Wet van 21 december 2022 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023)
This provision contains several separate rules: some people must provide information and access to records to the Minister, childcare operators may set up a combined parent committee in some cases, and the inspectorate must check certain childcare facilities on a recurring basis.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Dec 2022
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 21 december 2022 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 21 december 2022 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023)
AI-assisted research summary: This provision contains several separate rules: some people must provide information and access to records to the Minister, childcare operators may set up a combined parent committee in some cases, and the inspectorate must check certain childcare facilities on a recurring basis.
Staatsblad Wet van 21 december 2022 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023) Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET 5. Het tweede lid is niet van toepassing indien het kind op de eerste dag van een kalenderkwartaal niet in Nederland woont doch langer dan drie maanden onafgebroken in Nederland verblijft. ALGEMENE NABESTAANDENWET ALGEMENE OUDERDOMSWET BURGERLIJK WETBOEK BES 4. Als een kind tijdens het bevallingsverlof vanwege zijn medische toestand in een ziekenhuis is opgenomen, wordt het bevallingsverlof verlengd met het aantal opnamedagen, te rekenen vanaf de achtste dag van opname tot en met de laatste dag van het bevallingsverlof tot een maximum van tien weken. De in de eerste zin bedoelde verlenging van het bevallingsverlof is uitsluitend van toepassing voor zover de ziekenhuisopname langer duurt dan het aantal dagen waarmee het bevallingsverlof als gevolg van de werkelijke datum van bevalling op grond van het tweede lid wordt verlengd. PARTICIPATIEWET A B C POLITIEWET 2012 3. Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het eerste lid vast te stellen tijdstip blijft voor de periode, genoemd in artikel 48m, eerste lid, onderdeel a, de in het eerste lid genoemde termijn van dertien weken gelden. REMIGRATIEWET A B WET ALGEMENE OUDERDOMSVERZEKERING BES A B De door Onze Minister verlangde inlichtingen omvatten ten minste de naam en de voornamen van de persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd en het identificatienummer dat hem op grond van artikel 8.86, negende lid, van de Belastingwet BES is toegekend dan wel van hem bekend is. WET ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENVERZEKERING BES A B De door Onze Minister verlangde inlichtingen omvatten ten minste de naam en de voornamen van de persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd en het identificatienummer dat hem op grond van artikel 8.86, negende lid, van de Belastingwet BES is toegekend dan wel van hem bekend is. WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS Indien dit niet mogelijk is, worden gegevens slechts opgenomen, voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokken werknemers of werkzoekenden hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. WET AMBTENAREN DEFENSIE 11. Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het negende lid vast te stellen tijdstip blijft voor de periode, genoemd in het zesde lid, onderdeel a, de in het negende lid genoemde termijn van dertien weken gelden. WET ARBEID VREEMDELINGEN WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN A Arbeid verricht bij wijze van sociale werkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening wordt buiten beschouwing gelaten. 4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bij die ministeriële regeling te bepalen groepen jonggehandicapten. B Arbeid verricht bij wijze van sociale werkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening wordt buiten beschouwing gelaten. 13. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bij die ministeriële regeling te bepalen groepen jonggehandicapten. WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN A 2. Indien de premieplichtige ook belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en de volgens artikel 8.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met inachtneming van artikel 2.7, eerste lid, tweede en derde zin, van die wet, berekende heffingskorting voor de inkomstenbelasting niet volledig kan worden verrekend met de volgens artikel 2.7, eerste lid, eerste zin, van die wet verschuldigde inkomstenbelasting, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, wordt het bedrag van de verschuldigde premie voor de volksverzekeringen ook met dat niet verrekende deel verminderd. Aa B WET INBURGERING 2021 6. Het college verleent de inburgeringsplichtige ontheffing van het afleggen van de leerbaarheidstoets, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, indien de inburgeringsplichtige: een visuele beperking heeft; een auditieve beperking heeft, en niet in staat wordt geacht de leerbaarheidstoets af te leggen. 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het zesde lid. WET INVOERING MINIMUMUURLOON A B C D E WET KINDERBIJSLAGVOORZIENING BES Inlichtingenverplichting 1. Een ieder is verplicht aan Onze Minister door hem gevraagde inlichtingen te geven in het kader van deze wet. De door Onze Minister verlangde inlichtingen omvatten ten minste de naam en de voornamen van de persoon van wie de inlichtingen worden gevraagd en het identificatienummer dat hem op grond van artikel 8.86, negende lid, van de Belastingwet BES is toegekend dan wel van hem bekend is. 2. De inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk worden verstrekt binnen een door Onze Minister schriftelijk te stellen termijn. 