Wet van 30 mei 1997, houdende bepalingen inzake het treffen van een inkomensvoorziening voor gewezen zelfstandigen in de binnenvaart (Tijdelijke wet inkomensvoorziening gewezen binnenvaartondernemers)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision defines terms, sets a special exception for some former inland-shipping self-employed persons, and says the benefit right cannot start before 1 January 1999.
Staatsblad Wet van 30 mei 1997, houdende bepalingen inzake het treffen van een inkomensvoorziening voor gewezen zelfstandigen in de binnenvaart (Tijdelijke wet inkomensvoorziening gewezen binnenvaartondernemers) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een aantal gewezen binnenvaartondernemers voor uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in aanmerking te doen komen; In deze wet wordt verstaan onder: a. Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; b. gewezen zelfstandige: de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2 van de Ioaz; In deze wet worden met gewezen zelfstandige gelijkgesteld: a. de meewerkende echtgenoot in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 die voldoet aan artikel 2, eerste lid, onderdeel a of b, van de Ioaz; b. de persoon die voldoet aan artikel 2, eerste of tweede lid, van de Ioaz en die met anderen het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, indien: 1°. de volledige zeggenschap in het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werd uitgeoefend en 2°. de financiële risico's van het bedrijf of beroep alleen of met die anderen werden gedragen; c. de persoon die voldoet aan artikel 2, eerste of tweede lid, van de Ioaz en die, anders dan als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, het bedrijf of beroep heeft uitgeoefend in de vorm van een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap. De voorwaarden voor het recht op uitkering krachtens de Ioaz, genoemd in artikel 5, tweede en derde lid, van die wet gelden niet ten aanzien van de gewezen zelfstandige, die: a. in het jaar 1998 een uitkering ingevolge de Bedrijfsbeëindigingsregeling binnenvaart heeft ontvangen, en; b. voor 1 juli 1999 een aanvraag om uitkering ingevolge de Ioaz heeft ingediend. Het recht op uitkering van de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2, ontstaat niet eerder dan met ingang van 1 januari 1999. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1999 en vervalt met ingang van 1 januari 2009. Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet inkomensvoorziening gewezen binnenvaartondernemers. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1996/97, 25 045. Handelingen II 1996/97, blz. 5239. Kamerstukken I 1996/97, 25 045 (260). Handelingen I 1996/97, zie vergadering d.d. 27 mei 1997.