Wet van 6 juli 2011 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met de aanpassing van de definitie van schadelijke stof, de uitvoering van de in Bijlage II van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen opgenomen voorschriften met betrekking tot het voorwassen van ladingtanks, de uitbreiding van de basis voor het aanwijzen van toezichthouders en enige andere onderwerpen
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This section lets the Minister set rules, grant exemptions or dispensations in certain cases, and assign supervision tasks; ship operators and captains must follow the applicable rules, and conduct contrary to exemption conditions is prohibited.
Staatsblad Wet van 6 juli 2011 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met de aanpassing van de definitie van schadelijke stof, de uitvoering van de in Bijlage II van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen opgenomen voorschriften met betrekking tot het voorwassen van ladingtanks, de uitbreiding van de basis voor het aanwijzen van toezichthouders en enige andere onderwerpen Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A stof die valt onder het toepassingsbereik van Bijlage I, II, III, IV of V van het Verdrag. water met daarin zwevende deeltjes dat aan boord wordt genomen teneinde de trim, helling, diepgang, stabiliteit van of krachten op het schip te beheersen; alle bezinksels uit het ballastwater van een schip; elk vrijkomen van een schip van schadelijke stoffen, ballastwater of sedimenten, hoe ook veroorzaakt, waaronder begrepen ontsnappen, overboord zetten, wegvloeien, weglekken, pompen of ledigen; B verboden lozingen van ballastwater en sedimenten vanaf schepen;. C 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de pleziervaartuigen of vissersvaartuigen, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld, waarbij de exploitant van een schip aan de beheerder of beheerders van één of meer van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde havens een periodieke vergoeding is verschuldigd, ongeacht het aantal malen dat het schip één of meer van die havens aandoet. D E 2. De kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels ten aanzien van het voorwassen van een tank waaruit schadelijke stoffen zijn gelost. F 2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, zijn voorts belast andere bij regeling van Onze Minister voor bepaalde taken aangewezen personen. Indien dit personen betreft die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de minister van Verkeer en Waterstaat, behoeft de aanwijzing de instemming van degene onder wiens verantwoordelijkheid zij werken. 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving. G H 1. Bij regeling van Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld is bepaald, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, vrijstelling worden verleend van één of meer van de bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b of c, 7 of 10 gestelde eisen. 2. Onze Minister is bevoegd om in bijzondere gevallen, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld is bepaald, zo nodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b of c, 7, 10 of 12c, tweede lid, gestelde eisen. 3. Een gedraging in strijd met de in het eerste of tweede lid bedoelde voorschriften en beperkingen is verboden. I 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de aantekeningen die Onze Minister in een bij of krachtens die maatregel aangewezen journaal maakt. 2. De krachtens het eerste lid gestelde regels zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 32 375