moeten verstrekken aan buitenlandse instanties. Dit laatste zal het geval zijn onder de werking van het Verdrag inzake de wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (Trb. 1991, 4), zodra dit voor Nederland in werking treedt. De daarin vervatte invorderingsmechanismen voor belastingen zullen namelijk tevens van toepassing zijn op sociale verzekeringspremies. Dit artikel regelt dat gegevens systematisch kunnen worden verstrekt, indien hierover overeenstemming is bereikt met een bestuursorgaan. Dat gegevens systematisch worden verstrekt wordt aan de geregistreerden bekend gemaakt doordat het wordt neergelegd in een besluit, zoals bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. Het tweede lid geeft aan wat in dat besluit in ieder geval bepaald moet worden. Na inwerkingtreding van de derde tranche Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II, vergaderjaar 1993/94, 23 700) zou dit besluit als een beleidsregel kunnen worden aangemerkt. Het vaststellen van het besluit garandeert, dat vooraf een belangenafweging omtrent de systematische gegevensverstrekking wordt gemaakt. Het belang, dat met systematische gegevens- verstrekking wordt gediend betreft doelmatige uitvoering en het voorkomen en bestrijden van fraude. Het derde lid van artikel 103 beoogt mogelijk te maken dat bij de gegevensverstrekking in bepaalde gevallen gegevens zonder privacy-toets vooraf worden verstrekt. De wetgever had daarbij het oog op systematische, geautomatiseerde, massale gegevensverstrekking (bestandsvergelijking bijvoorbeeld). Het vereiste van een besluit heeft niet tot doel nadere regels te stellen, maar heeft tot doel te waarborgen, dat de inhoud van de afspraken over de systematische gegevensverstrekking bekend wordt gemaakt aan de burger en de wijze van totstandkoming daarvan zorgvuldig te doen plaatsvinden. In geval van systematische gegevensverstrekking kan ook feitelijk geen belangenafweging meer per geval plaatsvinden. Dat het belang van de gegevensverstrekking dan opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is geregeld in het derde lid. Persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 7 van de WPR, de zogenaamde gevoelige gegevens, mogen niet systematisch worden verstrekt. Indien er geen overeenstemming is over systematische gegevensverstrekking moet de belangenafweging per geval blijven plaatsvinden, zoals in artikel 103, tweede lid, van de Osv wordt voorgeschreven.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 15 mei 1995, houdende regels voor gegevensverstrekking aan bestuursorganen (Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in