3. Een ieder is verplicht om aan Onze Minister desgevraagd inzage te verlenen van boeken, bescheiden en andere informatiedragers, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. WET KINDEROPVANG A B 1. In afwijking van artikel 1.58, eerste lid, kan een houder van kindercentra of van gastouderbureaus een gecombineerde oudercommissie instellen indien de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum of gastouderbureau exploiteert. 2. Op een gecombineerde oudercommissie zijn de artikelen 1.58, tweede tot en met zesde lid, 1.59 en 1.60 van deze wet van overeenkomstige toepassing. 3. Een gecombineerde oudercommissie bestaat in elk geval uit een afzonderlijke ouder per kindercentrum of gastouderbureau. 4. Onverminderd artikel 1.59, vierde lid, is voor een beslissing van een gecombineerde oudercommissie een meerderheid van stemmen nodig per kindercentrum of gastouderbureau. C 3. Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder in redelijkheid jaarlijks bij ten minste 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang en ten minste eens per drie jaar bij iedere geregistreerde voorziening voor gastouderopvang per gemeente of de exploitatie in overeenstemming is met de bij of krachtens de artikelen 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, en 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels. WET OP DE SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD 4. Hij, die in het geval van zeteluitbreiding tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd, treedt tegelijk met de overige leden van de Raad en hun plaatsvervangers af op het tijdstip, genoemd in het eerste lid. WET OP HET ALGEMEEN VERBINDEND EN HET ONVERBINDEND VERKLAREN VAN BEPALINGEN VAN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN WET OP HET KINDGEBONDEN BUDGET 14. Het twaalfde en dertiende lid zijn niet van toepassing indien het een kind betreft dat op de eerste dag van een kalenderkwartaal niet in Nederland woont doch langer dan drie maanden onafgebroken in Nederland verblijft. WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN 2. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verwerken voor de uitoefening van haar taak, bedoeld in hoofdstuk 7. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verstrekking en verwerking van gegevens over gezondheid. WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN 5. De werkgever en het UWV verstrekken elkaar op verzoek informatie, die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht. Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, verwerkt. WET WERKEN NA DE AOW-GERECHTIGDE LEEFTIJD 4. Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het eerste lid vast te stellen tijdstip blijft het in dat lid genoemde tijdvak van dertien weken gelden. WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING A In geval een huurder verzoekt om verhoging van de beslagvrije voet kan de beslaglegger van de geëxecuteerde verlangen dat een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bewijsstuk overgelegd wordt. 9. De bedragen, genoemd in het zevende lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd door (F x C2 + G x C) en (H x C2 + I x C) gelijk te stellen aan de maximale normhuur. Daarbij staan C, F, G, H en I voor de normen, bedoeld in het tweede lid, en wordt de maximale normhuur berekend door het bedrag van de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, te vermeerderen met het in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet bedoelde percentage van het verschil tussen het bedrag van de kwaliteitskortingsgrens en de aftoppingsgrens, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van die wet, vermeerderd met het in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet bedoelde percentage van het verschil tussen het bedrag van de aftoppingsgrens en het bedrag van de rekenhuur, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van die wet. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid medegedeeld in de Staatscourant. B ZIEKTEWET A Aa 4. De werkgever en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekken elkaar op verzoek informatie, die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht. Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, verwerkt. B 3. Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het eerste lid vast te stellen tijdstip blijft het in het eerste lid genoemde tijdvak van dertien weken gelden. OVERGANGSRECHT ARTIKEL 1614CA VAN BOEK 7A VAN HET BURGERLIJK WETBOEK BES 1. Indien de vrouwelijke arbeider op het tijdstip waarop artikel IV van de Verzamelwet SZW 2023 in werking treedt reeds met zwangerschaps- of bevallingsverlof is, blijft op dat verlof artikel 1614ca, tweede en derde lid, van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES van toepassing zoals deze leden luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de Verzamelwet SZW 2023. 2. Dit artikel vervalt één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de Verzamelwet SZW 2023. SAMENLOOP Indien het bij koninklijke boodschap van 15 juli 2021 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en enkele andere wetten in verband met het doorvoeren van aanbevelingen uit de tweede evaluatie van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en wijziging van de Kaderwet adviescolleges in verband met een verduidelijking inzake archiefbescheiden (35 890) tot wet is of wordt verheven, wordt aan artikel 49, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen toegevoegd «en zenden het jaarverslag vóór de derde woensdag in mei aan beide Kamers der Staten-Generaal». INWERKINGTREDING 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat de artikelen XV, XIX en XXII, onderdeel A, onderdeel 3, onderdeel b, terugwerken tot en met 1 januari 2022. 2. Artikel V, onderdeel A, van deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2022, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2023. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet SZW 2023. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 216
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 21 december 2022 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in