Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven
This schedule lists euro tariffs for specified traffic offences by fact code and category.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 2 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This schedule lists euro tariffs for specified traffic offences by fact code and category. This provision lists many traffic offences, including unsafe passenger transport, not wearing required helmets, holding a phone while driving, ignoring traffic signs or lights, and driving vehicles that do not meet registration or technical requirements. This provision lists traffic and vehicle conditions that must be met, and examples of when a vehicle or driver may not operate a vehicle or trailer in the stated condition. This subsection lists vehicle and transport-related categories and notes how the category codes, special markers, and explanatory labels should be used. This provision lists many conduct rules, mainly forbidding behavior that disturbs order, peace, safety, or the proper running of transport areas and vehicles.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven
Showing 5 of 5
- document.segment-1 Verify source ↗
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven — segment 1
AI-assisted research summary: This schedule lists euro tariffs for specified traffic offences by fact code and category.
Staatsblad Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven Hebben goedgevonden en verstaan: Afdeling A. Verkeer te land Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Feit Artikel Tarief in euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) K 010 als weggebruiker geen gevolg geven aan een aanwijzing door een opsporingsambtenaar gegeven 12 lid 1 WVW 1994 180 180 120 70 50 70 K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is 36 lid 3 sub d WVW 1994 35 35 35 het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan 40 lid 1 WVW 1994 K 030 a – een motorrijtuig 100 100 70 100 K 030 b – de aanhangwagen 100 100 70 100 K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de minister van Verkeer en Waterstaat 57 lid 3 WVW 1994 180 als houder van een kentekenbewijs niet op eerste vordering van een daartoe aangewezen persoon dat bewijs of één of meer delen van dat bewijs overgeven, omdat (voor) het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven K 040 a – de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan 60 lid 1 sub a WVW 1994 100 K 040 b – niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde eisen 60 lid 1 sub b WVW 1994 100 K 040 e – niet voldoet aan de in het kentekenbewijs vermelde voorschriften 60 lid 2 WVW 1994 100 voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3500 kg of minder K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 100 100 K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 100 100 voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3500 kg K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 340 340 K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 340 340 het afgegeven keuringsbewijs K 050 a – voldoet niet aan de vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering 72 lid 2 sub a WVW 1994 35 35 K 050 b – is niet behoorlijk leesbaar 72 lid 2 sub c WVW 1994 35 35 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen 107 lid 2 sub a WVW 1994 35 35 20 K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken 107 lid 2 sub b WVW 1994 70 70 45 K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is 107 lid 2 sub c WVW 1994 70 70 45 K 065 a als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen (buitenlander met rijbewijs) 110 lid 1 WVW 1994 100 100 rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van 110b WVW 1994 jo. 7a RR K 090 aa – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 70 rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker 110b WVW 1994 jo. 8 sub a RR 200 K 090 b – een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur 110b WVW 1994 jo. 8 sub b RR 200 K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b WVW 1994 jo. 8 sub c RR 70 rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van 110b WVW 1994 jo. 7a RR K 090 bb – een dubbele bediening c.q. onderbreker 200 K 090 cc – een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rijinstructeur 200 K 090 dd – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 70 K 106 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt 110b lid 1 sub b WVW 1994 140 K 107 rijonderricht geven met een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen terwijl de leerling nog geen 21 jaar is 110b lid 1 sub b WVW 1994 140 K 108 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt (bromfietsrijbewijs) 110b lid 1 sub b WVW 1994 140 K 120 het niet inleveren van een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst 131 lid 3 sub b WVW 1994 180 K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 100 100 70 40 als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven 160 lid 1/2/3 WVW 1994 K 150 a – het kentekenbewijs 35 35 35 K 150 c – het rijbewijs 70 70 70 K 150 cb – rijbewijs, niet zijnde rijbewijs AM 70 K 150 e – de ontheffing 35 K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift 160 lid 1 WVW 1994 60 K 155 niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht 160 lid 5 WVW 1994 180 180 120 70 180 zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door 5 WVW 1994 K 175 a – onvoldoende zicht door de voorruit 180 180 120 K 175 f – onvoldoende zicht door de achterruit en/of zijruiten 100 70 K 175 d – onvoldoende zicht door voor-, achter- en zijruiten 280 190 Nummers S 005 – S 025, VA 004 – RV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Categorie-indeling C: (maximum snelheid) 1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen); 2 – vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 3 – bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid. Feit Artikel Tarief in euro per feit en per categorie 1 2 3 4 Hoofdstuk 2. Verkeersregels VIII. Maximum snelheid a. Algemeen als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is 19 RVV 1990 S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h 200 200 140 Snelheidsoverschrijdingen Noot snelheidsovertredingen algemeen Indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer. b. Binnen de bebouwde kom overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4) VA 004 – met 4 km/h 22 36 22 22 VA 005 – met 5 km/h 27 42 27 27 VA 006 – met 6 km/h 32 49 32 32 VA 007 – met 7 km/h 37 57 37 37 VA 008 – met 8 km/h 42 65 42 42 VA 009 – met 9 km/h 48 73 48 48 VA 010 – met 10 km/h 54 81 54 54 VA 011 – met 11 km/h 61 89 61 61 VA 012 – met 12 km/h 68 98 68 68 VA 013 – met 13 km/h 75 108 75 75 VA 014 – met 14 km/h 82 117 82 82 VA 015 – met 15 km/h 89 127 89 89 VA 016 – met 16 km/h 97 137 97 97 VA 017 – met 17 km/h 105 148 105 105 VA 018 – met 18 km/h 114 159 114 114 VA 019 – met 19 km/h 123 170 123 123 VA 020 – met 20 km/h 132 181 132 132 VA 021 – met 21 km/h 142 194 142 142 VA 022 – met 22 km/h 152 207 152 152 VA 023 – met 23 km/h 162 218 162 162 VA 024 – met 24 km/h 171 231 171 171 VA 025 – met 25 km/h 183 245 183 183 VA 026 – met 26 km/h 194 260 194 194 VA 027 – met 27 km/h 206 274 206 206 VA 028 – met 28 km/h 217 288 217 217 VA 029 – met 29 km/h 228 302 228 228 VA 030 – met 30 km/h 241 318 241 overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990 VB 004 – met 4 km/h 22 36 22 22 VB 005 – met 5 km/h 27 42 27 27 VB 006 – met 6 km/h 32 49 32 32 VB 007 – met 7 km/h 37 57 37 37 VB 008 – met 8 km/h 42 65 42 42 VB 009 – met 9 km/h 48 73 48 48 VB 010 – met 10 km/h 54 81 54 54 VB 011 – met 11 km/h 61 89 61 61 VB 012 – met 12 km/h 68 98 68 68 VB 013 – met 13 km/h 75 108 75 75 VB 014 – met 14 km/h 82 117 82 82 VB 015 – met 15 km/h 89 127 89 89 VB 016 – met 16 km/h 97 137 97 97 VB 017 – met 17 km/h 105 148 105 105 VB 018 – met 18 km/h 114 159 114 114 VB 019 – met 19 km/h 123 170 123 123 VB 020 – met 20 km/h 132 181 132 132 VB 021 – met 21 km/h 142 194 142 142 VB 022 – met 22 km/h 152 207 152 152 VB 023 – met 23 km/h 162 218 162 162 VB 024 – met 24 km/h 171 231 171 171 VB 025 – met 25 km/h 183 245 183 183 VB 026 – met 26 km/h 194 260 194 194 VB 027 – met 27 km/h 206 274 206 206 VB 028 – met 28 km/h 217 288 217 217 VB 029 – met 29 km/h 228 302 228 228 VB 030 – met 30 km/h 241 318 241 overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990 VC 004 – met 4 km/h 22 36 22 22 VC 005 – met 5 km/h 27 42 27 27 VC 006 – met 6 km/h 32 49 32 32 VC 007 – met 7 km/h 37 57 37 37 VC 008 – met 8 km/h 42 65 42 42 VC 009 – met 9 km/h 48 73 48 48 VC 010 – met 10 km/h 54 81 54 54 VC 011 – met 11 km/h 61 89 61 61 VC 012 – met 12 km/h 68 98 68 68 VC 013 – met 13 km/h 75 108 75 75 VC 014 – met 14 km/h 82 117 82 82 VC 015 – met 15 km/h 89 127 89 89 VC 016 – met 16 km/h 97 137 97 97 VC 017 – met 17 km/h 105 148 105 105 VC 018 – met 18 km/h 114 159 114 114 VC 019 – met 19 km/h 123 170 123 123 VC 020 – met 20 km/h 132 181 132 132 VC 021 – met 21 km/h 142 194 142 142 VC 022 – met 22 km/h 152 207 152 152 VC 023 – met 23 km/h 162 218 162 162 VC 024 – met 24 km/h 171 231 171 171 VC 025 – met 25 km/h 183 245 183 183 VC 026 – met 26 km/h 194 260 194 194 VC 027 – met 27 km/h 206 274 206 206 VC 028 – met 28 km/h 217 288 217 217 VC 029 – met 29 km/h 228 302 228 228 VC 030 – met 30 km/h 241 318 241 overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990 VD 004 – met 4 km/h 36 78 36 36 VD 005 – met 5 km/h 42 88 42 42 VD 006 – met 6 km/h 49 99 49 49 VD 007 – met 7 km/h 56 110 56 56 VD 008 – met 8 km/h 64 121 64 64 VD 009 – met 9 km/h 72 132 72 72 VD 010 – met 10 km/h 81 143 81 81 VD 011 – met 11 km/h 89 156 89 89 VD 012 – met 12 km/h 98 169 98 98 VD 013 – met 13 km/h 107 182 107 107 VD 014 – met 14 km/h 117 194 117 117 VD 015 – met 15 km/h 127 207 127 127 VD 016 – met 16 km/h 137 221 137 137 VD 017 – met 17 km/h 148 235 148 148 VD 018 – met 18 km/h 159 250 159 159 VD 019 – met 19 km/h 170 265 170 170 VD 020 – met 20 km/h 181 280 181 181 VD 021 – met 21 km/h 194 296 194 194 VD 022 – met 22 km/h 207 312 207 207 VD 023 – met 23 km/h 220 328 220 220 VD 024 – met 24 km/h 233 340 233 233 VD 025 – met 25 km/h 246 246 246 VD 026 – met 26 km/h 260 260 260 VD 027 – met 27 km/h 274 274 274 VD 028 – met 28 km/h 288 288 288 VD 029 – met 29 km/h 302 302 302 VD 030 – met 30 km/h 318 318 overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990 VE 004 – met 4 km/h 36 78 36 36 VE 005 – met 5 km/h 42 88 42 42 VE 006 – met 6 km/h 49 99 49 49 VE 007 – met 7 km/h 56 110 56 56 VE 008 – met 8 km/h 64 121 64 64 VE 009 – met 9 km/h 72 132 72 72 VE 010 – met 10 km/h 81 143 81 81 VE 011 – met 11 km/h 89 156 89 89 VE 012 – met 12 km/h 98 169 98 98 VE 013 – met 13 km/h 107 182 107 107 VE 014 – met 14 km/h 117 194 117 117 VE 015 – met 15 km/h 127 207 127 127 VE 016 – met 16 km/h 137 221 137 137 VE 017 – met 17 km/h 148 235 148 148 VE 018 – met 18 km/h 159 250 159 159 VE 019 – met 19 km/h 170 265 170 170 VE 020 – met 20 km/h 181 280 181 181 VE 021 – met 21 km/h 194 296 194 194 VE 022 – met 22 km/h 207 312 207 207 VE 023 – met 23 km/h 220 328 220 220 VE 024 – met 24 km/h 233 340 233 233 VE 025 – met 25 km/h 246 246 246 VE 026 – met 26 km/h 260 260 260 VE 027 – met 27 km/h 274 274 274 VE 028 – met 28 km/h 288 288 288 VE 029 – met 29 km/h 302 302 302 VE 030 – met 30 km/h 318 318 c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel) 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4) VF 004 – met 4 km/h 19 29 19 19 VF 005 – met 5 km/h 24 35 24 24 VF 006 – met 6 km/h 29 41 29 29 VF 007 – met 7 km/h 34 48 34 34 VF 008 – met 8 km/h 39 55 39 39 VF 009 – met 9 km/h 45 61 45 45 VF 010 – met 10 km/h 51 68 51 51 VF 011 – met 11 km/h 57 76 57 57 VF 012 – met 12 km/h 64 84 64 64 VF 013 – met 13 km/h 71 92 71 71 VF 014 – met 14 km/h 78 100 78 78 VF 015 – met 15 km/h 85 109 85 85 VF 016 – met 16 km/h 92 119 92 92 VF 017 – met 17 km/h 99 129 99 99 VF 018 – met 18 km/h 107 139 107 107 VF 019 – met 19 km/h 116 149 116 116 VF 020 – met 20 km/h 125 159 125 125 VF 021 – met 21 km/h 134 170 134 134 VF 022 – met 22 km/h 143 181 143 143 VF 023 – met 23 km/h 152 193 152 152 VF 024 – met 24 km/h 162 204 162 162 VF 025 – met 25 km/h 172 216 172 172 VF 026 – met 26 km/h 183 228 183 183 VF 027 – met 27 km/h 193 241 193 193 VF 028 – met 28 km/h 204 254 204 204 VF 029 – met 29 km/h 216 267 216 216 VF 030 – met 30 km/h 227 281 227 overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990 VG 004 – met 4 km/h 19 29 19 VG 005 – met 5 km/h 24 35 24 VG 006 – met 6 km/h 29 41 29 VG 007 – met 7 km/h 34 48 34 VG 008 – met 8 km/h 39 55 39 VG 009 – met 9 km/h 45 61 45 VG 010 – met 10 km/h 51 68 51 VG 011 – met 11 km/h 57 76 57 VG 012 – met 12 km/h 64 84 64 VG 013 – met 13 km/h 71 92 71 VG 014 – met 14 km/h 78 100 78 VG 015 – met 15 km/h 85 109 85 VG 016 – met 16 km/h 92 119 92 VG 017 – met 17 km/h 99 129 99 VG 018 – met 18 km/h 107 139 107 VG 019 – met 19 km/h 116 149 116 VG 020 – met 20 km/h 125 159 125 VG 021 – met 21 km/h 134 170 134 VG 022 – met 22 km/h 143 181 143 VG 023 – met 23 km/h 152 193 152 VG 024 – met 24 km/h 162 204 162 VG 025 – met 25 km/h 172 216 172 VG 026 – met 26 km/h 183 228 183 VG 027 – met 27 km/h 193 241 193 VG 028 – met 28 km/h 204 254 204 VG 029 – met 29 km/h 216 267 216 VG 030 – met 30 km/h 227 281 overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990 VH 004 – met 4 km/h 19 29 19 VH 005 – met 5 km/h 24 35 24 VH 006 – met 6 km/h 29 41 29 VH 007 – met 7 km/h 34 48 34 VH 008 – met 8 km/h 39 55 39 VH 009 – met 9 km/h 45 61 45 VH 010 – met 10 km/h 51 68 51 VH 011 – met 11 km/h 57 76 57 VH 012 – met 12 km/h 64 84 64 VH 013 – met 13 km/h 71 92 71 VH 014 – met 14 km/h 78 100 78 VH 015 – met 15 km/h 85 109 85 VH 016 – met 16 km/h 92 119 92 VH 017 – met 17 km/h 99 129 99 VH 018 – met 18 km/h 107 139 107 VH 019 – met 19 km/h 116 149 116 VH 020 – met 20 km/h 125 159 125 VH 021 – met 21 km/h 134 170 134 VH 022 – met 22 km/h 143 181 143 VH 023 – met 23 km/h 152 193 152 VH 024 – met 24 km/h 162 204 162 VH 025 – met 25 km/h 172 216 172 VH 026 – met 26 km/h 183 228 183 VH 027 – met 27 km/h 193 241 193 VH 028 – met 28 km/h 204 254 204 VH 029 – met 29 km/h 216 267 216 VH 030 – met 30 km/h 227 281 overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) VI 004 – met 4 km/h 29 42 29 VI 005 – met 5 km/h 35 51 35 VI 006 – met 6 km/h 41 61 41 VI 007 – met 7 km/h 48 71 48 VI 008 – met 8 km/h 55 81 55 VI 009 – met 9 km/h 62 91 62 VI 010 – met 10 km/h 69 102 69 VI 011 – met 11 km/h 76 113 76 VI 012 – met 12 km/h 84 124 84 VI 013 – met 13 km/h 92 135 92 VI 014 – met 14 km/h 100 146 100 VI 015 – met 15 km/h 109 158 109 VI 016 – met 16 km/h 119 171 119 VI 017 – met 17 km/h 129 184 129 VI 018 – met 18 km/h 139 197 139 VI 019 – met 19 km/h 149 211 149 VI 020 – met 20 km/h 159 225 159 VI 021 – met 21 km/h 170 239 170 VI 022 – met 22 km/h 181 253 181 VI 023 – met 23 km/h 192 268 192 VI 024 – met 24 km/h 204 283 204 VI 025 – met 25 km/h 216 298 216 VI 026 – met 26 km/h 228 313 228 VI 027 – met 27 km/h 241 329 241 VI 028 – met 28 km/h 254 340 254 VI 029 – met 29 km/h 267 267 VI 030 – met 30 km/h 281 overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) VK 004 – met 4 km/h 29 42 29 VK 005 – met 5 km/h 35 51 35 VK 006 – met 6 km/h 41 61 41 VK 007 – met 7 km/h 48 71 48 VK 008 – met 8 km/h 55 81 55 VK 009 – met 9 km/h 62 91 62 VK 010 – met 10 km/h 69 102 69 VK 011 – met 11 km/h 76 113 76 VK 012 – met 12 km/h 84 124 84 VK 013 – met 13 km/h 92 135 92 VK 014 – met 14 km/h 100 146 100 VK 015 – met 15 km/h 109 158 109 VK 016 – met 16 km/h 119 171 119 VK 017 – met 17 km/h 129 184 129 VK 018 – met 18 km/h 139 197 139 VK 019 – met 19 km/h 149 211 149 VK 020 – met 20 km/h 159 225 159 VK 021 – met 21 km/h 170 239 170 VK 022 – met 22 km/h 181 253 181 VK 023 – met 23 km/h 192 268 192 VK 024 – met 24 km/h 204 283 204 VK 025 – met 25 km/h 216 298 216 VK 026 – met 26 km/h 228 313 228 VK 027 – met 27 km/h 241 329 241 VK 028 – met 28 km/h 254 340 254 VK 029 – met 29 km/h 267 267 VK 030 – met 30 km/h 281 d. Autosnelwegen overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel) 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2) VL 004 – met 4 km/h 19 25 VL 005 – met 5 km/h 23 31 VL 006 – met 6 km/h 28 38 VL 007 – met 7 km/h 33 45 VL 008 – met 8 km/h 38 52 VL 009 – met 9 km/h 43 59 VL 010 – met 10 km/h 48 66 VL 011 – met 11 km/h 54 73 VL 012 – met 12 km/h 60 80 VL 013 – met 13 km/h 66 88 VL 014 – met 14 km/h 72 96 VL 015 – met 15 km/h 79 104 VL 016 – met 16 km/h 86 113 VL 017 – met 17 km/h 93 122 VL 018 – met 18 km/h 101 132 VL 019 – met 19 km/h 109 142 VL 020 – met 20 km/h 117 152 VL 021 – met 21 km/h 126 162 VL 022 – met 22 km/h 135 173 VL 023 – met 23 km/h 143 183 VL 024 – met 24 km/h 152 194 VL 025 – met 25 km/h 161 206 VL 026 – met 26 km/h 170 218 VL 027 – met 27 km/h 180 230 VL 028 – met 28 km/h 190 242 VL 029 – met 29 km/h 201 254 VL 030 – met 30 km/h 212 267 VL 031 a – met 31 km/h 223 VL 032 a – met 32 km/h 234 VL 033 a – met 33 km/h 245 VL 034 a – met 34 km/h 257 VL 035 a – met 35 km/h 269 VL 036 a – met 36 km/h 281 VL 037 a – met 37 km/h 293 VL 038 a – met 38 km/h 305 VL 039 a – met 39 km/h 318 VL 040 a – met 40 km/h 332 overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990 VM 004 – met 4 km/h 19 25 VM 005 – met 5 km/h 23 31 VM 006 – met 6 km/h 28 38 VM 007 – met 7 km/h 33 45 VM 008 – met 8 km/h 38 52 VM 009 – met 9 km/h 43 59 VM 010 – met 10 km/h 48 66 VM 011 – met 11 km/h 54 73 VM 012 – met 12 km/h 60 80 VM 013 – met 13 km/h 66 88 VM 014 – met 14 km/h 72 96 VM 015 – met 15 km/h 79 104 VM 016 – met 16 km/h 86 113 VM 017 – met 17 km/h 93 122 VM 018 – met 18 km/h 101 132 VM 019 – met 19 km/h 109 142 VM 020 – met 20 km/h 117 152 VM 021 – met 