Besluit van 10 april 1997, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This decision updates the annex to the Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo, adding and replacing listed bodies and setting when the changes take effect.
Staatsblad Besluit van 10 april 1997, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 18 februari 1997, nr. 97M001545, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm; Gelet op artikel 1a, onder d, van de Wet openbaarheid van bestuur onderscheidenlijk artikel 1a, eerste lid, onder d, van de Wet Nationale ombudsman; De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1997, nr. W01.97.0098); Gezien het nader rapport van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 2 april 1997, nr. 97M002457, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm; In de bijlage bij het >Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo worden de volgende wijzigingen aangebracht: In onderdeel D (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) komt onderdeel 19 te luiden: 19. Dienst omroepbijdragen als bedoeld in artikel 122 van de Mediawet. In onderdeel H (Ministerie van Verkeer en Waterstaat) worden na onderdeel 51 twee nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende: 52. Instanties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen. 53. Dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet pleziervaartuigen. In onderdeel K (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) worden de volgende wijzigingen aangebracht: Onderdeel 1 komt te luiden: 1. College van toezicht sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 3 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. Onderdeel 2 komt te luiden: 2. Landelijk instituut sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 30 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. De onderdelen 3 en 4 vervallen. Onderdeel 7 komt te luiden: 7. Sociale Verzekeringsbank als bedoeld in artikel 17 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. Artikel I, onderdeel A, treedt in werking op het tijdstip, waarop artikel I, onderdeel K, van de wet van 19 december 1996 tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met het omvormen van de met de inning van de omroepbijdragen belaste dienst van Koninklijke PTT Nederland N.V. tot een publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 648), in werking treedt. Artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997. Artikel I, onderdeel C, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 1997. Stb. 1995, 341, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 15 januari 1997, Stb. 60. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat. NOTA VAN TOELICHTING Dit besluit behelst een aantal wijzigingen met betrekking tot de bijlage van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo. Zoals in de nota van toelichting bij het Aanwijzingsbesluit is gesteld, brengt de gekozen methode van limitatieve opsomming van de zogenoemde zelfstandige bestuursorganen met zich, dat de bijlage bij dit besluit regelmatig dient te worden geactualiseerd. Bij wet van 19 december 1996 tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met het omvormen van de met inning van de omroepbijdragen belaste dienst van de Koninklijke PTT Nederland N.V. tot een publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 648), is voorzien in de instelling van de Dienst omroepbijdragen (nieuw artikel 122 van de Mediawet). In artikel I, onderdeel A, wordt deze dienst aangewezen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet Nationale ombudsman. Aangezien deze dienst in de plaats treedt van «de directeur van de tot de groep van Koninklijke PTT Nederland N.V. behorende dienst welke is belast met de inning van omroepbijdragen», wordt de aanwijzing van deze directeur beëindigd (onderdeel D, onder 19, van de bijlage bij het Aanwijzingsbesluit). De inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de in de eerder genoemde wet voorziene instelling van de Dienst omroepbijdragen (artikel II, eerste lid). De twee wijzigingen in artikel I, onderdeel B, vloeien voort uit de totstandkoming van de Wet pleziervaartuigen. Deze wet is op 1 januari 1997 in werking getreden. De eerste wijziging (nieuw onderdeel 52) betreft de aanwijzing van de keuringsinstanties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen. Deze instanties, die nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat dienen te worden aangewezen, zijn belast met door de minister daarbij aangegeven taken zoals onder andere het verrichten van keuringen en de afgifte van certificaten van EG-typeonderzoek. Inmiddels is een tweetal keuringsinstanties op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen aangewezen; verwezen wordt naar de desbetreffende beschikkingen, gepubliceerd in de Staatscourant van 17 december 1996 (nr. 244). De tweede wijziging (nieuw onderdeel 53) betreft de aanwijzing van een dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet pleziervaartuigen. Deze door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen dienst, instelling of onderneming is bevoegd tot bepaling van de fabriekscode; bij beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1996 is de HISWA Vereniging te Edam als zodanig aangewezen (Stcrt. 1996, 244). Aan beide wijzigingen van het Aanwijzingsbesluit wordt in Artikel II, eerste lid, terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 1997. Artikel I, onderdeel C, onder 1 tot en met 4, bevat een aantal wijzigingen van de bijlage, welke voortvloeien uit de totstandkoming en inwerkingtreding van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. De Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 is in werking getreden met ingang van 1 maart 1997 (Koninklijk besluit van 26 februari 1997, Stb. 97). Aan deze wijzigingen van het Aanwijzingsbesluit wordt in artikel II, derde lid, derhalve terugwerkende kracht verleend tot en met 1 maart 1997.