Wet van 10 juli 2013 houdende aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen)
This provision sets several BRP-related duties, including data notifications, BSN assignment, and limited BSN use.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 24 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 10 juli 2013 houdende aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 10 juli 2013 houdende aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen)
AI-assisted research summary: This provision sets several BRP-related duties, including data notifications, BSN assignment, and limited BSN use.
Staatsblad Wet van 10 juli 2013 houdende aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE A 4. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan het Centraal Bureau voor de Statistiek zo spoedig mogelijk de gegevens betreffende dat kind, die zijn vermeld in het daartoe door hem te gebruiken formulier dat door Onze Minister van Veiligheid en Justitie is vastgesteld. B C de geboorteakte van ieder der aanstaande echtgenoten en van elk van hen een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen, tenzij zij niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;. D E A B 3. Het voorschrift inzake de last tot wijziging van de vermelding van het geslacht, vermeld in artikel 2.57, derde en vierde lid, van de Wet basisregistratie personen, zoals deze bepalingen luidden tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van kracht met betrekking tot de last tot wijziging die is gegeven voor dat tijdstip, alsmede in geval de gerechtelijke procedure met toepassing van het eerste lid is voortgezet. A B 1. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, dan wel artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk dat is gesloten tussen echtgenoten van wie er ten minste één vreemdeling is, dan nadat de echtgenoten een verklaring hebben afgelegd dat hun huwelijk niet is aangegaan met het oogmerk om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. 2. De verklaring is niet vereist indien: sedert de voltrekking van het huwelijk ten minste tien jaren zijn verstreken of het huwelijk inmiddels is geëindigd, de gegevens ambtshalve worden opgenomen, of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder b, d of e, van de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een geregistreerd partnerschap. C A B 1. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, dan wel artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk dat is gesloten tussen echtgenoten van wie er ten minste één vreemdeling is, dan nadat de echtgenoten een verklaring hebben afgelegd dat hun huwelijk niet is aangegaan met het oogmerk om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. 2. De verklaring is niet vereist indien: sedert de voltrekking van het huwelijk ten minste tien jaren zijn verstreken of het huwelijk inmiddels is geëindigd, de gegevens ambtshalve worden opgenomen, of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder b, d of e, van de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een geregistreerd partnerschap. C A B C D E F 1. De aanvraag om afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag met een adres als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen. In alle andere gevallen wordt de aanvraag ingediend bij Onze Minister. de basisregistratie personen. A B 1. De griffier van de rechtbank die in het curatele- en bewindregister melding heeft gemaakt van een rechterlijke uitspraak waarbij met betrekking tot een persoon een voorziening in de curatele is getroffen, doet daarvan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente, onder vermelding van de persoon die het betreft en de datum waarop de rechtsgeldigheid van de voorziening ingaat. MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES A Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in die gemeente. B C D A 2. Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in die gemeente. B 2. Onze Minister van Justitie draagt zorg, dat van elke onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan de burgemeester van de gemeente die het betreft. Indien de betrokkene als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen is dit de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene volgens de basisregistratie zijn adres heeft. In andere gevallen is dit de burgemeester van ‘s-Gravenhage. In de mededeling worden naam, voorletters of voornamen, adres en geboortedatum van de betrokkene alsmede de duur van de uitsluiting vermeld. C D E 2. Tenzij de benoemde op het tijdstip van benoeming reeds lid van het vertegenwoordigend orgaan was, legt hij tevens een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen over, waaruit zijn woonplaats, datum en plaats van de geboorte, alsmede, indien het betreft een benoeming tot lid van de Tweede of Eerste Kamer of provinciale staten, zijn Nederlanderschap blijken. 4. Indien een tot lid van de gemeenteraad benoemde persoon geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, legt hij een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen over, waaruit blijkt of hij voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet. F G H A B 2. Onze Minister van Justitie draagt zorg, dat van elke onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan. Indien de betrokkene als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente waar betrokkene volgens de basisregistratie zijn adres heeft. In andere gevallen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage en aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de mededeling worden naam, voorletters of voornamen, adres en geboortedatum van de betrokkene alsmede de duur van de uitsluiting vermeld. B D Op het verzoek om herziening wordt uiterlijk de zevende dag na ontvangst beslist. Zo nodig worden de registers bedoeld in de artikelen D 3, eerste lid, en D 3a, hiermee in overeenstemming gebracht. A Ca 2. Onze Minister van Justitie draagt zorg, dat van elke onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan. Indien de betrokkene als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente waar betrokkene volgens de basisregistratie zijn adres heeft. In andere gevallen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage en aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de