21 km/h 126 162 VM 022 – met 22 km/h 135 173 VM 023 – met 23 km/h 143 183 VM 024 – met 24 km/h 152 194 VM 025 – met 25 km/h 161 206 VM 026 – met 26 km/h 170 218 VM 027 – met 27 km/h 180 230 VM 028 – met 28 km/h 190 242 VM 029 – met 29 km/h 201 254 VM 030 – met 30 km/h 212 267 VM 031 a – met 31 km/h 223 VM 032 a – met 32 km/h 234 VM 033 a – met 33 km/h 245 VM 034 a – met 34 km/h 257 VM 035 a – met 35 km/h 269 VM 036 a – met 36 km/h 281 VM 037 a – met 37 km/h 293 VM 038 a – met 38 km/h 305 VM 039 a – met 39 km/h 318 VM 040 a – met 40 km/h 332 overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990 VN 004 – met 4 km/h 19 25 VN 005 – met 5 km/h 23 31 VN 006 – met 6 km/h 28 38 VN 007 – met 7 km/h 33 45 VN 008 – met 8 km/h 38 52 VN 009 – met 9 km/h 43 59 VN 010 – met 10 km/h 48 66 VN 011 – met 11 km/h 54 73 VN 012 – met 12 km/h 60 80 VN 013 – met 13 km/h 66 88 VN 014 – met 14 km/h 72 96 VN 015 – met 15 km/h 79 104 VN 016 – met 16 km/h 86 113 VN 017 – met 17 km/h 93 122 VN 018 – met 18 km/h 101 132 VN 019 – met 19 km/h 109 142 VN 020 – met 20 km/h 117 152 VN 021 – met 21 km/h 126 162 VN 022 – met 22 km/h 135 173 VN 023 – met 23 km/h 143 183 VN 024 – met 24 km/h 152 194 VN 025 – met 25 km/h 161 206 VN 026 – met 26 km/h 170 218 VN 027 – met 27 km/h 180 230 VN 028 – met 28 km/h 190 242 VN 029 – met 29 km/h 201 254 VN 030 – met 30 km/h 212 267 VN 031 a – met 31 km/h 223 VN 032 a – met 32 km/h 234 VN 033 a – met 33 km/h 245 VN 034 a – met 34 km/h 257 VN 035 a – met 35 km/h 269 VN 036 a – met 36 km/h 281 VN 037 a – met 37 km/h 293 VN 038 a – met 38 km/h 305 VN 039 a – met 39 km/h 318 VN 040 a – met 40 km/h 332 overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1) 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) VO 004 – met 4 km/h 25 39 VO 005 – met 5 km/h 31 47 VO 006 – met 6 km/h 38 56 VO 007 – met 7 km/h 45 66 VO 008 – met 8 km/h 51 76 VO 009 – met 9 km/h 58 86 VO 010 – met 10 km/h 65 96 VO 011 – met 11 km/h 72 106 VO 012 – met 12 km/h 80 117 VO 013 – met 13 km/h 88 128 VO 014 – met 14 km/h 96 140 VO 015 – met 15 km/h 105 152 VO 016 – met 16 km/h 113 164 VO 017 – met 17 km/h 122 176 VO 018 – met 18 km/h 132 188 VO 019 – met 19 km/h 142 201 VO 020 – met 20 km/h 152 214 VO 021 – met 21 km/h 162 227 VO 022 – met 22 km/h 172 241 VO 023 – met 23 km/h 183 255 VO 024 – met 24 km/h 194 270 VO 025 – met 25 km/h 205 284 VO 026 – met 26 km/h 217 298 VO 027 – met 27 km/h 229 313 VO 028 – met 28 km/h 241 329 VO 029 – met 29 km/h 254 340 VO 030 – met 30 km/h 267 overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3) 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) VP 004 – met 4 km/h 25 39 VP 005 – met 5 km/h 31 47 VP 006 – met 6 km/h 38 56 VP 007 – met 7 km/h 45 66 VP 008 – met 8 km/h 51 76 VP 009 – met 9 km/h 58 86 VP 010 – met 10 km/h 65 96 VP 011 – met 11 km/h 72 106 VP 012 – met 12 km/h 80 117 VP 013 – met 13 km/h 88 128 VP 014 – met 14 km/h 96 140 VP 015 – met 15 km/h 105 152 VP 016 – met 16 km/h 113 164 VP 017 – met 17 km/h 122 176 VP 018 – met 18 km/h 132 188 VP 019 – met 19 km/h 142 201 VP 020 – met 20 km/h 152 214 VP 021 – met 21 km/h 162 227 VP 022 – met 22 km/h 172 241 VP 023 – met 23 km/h 183 255 VP 024 – met 24 km/h 194 270 VP 025 – met 25 km/h 205 284 VP 026 – met 26 km/h 217 298 VP 027 – met 27 km/h 229 313 VP 028 – met 28 km/h 241 329 VP 029 – met 29 km/h 254 340 VP 030 – met 30 km/h 267 Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer overschrijding van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer 86b jo. 86a RVV 1990 VR 004 – met 4 km/h 22 VR 005 – met 5 km/h 27 VR 006 – met 6 km/h 32 VR 007 – met 7 km/h 37 VR 008 – met 8 km/h 42 VR 009 – met 9 km/h 48 VR 010 – met 10 km/h 54 VR 011 – met 11 km/h 61 VR 012 – met 12 km/h 68 VR 013 – met 13 km/h 75 VR 014 – met 14 km/h 82 VR 015 – met 15 km/h 92 VR 016 – met 16 km/h 97 VR 017 – met 17 km/h 105 VR 018 – met 18 km/h 114 VR 019 – met 19 km/h 123 VR 020 – met 20 km/h 132 VR 021 – met 21 km/h 142 VR 022 – met 22 km/h 152 VR 023 – met 23 km/h 162 VR 024 – met 24 km/h 171 VR 025 – met 25 km/h 183 VR 026 – met 26 km/h 194 VR 027 – met 27 km/h 206 VR 028 – met 28 km/h 217 VR 029 – met 29 km/h 228 VR 030 – met 30 km/h 241 Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Feit Artikel Tarief in euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Hoofdstuk 2. Verkeersregels I. Plaats op de weg R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 100 100 R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken 4 lid 1 RVV 1990 30 R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken 4 lid 2 RVV 1990 30 R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken 4 lid 3 RVV 1990 30 R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken 4 lid 4 RVV 1990 30 R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken 5 lid 1 RVV 1990 70 40 R 309 als (snor) fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken 5 lid 2 RVV 1990 70 40 R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken 6 lid 1 RVV 1990 70 R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G 12a) 6 lid 2 RVV 1990 70 R 312 b als snorfietser met ingeschakelde motor het onverplichte fietspad gebruiken 5 lid 3 RVV 1990 70 R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken 8 lid 1 RVV 1990 40 R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken 8 lid 2 RVV 1990 40 als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 R 315 a – rijdend 100 100 R 315 b – stilstaand 70 70 R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 40 R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 40 R 318 als geleider van rij- of trekdieren of vee niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 40 R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 100 100 R 320 als bestuurder van een bespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 40 R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 70 II. Inhalen R 326 als bestuurder niet links inhalen 11 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 327 als bestuurder een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen 11 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 328 als bestuurder een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats 12 RVV 1990 280 280 190 110 110 IV. Oprijden van kruispunten R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren 14 RVV 1990 180 180 120 70 70 V. Verlenen van voorrang R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts 15 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg 15 lid 2 sub a RVV 1990 180 180 120 70 70 R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram 15 lid 2 sub b RVV 1990 180 180 120 70 70 R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken 15a lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 340 b als weggebruiker bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten 15a lid 2 RVV 1990 180 180 120 70 70 VI. Doorsnijden militaire kolonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen R 341 als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden 16 RVV 1990 70 70 45 25 20 25 R 342 als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden 16 RVV 1990 70 70 45 25 20 25 VII. Afslaan R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven 17 lid 2 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt 18 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan 18 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70 70 Noot stilstaan en parkeren: In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. IX. Stilstaan R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd 5 WVW 1994 100 100 40 als bestuurder een voertuig laten stilstaan 23 lid 1 R 396 a – op een kruispunt sub a RVV 1990 100 100 40 R 396 b – op een fietsstrook sub b RVV 1990 70 70 25 R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook sub b RVV 1990 70 70 25 R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan sub c RVV 1990 70 70 25 R 396 e – in een tunnel sub d RVV 1990 70 70 25 R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering sub e RVV 1990 70 70 25 R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht sub e RVV 1990 70 70 25 R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook sub f RVV 1990 70 70 25 R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep 62 jo. 23 lid 1 sub g RVV 1990 70 70 25 R 396 j – op een overweg 23 lid 1 sub a RVV 1990 70 70 25 X. Parkeren als bestuurder een voertuig parkeren 24 lid 1 R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan sub a RVV 1990 70 70 25 R 397 b – voor een inrit of uitrit sub b RVV 1990 70 70 25 R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg sub c RVV 1990 70 70 25 R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen sub d RVV 1990 70 70 25 R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze sub d RVV 1990 70 70 25 R 397 ea – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan de aangegeven wijze sub d RVV 1990 70 70 25 R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden sub d RVV 1990 70 70 25 R 397 g – langs een gele onderbroken streep sub e RVV 1990 70 70 25 R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen sub f RVV 1990 70 70 25 R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend sub g RVV 1990 70 70 25 R 397 j – op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken 24 lid 4 RVV 1990 70 70 25 R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren 24 lid 3 RVV 1990 70 70 25 als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig R 400 aa – niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen 25 lid 2 en 3 RVV 1990 70 R 400 ab – is voorzien van een duidelijk zichtbare, achter de voorruit geplaatste, parkeerschijf en de toegestane parkeertijd is verstreken 70 R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep) 25 lid 1 RVV 1990 70 70 25 R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart 26 lid 1 RVV 1990 180 180 70 R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is 26 lid 1 RVV 1990 180 180 70 R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken Pl.V 70 R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd Pl.V 70 R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter Pl.V 70 45 25 R 406 een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken Pl.V 70 70 25 als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan Pl.V R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze 70 70 25 R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken 70 70 25 R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen 70 70 25 R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken 70 70 25 een voertuig dat, met inbegrip van de lading R 414 a – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen Pl.V 70 25 R 414 b – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte Pl.V 70 25 R 592 als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden Pl.V 70 70 25 XII. Signalen R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt 30 lid 1 RVV 1990 70 70 R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan 31 RVV 1990 70 70 45 25 25 70 XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren 32 lid 1 RVV 1990 R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 70 70 45 25 R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 100 100 70 40 R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 100 100 70 40 R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig 32 lid 2 RVV 1990 100 100 70 40 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt 32 lid 3 RVV 1990 R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 70 70 45 25 R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 100 100 70 40 R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 100 100 70 40 als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt R 428 a – van een motorvoertuig 32 lid 3 RVV 1990 35 35 R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen 33 RVV 1990 35 35 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren 33 RVV 1990 R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 70 70 R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 100 100 R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 100 100 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling Voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren 33 RVV 1990 R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 70 70 R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 100 100 R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 100 100 R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren 34 lid 1 RVV 1990 70 70 45 25 R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter 34 lid 2 RVV 1990 100 100 70 40 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren 35b lid 1 RVV 1990 R 438 i – als bestuurder van een wagen 35b lid 1 RVV 1990 25 R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad 35b lid 2 RVV 1990 25 bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, als fietser R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35 en 35a RVV 1990 40 R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35a lid 1 RVV 1990 40 R 438 m – knipperende verlichting voeren 35a lid 2 RVV 1990 40 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt 36 RVV 1990 R 445 c – als ruiter 25 R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee 25 XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig 38 RVV 1990 100 R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen 39 RVV 1990 100 R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen 40 RVV 1990 40 XV. Bijzondere lichten R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren 41 lid 1 RVV 1990 100 100 als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bermlicht, bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, markeringslichten of staaklichten 41 lid 2 RVV 1990 R 456 a – bij nacht 100 100 R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 100 100 R 459 als bestuurder verlichte transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd 41a lid 5 RVV 1990 100 100 70 40 40 100 XVI. Autosnelwegen en autowegen a. Autosnelwegen R 461 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken 42 lid 1 RVV 1990 280 280 190 110 80 110 280 als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg R 462 – keren 43 lid 1 RVV 1990 280 280 R 463 – achteruitrijden 43 lid 1 RVV 1990 280 280 R 464 – deze op de rijbaan laten stilstaan 43 lid 2 RVV 1990 280 280 behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg 43 lid 3 RVV 1990 R 465 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden 280 280 R 465 b – gebruik maken van de berm 100 100 R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 180 180 R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 180 R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 180 b. Autowegen R 468 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken 42 lid 2 RVV 1990 280 280 190 110 80 110 280 als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg R 469 – keren 43 lid 1 RVV 1990 280 280 R 470 – achteruitrijden 43 lid 1 RVV 1990 280 280 R 471 – deze op de rijbaan laten stilstaan 43 lid 2 RVV 1990 280 280 behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg 43 lid 3 RVV 1990 R 472 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden 280 280 R 472 b – gebruik maken van de berm 100 100 R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 180 180 XVII. Erven R 476 als bestuurder binnen een erf sneller rijden dan stapvoets 45 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven 46 RVV 1990 70 70 XIX. Voetgangers R 481 a als bestuurder een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan 49 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 481 b als bestuurder een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan 49 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 482 als bestuurder een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan 49 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 483 als bestuurder een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan 49 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70 70 XX. Voorrangsvoertuigen R 486 als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan 50 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 XXI. Loslopend vee R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen 51 lid 1 RVV 1990 100 XXII. In- en uitstappende passagiers R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven 52 RVV 1990 280 280 190 110 110 XXIII. Slepen R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt 53 RVV 1990 70 70 XXIV. Bijzondere manoeuvres R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 70 70 45 R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt 56 lid 1 RVV 1990 100 100 70 40 40 XXV. Onnodig geluid R 522 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken 57 RVV 1990 180 180 120 XXVI. Gevarendriehoek R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd 58 RVV 1990 100 100 XXVI a. Zitplaatsen R 530 a tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op een zitplaats zit(ten) 58a lid 1 en lid 4 RVV 1990 100 100 70 40 100 R 530 b als bromfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten 58a lid 3 en 4 RVV 1990 70 40 XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel 59 lid 1 RVV 1990 100 100 100 als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem 59 lid 1 jo. - document.segment-2 Verify source ↗
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven — segment 2
AI-assisted research summary: This provision lists many traffic offences, including unsafe passenger transport, not wearing required helmets, holding a phone while driving, ignoring traffic signs or lights, and driving vehicles that do not meet registration or technical requirements.
