Wet van 21 januari 1999 tot wijziging van de Vreemdelingenwet (ongedocumenteerden)
Verify source ↗ Asylum applicants must provide necessary travel or identity documents unless they can plausibly show the absence is not their fault. Ministers may set further rules, and certain officers may stop and search aliens’ clothing, body, and baggage in the stated circumstances.
Staatsblad Wet van 21 januari 1999 tot wijziging van de Vreemdelingenwet (ongedocumenteerden) Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Vreemdelingenwet te wijzigen door het stellen van nadere eisen aan het onderzoek naar de aanvraag om toelating als vluchteling, De Vreemdelingenwet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 15c wordt gewijzigd als volgt: In het eerste lid wordt onderdeel f geletterd tot g. In het eerste lid wordt een nieuw onderdeel f ingevoegd, luidende: f. de vreemdeling ter staving van zijn aanvraag geen reis- of identiteitspapieren, documenten of bescheiden kan overleggen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag om toelating, tenzij de vreemdeling aannemelijk kan maken dat het ontbreken van deze documenten niet aan hem is toe te rekenen;. Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende: Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het aannemelijk maken door de vreemdeling dat het ontbreken van de documenten, bedoeld in het eerste lid, onder f, niet aan hem is toe te rekenen. Na artikel 17a wordt een nieuw artikel 17b ingevoegd luidende: Ter ondersteuning van het onderzoek of een aanvraag om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, vatbaar is voor inwilliging, is een met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen belaste ambtenaar bevoegd om een vreemdeling staande te houden en aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zijn bagage te doorzoeken met het oog op eventuele aanwezigheid van reis- of identiteitspapieren, documenten of bescheiden, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag om toelating als vluchteling. Een met de grensbewaking of een met het toezicht op vreemdelingen belaste ambtenaar is bevoegd een vreemdeling die zich in verband met het onderzoek op een plaats, als bedoeld in artikel 17a bevindt, dan wel een vreemdeling die zich in een verwijdercentrum bevindt, aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zijn bagage te doorzoeken met het oog op de veiligheid op die plaats. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Stb. 1965, 40, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 oktober 1998, Stb. 613. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1997/98, 1998/99, 26 088. Handelingen II 1998/99, blz. 2077–2095; 2111–2123; 2126–2144; 2151–2152; 2201–2202. Kamerstukken I 1998/99, 26 088 (138, 138a, 138b, 138c, 138d). Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. 19 januari 1999.