mededeling worden naam, voorletters of voornamen, adres en geboortedatum van de betrokkene alsmede de duur van de uitsluiting vermeld. B J Op het verzoek om herziening wordt uiterlijk de zevende dag na ontvangst beslist. Zo nodig worden de registers bedoeld in de artikelen D 3, eerste lid, en D 3a, hiermee in overeenstemming gebracht. De beslissing wordt onverwijld aan de verzoeker bekendgemaakt. Burgemeester en wethouders van ‘s-Gravenhage, dan wel Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verwijderen een persoon uit het register, bedoeld in artikel D 3, eerste lid, respectievelijk artikel D 3a, indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de desbetreffende persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd. De verwijdering wordt onverwijld aan deze persoon bekend gemaakt. A B Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in de provincie waarin die gemeente is gelegen. A het nummer dat is toegekend op grond van artikel 47b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet basisregistratie personen. B C 1. Het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk Onze Minister, kent onmiddellijk na de inschrijving van een persoon als ingezetene, onderscheidenlijk niet-ingezetene, in de basisregistratie personen, aan de ingeschrevene een burgerservicenummer toe, tenzij aan hem reeds een burgerservicenummer is toegekend. 2. Het burgerservicenummer wordt toegekend uit de nummers die op grond van artikel 7 ter beschikking zijn gesteld. Indien aan de ingeschrevene reeds een sociaal-fiscaalnummer is toegekend, wordt, in afwijking van de eerste volzin, dit nummer aan hem als burgerservicenummer toegekend. 3. Een burgerservicenummer wordt foutloos en slechts éénmaal toegekend. 4. In verband met de uitvoering van dit artikel maakt het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent, gebruik van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, d en e. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de uitvoering van dit artikel, waaronder regels betreffende de verplichtingen van overheidsorganen om gegevens te verstrekken die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. De maatregel bepaalt in ieder geval welke gegevens in verband met de uitvoering van dit artikel worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent. D A 1. Met betrekking tot personen met een adres in overgaand gebied, wordt door burgemeester en wethouders van de gemeente waaraan het gebied wordt toegevoegd, het adres gewijzigd in de basisregistratie personen. 2. Als datum van wijziging van de gemeentenaam geldt de datum van herindeling. B Het persoonsregister, waarvoor burgemeester en wethouders van een gemeente die wordt opgeheven zorg dragen ter uitvoering van de Wet basisregistratie personen, wordt door burgemeester en wethouders van deze gemeente overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waaraan het gebied van de op te heffen gemeente wordt toegevoegd, dan wel, indien dat gebied aan meer dan één gemeente wordt toegevoegd, naar de in de betrokken herindelingsregeling aan te wijzen gemeente. A Inschrijving basisregistratie personen 1. Behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 13 wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, op de peildatum als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met als adres het adres van de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd. 2. In afwijking van het eerste lid kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de betrokkene met een ander adres in de basisregistratie personen is ingeschreven en dit niet aan hem kan worden toegerekend. 3. Behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt een eigenwoningbijdrage slechts toegekend als de eigenaar-bewoner op de peildatum woont in de woning in verband met welke de eigenwoningbijdrage is aangevraagd. B Latere inschrijving basisregistratie personen/bewoning 1. Op een primaire toekenning is artikel 7 niet van toepassing, voor zover de betrokkene de woning waarvoor de bijdrage is aangevraagd nog niet bewoont of hij nog niet met het adres van die woning in de basisregistratie personen is ingeschreven: omdat een nieuwbouwwoning nog niet bewoonbaar is; omdat een bestaande woning nog door de vorige bewoner wordt bewoond, of omdat in een bestaande woning achterstallig onderhoud wordt verricht. 2. In een geval als bedoeld in het eerste lid kan de eigenwoningbijdrage worden ingetrokken als de bewoning of de inschrijving niet heeft plaatsgevonden bij een situatie als bedoeld in onderdeel a van dat artikellid binnen negen maanden na de gereedgemelde woning of bij een situatie als bedoeld in de onderdelen b en c van dat artikellid binnen negen maanden na de peildatum. De intrekking vindt plaats met ingang van de eerste dag van de kalendermaand die volgt na de afloop van die termijn van negen maanden. A B 1. Een huurtoeslag wordt slechts toegekend: als de huurder, diens partner alsmede degenen die medebewoner van de woning zijn, als ingezetene op het adres van die woning zijn ingeschreven in de basisregistratie personen; als geen andere personen met dat adres in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, behoudens eventueel een onderhuurder en personen die behoren tot diens huishouden. 2. In afwijking van het eerste lid kan een huurtoeslag worden toegekend, als de onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen niet aan de huurder kan worden toegerekend. 