Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen)
This section updates several rules on personal-registration data, including who may receive certain data, how some records are kept, and who must receive annual donor forms.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 24 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen)
AI-assisted research summary: This section updates several rules on personal-registration data, including who may receive certain data, how some records are kept, and who must receive annual donor forms.
Staatsblad Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen) Hebben goedgevonden en verstaan: MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE de gemeente waar de betrokkene zijn adres heeft;. het burgerservicenummer;. zijn burgerservicenummer,. 4. Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met het oog op signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisregistratie personen zijn opgenomen. A In dit besluit wordt onder sociaal-fiscaalnummer verstaan: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet basisregistratie personen. B A 2. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving blijft achterwege indien de vreemdeling als ingezetene met een adres in de nieuwe woonplaats is ingeschreven in de basisregistratie personen. B 2. De algemene gegevens betreffende de verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen worden door Onze Minister verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, met het oog op de verstrekking daarvan ingevolge de Wet basisregistratie personen aan een orgaan als bedoeld in het eerste lid. De algemene gegevens zijn de gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen. C D de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover deze is belast met de uitvoering van de Wet basisregistratie personen;. MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES A de wijze waarop nummers worden aangemaakt en ter beschikking gesteld aan het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk Onze Minister, teneinde als burgerservicenummer te worden toegekend;. B 1. In verband met de uitvoering van artikel 8 van de wet verstrekt Onze Minister aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent op verzoek de gegevens die zijn vermeld in bijlage 2, onderdelen A en B. C In verband met de uitvoering van artikel 8 van de wet verstrekt Onze Minister aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent op verzoek over een Nederlands document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 4°, van de Wet op de identificatieplicht, met behulp waarvan een persoon zich identificeert:. D E geboorteland of -gebied;. overlijdensdatum;. aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden op grond van artikel 2.59 of 2.81, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen;. bijhoudingsgemeente;. vorig land of gebied van verblijf;. F Bijlage behorende bij artikel 14 van het Besluit burgerservicenummer (Bijlage 3) De gegevens die aan een gebruiker worden verstrekt ter beantwoording van de vraag of aan een bepaalde persoon een burgerservicenummer is toegekend en zo ja, welk burgerservicenummer is toegekend en de vraag aan welke persoon een bepaald burgerservicenummer is toegekend: het burgerservicenummer; geslachtsnaam; voornamen; adellijke titel of predicaat; geboortedatum; geboorteplaats; geboorteland of -gebied; geslacht; overlijdensdatum; aanduiding gegevens in onderzoek; datum ingang onderzoek; omschrijving reden opschorting; aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden op grond van artikel 2.59 of 2.81, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen, waarbij uitsluitend wordt aangegeven of er sprake is van een dergelijke aantekening of niet. Tenzij sprake is van een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden als bedoeld in onderdeel m, worden voorts de volgende gegevens verstrekt: bijhoudingsgemeente; adresgegevens. A B A B bij terugkeer naar de gemeente waar hij als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven of, zo hij werd gehuisvest in de gemeente, waar hij als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, bij zijn terugkeer naar zijn woning, de burgemeester van die gemeente onverwijld van zijn terugkeer in kennis te stellen;. A B MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN FINANCIËN Als authentiek gegeven uit andere basisregistraties als bedoeld in artikel 21a, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt aangewezen het burgerservicenummer van de ingeschrevene, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen. A B C MINISTERIE VAN DEFENSIE A De