59 lid 8 RVV 1990 100 R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel 59 lid 1 jo. 59 lid 8 RVV 1990 100 R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 100 R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 100 R 535 i – terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn 59 lid 1 RVV 1990 100 R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld 59 lid 3 RVV 1990 100 R 535 m – in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is 59 lid 5 RVV 1990 100 R 535 o de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden (bestuurder aansprakelijk voor passagiers jonger dan 12 jaar) 59 lid 7 jo. 59 lid 8 RVV 1990 100 100 R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruikmaakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 180 R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 100 XXVIIa. Autobus R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust 59a lid 1 RVV 1990 100 100 als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus R 535 q – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 1 jo. 59a lid 4 RVV 1990 100 R 535 r – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 1 jo. 59a lid 4 RVV 1990 100 XXVIII. Helmen R 536 a als bestuurder, passagier van een bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 70 70 R 536 c als bestuurder, passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 100 100 100 R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie dan wel driewielig motorvoertuig een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 3 RVV 1990 100 100 70 XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur R 545 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden 61a RVV 1990 180 180 120 70 XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten personen vervoeren 61b lid 1 RVV 1990 R 539 a – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets 100 R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets 180 180 120 Hoofdstuk 3. Verkeerstekens II. Verkeersborden R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B6 RVV 1990 180 180 120 70 70 als bestuurder in strijd met bord B7 62 jo. bord B7 RVV 1990 R 549 a – niet stoppen 100 100 70 40 40 R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 180 180 120 70 70 R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 180 180 120 70 70 als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C1 RVV 1990 R 550 a – een weg gebruiken 70 70 45 25 25 R 550 b – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken) 100 100 70 40 40 als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C2 RVV 1990 R 551 b – op andere weg dan autoweg of autosnelweg 100 100 70 40 40 als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord R 552 a – C3 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C3 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 552 b – C4 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C4 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuig op meer dan twee wielen) een weg gebruiken 62 jo. bord C6 RVV 1990 70 R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve autosnelwegen en milieuzones) 62 jo. bord C7 RVV 1990 70 R 554 b als bestuurder van een vrachtauto een rijstrook van een autosnelweg gebruiken in strijd met het voor die rijstrook geldende bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) 62 jo. bord C7 RVV 1990 180 R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C7 RVV 1990 180 R 554 d als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen) 62 jo. bord C7a RVV 1990 70 R 554 e als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s) 62 jo. bord C7b RVV 1990 70 R 571 als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor vrachtauto's die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 180 R 555 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur) 62 jo. bord C8 RVV 1990 70 R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring) 62 jo. bord C9 RVV 1990 70 45 25 25 R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen) 62 jo. bord C10 RVV 1990 70 70 R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets) 62 jo. bord C11 RVV 1990 70 R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen) 62 jo. bord C12 RVV 1990 70 70 R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor) 62 jo. bord C13 RVV 1990 45 25 R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor) 62 jo. bord C14 RVV 1990 25 25 R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig) 62 jo. bord C15 RVV 1990 45 25 R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers) 62 jo. bord C16 RVV 1990 20 R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven) 62 jo. bord C17 RVV 1990 100 40 R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven) 62 jo. bord C18 RVV 1990 100 40 R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven) 62 jo. bord C19 RVV 1990 100 40 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C20 RVV 1990 R 567 a – niet meer dan 10% 100 40 R 567 b – 11 tot en met 20% 150 60 R 567 c – 21 tot en met 30% 220 90 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990 R 568 a – niet meer dan 10% 100 40 R 568 b – 11 tot en met 20% 150 60 R 568 c – 21 tot en met 30% 220 90 als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990 R 569 a – niet meer dan 10% 100 40 R 569 b – 11 tot en met 20% 150 60 R 569 c – 21 tot en met 30% 220 90 R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting) 62 jo. bord D1 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) 62 jo. bord D2 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) 62 jo. bord D4 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven) 62 jo. bord D5 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven) 62 jo. bord D6 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven) 62 jo. bord D7 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone)) 62 jo. bord E1 RVV 1990 70 70 25 R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan) 62 jo. bord E2 RVV 1990 70 70 25 R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) 62 jo. bord F1 RVV 1990 180 180 R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen) 62 jo. bord F3 RVV 1990 180 R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting) 62 jo. bord F5 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren 62 jo. bord F7 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 597 als bestuurder in strijd met bord F10 niet stoppen 62 jo. bord F10 RVV 1990 180 180 120 70 70 III. Verkeerslichten driekleurig verkeerslicht R 601 als weggebruiker niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990 100 100 R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 180 180 120 70 50 70 R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 68 lid 6 RVV 1990 120 70 R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht 62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990 180 180 120 70 50 70 R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990 120 70 R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht 62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990 180 180 R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 180 R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten 62 jo. 71 sub b RVV 1990 180 180 120 70 50 70 R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten 62 jo. 72 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 R 610 als weggebruiker bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub b RVV 1990 180 180 R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub d RVV 1990 100 100 70 40 40 R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht 62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990 70 50 R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990 62 jo. 74 lid 2 RVV 1990 70 50 R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering 62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990 70 70 IV. Verkeerstekens op het wegdek R 617 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden 76 lid 1 RVV 1990 100 100 70 40 40 R 618 als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft 62 jo. 78 lid 1 RVV 1990 180 180 120 R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft 62. jo. 78 lid 2 RVV 1990 180 180 120 R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is 62 jo. 79 RVV 1990 70 70 45 25 25 R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. 80 RVV 1990 180 180 120 70 70 R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS» 62 jo. 81 RVV 1990 100 100 70 40 30 40 R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS» 62 jo. 81 RVV 1990 100 100 70 40 30 40 Hoofdstuk 4. Aanwijzingen I. Verplichtingen weggebruikers als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken R 628 a – gegeven door middel van een rode lamp 83 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 R 628 b – gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte verlichte transparant 83 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 als weggebruiker niet opvolgen van de in de bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen R 630 a – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar 82 lid 1 ivm Bijlage II RVV 1990 180 180 120 70 50 70 als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlichte transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van R 631 a – politie 82a jo. 41 a lid 1 onder a, sub 1 en 4 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen 1a BABW 100 R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden 2 BABW 100 R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart 55 jo. 51 BABW 70 R 704 als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas 58a BABW 70 R 705 als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven 58a BABW 70 R 706 als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven 58a BABW 70 Nummers K 405 – K 550: Kentekenreglement (KR) K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen 5 lid 1 en 3 Kr 100 Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004 K 420 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven 26 lid 2 Kr 270 K 421 het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven 26 lid 4 Kr 35 K 422 deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B 26 lid 5 Kr 70 K 423 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B 26 lid 5 jo. 18 Kr 35 Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs K 432 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen 58b lid 1 sub b Kr 100 K 434 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven 58b lid 2 Kr 270 Wijziging van de tenaamstelling: overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004 K 441 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen 27 lid 2 sub a Kr 35 K 442 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen 27 lid 2 sub b Kr 100 K 443 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen 27 lid 2 sub b jo. 18 Kr 100 K 444 deel I A niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B 27 lid 6 Kr 35 K 446 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B 27 lid 6 jo. 18 Kr 35 Wijziging van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig uit bedrijfsvoorraad Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004 K 480 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik) 28 lid 2 Kr 270 Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs K 481 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven 58d lid 1 jo. 58b lid 2 Kr 270 K 484 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik) 58d lid 2 Kr 270 Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004 K 485 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven 29 lid 1 Kr 270 Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs K 486 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven 58f lid 1 Kr 270 Aanvraag nieuw deel I (A) Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004 K 526 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw deel I A aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I A 34 lid 1 Kr 70 Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs K 527 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw kentekenbewijs aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I 58h lid 1 Kr 70 Handelaarskenteken(bewijs) K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken 44 Kr 270 K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren 45 lid 2 Kr 270 Inleverplicht oude bewijzen (overgangsbepaling) K 550 kentekenbewijzen en duplicaten afgegeven op basis van de (oude) Wegenverkeerswet en die hun geldigheid hebben verloren, niet onverwijld inleveren 54 lid 2 Kr 270 Nummer K 600: Reglement rijbewijzen (RR) K 600 als bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie A niet op eerste vordering het theoriecertificaat dan wel de oproep voor het examen ter inzage geven 2 lid 2 RR 70 Nummers N 010 – P 600: Besluit Voertuigen (BV) en Regeling Voertuigen (RV) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling Voertuigen) 2 – personenauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3a – bussen; 4 – motorfietsen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 6 – bromfietsen; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen; 13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen; 14 – aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid; 15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b); 16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen; 17 – wagens. Noot Regeling Voertuigen (RV): – De feiten met betrekking tot de Regeling Voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling Voertuigen. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. categorie: 15A – motorfiets categorie 15B – bromfiets – indien bij «artikel» een «*» staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling Voertuigen te verkrijgen. – De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. Feit Artikel Tarief in euro per feit en per categorie 2 3 3a 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Regeling Voertuigen Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl): 0 – Algemeen N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens 5.*.1 RV 180 180 180 180 180 120 180 N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is 5.*.1 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 180 N 010 c de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd 5.*.1 RV 70 70 70 70 70 45 70 N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd 5.*.1 RV 100 100 100 100 100 70 100 N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009) 5.*.1 RV 70 70 70 70 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as 5.15.2 lid 2 RV 100/70 N 030 a het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont 5.*.3 RV 180 180 180 180 120 180 180 180 180 180 180/120 70 N 030 b het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht 5.*.3 RV 180 180 180 180 120 180 180 180 180 180 180/120 70 het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork 5.*.3 lid 1 RV N 030 c – breuken en of scheuren vertoont 180 N 030 d – is doorgeroest 180 N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed 180 N 030 f de onderdelen van het frame, de daarvoor in de plaats tredende constructie of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.3 RV 180 180 120 70 70 N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd 5.*.3 lid 2 RV 180 120 70 70 het frame 5.9.3 RV N 030 h – breuken en of scheuren vertoont 40 N 030 i – is doorgeroest 40 N 030 j – is vervormd 40 N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd 5.*.4 RV 100 100 100 100 70 100 100 40 100 100 100 100/70 40 N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is 5.*.4 RV 100 100 100 100 100 100 100/70 40 N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd 5.*.4 RV 100 70 N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd 5.*.5 RV 100 100 100 2 – Afmetingen en massa’s Lengte N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers; cat 13 geldt niet voor middenasaanhangwagens) 5.*.6 RV 100 100 100 100 100 100 100 100 N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m 5.3a.6 lid 2 RV 100 N 060 ab de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-2003, langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 100 N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 100 N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m 5.3.6 lid 2 RV 100 N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt 5.12.6 lid 3 RV 100 N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m 5.12.6 lid 5 RV 100 N 061 i de middenasaanhangwagen langer is dan 8 m 5.13.6 RV 100 Breedte N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999) 5.*.6 RV 100 100 100 100 100 100 N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen) 5.*.6 RV 100 100 100 40 N 060 h het breder is dan 3 m (cat 3 en 7 rijdend werktuig) 5.*.6 RV 100 100 100 100 N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV 40 40 N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m 5.9.6 lid 1 RV 40 N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen) 5.*.6 RV 40 40 N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) 5.*.6 RV 100 100 70 100/70 N 060 w het breder is dan 1 m (cat 6 betreft 2 w bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) 5.*.6 RV 70 –/70 40 Hoogte het voertuig hoger is dan 4 m (cat 5 in gebruik voor 01-11-1997) een overschrijding 5.*.6 RV N 062 a – van 0,01 m t/m 0,10 m 330 330 330 330 330 330 330 330 330 130 N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV 40 40 Massa de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met 5.*.7 RV N 070 a – meer dan 10% 200 200 200 200 200 200 N 070 b – meer dan 25% 300 300 300 300 300 300 de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met (massa of som van de aslasten betreft uitsluitend cat 7) N 070 e – meer dan 10% 5.*.7 RV 200 200 80 N 070 f – meer dan 25% 5.*.7 RV 300 300 120 3 – Motor de bromfiets de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt 5.6.8 lid 1 RV N 083 a – t/m 10 km/h 45 N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 70 het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling Voertuigen vermelde maximum constructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt 5.*.8 lid 1 RV N 085 a – t/m 10 km/h 70 70 25 25 N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 100 100 40 40 N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 180 180 180 180 180 180 180 180 180 N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 180 120 70 N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont 5.*.9 lid 2 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 180 180 180 N 090 d het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten 5.*.9 lid 3 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 180 180 180 N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.11.9 lid 1 RV 25 N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10 RV 180 180 180 180 180 N 101 de CNG-installatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10a RV 180 180 180 180 180 N 110 a het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat 5.*.11 lid 1 RV 200 200 200 200 200 140 200 200 80 N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd 5.*.11 lid 2 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 N 110 c het niet voldoet aan de eisen gesteld ten aanzien van luchtverontreiniging, geluidsproductie, geluidsniveau, uitlaatgassen of het stationaire mengsel (geluidsniveau cat. 2 en 4 zie N 110 n t/m q) 5.*.11 RV 200 200 200 200 N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is 5.*.11 RV 200 200 80 Meting geluidsniveau Noot Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Bromfiets Constructiesnelheid Maximum toegestane waarde Max 25 km/h 90 dB(A) > 25 km/h 97dB(A) Motorfiets Cylinderinhoud t/m Maximum toegestane waarde 80 cm3 91 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig benzinemotor max 3500 kg bij 3500 toeren max 95 dB(A) dieselmotor max 3500 kg bij 2000 toeren max 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max 95 dB(A) het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden 5.*.11 RV N 110 n – tot 4 dB(A) 200 200 200 200 200 140 het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden 5.*.11 RV N 110 p – tot 4 dB(A) 200 200 200 200 200 140 N 120 a de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd 5.*.12 lid 1 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 40 N 120 b de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd 5.*.12 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 40 N 120 c het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt 5.*.12 lid 3 RV 25 25 N 130 a de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd 5.*.13 RV 100 100 100 100 100 40 N 130 b de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulcanisatie is losgeraakt 5.*.13 RV 100 100 100 100 70 100 40 N 130 c de motor niet deugdelijk is bevestigd 5.*.13 RV 100 70 4 – Krachtoverbrenging N 140 b het niet is voorzien van een achteruitrijinrichting 5.*.14 RV 70 25 N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 70 70 70 N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 70 70 N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter 5.6.15 RV 45 N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn) 5.*.16 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken 5.10.17 RV 25 N 170 b de snelheid niet regelbaar is 5.11.17 RV 40 5 – Assen N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn) 5.*.18 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 180 180 180 180/120 N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.19 RV 180 180 180 180 120 70 180 180 N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn 5.*.20 RV 100 100 100 100 70 40 40 100 100 N 210 de wielbasis te veel afwijkt 5.*.21 RV 70 70 70 70 70 70 N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen 5.*.22 RV 70 70 70 N 230 de spoorbreedte te groot is 5.*.23 RV 70 70 70 N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV 70 180 180/120 70 N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24-26 RV 180 180 180 180 N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV 180 120 N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 en 26 RV 180 180 70 180 180 6 – Ophanging de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden 5.*.27 RV N 270 a – 1 band 100 100 100 100 100 70 N 270 b – 2 banden 150 150 150 150 150 100 N 270 c – 3 banden 220 220 220 220 220 150 N 270 d – 4 banden 330 330 330 230 een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of uitstulpingen vertoont/vertonen 5.*.27 RV N 270 e – 1 band 100 100 100 70 100 100 40 40 100 100 100/70 N 270 f – 2 banden 150 150 150 100 150 150 60 60 150 150 150/100 N 270 g – 3 banden 220 220 220 150 220 220 90 90 220 220 N 270 h – 4 banden 330 230 330 330 130 130 330 330 het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging 5.*.27 RV N 270 i – 1 band 100 100 100 100 100 70 100 100 40 40 100 100 100 N 270 j – 2 banden 150 150 150 150 150 100 150 150 60 60 150 150 150 N 270 k – 3 banden 220 220 220 220 220 150 220 220 90 90 220 220 220 N 270 l – 4 banden 330 330 330 230 330 330 130 130 330 330 330 de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan 5.*.27 RV N 270 m – 1 band 100 100 100 N 270 n – 2 banden 150 150 150 N 270 o – 3 banden 220 220 220 N 270 p – 4 banden 330 330 330 de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 12 en 13 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) 5.*.27 RV N 270 r – 1 band 100 100 100 100 100 70 40 40 100 100 N 270 s – 2 banden 150 150 150 150 150 100 60 60 150 150 N 270 t – 3 banden 220 220 220 220 220 150 90 90 220 220 N 270 u – 4 banden 330 330 330 230 130 130 330 330 N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting 5.*.27 RV 100 100 100 100 100 70 40 40 100 100 100/70 N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel) 5.*.27 RV 100 100 100 100 70 40 40 100 100 100/70 de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft 5.*.27 RV N 271 e – 1 band 100 100 100 N 271 f – 2 banden 150 150 150 N 271 g – 3 banden 220 220 220 N 271 h – 4 banden 330 330 330 N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg) 5.17.27 RV 40 N 280 het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken 5.*.28 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 40 100 100 100 7 – Stuurinrichting N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting 5.*.29 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd) 5.*.29 RV 180 180 N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd) 5.*.30 RV 180 180 8 – Reminrichting N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk zijn (bevestigd) 5.*.31 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 180 180 N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is 5.*.32 RV 180 180 180 180 70 70 N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.3.33 RV 70 70 70 N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.*.34 RV 70 70 N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen 5.*.35 lid 1 RV 180 180 N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten 5.*.35 lid 1 RV 70 70 70 N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren 5.*.35 lid 2 RV 180 180 180 N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat 5.*.35 lid 3 RV 70 70 70 N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld 5.*.35 lid 3 RV 180 180 180 N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld 5.*.36 RV 180 180 180 N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft 5.*.37 RV 180 180 N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen 5.*.37 RV 180 180 N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen 5.*.37 RV 180 180 N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van 400 kg of minder), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of tengevolge van overberemming van de achteras 5.*.38 RV 180 180 180 180 70 180 N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging 5.*.38 RV 120 180 180 70 N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men) 5.*.38 RV 40 40 niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2 180 180 180 180 N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 270 270 270 270 niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2 280 280 280 N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet 5.*.39 RV 70 70 70 70 70 70 N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet 5.*.39 RV 45 25 N 390 d het niet voorzien is van een goed bereikbare vastzetinrichting waarmee de rem(men) in omgezette toestand kunnen worden vastgezet of een parkeerrem 5.*.39 RV 25 25 N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet 5.12.39 RV 70 N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig 5.12.40 RV 180 N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig) 5.12.40 RV 100 9 – Carrosserie N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat.3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend 5.*.41 RV 100 100 100 100 70 100 100 40 N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 100 100 100 70 40 N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd 5.*.41 RV 100 100 100 100 70 40 N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren 5.*.41 RV 100 70 N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.41 RV 100 70 N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang 5.*.41 RV 100 100 N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen 5.*.41 RV 100 100 N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 100 100 100 100/70 N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht 5.3a.41 RV 100 de voorruit, de naast de bestuurders aanwezige zitplaats zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit N 420 a – is beschadigd of verkleurd 5.*.42 RV 180 180 180 180 180 180 70 N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren 5.*.42 RV 100 100 100 100 100 100 40 N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen 5.*.42 lid 1 RV 25 N 420 d de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt 5.*.42 lid 3 RV 180 180 180 180 120 N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) 5.*.43 RV 100 100 100 100 70 100 100 40 N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft(cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) 5.*.43 lid 2 RV 100 100 100 100 70 40 N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit)) 5.*.44 RV 100 100 100 100 40 N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. - document.segment-3 Verify source ↗
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven — segment 3
AI-assisted research summary: This provision lists traffic and vehicle conditions that must be met, and examples of when a vehicle or driver may not operate a vehicle or trailer in the stated condition.
