Wet van 4 oktober 2023 tot wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen en het verstrekken van een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten aan uitwonende studenten met een aanvullende beurs in 2023
Verify source ↗ AI-assisted research summary: The Minister may grant a one-time energy-cost allowance to certain students who meet the listed application and study-status conditions, and may set additional implementation rules by ministerial regulation.
Staatsblad Wet van 4 oktober 2023 tot wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen en het verstrekken van een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten aan uitwonende studenten met een aanvullende beurs in 2023 Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING PARTICIPATIEWET A B voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023; voor het jaar 2023, die kan worden verstrekt tot en met 31 augustus 2024. 5. Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op degene die: 18, 19 of 20 jaar is; in aanmerking komt voor studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000; of is ingeschreven als ingezetene met enkel een briefadres in de basisregistratie personen. C TEGEMOETKOMING DOOR ONZE MINISTER IN VERBAND MET HOGE ENERGIEKOSTEN Tegemoetkoming voor energiekosten studenten 1. In dit artikel wordt verstaan onder: aanvullende beurs als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet studiefinanciering 2000; basisbeurs voor een uitwonende student als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000; fase als bedoeld in artikel 4.7, derde lid, artikel 4.18, tweede lid, of artikel 5.2, vierde lid van de Wet studiefinanciering 2000, waarin een student studiefinanciering kan ontvangen in de vorm van een lening; studiefinanciering in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 4.7, derde lid, artikel 4.18, tweede lid, of artikel 5.2, vierde lid van de Wet studiefinanciering 2000; student als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000; uitwonende student als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000. 2. Onze Minister kan ambtshalve een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten verlenen ter hoogte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag aan een student die uiterlijk op 31 juli 2024 een basisbeurs uitwonend en een aanvullende beurs voor de maand oktober 2023 heeft aangevraagd en aan wie deze zijn toegekend. 3. Onze Minister kan ambtshalve een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten verlenen ter hoogte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag aan een student die: zich op 1 oktober 2023 in de leenfase bevindt; in de laatste maand voor aanvang van de leenfase een aanvullende beurs ontving; en uiterlijk op 31 juli 2024 voor de maand oktober 2023 een lening heeft aangevraagd en aan wie deze is toegekend. 4. Een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming kan niet ten nadele van een student worden herzien. 5. De tegemoetkoming is geen bijstand in de zin van deze wet of studiefinanciering in de zin van artikel 3.1 van de Wet studiefinanciering 2000. 6. Op de tegemoetkoming is artikel 46, tweede lid, van overeenkomstige toepassing en zijn de artikelen 76 tot en met 78 niet van toepassing. 7. Voor de uitvoering van dit artikel kan Onze Minister van de persoonsgegevens van de student die Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar heeft ter uitvoering van de Wet studiefinanciering 2000, de volgende persoonsgegevens verwerken, met uitzondering van bijzondere categorieën van persoonsgegevens: contactgegevens; identificerende gegevens waaronder het burgerservicenummer of het onderwijsnummer, bedoeld in artikel 1.7 van de Wet studiefinanciering 2000; bankrekeningnummer; het gegeven of aan een student een aanvullende beurs is toegekend; het gegeven of aan een student een basisbeurs uitwonend is toegekend; het gegeven of een student een lening heeft aangevraagd voor de maand oktober 2023, en of die student in de laatste maand voor aanvang van de leenfase een aanvullende beurs ontving. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de goede uitvoering van dit artikel. 9. Hoofdstuk 7b vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat het van toepassing blijft op geschillen die op dat tijdstip in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn met betrekking tot besluiten van Onze Minister die op grond van dit artikel zijn genomen. WIJZIGING WET VAN 22 AUGUSTUS 2022 TOT WIJZIGING VAN DE PARTICIPATIEWET IN VERBAND MET HET EENMALIG CATEGORIAAL VERSTREKKEN VAN EEN ENERGIETOESLAG AAN HUISHOUDENS MET EEN LAAG INKOMEN INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 389