Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Ziektewet om in geval van ziekte in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking ziekengeld uit te keren aan langdurig zieke oudere werknemers indien voorafgaand aan de dienstbetrekking sprake was van werkloosheid van ten minste 52 weken (Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Bepaalde oudere werknemers die voorafgaand aan hun dienstbetrekking lang werkloos waren, kunnen recht hebben op ziekengeld; de werkgever moet in een mogelijk artikel 29d-geval tijdig aan het UWV melden wanneer de werknemer ziek uitvalt.
Staatsblad Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Ziektewet om in geval van ziekte in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking ziekengeld uit te keren aan langdurig zieke oudere werknemers indien voorafgaand aan de dienstbetrekking sprake was van werkloosheid van ten minste 52 weken (Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen) Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET A B 1. De werknemer die is geboren voor 1 juli 1954 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5 gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. Voor het bepalen van de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte is artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin, van overeenkomstige toepassing. De uitbetaling van het ziekengeld, bedoeld in de eerste zin, vindt niet eerder plaats dan de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot werken. 2. Het ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 70% van het dagloon van de werknemer. 3. In afwijking van het tweede lid wordt het ziekengeld in het tijdvak van 52 weken vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte van de werknemer, bedoeld in artikel 3, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht. 4. Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 of 7 van de Wet sociale werkvoorziening. 5. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden onderbrekingen van het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet van minder dan vier weken gelijkgesteld met perioden waarin de werknemer recht had op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. C 3. In afwijking van artikel 38a, tweede lid, meldt de werkgever, indien een mogelijke aanspraak op grond van artikel 29d bestaat, uiterlijk op de vierde dag nadat dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van de werknemer zijn verstreken, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de eerste werkdag waarop die werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. 4. Artikel 38a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de melding, bedoeld in het tweede en derde lid. D De artikelen van deze wet zoals deze luidden voor de datum van inwerkingtreding van de Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen, blijven van toepassing op dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 3, 4, of 5, die zijn aangegaan voor die datum. 1. De artikelen 29d, 38b, derde lid, en 95 vervallen tien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen. 2. Op het tijdstip waarop artikel 29d vervalt wordt artikel 29 als volgt gewijzigd: In het eerste lid, aanhef, wordt «, 29b en 29d» vervangen door: en 29b. In het tweede lid, onderdeel g, wordt «de artikelen 29b en 29d» vervangen door: artikel 29b. Op het tijdstip waarop artikel 38b, derde lid, vervalt, wordt in artikel 38b, eerste lid, «artikel 29b of 29d» vervangen door «artikel 29b», wordt artikel 38b, vierde lid, vernummerd tot derde lid, en wordt in dat lid «het tweede en het derde lid» vervangen door: het tweede lid. WIJZIGING VAN DE WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN A B Overgangsrecht Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen. Op het tijdstip waarop artikel 29d van de Ziektewet vervalt, vervalt in artikel 30a, derde lid, onderdeel e: en artikel 29d. WIJZIGING VAN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN SLOTBEPALING BETREFFENDE ARTIKEL 29D VAN DE ZIEKTEWET CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen. INWERKINGTREDING De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 31 869