Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)
The provision mainly defines tobacco-related promotional communication, allows rules on certain minors-targeted goods and services where tobacco advertising is present, and lets the Minister issue and regulate declarations for exporting tobacco products or related products.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 23 Oct 2018
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)
AI-assisted research summary: The provision mainly defines tobacco-related promotional communication, allows rules on certain minors-targeted goods and services where tobacco advertising is present, and lets the Minister issue and regulate declarations for exporting tobacco products or related products.
Staatsblad Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Wetten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport A elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product; B C 8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten worden aangewezen, die niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt in speciaalzaken en in afgescheiden verkooppunten van tabaksproducten of aanverwante producten in levensmiddelenzaken en warenhuizen, indien daar reclame voor tabaksproducten of aanverwante producten wordt gemaakt. D E het aanwijzen van een natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het verifiëren dat de tabaksproducten of aanverwante producten voldoen aan de eisen bij of krachtens deze wet gesteld;. F 1. In verband met door landen van bestemming gestelde eisen met betrekking tot tabaksproducten of aanverwante producten kan degene die tabaksproducten of aanverwante producten anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven omtrent de tabaksproducten en aanverwante producten. 2. Onze Minister stelt omtrent de uitvoering van de afgifte van verklaringen nadere regels met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën tabaksproducten en aanverwante producten verschillende regels worden gesteld. G aA 6. Op de ingevolge het eerste lid aangewezen instellingen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. bA 4. Op de ingevolge het eerste lid aangewezen instantie is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. A 2. Degene die een waar verhandelt die niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens deze wet, maar die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend verdrag dat Nederland bindt, dan wel die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend verdrag dat Nederland bindt, rechtmatig in de handel is gebracht, kan bij Onze Minister een toelatingsbeschikking aanvragen. 3. De toelatingsbeschikking wordt geweigerd indien er technisch of wetenschappelijk bewijs bestaat dat: de weigering gerechtvaardigd is op een van de in artikel 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde gronden van openbaar belang of gezien andere dwingende redenen van openbaar belang; en de weigering geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig om dit doel te verwezenlijken. 4. De toelating kan onder beperkingen worden verleend en aan de toelating kunnen voorwaarden worden verbonden, zodat voldaan wordt aan de eisen bedoeld in het derde lid. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het in het tweede tot en met vierde lid bepaalde met betrekking tot een bij de maatregel aangewezen categorie waren. Hierbij kan een ander bestuursorgaan dan Onze Minister worden aangewezen als het bestuursorgaan waarbij de toelatingsbeschikking voor een bij de maatregel aangewezen categorie waren, wordt aangevraagd. B 1. In verband met door landen van bestemming gestelde eisen met betrekking tot waren kan degene die waren anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven omtrent de waren. 2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, kan in afwijking van het eerste lid ook worden afgegeven door personen in dienst van een privaatrechtelijke rechtspersoon aangewezen krachtens artikel 25a, derde lid, voor zover het betrekking heeft op waren waarop deze personen toezicht houden. 3. Onze Minister stelt omtrent de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde afgifte van verklaringen nadere regels met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën waren verschillende regels worden gesteld. C 1. Artikel II van de Wijzigingswet 1988 Warenwet vervalt. 2. Na inwerkingtreding van dit artikel berust het Glasartikelenbesluit (Warenwet) op artikel 8, eerste lid, onder b, van de Warenwet. 3. Na inwerkingtreding van dit artikel berust het Spaanplaatbesluit (Warenwet) op artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van de Warenwet. 4. Na inwerkingtreding van dit artikel berust het Besluit draagbaar klimmaterieel (Warenwet) op de artikelen 4, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste lid, onder a, en 14 van de Warenwet. A elektronisch systeem van een zorgaanbieder voor het verwerken van persoonsgegevens in een dossier, niet zijnde een elektronisch uitwisselingssysteem;. B 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de functionele, technische en organisatorische maatregelen voor het beheer, de beveiliging en het gebruik van een zorginformatiesysteem of een elektronisch uitwisselingssysteem. 2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd. A de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet; de taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, voor zover Onze Minister voor deze taken geen andere rechtspersoon heeft aangewezen; de taken van verbindingsorgaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284) en in verdragen inzake sociale zekerheid. B A rechtspersoon, niet zijnde het CAK, die door Onze Minister is aangewezen voor bepaalde taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. B C toezicht op de rechtmatige uitvoering door het bevoegd orgaan van hetgeen is geregeld bij of krachtens, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is; toezicht op de rechtmatige uitvoering door het CAK van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet, en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld alsmede van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg. D 1. De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot de controle door zorgverzekeraars, de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 38 van de Zorgverzekeringswet, en van het aan dat verslag ten grondslag liggende onderzoek. 2. Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit een financieel verslag waarin het rapporteert over de uitvoering in het voorafgaande jaar van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld en van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg. 3. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verslag van zijn bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer. 4. Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag waarin het rapporteert over de uitvoering in het voorafgaande jaar van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet, en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld en van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg. 5. Het CAK voegt bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over de vraag of: het uitvoeringsverslag overeenkomstig het vierde lid en het daaromtrent krachtens het zesde lid bepaalde is opgesteld; de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of krachtens de wet in het voorafgaande jaar op het CAK rustten. 6. De zorgautoriteit stelt nadere regels vast omtrent de inhoud en inrichting van het financieel verslag, het uitvoeringsverslag, de verklaring, bedoeld in het derde lid, en van het verslag, bedoeld in het vijfde lid. 7. De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld een exemplaar van de in het tweede tot en met vijfde lid, bedoelde stukken. E de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 4.3.2 van de Wet langdurige zorg. F G H I J K L M N O P Q De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder m, een aanwijzing geven aan het CAK indien het CAK niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en de Zorgverzekeringswet is geregeld, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van de Zorgverzekeringswet. R S De zorgautoriteit kan een Wlz-uitvoerder een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of de Wet financiering sociale verzekeringen. A B A B A B A B 3. De persoon, bedoeld in artikel 68 van de Zorgverzekeringswet, wordt geacht, zo nodig in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, tijdig een aanvraag als bedoeld in laatstgenoemd artikel te hebben gedaan voor de berekeningsjaren in de periode gelegen tussen de ingangsdatum van de verzekeringplicht voor de Zorgverzekeringswet en het moment waarop hij van het CAK een kennisgeving heeft ontvangen van de verplichting om een zorgverzekering af te sluiten. 4. Voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in het geval, bedoeld in het derde lid, de aanvraag geacht te zijn gedaan op het moment waarop de Belastingdienst/Toeslagen van het CAK een afschrift heeft ontvangen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. A B de bijdragen, bedoeld in artikel 68, tweede lid. de vergoedingen, bedoeld in artikel 68, eerste lid. Ba C 1. Het CAK kan onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden aan personen die met toepassing van een Verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte met terugwerkende kracht van langer dan vier maanden verzekeringsplichtig worden ingevolge deze wet een bij ministeriële regeling te bepalen vergoeding verstrekken van de kosten van zorg over de periode gelegen tussen de ingangsdatum van de verzekeringplicht voor deze wet en het moment waarop zij van het CAK een kennisgeving hebben ontvangen van de verplichting om een zorgverzekering af te sluiten. 2. De personen, bedoeld in het eerste lid, zijn een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd, die voor een bij die regeling te bepalen gedeelte, voor de toepassing van de Wet op de zorgtoeslag als premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd. 3. Het CAK zendt een afschrift van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, aan de Belastingdienst/Toeslagen. 4. Het CAK is belast met het nemen van beschikkingen over de heffing en de inning van de bijdragen, bedoeld in het tweede lid. 5. Het CAK kan de bijdragen, bedoeld in het tweede lid, bij dwangbevel invorderen. 6. Het CAK gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de personen, bedoeld in het eerste lid. 7. Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, van de personen, bedoeld in eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel. 8. Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 9. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het CAK zijn taak, bedoeld in dit artikel, uitoefent. 10. De zorgverzekering, afgesloten door een persoon die in aanmerking komt voor een vergoeding, bedoeld in het eerste lid, werkt, zo nodig in afwijking van artikel 925, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, terug indien zij ingaat binnen vier maanden na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, tot en met de dag waarop die kennisgeving is ontvangen. D 19. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdelen k en l, van de Wet langdurige zorg, van het CAK. E F G H I J 2. Onze Minister wijst de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats aan. 8. Het CAK verstrekt aan het orgaan van de verblijfplaats een vergoeding voor: de kosten die het orgaan van de verblijfplaats heeft betaald voor het doen verlenen van zorg of andere diensten in de zin van deze wet of de Wet langdurige zorg ten behoeve van een persoon zonder verdragsrecht; de incassokosten voor het verhalen van de kosten, bedoeld onder a. 9. Geen vergoeding als bedoeld in het achtste lid wordt verstrekt voor zover: de kosten, bedoeld in het achtste lid, kunnen worden verhaald; de zorgaanbieder of het orgaan van de verblijfplaats er niet op mocht vertrouwen dat de persoon, bedoeld in het achtste lid, beschikte over het verdragsrecht. A Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PbEU 2004, nr. L 335), zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2017/2103 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot wijziging van het Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad teneinde psychoactieve stoffen in de definitie van «drug» op te nemen en tot intrekking van Besluit 2005/387/JBZ van de Raad; B Wetten van andere ministeries Slot- en overgangsbepalingen 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten worden aangewezen, die niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt in speciaalzaken en in afgescheiden verkooppunten van tabaksproducten of aanverwante producten in levensmiddelenzaken en warenhuizen, indien daar reclame voor tabaksproducten of aanverwante producten wordt gemaakt. 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum. 2. Artikel XVII, onderdeel I, werkt terug tot en met 1 januari 2017. 3. Artikel XVIII treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet VWS 2018. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 929
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in