6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg) 5.*.45 RV 100 100 100 70 100 100 40 N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 100 N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 100 N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel 5.4.45 lid 1 RV 100 N 450 d het voor 27-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel 5.5.45 RV 100 N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel 5.5.45 RV 100 N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien 5.5.45 RV 100 N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn 5.*.46 RV 100 70 40 N 460 aa de zitplaatsen van het na 19-10-2008 in gebruik genomen voertuig zijdelings zijn gericht (cat. 3a uitsluitend klasse III of B) 5.*.46 RV 100 100 100 N 460 c de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.46 RV 100 100 100 100 100 100 40 N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.46 RV 100 70 N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak 5.9.46 RV 40 N 470 a de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto's niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto's niet voorzien zijn van gordels 5.2.47 RV 100 N 470 b de gordels voor de voorzitplaatsen die aan een portier grenzen van na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen voertuigen niet aanwezig zijn 5.*.47 RV 100 N 470 c de gordels niet deugdelijk zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig) 5.*.47 RV 100 100 100 100 70 100 100 40 N 470 d de gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen, van T-100 bussen en na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bussen en bedrijfsauto's niet aanwezig zijn 5.*.47 lid 1 RV 100 100 N 470 h de naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2002 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of van na 30-09-2000 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg niet voorzien zijn van gordels 5.3a.47 lid 2 RV 100 N 470 i de naar voren gerichte zitplaatsen van bromfietsen op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet zijn voorzien van gordels 5.6.47 lid 1 RV 70 N 470 j het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen 5.*.47a RV 90 90 N 470 g de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels 5.5.47 RV 100 N 480 a het voertuig scherpe delen heeft 5.*.48 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 N 480 b het voertuig uitstekende niet afgeschermde delen heeft 5.*.48 RV 180 180 180 180 180 180 70 180 180 180 180/120 70 N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken 5.*.48 RV 180 180 180 180 180 70 180 180 180/120 N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde 5.*.48 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 100 100 100 100/70 N 480 f de wielen/banden aanlopen 5.*.48 RV 70 100 N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming 5.*.48 RV 280 280 280 N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afst. stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afst. achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm) 5.*.49 RV 280 280 280 N 491 het na 09-08-2004 in gebruik genomen bedrijfsvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg aan de voorzijde niet op deugdelijke wijze voorzien is van een beschermingsinrichting tegen klemrijden 5.3.49 RV 280 N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat 5.*.50 RV 70 70/45 10 – Verlichting Noot 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop- of achterlicht moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling Voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. het niet is voorzien van (een) goed werkend(e) N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat. 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 70 70 70 70/- N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat. 2, 3(a) na 31-12-1997; cat. 5 na 31-12-1996; cat. 10 na 01-01-2005) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 70 25 N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) 5.*.51-63 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 100 100 100 100/- N 514 f – rode retroreflectoren 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 25 25 70 70 70 70/45 25 25 N 514 g – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 N 514 h – achteruitrijlicht(en) (in gebruik na 31-12-1997) 5.*.51-63 RV 35 35 35 N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2.10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 70 N 514 j – zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 70 70 70 70 70 N 514 k – 3e remlicht (na 30-09-2001) 5.*.51-63 RV 70 N 514 l – witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997) 5.*.51-63 RV 25 70 70 70 N 514 m – zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006) 5.*.51-63 RV 70 70 70 45 70 70 70 70 70/45 N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig) 5.*.51-63 RV 45 25 N 514 p – wielreflectie 5.*.51-63 RV 25 25 N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-59 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 40 40 100 100 100 100/70 40 40 N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-61 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 25 25 70 70 70 70/45 25 25 N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig) 5.*.59 RV 70 70 70 N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie) 5.*.55 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 25 25 70 70 70 70/45 25 25 N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting) 5.*.55 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 70 70 70 70/45 N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie) 5.*.55 RV 70 70 70 70 70 45 70 70 25 25 25 70 70 70 70/45 25 25 N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen 5.*.51 RV jo. 5.*.56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV) 70 70 70 70 70 45 70 70 25 N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) achtermistlicht(en) 5.*.62 RV 35 35 35 35 35 35 35 15 N 640 het is voorzien van niet toegestane verblindende/ knipperende verlichting 5.*.64 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 100 100 100 100/70 40 40 N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie) 5.*.65 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 40 N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen dit naar de buitenzijde van het voertuig doen 5.*.65 RV 100 100 100 100 100 70 100 100 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 RV 180 180 180 N 660 c de middenasaanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling 5.*.66 lid 5 RV 70 70 N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.15.66-70 RV 180/120 12 – Diversen N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting 5.*.71 RV 70 70 70 70 70 70 70 N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte 5.*.71 RV 45 25 25 N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel 5.9.71 RV 25 N 720 het aan de voorzijde niet is voorzien van een sleepbevestigingspunt 5.*.72 RV 35 35 Gebruikseisen voertuigen Als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden (terwijl): 0 – Algemeen P 001 een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat 3 uitsluitend toegestaan voor gladheidsbestrijding) 5.18.0 RV 100 100 100 P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 1 RV 180 180 180 180 120 P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 180 P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 3 RV 40 40 P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 4 RV 180 P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 1 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 5 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen wordt gesleept 5.18.2 lid 6 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 P 020 da een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept 5.18.2 lid 2 RV 180 180 180 180 P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig 5.18.2 lid 3 RV 180 180 P 020 f met een dolly waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly ontbreekt 5.18.2 lid 4 RV 180 180 180 180 P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze 5.18.3 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 70 P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt, losse voorwerpen die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn 5.18.3 lid 2 RV 180 180 180 180 120 70 P 040 het niet zodanig is beladen dat hij voldoende uitzicht naar voren, opzij en naar achteren heeft 5.18.4 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien 5.18.5 lid 1 RV 180 P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt 5.18.5 lid 2 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 de lading of delen daarvan niet of zodanig zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties waaronder begrepen volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek niet van het voertuig kunnen vallen, te weten 5.18.6 lid 1 RV P 060 a – voertuig gebonden lading, zoals stophout, bezems, dekzeilen, spanbanden e.d. 280 280 280 280 280 190 280 280 110 110 110 280 280 280 280/190 110 110 P 061 de losse lading ten aanzien waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig vallen niet deugdelijk is afgedekt (zoals zand, grind en puin) 5.18.6 lid 2 RV 280 280 280 280 280 190 280 280 110 110 110 280 280 280 280/190 110 110 bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig 5.18.7 lid 1 RV P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 100 100 100 P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 100 100 100 P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt 100 100 100 P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 100 100 100 P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd 100 100 100 P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd 100 100 100 P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg 70 70 70 P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken 70 70 70 P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken 70 70 70 bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig 5.18.7 lid 2 RV P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 100 100 100 P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 100 100 100 P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden 100 100 100 P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 100 100 100 bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg 5.18.7 lid 3 RV P 071 a – de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 100 100 100 P 071 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 100 100 100 P 071 c – de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m 100 100 100 P 071 d – de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt 100 100 100 P 071 e – de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 100 100 100 P 080 de lading van het voertuig scherpe delen heeft (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 70 P 081 het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 lid 1 RV 180 180 180 P 082 het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.18.8 lid 2 RV 180 180 180 P 083 een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken 5.18.8 lid 3 RV 180 180 180 P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld 5.18.9 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 70 P 091 het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld 5.18.9 lid 2 RV 180 180 180 P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV 100 100/70 P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat 5.18.10 lid 2-3 RV 100 100/70 P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV 100 P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig 5.18.10 lid 2-3 RV 100 1 – Afmetingen en massa’s Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt ter zake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18 m de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV P 111 a – t/m 0,25 m 140 140 140 140 140 140 P 111 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 210 210 210 210 210 210 Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde P 120 aa de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen) 5.18.12 RV, 5.18.21 RV 100 100 100 100 100 100 100 Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV P 121 a – t/m 0,25 m 200 200 P 121 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 300 300 P 121 g het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading 5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV 90 90 90 90 90 90 90 90 P 121 h de lading uitsluitend op de uitschuiflade, laadklep of andere laadvloerverlenging rust 5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV 200 200 200 200 200 de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt 5.18.12a RV P 122 a – t/m 0,25 m 200 200 P 122 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 300 300 de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding 5.18.12 en 5.18.21 RV P 121 j – t/m 0,75 m 100 100 100 100 100 100 100 P 121 k – van meer dan 0,75 m 150 150 150 150 150 150 150 de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1.20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt 5.18.12 lid 6 RV P 121 l – t/m 0,25 m 200 200 P 121 m – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 300 300 de lading van een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, 5.18.13 lid 2 RV P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt 180 P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt 100 P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen 100 een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV P 130 i – t/m 0,25 m 200 200 P 130 j – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 300 300 de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.21a RV P 211 a – t/m 0,75 m 100 100 P 211 b – van meer dan 0,75 m 150 150 bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken 5.18.21 a RV P 211 c – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 180 180 P 211 d – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 100 100 P 211 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd 100 100 P 211 f – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 100 100 Lengte; ondeelbare lading de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV P 130 n – t/m 0,25 m 200 P 130 o – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m 300 de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen 5.18.13 RV P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt 100 100 P 130 d – die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet 100 100 100 de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV P 131 a – t/m 0,25 m 200 200 200 P 131 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 300 300 300 P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik) 5.18.13 RV 100 100 P 131 i de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt 5.18.13 RV 100 100 100 de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen 5.18.21 RV P 210 e – meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt 100 100 100 P 210 f – meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor-/ en of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering 100 100 100 P 210 g – meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt 100 100 100 Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig P 190 c de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m 5.18.19, 5.18.27 RV 100/70 Breedte; lading Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat 5 in gebruik na 31-10-1997; cat 4 motor op 2 wielen) 5.18.14 en 5.18.19 RV 100 100 100 het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading (of verwisselbaar uitrustingsstuk) de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV P 141 a – t/m 0,20 m 200 200 200 200 200 200 200 200 200 P 141 b – van meer dan 0,20 m en t/m 0,45 m 300 300 300 300 300 300 300 300 300 P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.26 lid 1 RV 70 P 260 b het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat 6 bromfiets > 2 wielen) 5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV 70 100/- P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.27 en 5.18.29 RV -/70 40 P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m 5.18.28 lid 1 RV 40 P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m 5.18.28 lid 2 RV 40 het voertuig met inbegrip van de lading P 300 a – breder is dan 1,10 m 5.18.30 lid 1 RV 40 40 P 300 b – breder is dan 1,50 m 5.18.30 lid 2 RV 40 P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m 5.18.30 lid 3 RV 60 Breedte; ondeelbare lading P 140 d de in de breedte ondeelbare lading, die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen in gebruik na 31-10-1997 of voor lading op personenauto’s) 5.18.14 lid 3 RV 100 100 100 100 het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 2 RV P 142 a – t/m 0,25 m 330 330 330 Hoogte het voertuig met inbegrip van de lading hoger is dan 4 m, een overschrijding 5.18.15 en 5.18.23 RV P 150 a – t/m 0,10 m 330 330 330 330 330 330 330 330 P 270 b de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m 5.18.19 en 5.18.27 RV 100/70 het voertuig met inbegrip van de lading P 300 d – hoger is dan 2 m 5.18.30 lid 4 RV 25 25 P 300 e – hoger is dan 4 m 5.18.30 lid 5 RV 80 Massa Noot De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. de op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17a, b en c alle lid 1 RV P 171 a – meer dan 10% t/m 25% 100 100 100 100 P 171 b – meer dan 25% t/m 50% 150 150 150 150 P 171 c – meer dan 50% t/m 75% 220 220 220 220 P 171 d – meer dan 75% 330 330 330 330 geen toegestane maximummassa op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximum massa; c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV P 171 e – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 171 f – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 171 g – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 171 h – meer dan 75% 330 330 de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met 5.18.17c lid 1 RV P 171 j – meer dan 10% t/m 25% 100 P 171 k – meer dan 25% t/m 50% 150 P 171 l – meer dan 50% t/m 75% 220 P 171 m – meer dan 75% 330 op het Nederlandse kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten vermeerderd met de last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met 5.18.17c lid 2 RV P 171 n – meer dan 10% t/m 25% 100 P 171 o – meer dan 25% t/m 50% 150 P 171 p – meer dan 50% t/m 75% 220 P 171 r – meer dan 75% 330 de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.17c lid 3 RV P 171 s – meer dan 10% t/m 25% 100 P 171 t – meer dan 25% t/m 50% 150 P 171 v – meer dan 50% t/m 75% 220 P 171 w – meer dan 75% 330 de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 1 RV P 172 a – meer dan 10% t/m 25% 100 100 100 P 172 b – meer dan 25% t/m 50% 150 150 150 P 172 c – meer dan 50% t/m 75% 220 220 220 P 172 d – meer dan 75% 330 330 330 geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de last van enige as of asstel meer bedraagt dan voor zover van toepassing één van de in de artikelen 5.18.17 d lid 2 en 3 en 5.18.17 e lid 2 RV vermelde waarden, een overschrijding met 5.18.17 d lid 2 en 3 en e lid 2 RV P 172 e – meer dan 10% t/m 25% 100 100 100 P 172 f – meer dan 25% t/m 50% 150 150 150 P 172 g – meer dan 50% t/m 75% 220 220 220 P 172 h – meer dan 75% 330 330 330 het voertuig zodanig is beladen dat de in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden een overschrijding met 5.18.17f lid 1RV P 172 j – meer dan 10% t/m 25% 100 P 172 k – meer dan 25% t/m 50% 150 P 172 l – meer dan 50% t/m 75% 220 P 172 m – meer dan 75% 330 de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met 5.18.17g lid 1RV P 172 n – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 172 o – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 172 p – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 172 r – meer dan 75% 330 330 geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 en 3 RV vermelde waarden, een overschrijding met 5.18.17g lid 2 en 3 RV P 173 a – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 173 b – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 173 c – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 173 d – meer dan 75% 330 330 de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17h lid 1 RV P 173 e – meer dan 10% t/m 25% 100 P 173 f – meer dan 25% t/m 50% 150 P 173 g – meer dan 50% t/m 75% 220 P 173 h – meer dan 75% 330 P 174 meer passagiers worden vervoerd dan op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, danwel op de plaat als bedoeld in art 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg 5.18.17h lid 2 RV 280 de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo'n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met 5.18.18 RV P 180 e – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 180 f – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 180 g – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 180 h – meer dan 75% 330 330 P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand 5.18.18 lid 2 RV 180 180 180 180 P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand 5.18.18 lid 2 RV 180 P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand, minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand 5.18.18 en 24 RV 180 180 180 P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand 5.18.18 lid 5 RV 180 P 182 een aanhangwagen voortbewegen terwijl in het kentekenregister of op het kentekenbewijs geen maximum te trekken massa aanhangwagen is vermeld 5.18.18a RV 330 330 P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig 5.18.19, 5.18.27 RV 100/70 de totale massa van de aanhangwagen met een bedrijfsremsysteem achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 1, RV vermelde waarden dan wel de massa of de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen meer