burgemeester registreert de erkende gewetensbezwaarden, die als ingezetene met een adres in zijn gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Erkende gewetensbezwaarden die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, worden geregistreerd door de burgemeester van ’s-Gravenhage. Omtrent de aard en de wijze van de te houden registratie geeft Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regels. B 1. Het aanvragen van vrijstelling van de gewone vervangende dienst dan wel van vrijstelling van vervangende dienst om de reden bedoeld in artikel 15, tweede lid, der wet geschiedt, mondeling of schriftelijk, door of vanwege de erkende gewetensbezwaarde als regel bij de burgemeester van de gemeente waar hij, wie de aanvraag geldt, als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven dan wel, indien de erkende gewetensbezwaarde niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, bij de burgemeester van ’s-Gravenhage. C D E De beslissing omtrent vrijstelling wordt medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente, waar de erkende gewetensbezwaarde als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven dan wel, indien de erkende gewetensbezwaarde niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, aan de burgemeester van ’s-Gravenhage. F 2. Door of vanwege de erkende gewetensbezwaarde, die op grond van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, slechts voor de vervulling van buitengewone vervangende dienst in aanmerking wenst te komen, wordt daartoe binnen een maand nadat de reden tot de aanvraag is ontstaan, aanvraag gedaan bij de burgemeester van de gemeente, waar de erkende gewetensbezwaarde als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven dan wel, indien de erkende gewetensbezwaarde niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, bij de burgemeester van ’s-Gravenhage. G 1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist of de erkende gewetensbezwaarde vervangende dan wel uitsluitend buitengewone vervangende dienst moet vervullen. Hiervan doet hij mededeling aan de burgemeester van de gemeente, waar de erkende gewetensbezwaarde als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven dan wel, indien de erkende gewetensbezwaarde niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, aan de burgemeester van ’s-Gravenhage. MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU 1. Aan een gehandicapte kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt. A B C D E F MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN A B MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID A B C A B A B C D E F BRP* Gegevens genoemd in bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen voor zover van toepassing: Gegevens over de burgerlijke staat. Gegevens over de nationaliteit. Gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling. Gegevens over de bijhoudingsgemeente. Gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene, van de echtgenoot dan wel van de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of eerdere geregistreerde partners en de kinderen. Gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner. Niet-ingeschrevenen. MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT A B de gemeente waar de jeugdige volgens de basisregistratie personen zijn adres heeft;. 1. Ieder jaar stuurt Onze Minister na een na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen tijdstip een donorformulier aan elke ingezetene als bedoeld in de Wet basisregistratie personen, die in het daaraan voorafgaande jaar de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en van wie op het bepaalde tijdstip nog geen verklaring omtrent het verwijderen van organen in het donorregister is opgenomen. 2. Onze Minister stuurt jaarlijks na een na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen tijdstip een donorformulier aan elke ingezetene, bedoeld in de Wet basisregistratie personen, die: op 31 december van het jaar voorafgaand aan de aanschrijving minimaal drie jaar maar nog geen vier jaar nieuw als ingezetene is ingeschreven dan wel opnieuw als ingezetene is geregistreerd in de basisregistratie personen; op 31 december van het jaar van inschrijving dan wel registratie als ingezetene in de basisregistratie personen ten minste de leeftijd van negentien jaar had bereikt; en van wie op het bepaalde tijdstip nog geen verklaring omtrent het verwijderen van organen in het donorregister is opgenomen. SLOTBEPALINGEN Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie personen in werking treedt, met uitzondering van artikel 2.6, onderdeel B, dat een jaar na dat tijdstip in werking treedt. Dit besluit wordt aangehaald als: Aanpassingsbesluit basisregistratie personen. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant. NOTA VAN TOELICHTING Algemeen Inleiding Dit besluit strekt tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan de Wet basisregistratie personen (Wbrp), de opvolger van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA). Het gaat daarbij om technische aanpassingen. Tevens voorziet dit besluit in aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan het vervallen van het sociaal-fiscaalnummer, zoals geregeld in de Aanpassingswet basisregistratie personen. Inhoud van het besluit Aanpassing aan de Wbrp Dit besluit strekt in de eerste plaats tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan de Wbrp. De meeste aanpassingen betreffen een vervanging van begrippen als «gemeentelijke basisadministratie» en «gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens» door «basisregistratie personen» (bijvoorbeeld artikelen 2.7, 4.1 en 6.2). Ook zijn verwijzingen naar de Wet GBA en het daarop gebaseerde Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens aangepast (artikelen 2.5, 2.10, 3.3, 3.6, 3.7, 3.8, 4.2, 5.1, 8.1, 9.2, 9.3, 9.6, 9.7, 10.2 en 10.5). Een aantal aanpassingen houdt voorts verband met de overgang van het stelsel van verschillende gemeentelijke basisadministraties onder de Wet GBA naar één centrale basisregistratie personen onder de Wbrp. Onder de Wet GBA kende iedere gemeente een eigen basisadministratie, waarin de ingezetenen van de betreffende gemeente werden ingeschreven. Onder de Wbrp bestaat één centrale basisregistratie, waarin alle ingezetenen van de Nederlandse gemeenten zijn ingeschreven. Om deze reden zijn zinsneden als «de gemeente waar hij in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven» en «gemeente van inschrijving» aangepast. Evenals in de Aanpassingswet basisregistratie personen is gekozen voor de formulering «de gemeente waar hij met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven» of «de gemeente waar hij volgens de basisregistratie personen zijn adres heeft» (artikelen 2.10, 3.6, 6.1, 7.1, 7.7, 9.3 en 10.1). Een eveneens meermaals terugkerende aanpassing betreft de in enkele besluiten voorkomende zinsnede «blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie». Omdat het begrip «verklaringen» geen specifieke juridische betekenis heeft, is deze zinsnede vervangen door «blijkens de basisregistratie personen» (artikelen 1.1, 2.1, 3.1 en 3.2). Onder de Wbrp kan een al dan niet gewaarmerkt «afschrift» van gegevens uit de basisregistratie personen worden verkregen. Aanpassing in verband met het vervallen van het sociaal-fiscaalnummer In de Aanpassingswet basisregistratie personen is ervoor gekozen om het sociaal-fiscaalnummer uit de Nederlandse wetgeving te schrappen. Het sociaal-fiscaalnummer werd na de introductie van het burgerservicenummer nog slechts gehanteerd voor niet-ingezetenen. Omdat de Wbrp het mogelijk maakt om niet-ingezetenen in de basisregistratie personen in te schrijven en aan hen een burgerservicenummer toe te kennen, wordt het niet langer nodig geacht om voor deze groep een sociaal-fiscaalnummer te handhaven. In dit besluit worden verwijzingen naar het sociaal-fiscaalnummer in algemene maatregelen van bestuur daarom eveneens aangepast (artikelen 2.3, 2.4, 2.6, 3.3, 5.2, 5.3, 9.4, 9.5, 9.6, 10.3 en 10.4). Voor een nadere toelichting op het vervallen van het sociaal-fiscaalnummer wordt verwezen naar de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag bij het voorstel voor de Aanpassingswet basisregistratie personen.1Kamerstukken II 2012/13, 33 555, nr. 3, blz. 2-4, en nr. 6, blz. 3–4. Aanpassingen in dit besluit die niet een van de bovengenoemde categorieën betreffen, worden toegelicht in het artikelsgewijze deel van deze nota van toelichting. De bovengenoemde aanpassingen worden daar niet nogmaals toegelicht. Opgemerkt zij dat bijlage I bij het Besluit OM-afdoening aan de Wbrp wordt aangepast in het kader van de jaarlijkse nieuwe vaststelling van deze bijlage. Het Besluit stralingsbescherming wordt eveneens via een ander traject aangepast. Het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs en het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden niet aangepast, omdat deze besluiten op 1 januari 2014 vervallen. Adviezen en voorprocedures Een ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het College bescherming persoonsgegevens (CBP). De NVVB en de VNG hebben in een gezamenlijke reactie laten weten zich te kunnen vinden in het ontwerp en de toelichting. Het CBP heeft geen aanleiding gezien tot het maken van opmerkingen. Het ontwerpbesluit is gedurende dertig dagen voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal op grond van de artikelen 6.13, zesde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, 2b van de Wegenverkeerswet 1994, 109 van de Wet op de jeugdzorg, 10, vijfde lid, van de Wet op de orgaandonatie en 17b van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg.2Kamerstukken II 2012/13, 33 219, nr. 28. Naar aanleiding hiervan zijn geen vragen gesteld. Tevens is het ontwerpbesluit op grond van artikel 109 van de Wet op de jeugdzorg in de Staatscourant gepubliceerd.3Stcrt. 