Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie
The law starts on 1 January 2013, with a fallback start date if publication happens after 31 December 2012. The Minister of Education, Culture and Science must send Parliament a report on the law’s effectiveness and effects within five years.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie
AI-assisted research summary: The law starts on 1 January 2013, with a fallback start date if publication happens after 31 December 2012. The Minister of Education, Culture and Science must send Parliament a report on the law’s effectiveness and effects within five years.
Staatsblad Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS A opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a;. B 1. Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zijn gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs. C Regionale opleidingencentra 1. Aan regionale opleidingencentra worden verzorgd: opleidingen beroepsonderwijs, indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde: een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, en tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip: opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f. 2. Aan regionale opleidingencentra kunnen worden verzorgd: indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 geen opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde: een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en vanaf het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c: opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f. 3. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van artikel 2.1.1 voor bekostiging in aanmerking komen en het verzorgen van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die op de voet van artikel 2.1.2 voor bekostiging in aanmerking komen. 4. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van artikel 2.3.3 in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, een bedrag van het college van burgemeester en wethouders. 5. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het derde en vierde lid is een bewijsstuk als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, 7.4.11, vijfde lid, verbonden. D E 3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.2a.1 of een bedrag als bedoeld in artikel 2.3.3 ontvangt of op een opleiding educatie die daarmee overeenkomt. F Bekostiging aanbod voortgezet algemeen volwassenenonderwijs 1. Een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b1°, komt voor bekostiging in aanmerking indien de instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde op grond van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 zoals luidend op die datum, of Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op aanvraag van de instelling heeft bepaald dat opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van de instelling voor bekostiging in aanmerking komen. 2. Onze Minister beoordeelt de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de hand van de maatschappelijke behoefte aan een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, in het licht van het onderwijsaanbod verzorgd door andere, al dan niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen. G H BEKOSTIGING VOORTGEZET ALGEMEEN VOLWASSENENONDERWIJS Rijksbijdrage voortgezet algemeen volwassenenonderwijs 1. De rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs waarop de in artikel 1.3.1 bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 2. Artikel 2.2.1, derde lid, onder a tot en met k, en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in onderdeel i onder gewezen personeel mede wordt begrepen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van het beroepsonderwijs. Berekeningswijze 1. De in artikel 2.2a.1 bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven. 2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van: het aantal ingeschreven deelnemers, het aantal deelnemers dat bij de instelling een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs heeft behaald en het aantal deelnemers dat bij de instelling een eindexamen of deeleindexamen heeft afgelegd in onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs. 3. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, blijven deelnemers die niet bij een instelling staan ingeschreven op een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip buiten beschouwing en kan onderscheid worden gemaakt naar het aantal vakken waarvoor een deelnemer is ingeschreven. 4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan onderscheid worden gemaakt naar het aantal vakken waarin de deelnemer met goed gevolg examen heeft afgelegd. 5. Deelnemers die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, tellen alleen mee voor de toepassing van dit artikel, indien: zij onderwijs in Nederland volgen, en zij in Nederland, België of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen en Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland wonen. 6. Examendeelnemers tellen niet mee voor de toepassing van dit artikel. Aanvullende middelen 1. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van artikel 2.2a.2. 2. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld. Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage voortgezet algemeen volwassenenonderwijs 1. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor gehandicapte deelnemers. 2. De rijksbijdrage wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme. 3. Zolang de rijksbijdrage niet is vastgesteld of nader vastgesteld, wordt daarop door Onze Minister een voorschot betaald. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze titel. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de deelnemers. 