bedraagt dan 3500 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 1 RV P 183 a – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 183 b – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 183 c – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 183 d – meer dan 75% 330 330 de totale massa van de aanhangwagen zonder bedrijfsremsysteem achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 2, RV vermelde waarden dan wel de massa of de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 2 RV P 184 a – meer dan 10% t/m 25% 100 100 P 184 b – meer dan 25% t/m 50% 150 150 P 184 c – meer dan 50% t/m 75% 220 220 P 184 d – meer dan 75% 330 330 de last onder de niet aangedreven as van het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 2 RV P 252 a – meer dan 10% t/m 25% 100 P 252 b – meer dan 25% t/m 50% 150 P 252 c – meer dan 50% t/m 75% 220 P 252 d – meer dan 75% 330 de last onder de aangedreven as van het beladen samenstel meer bedraagt dan 11.500 kg (particulier gebruik, een overtreding) 5.18.25 lid 2 RV P 254 a – meer dan 10% t/m 25% 100 P 254 b – meer dan 25% t/m 50% 150 P 254 c – meer dan 50% t/m 75% 220 P 254 d – meer dan 75% 330 de last onder enige as van het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik en betreft motorrijtuigen met beperkte snelheid), een overschrijding met 5.18.25 lid 3 RV P 256 a – meer dan 10% t/m 25% 100 P 256 b – meer dan 25% t/m 50% 150 P 256 c – meer dan 50% t/m 75% 220 P 256 d – meer dan 75% 330 de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV P 310 a – meer dan 10% t/m 25% 180 P 310 b – meer dan 25% t/m 50% 270 P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht 5.18.31 RV 100 P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen) 5.18.31 RV 100 2 – Ophanging P 320 de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften 5.18.32 RV 180 180 180 180 3 – Reminrichting P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig 5.18.33 RV 180 P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig 5.18.34 lid 1 RV 180 180 180 P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden 5.18.34 lid 2 RV 70 70 70 P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden 5.18.34 lid 3 RV 180 180 niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2 180 180 180 P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 270 270 270 niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2 280 280 de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2 180 180 P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 270 270 P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld 5.18.36a RV 100 P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden 5.18.36 RV 70 70 70 70 70 70 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen P 361 a het voertuig met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. niet voorzien is van een markering aan de achterzijde die aan de gestelde eisen voldoet (cat 3 geldt niet voor trekker) 5.18.36 a RV 70 70 P 361 b aan de achterzijde niet is voorzien van een rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek 5.18.36b RV 70 70 70 25 P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer 5.18.37 RV 70 70 70 70 70 70 P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig 5.18.38 RV 100 100 100 100/70 40 5 – Verbinding tussen voertuigen P 540 de aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen 5.18.54 RV 180 180 180 180/120 70 P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen 5.18.55 RV 70 70 P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek 5.18.56 lid 1 RV 100 100 P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van trekker en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt 5.18.56 lid 3 RV 70 P 570 de hulpkoppeling van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht 5.18.57 RV 70 P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden 5.18.59 RV 40 6 – Diversen P 600 de drie- of meerwielige bromfiets met gesloten carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45 5.18.60 RV 45 Afdeling A. Verkeer te land Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Feit Artikel Categorie(ën) Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9 lid 8 WVW 1994 K 006 a – het rijbewijs is ingenomen 1/2/3 als bestuurder van een motorrijtuig rijden, terwijl het kentekenbewijs is ingevorderd 36 lid 3 sub c WVW 1994 K 020 a – na deugdelijk herstel 1/2/3 als bestuurder beneden de 16 jaar een motorrijtuig besturen, zijnde (de vermelde tarieven bij deze feitcodes dienen gehalveerd en op hele Euro's naar boven afgerond te worden) 110 lid 1 WVW 1994 jo. artikel 5 sub b RR K 070 a – een bromfiets 3 K 070 b – een gehandicaptenvoertuig 4 K 070 c – een landbouw- of bosbouwtrekker 1 K 070 d – een motorrijtuig met beperkte snelheid (niet zijnde een stoom- of motorwals) 1 K 071 als bestuurder optreden zonder te beschikken over een ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid vereist geldig getuigschrift 151c WVW 1994 1 K 145 b als bestuurder handelen in strijd met het aan de ontheffing verbonden voorschrift betreffende de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 1 K 160 a als bestuurder, die in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, de gegeven bevelen niet opvolgen 160 lid 6 WVW 1994 1/2/3/4/6 K 160 b als bestuurder van een voertuig die, in het kader van beroepsgoederenvervoer of personenvervoer, in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, betreffende het vervoer van lading of personen, de gegeven bevelen niet opvolgen 160 lid 6 WVW 1994 1 Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Hoofdstuk 2. Verkeersregels XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen R 412 een (brom)fiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 3/4 Hoofdstuk 3. Verkeerstekens II. Verkeersborden R 587 een (brom)fiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 3/4 Hoofdstuk 4. Aanwijzingen I. Verplichtingen weggebruikers als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken 83 RVV 1990 R 628 c – gegeven met een aan voertuig van weginspecteurs van Rijkswaterstaat aangebracht verlicht transparant 1/2/3/4/5/6 als weggebruiker niet opvolgen van de in de bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen R 627 a – om te stoppen, gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersbrigadier 82 lid 1 jo. 82 lid 3 ivm Bijlage II RVV 1990 1/2/3/4/6 R 630 b – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar 82 lid 1 ivm Bijlage II RVV 1990 1/2/3/4/5/6 als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlichte transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van R 631 b – Rijkswaterstaat of bedrijfsauto van transportbegeleider 82a jo. 41 a lid 1 onder a, sub 1 en 4 RVV 1990 1/2/3/4/5/6 Nummers K 805 – K 825: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (WRM 1993) rijonderricht geven terwijl het certificaat K 810 a – niet geldig is voor het rijonderricht dat wordt gegeven 7 lid 3 onder a WRM 1993 8 als houder niet (tijdig) inleveren van een ongeldig verklaard certificaat voor het geven van rijonderricht K 815 a – na ongeldigverklaring door instituut dat certificaat heeft afgegeven 15 lid 4 WRM 1993 8 K 815 b – na ongeldigverklaring door Onze minister 22 lid 5 WRM 1993 8 K 820 het certificaat niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven 24 WRM 1993 8 K 825 het instructeursbewijs, dan wel het bewijs van ontheffing niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven 27 WRM 1993 8 Nummers N 010 – P 600: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Categorie-indeling A: - document.segment-4 Verify source ↗
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven — segment 4
AI-assisted research summary: This subsection lists vehicle and transport-related categories and notes how the category codes, special markers, and explanatory labels should be used.
(Besluit en Regeling voertuigen) 2 – personenauto's; 3 – bedrijfsauto's; 3a – bussen; 4 – motorfietsen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 6 – bromfietsen; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen; 13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen; 14 – aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid; 15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b); 16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen; 17 – wagens. Noot Regeling Voertuigen (RV): – De feiten met betrekking tot de Regeling Voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling Voertuigen. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. categorie: 15A – motorfiets categorie: 15B – bromfiets – Indien bij «artikel» een «*» staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling Voertuigen te verkrijgen. – De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de Regeling Voertuigen in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Voor feiten gebaseerd op de Regeling Voertuigen geldt dat deze feiten niet slechts op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: «Als bestuurder rijden terwijl...».) Regeling Voertuigen Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl): 4 – Krachtoverbrenging N 150 b dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 31-12-1987 in gebruik genomen bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 3 N 150 bb dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 30-09-2001 doch voor 01-01-2005 in gebruik genomen bedrijfsauto met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12.000 kg, niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 3 N 150 d dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/h) 5.*.15 lid 3 en 4 RV 3/3a 8 – Reminrichting niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 2/4/5/12 N 381 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 2/4/5/12 N 381 e – meer dan 2,0 m/s2 2/4/5/12 niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 g – 0,51 t/m 1,0 m/s2 3/3a/12 N 381 h – 1,01 t/m 1,5 m/s2 3/3a/12 N 381 i – 1,51 t/m 2,0 m/s2 3/3a/12 N 381 j – meer dan 2,0 m/s2 3/3a/12 1 – Afmetingen en massa’s Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18 m de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV P 111 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 2/3/3a/5/7/8 P 111 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 2/3/3a/5/7/8 Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV P 121 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 3/12 P 121 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 3/12 een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV P 130 k – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 3/12 P 130 l – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 3/12 Lengte; ondeelbare lading de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV P 130 p – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m 3 P 130 q – van meer dan 0,75 m t/m 1,00 m 3 de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV P 131 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 3/12/13 P 131 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 3/12/13 Breedte; ondeelbare lading het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 2 RV P 142 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 3/12/13 Massa Noot De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV P 310 c – meer dan 50% t/m 75% 12 P 310 d – meer dan 75% 12 3 – Reminrichting niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 2/4/5 P 350 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 2/4/5 P 350 e – meer dan 2,0 m/s2 2/4/5 niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 g – 0,51 t/m 1,0 m/s2 3/3a P 350 h – 1,01 t/m 1,5 m/s2 3/3a P 350 i – 1,51 t/m 2,0 m/s2 3/3a P 350 j – meer dan 2,0 m/s2 3/3a de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV P 351 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 7/8 P 351 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 7/8 P 351 e – meer dan 2,0 m/s2 7/8 Afdeling B. Verkeer te water Categorie-indeling E (scheepvaartwetgeving) 1 – gezagvoerder/schipper; 2 – bestuurder; 3 – bemanningslid; 4 – waterskiër; 5 – werkgever; 6 – exploitant; 7 – eigenaar of houder; 8 – een ieder. NB Categorie bemanningslid of een ieder geldt in voorkomend geval mede voor een bemanningslid of ieder ander persoon die tijdelijk zelfstandig koers en snelheid schip bepaalt (1.03 lid 3 BPR/RPR) Nummers W 500 – W 530; W 065 – W 182: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) Snelle motorboten als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat W 500 a – de snelle motorboot is geregistreerd 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 b – de snelle motorboot ten name van de huidige eigenaar is geregistreerd 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 c – het registratiebewijs aan boord van de snelle motorboot is 8.01 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 d – de snelle motorboot is voorzien van het registratieteken 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 e – het registratieteken op de voorgeschreven wijze op de snelle motorboot is aangebracht 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 f – de snelle motorboot is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 g – de snelle motorboot op de juiste wijze is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 h – bij de snelle motorboot de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd 8.03 aanhef en onder b jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 i – de snelle motorboot is voorzien van een technische inrichting waardoor bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen (dodemansknop) 8.03 aanhef en onder d jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 W 500 j – aan boord van de snelle motorboot een deugdelijk brandblusapparaat is 8.03 aanhef en onder f jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 1/7 als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat een reddingsvest onder handbereik is voor ieder der opvarenden aan boord van de snelle motorboot 8.03 aanhef en onder e jo. 1.02 lid 2 en 8.04 BPR W 501 a – één ontbreekt 1/7 W 501 b – twee ontbreken 1/7 W 501 c – drie ontbreken 1/7 W 501 d – vier ontbreken 1/7 W 501 e – vijf of meer ontbreken 1/7 W 514 als bestuurder van een snelle motorboot, die qua constructie niet veilig staande kan worden bestuurd, tijdens het varen niet zijn gezeten op de voor hem bestemde zitplaats 8.05 lid 1 aanhef en onder a jo.8.05 lid 4 BPR 2 W 516 als bestuurder van een snelle motorboot deze, niet vanaf een gesloten binnenbesturing, staande besturen zonder een reddingsvest te dragen 8.05 lid 5 BPR 2 W 518 als bestuurder van een snelle motorboot varen zonder gebruik te maken van de dodemansknop 8.05 lid 1 aanhef en onder b jo. 8.03 onder d BPR 2 W 528 waterskiën, doen waterskiën of op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, waar c.q. wanneer dat verboden is 8.06 lid 2 jo. 1.02 lid 2 BPR 1/2/4/8 W 529 a als bestuurder van een snelle motorboot zich zodanig gedragen dat hinder of gevaar voor andere gebruikers van het vaarwater wordt veroorzaakt 8.05 lid 1 aanhef en onder c BPR 2 W 529 b als waterskiër of persoon die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maakt, zich zodanig gedragen, dat gevaar of hinder voor andere gebruikers van de vaarweg kan worden veroorzaakt 8.06 lid 4 BPR 4/8 W 530 als bestuurder van een snelle motorboot één of meer waterskiërs of personen, die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, voortbewegen zonder zich bij te laten staan door een medeopvarende van tenminste 15 jaar oud als uitkijk 8.06 lid 3 BPR 2 Snelheidsovertredingen als schipper van een snelle motorboot sneller varen dan 20 km/h, waar dat verboden is, met een overschrijding 8.06 lid 1 BPR W 065 a – tot 6 km/h 1 W 065 b – van 6 tot 15 km/h 1 W 065 c – van 15 tot 25 km/h 1 als schipper van een klein schip sneller varen dan toegestaan, met een overschrijding 5.01 BPR ivm verkeersteken B6 of bekendmaking 13 BABS W 075 a – tot 6 km/h 1 W 075 b – van 6 tot 15 km/h 1 W 075 c – van 15 tot 25 km/h 1 Overige W 150 als schipper van een in art. 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR bedoeld schip varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 16 jaar oud persoon 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR 1 W 152 als schipper van een snelle motorboot varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 18 jaar oud persoon 1.09 lid 1 aanhef en onder a BPR 1 W 156 geen bijgewerkt exemplaar van het Binnenvaartpolitiereglement aan boord aanwezig hebben 1.11 lid 1 BPR 1 bij het meren of verhalen gebruik maken van W 158 a – verkeerstekens 1.13 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR 1/8 W 158 b – andere voorwerpen dan die daarvoor bestemd zijn 7.04 lid 3 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR 1/8 W 160 a varen met een zeilplank op een voor de doorgaande vaart bestemd gedeelte van een in de bijlage 16 van het BPR opgenomen vaarweg 9.05 lid 1 BPR 1/8 W 160 b varen met een door een vlieger voortbewogen zeilplank 9.05 lid 2 BPR 1/8 W 162 als schipper van een zeilplank, daarmee varen in een gedeelte van de vaarweg waar dit verboden is PL.V 1 als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet zijn aangebracht, te weten op een W 164 a – groot schip 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 1/6 W 164 b – klein schip 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 1/6 als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht, te weten op een W 166 a – groot schip 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 1/6 W 166 b – klein schip 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 1/6 W 170 als schipper varen in strijd met een duidelijk zichtbaar geplaatst en voor hem geldend verbodsteken als bedoeld onder A.1 van de bijlage 7 van het BPR 6.08 aanhef en onder a BPR 1 W 180 als persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport zonder schip bedrijft niet voldoende afstand houden van een varend schip, varend drijvend voorwerp of drijvend werktuig in bedrijf 8.08 lid 1 BPR 8 W 181 a zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven bij een wachtplaats, of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw 8.08 lid 2 aanhef en onder a BPR 8 W 181 b zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een gedeelte van de vaarweg bestemd voor doorgaande scheepvaart 8.08 lid 2 aanhef en onder b BPR 8 W 181 c zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de route van een veerpont 8.08 lid 2 aanhef en onder c BPR 8 W 181 d zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een haven of nabij de ingang daarvan 8.08 lid 2 aanhef en onder d BPR 8 W 181 e zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de nabijheid van een meergelegenheid 8.08 lid 2 aanhef en onder e BPR 8 W 181 f zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in gebied dat is aangewezen voor snelvaren of waterskiën 8.08 lid 2 aanhef en onder f BPR 8 W 181 g zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een door een bevoegde autoriteit aangewezen verboden gebied 8.08 lid 2 aanhef en onder g BPR 8 W 182 a in het vaarwater van de Eemsmonding waterskiën of varen met waterscooter 22 lid 1 SRE 1/8 W 182 b in de Eemsmonding varen met zeilplank in het vaarwater of buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken 22 lid 3 SRE 1/8 W 182 c 's nachts, bij beperkt zicht of gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijd waterskiën of varen met waterscooter of zeilplank op de vrijgegeven wateroppervlakken van de Eemsmonding 22 lid 4 SRE 1/8 Nummers W 300 – W 310: Binnenvaartwet (BVW), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Binnenvaartpolitiereglement (BPR) als schipper van een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van een geldig 25 lid 4 BVW jo. 17 BVB W 300 b – klein vaarbewijs 1 niet op eerste vordering de vereiste bescheiden en documenten overleggen 1.10 lid 4 RPR/BPR W 310 a – één document 1/3/8 W 310 b – twee documenten 1/3/8 W 310 c – drie documenten 1/3/8 W 310 d – vier documenten 1/3/8 W 310 e – vijf documenten 1/3/8 Nummers W 601 – W 619; W 701 – W 711: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepsvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) Verkeerstekens. Bijlage 7 BPR A. Verbodstekens W 601 a met een schip in- uit- of doorvaren waar dat verboden is (verkeersteken A.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 601 b met een schip varen waar dat verboden is (verkeersteken A.1 a) (uitgezonderd klein schip, zonder motor) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 602 a met een groot schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 602 b met een klein schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 603 met een samenstel het verbod voorbijlopen voor samenstellen onderling negeren (verkeersteken A.3) (nvt als één van beide een duwstel is dat kleiner is dan 110 x 12 m) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.3 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 604 a met een groot schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 604 b met een klein schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 605 a met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) aan de zijde van de vaarweg waar bord is geplaatst negeren (verkeersteken A.5) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 605 b met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) binnen de in meters aangegeven breedte te rekenen vanaf het bord negeren (verkeersteken A.5.