2013, 25646. Ook hier is niet op gereageerd. Financiële gevolgen en administratieve lasten Dit besluit voorziet slechts in technische aanpassingen in verband met de Wbrp en brengt zelf geen financiële gevolgen of administratieve lasten met zich mee. Artikelsgewijs Artikel 2.5 Artikel 4:2, vierde lid, van het Besluit politiegegevens schreef voor dat politiegegevens met het oog op signalering van verandering van gegevens in de GBA kunnen worden verstrekt aan de GBA. De wijziging in artikel 2.5 maakt duidelijk dat een dergelijke verstrekking na de inwerkingtreding van de Wbrp zowel aan het college van burgemeester en wethouders als aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan geschieden. Onder de Wbrp is immers het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor de bijhouding van gegevens over ingezetenen en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de bijhouding van gegevens over niet-ingezetenen. Artikel 2.6 Het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp geeft uitvoering aan artikel 24, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens door te bepalen in welke gevallen en met het oog op welke doeleinden het sociaal-fiscaalnummer kan worden gebruikt. Omdat het sociaal-fiscaalnummer niet langer wordt gebruikt, zou het besluit in zijn geheel kunnen worden ingetrokken. Met toepassing van artikel 23 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer vormt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp echter tevens in enkele bijzondere gevallen de (tijdelijke4Zie de nota van toelichting bij artikel 3.1, onderdeel B, van het Aanpassingsbesluit burgerservicenummer, Stb. 2009, 378, blz. 8.) grondslag voor enkele niet-overheidsorganen om het burgerservicenummer te kunnen gebruiken. Het besluit blijft met het oog daarop nog een jaar van kracht (artikel 2.6, onderdeel B, in samenhang met artikel 11.1), met een enigszins aangepaste begripsomschrijving van sociaal-fiscaalnummer (artikel 2.6, onderdeel A). In de tussentijd wordt voor de gevallen waarin dat nodig is, de grondslag voor het gebruik van het burgerservicenummer naar de desbetreffende sectorwetgeving overgebracht. Artikel 2.10 Artikel 8.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000 verwees op verschillende plaatsen naar «basisgegevens», die onder de Wbrp worden aangeduid als «algemene gegevens». Ook werd verwezen naar «gegevens betreffende het verblijfsrecht», die onder de Wbrp als «gegevens in verband met het verblijfsrecht» worden aangeduid. Deze formuleringen zijn aangepast in onderdeel B. De wijziging van artikel 8.2a van het Vreemdelingenbesluit 2000 in onderdeel D maakt duidelijk dat ook de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die onder de Wbrp verantwoordelijk is voor de bijhouding van gegevens over niet-ingezetenen, gegevens en inlichtingen kan verstrekken ten behoeve van de vreemdelingenadministratie. Artikel 3.3 Na de inwerkingtreding van de Wbrp is de Belastingdienst opgehouden met het toekennen van sociaal-fiscaalnummers aan niet-ingezetenen. Zij kunnen onder de Wbrp door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als niet-ingezetene in de basisregistratie personen worden ingeschreven, waarna aan hen indien zij daarover nog niet beschikken een burgerservicenummer wordt toegekend (artikel 8 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer).5Zie daarover de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag bij de Aanpassingswet basisregistratie personen, Kamerstukken II 2012/13, 33 555, nr. 3, blz. 3–4, en nr. 6, blz. 1–3. Artikel 3, onderdeel b, van het Besluit burgerservicenummer ziet daarom niet langer op het aanmaken en ter beschikking stellen van nummers aan de Belastingdienst om als sociaal-fiscaalnummer te worden toegekend en is uitgebreid tot de toekenning van burgerservicenummers door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (onderdeel A). In aansluiting daarop is in de artikelen 11 en 12 van het Besluit burgerservicenummer bepaald dat ook aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gegevens worden verstrekt