3. Voor de toepassing van het eerste lid worden zij die als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen of in de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, geacht ingezetene van Nederland te zijn. A B C D A B C A een basisadministratie over de bevolking in een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel de basisregistratie personen in het Europese deel van Nederland. B A B MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP A B C A B 8. Deelnemers die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen tellen alleen mee, indien:. C D E F A B C D A de gegevens over het verblijf in Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland en over het vertrek uit Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland; B C A B C D A B C A B C D 2. De herziening vindt plaats met ingang van de datum van de laatste adreswijziging van de studerende in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de studerende of een van hen na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de studerende, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging. E 2. De herziening vindt plaats met ingang van de dag na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of, indien dit een latere datum betreft, de dag van de laatste adreswijziging van de studerende in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de studerende of een van hen na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de studerende, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging. A B MINISTERIE VAN FINANCIËN A B C D E F G A B C D E F A B Gelijkstelling met basisregistratie personen. C A B C MINISTERIE VAN DEFENSIE A B MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU A het afgeven van gehandicaptenparkeerkaarten aan aanvragers die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;. B C 3. Indien de aanvrager als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt het in de basisregistratie opgenomen burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, op de bij ministeriële regeling vastgestelde wijze op het rijbewijs vermeld. Indien de aanvrager niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt op het rijbewijs een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding vermeld. D MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID A 2. Indien dit adres onjuist blijkt te zijn, raadpleegt de pensioenuitvoerder de basisregistratie personen over het adres van de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde of gewezen partner. B Informatie uit de basisregistratie personen. C Burgerservicenummer 1. Het burgerservicenummer kan door de pensioenuitvoerder bij het verwerken van persoonsgegevens worden gebruikt. 2. De pensioenuitvoerder gebruikt dit burgerservicenummer uitsluitend: in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft; of in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf bevoegd zijn gebruik te maken van het burgerservicenummer bij het verwerken van persoonsgegevens. A B A B C de premie voor de volksverzekeringen niet of niet geheel kan worden ingevorderd omdat is nagelaten te voldoen aan de krachtens de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de Wet basisregistratie personen geldende verplichtingen; of. de premieplichtige de bekendmaking van de beslissing op grond van het eerste lid bemoeilijkt of onmogelijk maakt omdat is nagelaten te voldoen aan de krachtens de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de Wet basisregistratie personen geldende verplichtingen. A B C 1. Bij de verstrekking van gegevens door het college, het Inlichtingenbureau en de in de artikelen 45 en 48 bedoelde instanties wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van het burgerservicenummer. 2. Derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen, maken gebruik van het burgerservicenummer voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd. A B C 1. Bij de verstrekking van gegevens door het college, het Inlichtingenbureau en de in de artikelen 45 en 48 bedoelde instanties wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van het burgerservicenummer. 2. Derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen, maken gebruik van het burgerservicenummer voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd. A B C D E F Verificatie burgerservicenummer Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verifieert het burgerservicenummer in relatie tot de bijbehorende persoonsidentificerende gegevens van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, bij de eerste opname in de polisadministratie en doet indien daartoe aanleiding is mededeling aan het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen. G 6. Artikel 33b is van overeenkomstige toepassing. H I J A B C A 2. Indien dit adres onjuist blijkt te zijn, raadpleegt de pensioenuitvoerder de basisregistratie personen over het adres van de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde of gewezen partner. B Informatie uit de basisregistratie personen. C Burgerservicenummer 1. Het burgerservicenummer kan door de pensioenuitvoerder bij het verwerken van persoonsgegevens worden gebruikt. 2. De pensioenuitvoerder gebruikt dit burgerservicenummer uitsluitend: in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft; of in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf bevoegd zijn gebruik te maken van het burgerservicenummer bij het verwerken van persoonsgegevens. A 1. Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente. 2. Het college verbindt aan de verlening van bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen de verplichting dat hij aangifte doet van een door hen ter beschikking gesteld briefadres. B C D E Burgerservicenummer 1. Bij de verstrekking van gegevens door het college, het Inlichtingenbureau en de in de artikelen 64 en 67 bedoelde instanties wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van het burgerservicenummer. 2. Derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen, gebruiken het burgerservicenummer slechts voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die in het kader van de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en zevende lid, worden uitgevoerd. A B A degene die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven. B 1. Het college is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente en voert daarbij het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uit. MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT A B C A B A B A B C A B A B 1. Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe het burgerservicenummer van de te verzekeren persoon, indien deze persoon daarover beschikt. C D E OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Deze wet treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie personen in werking treedt. Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet basisregistratie personen. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 555
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 10 juli 2013 houdende aanpassing van wetten aan de Wet basisregistratie personen (Aanpassingswet basisregistratie personen)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in