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5.1 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 606 met een schip het verbod te ankeren negeren of negeren van het verbod ankers, kabels en kettingen laten slepen aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.6) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.6 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 607 met een schip het verbod te meren negeren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.7) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.7 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 608 met een schip het verbod te keren negeren (verkeersteken A.8) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.8 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 609 met een schip het verbod hinderlijke waterbeweging te veroorzaken negeren (verkeersteken A.9) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.9 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 610 met een schip het verbod buiten de aangegeven begrenzing te varen negeren (verkeersteken A.10) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.10 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 611 a met een schip het verbod in-, uit- of doorvaren negeren (wordt aanstonds toegestaan) (verkeersteken A.11) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 611 b met een schip het verbod doorvaren negeren, terwijl stilhouden redelijkerwijs mogelijk was (verkeersteken A.11.1) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11.1 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 612 met een motorschip het verbod voor motorschepen negeren (verkeersteken A.12) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.12 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 613 met een klein schip het verbod voor kleine schepen negeren (verkeersteken A.13) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.13 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 614 met een schip het verbod te waterskiën negeren (verkeersteken A.14) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.14 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 615 met een zeilschip het verbod voor zeilschepen negeren (verkeersteken A.15) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.15 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 616 met een door spierkracht voortbewogen schip het verbod voor door spierkracht voortbewogen schepen negeren (verkeersteken A.16) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.16 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 617 met een zeilplank het verbod voor zeilplanken negeren (verkeersteken A.17) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.17 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 618 met een snelle motorboot het verbod einde van het vaarweggedeelte waar door snelle motorboten zonder beperking van de snelheid mag worden gevaren negeren (verkeersteken A.18) 5.01 BPR/ SRGM beide jo. verkeersteken A.18 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 619 met een waterscooter het verbod voor waterscooters negeren (verkeersteken A.19) 5.01 BPR/ RPR beide jo. verkeersteken A.19 cq bekendmaking 13 BABS 1/8 B. Gebodstekens en -regels W 701 a met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1a) 6.12/5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 701 b met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 702 a met een groot schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 702 b met een groot schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 702 c met een klein schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 702 d met een klein schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 703 a met een groot schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 703 b met een groot schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 703 c met een klein schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 703 d met een klein schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 703 e met een schip bij slecht zicht niet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen 6.30 lid 2 BPR, 9.11 RPR, 6.30 lid 6 SRGM 1/3/8 W 703 f met een klein schip niet zoveel mogelijk aan stuurboordszijde van het vaarwater varen op een aangegeven vaarweg van bijlage 15 onder a BPR 9.04 lid 2 jo. bijlage 15 onder a BPR 1/3/8 W 703 g met een afvarend schip vóór het invaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Grave en Limmel niet zo dicht mogelijk langs de rechteroever varen 11.01 lid 1 tweede volzin BPR 1/3/8 W 703 h met een afvarend schip vóór het invaren van de boventoeleidingskanalen van de sluizen bij Roermond, Belfeld en Sambeek alsmede bij het bevaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Roermond niet zo dicht mogelijk langs de linkeroever varen 11.01 lid 1 eerste volzin BPR 1/3/8 W 703 i met een schip dat in het kanaal van Gent naar Terneuzen vaart en de richting ervan volgt, niet zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de oever van het kanaal aan stuurboordszijde houden 9 lid 1 SRKGT 1 W 703 k met een schip dat in een vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de rand van de vaargeul aan stuurboordszijde houden (Westerschelde) 9 lid 1 SRW 1 W 703 l met een schip met een lengte van 12 m of meer dat stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden buiten de vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, stuurboordswal houden 9 lid 2 SRW 1 W 703 m zich met een schip met een lengte van minder dan 12 m, niet uit de hoofdvaargeul verwijderd houden, terwijl dit veilig en uitvoerbaar is (stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden of in de Sardijngeul en het Oostgat tussen de parallel van het licht «Noorderhoofd» en de parallel van het licht «Leugenaar») 9 lid 3 SRW 1 W 703 o met een schip in het vaarwater van de Eemsmonding niet zoveel mogelijk aan de rechterzijde varen 15 lid 1 SRE 1 W 704 a met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 704 b met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 704 c met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 704 d met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 705 met een schip de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden negeren (verkeersteken B.5) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.5 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting om de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven door middel van verkeersteken B.6 (in km/h); overschrijding 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.6 W 706 a – tot 2 km/h 1/3/8 W 706 b – van 2 tot 3 km/h 1/3/8 W 706 c – van 3 tot 4 km/h 1/3/8 W 706 d – van 4 tot 5 km/h 1/3/8 W 706 e – met meer dan 5 km/h 1/3/8 met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven (in km/h); overschrijding 5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle ivm bekendmaking 13 BABS W 706 g – tot 2 km/h 1/3/8 W 706 h – van 2 tot 3 km/h 1/3/8 W 706 i – van 3 tot 4 km/h 1/3/8 W 706 k – van 4 tot 5 km/h 1/3/8 W 706 l – met meer dan 5 km/h 1/3/8 W 707 met een schip de verplichting een geluidssein te geven negeren (verkeersteken B.7) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.7 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 708 met een schip de verplichting bijzonder op te letten negeren (verkeersteken B.8) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.8 cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 709 a met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9a cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 709 b met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9b cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 W 709 c met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9 a 1/3/8 W 709 d met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9b 1/3/8 W 711 met een schip de verplichting gebruik te maken van marifoon overeenkomstig de daartoe bij algemene regeling vastgestelde voorschriften negeren (verkeersteken B.11(a/b)) 5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT alle jo. verkeersteken B.11(a/b) cq bekendmaking 13 BABS 1/3/8 Afdeling C. Milieu Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Nummers H 002 – H 110: Wet Milieubeheer (Wm), Wet Bodembescherming (WBB), Wet verontreiniging oppervlakte wateren (WVO), de Model-Algemene plaatselijke verordening of Modelafvalstoffenverordening (Pl. V) Afvalstoffen Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen H 002 huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 003 a de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden aan anderen dan de aangewezen inzameldienst of inzamelaar Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 004 huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen of verstrekte inzamelmiddel Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 005 andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddel aanbieden, dan waarvoor het is bestemd Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 006 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 007 afvalstoffen via het voor dat perceel toegewezen inzamelmiddel aanbieden, terwijl men niet de gebruiker van dat perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 008 via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 009 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 010 via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 011 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via brengdepot op lokaal of regionaal niveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 012 categorieën huishoudelijke afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 013 huishoudelijke afvalstoffen op andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Aanbieden van andere dan huishoudelijke afvalstoffen H 014 andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 015 de door het College aangewezen categorieën van afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Doorzoeken van afvalstoffen H 016 afvalstoffen die ter inzameling gereed staan doorzoeken en verspreiden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Handelingen verrichten waardoor zwerfafval kan ontstaan (door een particulier) H 017 andere afvalstoffen dan straatafval achterlaten in daartoe van gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 020 afvalstoffen, stoffen of voorwerpen laden, lossen, vervoeren of andere werkzaamheden verrichten, zodanig dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 022 straatafval achterlaten in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 H 096 als particulier een afvalstof, stof of voorwerp buiten een daarvoor bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer op of in de bodem houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een zodanige wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Afvalstoffen storten of op of in bodem brengen (buiten een inrichting) H 025 als particulier zich van een afvalstof ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, op of in de bodem te brengen of te verbranden (betreft kleine hoeveelheden afvalstoffen zoals klein consumptieafval, papier, peuken etc.) 10.2 Wm 8 Afvalstoffen verbranden op bedekte bodem (buiten een inrichting) H 101 als particulier verbranden van afval waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting voorkomen, beperken of ongedaan maken 13 WBB en 10.2 Wm 8 Huishoudelijke afvalstoffen in riolering H 099 als particulier zich van afvalwater of afvalstoffen ontdoen door deze anders dan vanuit een inrichting te laten weglopen in een rioolput 10.30 lid 1 Wm 8 Huishoudelijk afval in oppervlaktewateren door particulier (in niet kwetsbaar gebied) H 098 als particulier een stof in een oppervlaktewaterlichaam brengen 6.2 lid 1 Waterwet 8 opslaan van afvalstoffen buiten een inrichting H 019 afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer opslaan of opgeslagen hebben Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Wrakken H 107 een voertuigwrak plaatsen of aanwezig hebben op de weg Pl.V 8 H 109 zich als eigenaar of kentekenhouder ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 8 Handelingen verrichten met betrekking tot een voertuig waardoor de bodem kan worden verontreinigd H 100 als particulier handelingen verrichten, met betrekking tot een voertuig, waardoor de bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken 13 WBB 8 H 103 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens het lozingsbesluit open teelt en veehouderij 4, 5 en 19 LBOTV 8 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens H 528 a – lozingenbesluit WVO bodemsanering en proefbronnering 15 LWVOBP 8 H 528 c – lozingsbesluit vaste objecten 14 t/m 24 en 28 LBVO 8 Nummers H 631 – H 670: Visserijwet 1963 (ViW), Besluit verbod gebruik van levende aasvis (BLVA), Reglement voor de Binnenvisserij 1985 (RB) en Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 (RMGT) Noot: De op de visserijwetgeving betrekking hebbende feitcodes zijn uitsluitend van toepassing op door particulieren gepleegde overtredingen. Indien sprake is van beroepsmatig handelen dan moet proces-verbaal worden opgemaakt Kustvisserij Documenten de kustvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met 7 lid 1 ViW H 631 a – meer dan twee hengels 8 de kustvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven 55 lid 1 sub b ViW H 633 a – de schriftelijke toestemming (meer dan twee hengels) 8 H 633 b – de schriftelijke toestemming (bij overige toegestane vistuigen) 8 Binnenvisserij Documenten de binnenvisserij uitoefenen met vistuigen, anders dan een of meer hengels of een of meer peuren, zonder een geldige akte te kunnen tonen, met 10 lid 1 ViW H 643 a – één vistuig 8 H 643 b – twee of meer vistuigen 8 de binnenvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met 21 lid 1 ViW H 645 a – één of twee hengels 8 H 645 b – één peur 8 H 645 c – meer dan twee hengels 8 H 645 d – twee of meer peuren of met andere toegestane vistuigen 8 de binnenvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven 55 lid 1 sub b ViW H 647 a – een geldige akte en/of schriftelijke toestemming (bij vistuigen, anders dan één of meer hengels of peuren) 8 H 647 b – een schriftelijke toestemming (bij één of meer hengels of peuren) 8 H 647 c – de huurovereenkomsten en andere bescheiden 8 Vistuigen vissen met een toegestaan vistuig dat niet aan de vereiste voorwaarden voldoet, bij 4 RB H 650 a – 1 of 2 toegestane vistuigen 8 Gesloten tijden (visserij) vissen in de periode van 1 april tot en met 31 mei met H 652 a – een hengel geaasd met in die periode verboden aas 6 lid 1 a RB 8 H 652 b – een staand net 6 lid 1 e RB 8 H 654 vissen tijdens de door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde periode, in een door hem aangewezen water 6 lid 3 RB 8 H 656 vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang 7 RB 8 Stuw/vispassage H 660 vissen in de Neder-Rijn, de Maas, de Lek of de Overijsselsche Vecht binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte vispassage of binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van deze vispassage 9 RB 8 Voorhanden hebben een vistuig voorhanden hebben op of in de nabijheid van enig binnenwater 10 lid 1 RB H 662 a – terwijl het gebruik van dat vistuig in het betrokken water of op dat moment verboden is 8 H 662 b – te weten één of twee hengel(s), terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 8 H 662 c – te weten één peur of meer dan twee hengels, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 8 H 662 d – te weten een ander toegestaan vistuig, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 8 Levend aas H 664 bij het vissen in kust- of binnenwater levende vis als aas gebruiken 2c lid 2 ViW jo 2 BVLA 8 Geluidhinder Nummers H 200 – H 205: Wetboek van strafrecht (WvSr), Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 200 rumoer of burengerucht verwekken waardoor de nachtrust kan worden verstoord 431 WvSr 8 H 205 als particulier met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toelaten dat deze handelingen worden verricht Pl.V 8 Nummers H 300 – H 325c: Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 300 zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op voor publiek toegankelijke parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken dan wel in/tussen aanplantingen, bloemperken, heester- of struikgewassen, die op of aan de weg liggen Pl.V 8 H 305 zonder daartoe bevoegd te zijn schade toebrengen aan bomen, heesters, bloemen of grasperken in een park, een bos of op andere dergelijke plaatsen Pl.V 8 H 310 met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 1/2/3/4/6 H 311 met een voertuig rijden (crossen) door een park/ plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 1/2/3/4/6 H 315 roken in bos, duin dan wel andere dergelijke gebieden op tijd en plaats waarop dit niet is toegestaan Pl.V 8 H 320 in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben Pl.V 8 als eigenaar of houder van een hond er niet voor zorgen dat deze hond zich niet van uitwerpselen ontdoet Pl.V H 325 a – een weggedeelte (mede) bestemd voor voetgangers 8 H 325 b – een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide 8 H 325 c – een andere (dan) door het College aangewezen plaats 8 Afdeling D. Wetboek van strafrecht Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Nummers D 505 – D 537: Boek 3 Wetboek van Strafrecht (WvSr) D 530 zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden 453 WvSr 8 D 515 door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, of woon- of verblijfplaats opgeven 435, onder 4 WvSr 8 zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden 460 WvSr D 535 i – op grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt 1/2/3/4/5/6/8 D 535 j – gedurende de maanden mei tot en met oktober op enig wei- of hooiland 1/2/3/4/5/6/8 D 537 zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden op eens anders grond, waarvan de toegang hem op voor hem blijkbare wijze verboden is 461 WvSr 8 Afdeling E. Bijzondere wetten Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Nummers E 100 – E 162: Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000), Spoorwegwet (Spww) en Algemeen Reglement Vervoer (ARV), Reglement Dienst Hoofd en Lokaalspoorwegen (RDHL) Vervoerder/bestuurder Noot: 1. Categorie 8 betreft bij deze feitcodeserie de vervoerder; 2. Indien de verdachte onder een andere categorie valt dan bij de betreffende feitcode is aangegeven en deze is normadressaat volgens de Wp 2000 dan moet proces-verbaal worden opgemaakt. E 105 b met een bus of auto meer personen vervoeren dan wel deze bus of auto voor ander vervoer gebruiken dan blijkens het kentekenbewijs is toegestaan 81 lid 2 Bp 2000 1 E 105 c openbaar vervoer met een bus, besloten busvervoer of taxivervoer of openbaar vervoer met een auto verrichten zonder aanduiding als bedoeld in artikel 29 lid 3 en/of 28 lid 3 van de WVW 1994 op het kentekenbewijs 80 lid 1 Bp 2000 8 geen geldig vergunningbewijs aanwezig hebben in bus of auto waarmee openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer wordt verricht, te weten 5a lid 1 Wp 2000 E 106 a – door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen 1 E 106 b – door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen 8 in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht geen voor de reiziger zichtbaar vergunningbewijs aanwezig hebben, te weten 5a lid 2 Wp 2000 E 107 a – door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen 1 E 107 b – door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen 8 E 110 a een bestuurder met besturen van een bus belasten die niet in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen 74 lid 1 Bp 2000 8 als bestuurder van een bus 74 lid 3 BP 2000 E 111 a – geen geneeskundige verklaring bij zich hebben 1 E 111 b – niet in het bezit zijn van een geneeskundige verklaring 1 E 112 als vervoerder taxivervoer verrichten zonder er voor zorg te dragen dat terstond voor aanvang en na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument (rittenstaat) wordt ingevuld 127 lid 1 onderdeel d Bp 2000 8 E 113 a als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht niet in het bezit zijn van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas 75 lid 3 Bp 2000 1 E 113 aa een bestuurder belasten met het besturen van een auto, waarmee taxivervoer wordt verricht, zonder dat die bestuurder in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas of chauffeurspas onder beperkingen 75 lid 1 en 2 Bp 2000 8 als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht 75 lid 3 Bp 2000 E 113 b – de chauffeurspas niet bij zich hebben 1 E 113 c – de chauffeurspas niet voor de reiziger zichtbaar aanwezig houden in de auto 1 E 114 als vervoerder ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer het te hanteren tarief niet duidelijk leesbaar tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht 73 Bp 2000 8 E 115 in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, geen taxameter aanwezig hebben die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft 127 lid 1a Bp 2000 8 E 116 de taxameter voldoet niet aan de regels die bij en krachtens de Metrologiewet zijn gesteld 127 lid 1b Bp 2000 8 E 117 taxivervoer verrichten zonder de in de auto aanwezige taxameter te gebruiken 127 lid 1c Bp 2000 1 Een ieder de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door het verhinderen of belemmeren van 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1a Bp 2000 E 120 a – de bediening en het gebruik van voorzieningen 8 E 120 b – de bediening en het gebruik van een vervoermiddel 8 E 120 c – de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder 8 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door voorzieningen te gebruiken 72 Wp 2000 jo. - document.segment-5 Verify source ↗
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven — segment 5
AI-assisted research summary: This provision lists many conduct rules, mainly forbidding behavior that disturbs order, peace, safety, or the proper running of transport areas and vehicles.