die hij nodig heeft in verband met de toekenning van burgerservicenummers (onderdelen B en C). Voorts zijn de gegevens genoemd in bijlage 2, onderdeel A, en bijlage 3 bij het Besluit burgerservicenummer in overeenstemming gebracht met de Wbrp en de gegevensset van de basisregistratie personen, zoals aangeduid in bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen (onderdelen E en F). Van belang is dat deze gegevens zowel betrekking kunnen hebben op ingezetenen als op niet-ingezetenen. Zo wordt met «adresgegevens» in het geval dat een gegevensvraag betrekking heeft op een niet-ingezetene het «woonadres» van de niet-ingezetene bedoeld. Daarbij geldt, evenals vóór de inwerkingtreding van de Wbrp, dat gegevens slechts kunnen worden verstrekt voor zover deze beschikbaar zijn over de persoon op wie de gegevensvraag ziet. Omdat de gegevensset in de basisregistratie personen bij niet-ingezetenen beperkter is dan de gegevensset bij ingezetenen, zal over niet-ingezetenen een beperkter aantal gegevens kunnen worden verstrekt. Artikel 3.4 In de omschrijving van de verdeelmaatstaf minderheden in bijlage 27b bij het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen werd verwezen naar codes in de «verblijfstiteltabel», een coderingslijst behorende bij de bij ministeriële regeling vastgestelde systeembeschrijving van de GBA. Deze verwijzing is vervangen door een omschrijving van de bedoelde gegevens. Artikel 7.7 In de aanpassingen van de artikelen 33, tweede lid, 55, vierde lid, 59, tweede lid, 100, zevende lid, 131a, 156d, derde lid, en 173v, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzen is aangesloten bij de gangbare terminologie dat gegevens in de basisregistratie personen worden «opgenomen» in plaats van «ingeschreven» of «geregistreerd» (onderdelen D, E en F). Verder bevatte artikel 100 van het Reglement rijbewijzen per abuis twee zevende leden. Dit is hersteld in onderdeel E. Artikel 9.2 Om misverstanden te voorkomen is in artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit inburgering verduidelijkt dat de betreffende delegatiegrondslag ziet op nadere regels over de vaststelling van het verblijf in Nederland en niet op nadere regels over de inschrijving in de basisadministratie (onderdeel B, onder 2). Artikel 9.6 Bijlage I bij het Besluit SUWI bevat een overzicht van de in de polisadministratie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen opgenomen gegevens, de doelen waarvoor deze gegevens worden verwerkt en de bronnen waaraan deze gegevens worden ontleend. In het onderhavige besluit is in die bijlage alleen het begrip «GBA» aangepast en de verwijzing naar het sociaal-fiscaalnummer en de herkomst Belastingdienst geschrapt (onderdeel E). De bijlage zal in een ander wijzigingstraject nader aan de Wbrp worden aangepast. Artikel 9.7 Ter uitwerking van artikel 40 van de Wet werk en bijstand bevatte artikel 11, eerste lid, van het Besluit WWB 2007 een voorziening voor de verlening van bijstand aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in de Wet GBA. Artikel 40 van de Wet werk en bijstand is in de Aanpassingswet basisregistratie personen zo aangepast dat deze voorziening nu ziet op personen die niet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Artikel 11, eerste lid, van het Besluit WWB 2007 is hiermee in overeenstemming gebracht. Artikel 10.2 De formulering van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit donorregister is in overeenstemming gebracht met de nieuwe formulering van artikel 10, vierde lid, van de Wet op de orgaandonatie, zoals aangepast in de Aanpassingswet basisregistratie personen. Voorts is het derde lid van artikel 3 van het Besluit donorregister vervallen, omdat deze bepaling is uitgewerkt. Artikel 10.3 De artikelen 31 en 34 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg, waarin werd verwezen naar het sociaal-fiscaalnummer, voorzagen in overgangsrecht in verband met de inwerkingtreding van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg. Deze artikelen zijn vervallen, omdat de betreffende overgangsperioden zijn verstreken. Artikel 11.1 De wijzigingen in dit besluit hangen samen met de invoering van de Wbrp en treden daarom op hetzelfde tijdstip in werking. Het is mogelijk dat daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Een dergelijke afwijking is geoorloofd, nu dit besluit aanpassingsregelgeving betreft (uitzondering c). Zoals bij artikel 2.6 is toegelicht, treedt het tweede lid van dat artikel een jaar na de inwerkingtreding van de Wbrp in werking.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 28 november 2013, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in