Besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet (verhoging jaarcijnzen en omzetting in euro)
This provision raises annual fees for plant variety rights and register inscriptions, states the euro amounts for different crop categories and periods, and says the old guilder amounts end on 1 January 2002.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 9 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet (verhoging jaarcijnzen en omzetting in euro)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet (verhoging jaarcijnzen en omzetting in euro)
AI-assisted research summary: This provision raises annual fees for plant variety rights and register inscriptions, states the euro amounts for different crop categories and periods, and says the old guilder amounts end on 1 January 2002.
Staatsblad Besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet (verhoging jaarcijnzen en omzetting in euro) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 juli 2001, no. TRCJZ/2001/10270, Directie Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 18, tweede lid, en 38 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet; De Raad van State gehoord (advies van 11 september 2001, no. W11.010366/V); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 12 oktober 2001, no. TRCJZ/2001/13912, Directie Juridische Zaken; Artikel 5 van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet komt te luiden: De jaarcijns voor landbouwgewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 162,23 (f 357,50); b. voor de tweede periode € 227,12 (f 500,50); c. voor de derde periode € 292,01 (f 643,50); d. voor de vierde periode € 389,34 (f 858,00); e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 551,57 (f 1215,50). De jaarcijns voor groentegewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 292,01 (f 643,50); b. voor de tweede periode € 421,79 (f 929,50); c. voor de derde periode € 551,57 (f 1215,50); d. voor de vierde periode € 681,33 (f 1501,45); e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 973,36 (f 2145,00). De jaarcijns voor sier-, boomkwekerij- en bosbouwgewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 129,78 (f 286,00); b. voor de tweede periode € 194,67 (f 429,00); c. voor de derde periode € 259,56 (f 572,00); d. voor de vierde periode € 324,45 (f 715,00); e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 454,23 (f 1001,00). De in het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet vermelde guldensbedragen vervallen met ingang van 1 januari 2002, met inbegrip van de guldenstekens en de haakjes. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2001. Stb. 1967, 222; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 26 augustus 1997, Stb. 384. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 13 november 2001, nr. 220. NOTA VAN TOELICHTING Op grond van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet zijn de houder van een kwekersrecht en degene op wiens naam een ras van bepaalde daartoe aangewezen landbouwgewassen in het Nederlands Rassenregister is ingeschreven, verplicht tot het betalen van een jaarcijns voor het in stand houden van de inschrijving in het Nederlands Rassenregister. Het onderhavige besluit strekt ertoe de jaarcijnzen met 43% te verhogen. Tegelijkertijd met de onderhavige wijziging van de jaarcijnzen, zullen ook de andere tarieven van de Raad voor het Kwekersrecht, de met de verlening van kwekersrechten belaste uitvoeringsinstantie, met eenzelfde percentage verhoogd worden. Dit betreft de tarieven voor het behandelen van een aanvraag tot verlening van kwekersrecht en voor het verrichten van het onderzoek naar de zelfstandigheid van een ras dat aan de verlening van een kwekersrecht voorafgaat. Hiertoe zal de Regeling Tarieven Raad voor het Kwekersrecht worden aangepast. De verhoging van de tarieven en de jaarcijnzen van de Raad voor het Kwekersrecht houdt verband met het feit, dat er de afgelopen jaren bij de Raad een tekort van 1,6 miljoen gulden is ontstaan als gevolg van een ernstige discrepantie tussen de door de Raad ontvangen bijdragen voor de door hem verrichte diensten en de door de Raad in verband met die diensten gemaakte kosten. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de tarieven en jaarcijnzen al langere tijd niet zijn aangepast aan de algemene prijsontwikkeling; voor de jaarcijnzen geldt bijvoorbeeld dat er sinds 1993 geen aanpassing meer heeft plaatsgevonden. Met het onderhavige besluit en de wijziging van de Regeling Tarieven Raad voor het Kwekersrecht wordt deze situatie rechtgezet. Dit leidt tot een verhoging van de jaarcijnzen en tarieven met 43%, ter dekking van het ontstane tekort. Deze verhoging kan tevens worden beschouwd als het alsnog doorberekenen van de kostenstijging sinds begin jaren negentig. Dit is in lijn met de in het huidige regeerakkoord opgenomen indexatie van eigen bijdragen voor door de overheid geleverde diensten volgens een koppeling aan de algemene prijsontwikkeling (Kamerstukken II 1997/98, 26 024, nr. 10, blz. 22). In verband met de invoering van de euro per 1 januari 2002, wordt de verhoging van de jaarcijnzen voor de verschillende categorieën van gewassen en de diverse perioden van inschrijving in het op grond van artikel I van dit besluit nieuw voorgestelde artikel 5 alvast in euro's uitgedrukt. Hiermee wordt vooruitgelopen op de rijksbrede operatie tot aanpassing van bedragen in wetgeving aan de euro. Bij de omrekening naar euro's zijn de bedragen tot twee cijfers achter de komma berekend, conform de daarover in het kabinet gemaakte afspraken (Kamerstukken II 1999/2000, 27 042, nr. 1; zie tevens Kamerstukken II 2000/01, 27 472). Om het budgettaire tekort bij de Raad voor het Kwekersrecht niet verder te laten oplopen, is ervoor gekozen de verhoging van de jaarcijnzen nog in 2001 van kracht te laten worden. Daartoe zijn in artikel I de corresponderende bedragen in guldens tussen haakjes vermeld en is in artikel II voorzien in een overgangsbepaling op grond waarvan de in guldens vermelde bedragen met ingang van 1 januari 2002 komen te vervallen, met inbegrip van de guldenstekens en de haakjes. De verhoging van de jaarcijnzen gaat uiteraard pas in vanaf het moment waarop dit besluit in werking treedt, te weten 1 november 2001; van terugwerkende kracht is derhalve geen sprake. Omdat de jaarcijns niet ziet op een kalenderjaar hoeft voor het jaar 2001 geen nadere voorziening te worden getroffen. Op grond van artikel 3 van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet is de jaarcijns namelijk telkens verschuldigd over perioden van twaalf maanden, voor de eerste maal voor de periode aanvangend op de eerste maand volgende op die van de inschrijving in het Nederlands Rassenregister, en zo verder. Dit betekent dat het moment waarop individuele bedrijven voor het eerst met de gevolgen van de verhoging van de jaarcijnzen geconfronteerd zullen worden, verschillend zal zijn, afhankelijk van de datum waarop een ras voor het eerst is ingeschreven in het Nederlands Rassenregister. Sommige bedrijven zullen derhalve al in 2001, andere bedrijven pas in 2002 voor het eerst met de verhoging te maken krijgen. De voorgestelde verhoging van de jaarcijnzen heeft directe gevolgen voor de circa 580 Nederlandse bedrijven, die zich met de veredeling van plantenrassen bezighouden ter verkrijging van een intellectueel eigendomsrecht, het kwekersrecht. Hoewel er sprake is van een substantiële verhoging van de jaarcijnzen, vormen de hiermee gepaard gaande kosten slechts een fractie van de kosten die zijn verbonden aan het ontwikkelen van nieuwe plantenrassen. Daar komt bij dat de bedrijven die met de verhoging worden geconfronteerd, over de mogelijkheid beschikken om de kostenverhoging door te berekenen aan hun afnemers, door het vragen van hogere vergoedingen voor het met hun toestemming vermeerderen en in het verkeer brengen van teeltmateriaal van een plantenras waarvoor kwekersrecht is verleend. Het is voorts niet onbelangrijk dat de jaarcijnzen van de Raad voor het Kwekersrecht ook na de toepassing van de verhoging nog beneden het niveau liggen van de jaarcijnzen die in het kader van de verlening van een communautair kwekersrecht worden gehanteerd door het Communautair Bureau voor Planterassen. Sinds 27 april 1995 is het op grond van verordening nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 april 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) mogelijk voor een plantenras communautair kwekersrecht aan te vragen. Het communautaire stelsel en de nationale stelsels van kwekersrecht staan naast elkaar; dit betekent dat de kweker de keuze heeft tussen een bescherming op communautair of op nationaal niveau. Bij de keuze voor het niveau waarop een kweker bescherming wenst voor een door hem ontwikkeld plantenras, spelen naast inhoudelijke overwegingen uiteraard ook de kosten ter verkrijging van een kwekersrecht een rol. Het onderhavige besluit bevat geen informatieverplichtingen aan de overheid of een derde en is om die reden niet relevant voor de vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 18 oktober 2001, houdende wijziging van het Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet (verhoging jaarcijnzen en omzetting in euro)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in