52, lid 1b Bp 2000 E 121 a – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn 8 E 121 b – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze 8 E 121 c de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door misbruik te maken van voorzieningen 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000 8 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door een vervoermiddel te gebruiken 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000 E 122 a – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar is 8 E 122 b – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze 8 E 123 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door stoffen of voorwerpen uit een vervoermiddel te werpen 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1c Bp 2000 8 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1d Bp 2000 E 124 a – in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden 8 E 124 b – onder kennelijke invloed van verdovende middelen te bevinden 8 E 125 a de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een vervoermiddel, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000 8 E 125 b de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een station, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000 8 E 126 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich te bevinden op een, gedeelte van een, station of halte op een tijdstip dat deze gesloten dan wel niet toegankelijk is 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1j Bp 2000 8 E 127 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich op een station of halte te begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1k Bp 2000 8 E 128 niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt 73 Wp 2000 8 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door 72 Wp 2000 jo. 52, E 129 a – zodanig geluid voort te brengen dat anderen daarvan hinder ondervinden lid 1e Bp 2000 8 E 129 b – het uitoefenen van een beroep, bedrijf of het aanbieden van diensten lid 1f Bp 2000 8 E 129 c – het tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda lid 1g Bp 2000 8 E 129 d – het verspreiden van drukwerken (uitsluitend handelsreclame) lid 1g Bp 2000 8 E 129 f – hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging te veroorzaken of te kunnen veroorzaken door dieren, stoffen of voorwerpen in een vervoermiddel mee te nemen lid 1h Bp 2000 8 E 129 g – het op andere wijze veroorzaken of kunnen veroorzaken van hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging lid 1l Bp 2000 8 E 138 het niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt 7 ARV 8 E 145 op of langs de spoorweg rijden of lopen 43 jo. 63 Spww 8 E 146 paarden, vee of andere dieren op of langs de spoorweg drijven of laten lopen 44 jo. 63 Spww 8 E 149 zich op of langs gedeelten van een hoofdspoorweg, met uitzondering van een perron, die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, bevinden of daarop of daarlangs dieren drijven of laten lopen 22 lid 1 onderdeel c Spww (nieuw) 8 Nummer E 320: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) E 320 a niet voldoen aan vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel a WAHV 8 E 320 b onjuiste gegevens opgeven, na vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel b WAHV 8 E 320 c niet voldoen aan de vordering van de officier van justitie het rijbewijs op een bepaalde tijd en aangewezen plaats in te leveren 34 lid 1, onderdeel c WAHV 8 Nummers E 801 – E 837: Vreemdelingenwet 2000 (VrW 2000) en Vreemdelingenbesluit 2000 (VB 2000) E 805 d als gezagvoerder van een zeeschip of in diens plaats de natuurlijke of rechtspersoon die de reder in al zijn functies als reder vertegenwoordigd, bij aankomst in de Nederlandse haven niet onmiddellijk aan grenswachters een bemanningslijst dan wel passagierslijst in tweevoud afgeven 3.1.2. bijlage VI SGC 8 E 801 als vreemdeling die Nederland in- of uitreist zich niet begeven langs een doorlaatpost, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en zich niet aldaar vervoegen bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking 4 lid 1 SGC 8 E 803 zich op of nabij een plaats bevinden, waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zonder zich te houden aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het belang van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen 4.6 VB 2000 8 E 808 als gezagvoerder van een zeeschip niet tijdig van het voorgenomen vertrek van zijn schip uit Nederland kennis geven aan het hoofd van de grensdoorlaatpost 4.13 lid 1 VB 2000 8 als vreemdeling niet op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft, namens de Minister van Veiligheid en Justitie, binnen de in de vordering aangegeven tijd E 817 a – de gevraagde gegevens verstrekken 4.38 lid 1 VB 2000 8 E 817 b – de gevraagde gegevens in persoon verstrekken 4.38 lid 2 VB 2000 8 als vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, niet onmiddellijk van zijn aanwezigheid mededeling doen aan de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.39 VB 2000 jo. 108 VrW 2000 E 822 a – gedurende een illegaal verblijf van 1 tot 15 dagen 8 E 822 b – gedurende een illegaal verblijf van 15 dagen tot 3 maanden 8 E 822 c – gedurende een illegaal verblijf van 3 tot 6 maanden 8 E 822 d – gedurende een illegaal verblijf van 6 maanden tot 1 jaar 8 E 822 e – gedurende een illegaal verblijf van 1 jaar tot 2 jaar 8 E 822 f – gedurende een illegaal verblijf langer dan 2 jaar 8 E 825 als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf langer dan drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.47 VB 2000 8 E 827 als vreemdeling te zijner identificatie op vordering van een ambtenaar, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, niet een goedgelijkende pasfoto ter beschikking stellen of vingerafdrukken van zich laten nemen indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat 4.45 VB 2000 8 E 830 als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.48 VB 2000 8 E 832 als vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aanmelden bij de korpschef van de in deze aantekening vermelde gemeente 4.49 VB 2000 8 niet voldoen aan de verplichting tot wekelijkse aanmelding bij de korpschef van de gemeente van verblijf, behoudens door deze verleende ontheffing E 836 a – als vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, in afwachting van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting 4.51 lid 1 sub a VB 2000 8 E 836 b – als vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000 4.51 lid 1 sub b VB 2000 8 Afdeling F. Overige overtredingen Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Nummers F 050 – F 310: Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) F 070 a zonder vergunning van de burgemeester op of aan de weg een evenement, feest of wedstrijd geven of houden Pl.V 8 F 070 b zonder vergunning van de burgemeester een georganiseerde dropping houden of daaraan deelnemen op een ander terrein dan een daarvoor bestemd sportterrein Pl.V 8 F 095 zonder vergunning op of aan de weg als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden Pl.V 8 F 100 als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids voor publiek optreden op of aan door de burgemeester aangewezen (gedeelte van een) weg, waar dit niet is toegestaan Pl.V 8 F 101 zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming (bijv. terrasverbod, reclameborden) Pl.V 8 F 105 als houder van een horecabedrijf, dit voor bezoekers geopend hebben of aldaar bezoekers toelaten of laten verblijven, buiten de vastgestelde openingstijden Pl.V 8 F 110 a de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is bekrassen of bekladden Pl.V 8 F 110 b de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken hierop aanplakken of op andere wijze aanbrengen Pl.V 8 F 111 op of aan door het College aangewezen wegen of gedeelten daarvan gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden, aanbevelen of bekendmaken Pl.V 8 F 114 de weg of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats gebruiken Pl.V 8 F 115 tijdens uren waarop het niet is toegestaan op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben Pl.V 8 F 118 op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) skaten of skateboarden Pl.V 8 F 120 a op of aan de weg klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair Pl.V 8 F 120 b op of aan de weg zich zodanig ophouden dat voor weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodige overlast of hinder wordt veroorzaakt Pl.V 8 F 121 a op de weg (binnen een door de het College aangewezen gebied) alcoholhoudende drank nuttigen Pl.V 8 F 121 b op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben Pl.V 8 F 125 a zonder redelijk doel in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen Pl.V 8 F 125 b zonder redelijk doel zich anders dan als bewoner of gebruiker van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen of van publiek toegankelijke gebouwen bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte Pl.V 8 F 126 op de weg vervoeren, bij zich dragen of anderszins voorhanden hebben van kerstbomen, autobanden en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op de weg te verbranden Pl.V 8 F 130 a (in of op) een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden Pl.V 8 F 130 b (in of op) een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte verontreinigen Pl.V 8 F 130 c (in of op) een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte voor een ander doel bezigen dan waarvoor de ruimte bestemd is Pl.V 8 F 131 op of aan de weg een fiets, snorfiets of bromfiets plaatsen of laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek, waardoor de doorgang wordt versperd, dan wel in strijd met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek Pl.V 8 F 133 een motorvoertuig, bromfiets of fiets op of aan de weg laten staan, anders dan deugdelijk afgesloten of onder behoorlijk toezicht Pl.V 8 F 135 zich met een fiets of bromfiets bevinden op een terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden, welke publiek trekt Pl.V 8 F 136 zich met een winkelwagentje op of aan de weg bevinden op meer dan de toegestane afstand van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld Pl.V 8 F 140 a zich in de nabijheid van een persoon, gebouw, woonwagen of woonschip ophouden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een zich daarin bevindende persoon te bespieden Pl.V 8 F 140 b een persoon in een gebouw, woonwagen of woonschip door middel van een verrekijker bespieden Pl.V 8 F 145 a als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg gelegen binnen de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd Pl.V 8 F 145 b als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of andere door het College aangewezen plaats Pl.V 8 F 145 c als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder dat de hond is voorzien van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen Pl.V 8 F 145 d als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar Pl.V 8 F 150 a als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd Pl.V 8 F 150 b als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd Pl.V 8 F 151 als degene die één of meer dieren onder zijn hoede heeft, niet door voorzorgsmaatregelen die van hem mogen worden verwacht, voorkomen dat deze dieren voor de omgeving hinderlijk zijn Pl.V 8 F 155 als rechthebbende er niet voor zorgen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat het vee/pluimvee in een aan een weg liggend weiland of terrein, die weg niet kan bereiken Pl.V 8 F 171 a op de weg of weggedeelte (binnen een door het College aangewezen gebied) softdrugs gebruiken of voorhanden hebben Pl.V 8 F 180 a de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden terstond, bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij gevaar voor beschadiging van het wegdek Pl.V 8 F 180 b de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden na het beëindigen van de werkzaamheden (iedere dag) in overige situaties Pl.V 8 F 185 binnen de bebouwde kom buiten een daarvoor bestemde inrichting/plaats op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte doen Pl.V 8 F 190 een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen Pl.V 8 F 195 een defect voertuig op een weg, langer dan de vastgestelde termijn Pl.V 8 F 205 een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn doen of laten staan Pl.V 8 F 210 een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 8 F 212 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig of vaartuig Pl.V 1/2/3/4/6/7/8 F 212 b een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied anders dan tot doel van dagrecreatie Pl.V 8 F 212 c een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door met geluid voortbrengende apparatuur overlast te veroorzaken Pl.V 8 F 212 d een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door te graven of te spitten of doen graven of spitten op buiten het strand, de zandhelling, speelkuilen of zandbakken gelegen gedeelten Pl.V 8 F 212 e een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door anders dan in de aanwezige afvalbakken wegwerpen, neerleggen en/of achterlaten van afval, vuilnis, resten van levensmiddelen, papier, blikken, flessen of verpakkingsmateriaal Pl.V 8 F 212 f een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door een afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp op andere wijze te gebruiken dan tot het deponeren van klein afval Pl.V 8 F 212 g een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan Pl.V 8 F 216 een voertuig parkeren of enig ander voorwerp plaatsen of laten staan op een weggedeelte waarvan door het bevoegde gezag is bekend gemaakt dat dit niet is toegestaan op de in die bekendmaking genoemde dagen en tijden (markt, evenement, kermis enz) Pl.V 1/2/3/4/6/8 F 235 met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan Pl.V 7/8 F 236 a het zonder ontheffing van het College varen, doen of laten varen met enig vaartuig Pl.V 7/8 F 237 a het varen, doen of laten varen zonder dat de ontheffing in het vaartuig aanwezig is of zonder dat de corresponderende sticker op de juiste wijze is bevestigd Pl.V 7/8 F 240 als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden Pl.V 8 F 245 zich zonder redelijk doel aan, op, of in een vaartuig in openbaar water vasthouden, klimmen, begeven of bevinden Pl.V 8 F 250 a zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een vervoermiddel in gesloten tijd of gesloten gebied Pl.V 1/2/3/4/6 F 250 b zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een motorvoertuig, bromfiets, fiets of paard buiten de (onverharde) wegen of gemarkeerde paden Pl.V 1/2/3/4/6 F 250 c zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een rij- of trekdier buiten de daarvoor bestemde paden Pl.V 6 F 260 a met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten rijdend Pl.V 1/2/3/6 F 260 b met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten parkeren danwel laten staan Pl.V 1/2/3/6 Afdeling G. Misdrijven Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen Nummers G 050 – G 100: Boek 2 Wetboek van Strafrecht (WvSr) goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen waarde van het ontvreemde goed 310/321 WvSr G 100 a – t/m € 50 8 G 100 b – meer dan € 50 en t/m € 120 8 Een wijziging in de hoogte van de sanctie heeft geen gevolgen voor gedragingen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit hebben plaatsgevonden. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in de Staatscourant. NOTA VAN TOELICHTING Inleiding In de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: de Wahv) wordt een overzicht gegeven van gedragingen waarvoor een administratieve sanctie kan worden opgelegd, omdat ze in strijd zijn met de verkeersvoorschriften. Voor elke gedraging bepaalt de bijlage de te betalen geldsom. In de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994, die identiek aan elkaar zijn, worden de feiten benoemd waarvoor opsporingsambtenaren een strafbeschikking kunnen uitvaardigen, danwel een transactie kunnen aanbieden. De bij de feiten uit het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994 behorende tarieven zijn opgenomen in de beleidsregels van het openbaar ministerie, en maken geen deel uit van dit besluit. Dit besluit strekt tot vastlegging van een verhoging van de tarieven van de verkeersboetes met vijftien procent. Daarnaast worden enkele aanpassingen doorgevoerd als gevolg van wijzigingen in de wet- en regelgeving. Omwille van de leesbaarheid worden de bijlagen opnieuw vastgesteld. De wijziging van de bijlage bij de Wahv geschiedt bij algemene maatregel van bestuur, waarvoor op grond van artikel 2, vijfde lid, Wahv, een nahangprocedure geldt. Dit houdt in dat het besluit niet eerder in werking kan treden dan vier weken na plaatsing in het Staatsblad. De beoogde inwerkingtreding van dit besluit is 1 januari 2011. Verhoging van de tarieven Jaarlijks worden er miljoenen verkeersboetes opgelegd. In vergelijking met 2005 is het aantal zaken met 8,3% gestegen van 10,9 miljoen naar 11,8 miljoen per jaar in 2009. Jaar 2005 2006 2007 2008 2009 Instroom 10.977.390 11.943.755 12.640.881 11.662.981 11.823.239 De inzet van de verkeershandhaving richt zich op alle verkeersovertredingen, maar met name op overtredingen die blijkens ongevalsanalyses en overtredingspercentages de meeste slachtoffers in het verkeer maken. Het gaat bijvoorbeeld om het rijden met een te hoge snelheid (in de bebouwde kom of bij wegwerkzaamheden), rijden onder invloed en het door rood licht rijden. Naast strikte handhaving draagt naar verwachting ook zwaardere sanctionering van overtreders bij aan het gewenste effect dat men zich aan de regels houdt. Overtreders worden daardoor immers geconfronteerd met hogere boetes, terwijl men deze kosten ook kan vermijden door de wet niet te overtreden. Het effect op de naleving wordt versterkt doordat het in de Wahv gaat om overtredingen waarvoor de (gepercipieerde) pakkans relatief hoog is. Op deze manier wordt beoogd het niveau van de naleving van verkeersvoorschriften over de gehele linie te verbeteren. De wenselijkheid van het onderhavige besluit wordt, naast de hiervoor genoemde elementen in verband met de verkeersveiligheid, mede ingegeven door het feit dat de financiële opbrengsten substantieel achterblijven bij de daarover opgestelde ramingen. Als het aantal verkeersovertredingen onverminderd hoog blijft, is er reden de sancties op te hogen omdat kennelijk die sancties niet hoog genoeg zijn om voldoende afschrikwekkend te zijn. Om het doel van de boetes, te weten het sanctioneren van strafwaardig gedrag, daadwerkelijk te bereiken, ligt een verhoging van die boetes dan ook in de rede. De verhoging van de boetetarieven met vijftien procent levert naar verwachting in totaal € 50 miljoen aan hogere inkomsten op, ook wanneer de verwachte verbetering van de naleving wordt meegerekend en de handhavingsinzet gelijk blijft. De huidige tariefsverhoging staat los van de in beginsel tweejaarlijkse aanpassing aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. De laatste indexering in dat kader vond plaats per 1 januari 2010 en bedroeg 3,0% (Stb. 2009, 485). Net als bij de algehele verhoging van de Wahv-boetes in 2008 (Stb. 2008, 48), wordt er rekening gehouden met het in 2005 ingevoerde zogenoemde tarievenhuis. Het tarievenhuis vormt een uniform beoordelingskader voor de tarieven bij gedragingen uit de bijlage bij de Wahv en de tarieven die zijn vastgelegd in de beleidsregels van het openbaar ministerie, waaronder de tarieven voor de feiten in de bijlage bij het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994. Dit beoordelingskader zorgt ervoor dat er vaste verhoudingen bestaan tussen de sancties voor de verschillende strafbare gedragingen. Op basis van het afgewogen systeem van het Tarievenhuis worden daarom alle tarieven gelijkelijk verhoogd. Zolang er nog sprake is van een aanzienlijk tekort wat betreft de naleving van de verkeersvoorschriften, mag verondersteld worden dat de hoogte van de boetes, ook na deze verhoging, in een redelijke verhouding staat tot de aard en de ernst van de verkeersovertredingen. De verhoging is toegepast op de niet afgeronde bedragen die de voorgaande aanpassingen van de tarieven hebben opgeleverd. Concreet betekent dit dat de onderhavige verhoging met vijftien procent kan zijn toegepast op een bedrag van € 63,57 (willekeurig gekozen) en niet op het afgeronde bedrag dat in de laatst gepubliceerde bijlage is neergelegd (in het voorbeeld € 60). De aldus verhoogde bedragen worden naar beneden afgerond overeenkomstig de hierna beschreven systematiek. Er wordt afgerond op een veelvoud van € 5 bij geldsommen tot € 100 en op een veelvoud van € 10 bij geldsommen vanaf € 100. Specifiek voor de gedragingen die zien op overschrijding van de maximumsnelheid wordt – op grond van de uitvoering die is gegeven aan de motie Oplaat c.s. om de boetes progressief te laten stijgen per te snel gereden kilometer per uur (Stb. 2005, 555) – het tarief naar beneden afgerond op een veelvoud van € 1. Wijzigingen van gedragingen in de bijlage bij de Wahv De gedragingen waarvoor de geldsom na deze verhoging meer dan € 340 beloopt, zijn uit de bijlage komen te vervallen doordat het maximum sanctiebedrag van de Wahv hiermee is overschreden. Het betreft een twaalftal gedragingen met betrekking tot snelheidsovertredingen van vrachtauto’s en andere voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg bij wegwerkzaamheden. Deze feiten worden overgeheveld naar het strafrecht. Overtreding van de APK-plicht voor zware voertuigen (feitcodes K 046a en K 046b) zou met onderhavige verhoging ook uit de bijlage bij de Wahv moeten vervallen. Omdat deze overtredingen relatief vaak voorkomen, is echter gekozen het sanctiebedrag op € 340 te houden zodat afhandeling van deze feiten op de effectieve manier van de Wahv kan blijven plaatsvinden. Indien het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Gemeentewet in verband met het onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften brengen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en enkele technische verbeteringen (Kamerstukken 32 438) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt het maximum sanctiebedrag onder de Wahv gelijk gesteld aan het bedrag van de eerste geldboetecategorie uit artikel 23, vierde lid, Sr, thans € 380. Het tarief voor overtreding van de APK-plicht voor zware voertuigen kan dan – bij een volgende wijziging van de bijlage bij de Wahv – alsnog worden verhoogd. Daarnaast geeft dit hogere maximum sanctiebedrag de mogelijkheid een deel van de verkeersgedragingen die thans overgeheveld zijn naar het strafrecht weer onder het bereik van de Wahv te brengen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele verbeteringen aan te brengen en wijzigingen in de verkeersregelgeving van afgelopen jaar door te voeren in de bijlage. Deze wijzigingen volgen voornamelijk uit het Besluit van 31 mei 2010, houdende wijziging van het RVV 1990 in verband met het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten en enige andere onderwerpen en wijziging van het BABW, het Reglement rijbewijzen en het Besluit voertuigen in verband met het herstel van enkele onvolkomenheden (Stb. 2010, 227), het Besluit van 27 januari 2010 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de invoering van een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, en van enkele andere besluiten, en de Regeling tot wijziging van de Regeling voertuigen in verband met de nationale kleine serie typegoedkeuring van voertuigen voor speciale doeleinden alsmede diverse technische wijzigingen (Stcrt. 2010, 6724). In de bijlage bij deze toelichting wordt een overzicht gegeven van alle wijzigingen van de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Wijzigingen in bijlage bij Besluit OM-afdoening en Transactiebesluit 1994 De bijlage bij het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994 wordt met dit besluit eveneens opnieuw vastgesteld. De aangebrachte wijzigingen zijn puur technisch van aard en worden per feitcode toegelicht in de bijlage bij deze toelichting. Bijlage bij de nota van toelichting Wahv Feitcode Toelichting VD 025, VD 026, VD 027, VE 025, VE 026, VE 027, VI 029, VI 030, VK 029, VK 030, VO 030, VP 030 Bij deze feitcodes met betrekking tot snelheidsovertredingen bij wegwerkzaamheden is de categorie 2 (vrachtauto’s en andere voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg) vervallen doordat door de verhoging van vijftien procent het maximum sanctiebedrag van de Wahv werd overschreden (zie paragraaf 3 van de nota van toelichting). VA 004-030, VF 004-030, VI 004-027, VK 004-027, VL 004-030, VO 004-028, VP 004-028 Artikel 22a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is vervallen en artikel 22 RVV 1990 is geïntroduceerd per 1/1/2011 (Stb. 2010, 227). Op grond van deze wijzigingen zijn de relevante verwijzingen in de omschrijvingen bij deze reeksen van feitcodes (snelheidsovertredingen) aangepast. S 010a Deze feitcode is verwijderd omdat deze nimmer is gebruikt. K 075, K 080b, K 085a, K 085b, K 085c Deze feitcodes zijn verwijderd in verband met wijzigingen in het Reglement Rijbewijzen (RR) (Stb. 2010, 33). K 090aa, K 090bb, K 090cc, K 090dd Deze feitcodes zijn toegevoegd in verband met het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM (Stb. 2010, 33). R 342 Deze feitcode is toegevoegd in verband met het verbod een uitvaartstoet te doorsnijden (Stb. 2010, 227). R 530, R 530a, R 530b, R 541 Feitcodes R 530 en R 541 zijn vervallen en feitcodes R 530a en R 530b zijn toegevoegd in verband met de wijziging van artikel 58a RVV 1990 die ziet op de plicht om als bestuurders en passagiers tijdens deelname aan het verkeer op de voor hen bestemde zitplaatsen te zitten (Stb. 2010, 227). R 397d, R 397e In de feitomschrijving is «onder het bord» vervangen door «op het bord of op het onderbord» in verband met de wijziging van artikel 24 RVV 1990 (Stb. 2010, 227). R 397ae Deze feitcode is toegevoegd in verband met de wijziging van artikel 24 RVV 1990 (Stb. 2010, 227). R 404 Deze feitcode is verwijderd omdat deze niet of nauwelijks nog werd gebruikt. R 535f, R 535k, R 535g, R 535h, R 535j, R 535m, R 535o, R 535q, R 535r De feitomschrijvingen bij deze feitcodes zijn aangepast aan de gewijzigde regelgeving inzake zitplaatsen (Stb. 2010, 227). R 616a, R 616b, R 617, R 617a De feitcodes R 616a, R 616b en R 617 zijn verwijderd in verband met de wijziging van artikel 76 RVV 1990. De toegevoegde feitcode R 617a is gebaseerd op het gewijzigde artikel (Stb. 2010, 227). R 554d, R 554e Deze nieuw toegevoegde feitcodes zijn gebaseerd op de nieuwe borden C7a en C7b (RVV 1990) (Stb. 2010, 227). – In de beschrijving van categorie 14 bij de gedragingen die zien op de Regeling Voertuigen (RV) is na «aanhangwagens» de term «en verwisselbare getrokken machines» ingevoegd. Voorts is de tabel met maximum toegestane waarden (meting geluidsniveau) uitgebreid ten behoeve van personen-/bedrijfsauto, bus en driewielig motorrijtuig. N 060g, N 060h In verband met een wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2010, 6724) is in de feitomschrijvingen bij deze feitcodes de toelichting «(cat 14 niet ten behoeve van landbouw)» verwijderd. Bij N 060g is tevens het tarief bij categorie 14 verwijderd. N 060u, N 60w In verband met een wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2010, 6724) is in de feitomschrijvingen bij deze feitcodes de toelichting «(cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen)» toegevoegd. Bij N 060w is tevens (een tarief bij) categorie 15b toegevoegd. N 110e In verband met een wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2010, 6724) is het tarief voor categorie 5 verwijderd. N 110n, N 110p In verband met een wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2010, 6724) is bij de verwijzing naar het artikel uit de Regeling Voertuigen «lid 5» verwijderd. Aan de feitcodes zijn tevens tarieven voor de categorieën 2, 3, 3a en 5 toegevoegd. N 270r, N 270u In verband met een wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2010, 6724) is de toelichting bij de koptekst van deze feitcodes aangepast en «(NB cat 3, 3a en 12 > 3500 kg m.u.v. T 100-bus geen profileringseisen)» verwijderd. N 291 In verband met een wijziging van artikel 5.14.29 RV (Stcrt. 2010, 6724) is bij deze feitcode een tarief voor categorie 14 toegevoegd. P 020d Feitcode P 020d is komen te vervallen op grond van de wijziging van artikel 5.18.2, tweede lid RV (Stcrt. 2010, 6724). P 020da, P 071a, P 071b, P 071c, P 071d, P 081, P 082, P 083, P 091, P 120aa In verband met wijzigingen van de artikelen 5.18.2, tweede lid, 5.18.7, 5.18.1, 5.18.9 en artikel 5.18.12 jo. 5.18.21 RV (Stcrt. 2010, 6724) zijn deze feitcodes toegevoegd. P 121h Aan de feitcodetekst is de term «laadvloerverlenging» toegevoegd, zodat ook t.a.v. lading die alleen rust op een ander onderdeel dan de uitschuiflade of laadklep, kan worden geverbaliseerd (Stcrt. 2010, 6724). P 121i, P 122a, P 122b Feitcode P 121i is komen te vervallen en de feitcodes P 122a en b zijn toegevoegd vanwege het gewijzigde artikel 5.18.12a RV (Stcrt. 2010, 6724). P 131a, P 131b De koptekst bij deze feitcodes is aangepast. De term «met een maximum van 5 m» is vervangen door «en/of meer dan 5 m bedraagt», zodat de omschrijving weer aansluit bij artikel 5.18.13 RV. P 140e De tekst van deze feitcode is gewijzigd, waardoor de motorfiets nu ook in de omschrijving is opgenomen. (Zie tevens redactie artikel 5.18.19 lid 1 RV.) P 210f, P 210g Deze feitcodes zijn tekstueel aangepast op basis van artikel 5.18.21 RV (per 1/7/2010). P 211a-211e (211f) Deze feitcodes zijn toegevoegd aan de bijlage op grond van de nieuwe redactie van artikel 5.18.21a RV. Tevens is de koptekst van feitcodes P 211c-211f aangepast (Stcrt. 2010, 6724) P 260b Op grond van de wijziging van artikel 5.18.19 lid 2 RV (Stcrt. 2010, 6724) is de feitomschrijving van deze feitcode gewijzigd, waardoor deze feitcode niet meer alleen ziet op de bromfiets op meer dan 2 wielen. P 270a Bij deze feitcode is (het tarief bij) cat. 15a verwijderd (Stcrt. 2010, 6724). P 320 Deze feitcode is toegevoegd aan de bijlage bij de WAHV op grond van de nieuwe redactie van artikel 5.18.32 RV (Stcrt. 2010, 6724). Besluit OM-afdoening en Transactiebesluit 1994 Feitcode Toelichting S 015a t/m 015d, S 020a t/m 020c Deze feitcodes zijn verwijderd in verband met de recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen op de weg (Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) P 131c, P 131d De koptekst bij deze feitcodes is aangepast. De term «met een maximum van 5 m» is vervangen door «en/of meer dan 5 m bedraagt», zodat de omschrijving weer aansluit bij artikel 5.18.13 RV. D 537 Om correct gebruik van de feitcode te bevorderen zijn alle categorieën samengevoegd in categorie 8 (cat. 8 = een ieder). E 801, E 805d Deze feitcodes inzake grenspassage waren afgesloten, maar zijn na aanpassing aan de huidige wet- en regelgeving weer opgenomen in de bijlage. H 096 Feitcode m.i.v. nieuwe bijlage tekstueel aangepast: «brengen, storten» is verwijderd. Om een duidelijker onderscheid te krijgen zijn de elementen van H 025 (brengen/storten) uit H 096 gehaald en is het kopje waar H 096 onder staat aangepast (beperkt tot zwerfafval). H 098, H 098a, H 110 In verband met de introductie van de Waterwet (Stb. 2009, 107) zijn feitcodes H 098a en H 110 vervallen en is feitcode H 098 gekoppeld aan artikel 6.2 Waterwet. H 098b, H 098c, H 102a, H 102b, H 102c Deze feitcodes zijn verwijderd, omdat het openbaar ministerie voor deze zaken met betrekking tot verontreiniging van het oppervlaktewater en de bodem een (uitgebreid) proces-verbaal wenst.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 23 november 2010 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften alsmede de bijlage bij het Besluit OM-afdoening onderscheidenlijk het Transactiebesluit 1994 in verband met onder meer een verhoging van de tarieven
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in