5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2.2a.2 , gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. I UITKERING EDUCATIE MET UITZONDERING VAN OPLEIDINGEN VOORTGEZET ALGEMEEN VOLWASSENENONDERWIJS; INFORMATIE EN GEGEVENSVERSTREKKING EDUCATIE J K L het aantal contacturen, onderscheiden naar opleidingen,. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld voor contacturen. M N Verantwoording middelen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs Verslaglegging, onderzoek minister, controleprotocol en correctie rijksbijdrage De artikelen 2.5.3, 2.5.4, 2.5.6, 2.5.7, 2.5.7a en 2.5.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. N1 O Onderscheid opleidingen educatie 1. De volgende opleidingen educatie worden onderscheiden: opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, opleidingen Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs, de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II die opleiden voor het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op beheersing van een basisniveau Nederlandse taal, de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering, en bij ministeriële regeling aan te wijzen andere opleidingen. 2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn afgestemd op het maatschappelijk functioneren van de deelnemers. 3. Bij de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, kunnen verschillende niveaus worden onderscheiden. P Eindtermen opleidingen educatie 1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, en kunnen eindtermen worden vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f. 2. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f, indien daarvoor geen eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling. Q R EXAMENS, ONDERWIJSPROGRAMMA EN DEELNEMERSSTATUUT S Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II. T Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II. U Examens, onderwijsprogramma en deelnemersstatuut 6. Artikel 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. V 2.1.2, eerste lid, onder b,. W WIJZIGING WET REFERENTIENIVEAUS NEDERLANDSE TAAL EN REKENEN de opleidingen Nederlandse taal en rekenen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, met dien verstande dat daarvoor twee referentieniveaus Nederlandse taal en twee referentieniveaus rekenen worden vastgesteld. 3. Referentieniveaus Nederlandse taal kunnen worden vastgesteld voor de opleidingen Nederlands als tweede taal, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, met dien verstande dat voor elke opleiding verschillende referentieniveaus kunnen worden vastgesteld. WIJZIGING WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b1°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs alsmede deelnemers aan een opleiding educatie die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een instelling waaraan door het gemeentebestuur op grond van artikel 3 van de Wet participatiebudget uitkeringen zijn toegekend, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;. WIJZIGING LES- EN CURSUSGELDWET A een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, of artikel 7.3.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, anders dan bedoeld in onderdeel e, die aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van die wet ten laste van ’s Rijks kas wordt verzorgd;. B C 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald voor welke uit de openbare kas bekostigde cursussen cursusgeld verschuldigd is. WIJZIGING WET PARTICIPATIEBUDGET opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;. OVERGANGSBEKOSTIGING VAVO 1. In afwijking van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 2.2a.1 en 2.2a.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs waarop de in artikel 1.3.1 bedoelde aanspraak betrekking heeft, voor de twee jaren, volgend op de inwerkingtreding van deze wet, per instelling binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen berekend op grond van de formule: { (bi1 + bi2) : (bl1 + bl2) } x bl waarbij bi1: instellingsbudget voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in het jaar 2010, bi2: instellingsbudget voorgezet algemeen volwassenenonderwijs in het jaar 2011, bl1: landelijk budget voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in het jaar 2010, bl2: landelijk budget voorgezet algemeen volwassenenonderwijs in het jaar 2011, bl: landelijk budget voorgezet algemeen volwassenenonderwijs in het jaar waarvoor de bekostiging geldt. 2. De in het eerste lid bedoelde instellingsbudgetten worden vastgesteld bij ministeriële regeling. OVERGANGSREGELING EDUCATIE MET UITZONDERING VAN VAVO Een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b of f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, wordt in het jaar waarin deze wet in werking treedt voor de toepassing van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet participatiebudget en de op die wetten gebaseerde regelgeving gelijkgesteld met een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend na de inwerkingtreding van deze wet, voor zover de deelnemers met de opleiding zijn gestart voor de inwerkingtreding van deze wet. SAMENLOOP MET WETSVOORSTEL KWALITEIT VAN HET SPECIAAL EN VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS de opleidingen Nederlandse taal en rekenen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, met dien verstande dat daarvoor twee referentieniveaus Nederlandse taal en twee referentieniveaus rekenen worden vastgesteld. SAMENLOOP MET WETSVOORSTEL AANPASSING BESTUURSPROCESRECHT V WIJZIGING ALGEMENE WET BESTUURSRECHT EVALUATIEBEPALING Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt deze wet in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en is zij voor het eerst van toepassing op het kalenderjaar, volgend op die datum. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 146
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in