Wet van 21 april 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten (fraude niet-chartaal geldverkeer)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Deze wet wijzigt bepalingen in het Wetboek van Strafrecht over fraude en vervalsing met niet-contante betaalmiddelen.
Staatsblad Wet van 21 april 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten (fraude niet-chartaal geldverkeer) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het noodzakelijk is een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafrecht in verband met het besluit van de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001, betreffende de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten (PbEG L 149), te wijzigen en aan te vullen; Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 226 wordt als volgt gewijzigd: In het eerste lid, onderdeel 5°, vervalt de zinsnede «voor omloop bestemd». In het tweede lid wordt «aflevert of voorhanden heeft» vervangen door: aflevert, voorhanden heeft, ontvangt, zich verschaft, vervoert, verkoopt of overdraagt. In artikel 231, eerste lid, wordt «met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie» vervangen door: met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie. In artikel 232, tweede lid, wordt «aflevert en voorhanden heeft» vervangen door: aflevert, voorhanden heeft, ontvangt, zich verschaft, vervoert, verkoopt of overdraagt. Artikel 234 komt te luiden: Hij die stoffen, voorwerpen of gegevens vervaardigt, ontvangt, zich verschaft, verkoopt, overdraagt of voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 226, eerste lid, onder 2°–5°, artikel 231, eerste lid, en artikel 232, eerste lid, omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vierde categorie. In artikel 317, eerste lid, vervalt de zinsnede «met geldswaarde in het handelsverkeer». Indien het bij koninklijke boodschap van 8 juli 1999 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Telecommunicatiewet in verband met nieuwe ontwikkelingen in de informatietechnologie (computercriminaliteit II) (26 671) tot wet wordt verheven en deze wet in werking treedt voor of op het tijdstip waarop die wet in werking treedt, komt artikel I, onderdeel K, subonderdeel 2, van die wet te luiden: Het tweede lid komt te luiden: Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van de valse of vervalste pas of kaart als ware deze echt en onvervalst, dan wel opzettelijk zodanige pas of kaart aflevert, voorhanden heeft, ontvangt, zich verschaft, vervoert, verkoopt of overdraagt, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de pas of kaart bestemd is voor zodanig gebruik. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 maart 2004, Stb. 117. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2002/2003, 2003/2004, 29 025. Handelingen II 2003/2004, blz. 3363. Kamerstukken I 2003/2004, 29 025 (A). Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 19 april 2004.