Wet van 18 april 2002 tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2002
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This section adopts the 2002 budget for the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment and the Rijksgebouwendienst, sets it out in thousands of euros, and states when the law takes effect.
Staatsblad Wet van 18 april 2002 tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2002 Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 105 van de Grondwet de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk bij de wet moet worden vastgesteld en dat in artikel 1 van de Comptabiliteitswet wordt bepaald welke begrotingen tot die van het Rijk behoren; De begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2002 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat. De begroting van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en -ontvangsten van het agentschap «Rijksgebouwendienst», voor het jaar 2002 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat inzake dat agentschap. De vaststelling van de in artikel 1 en 2 bedoelde begrotingen geschiedt in duizenden euro's. De volgende artikelen dan wel leden van artikelen van de Comptabiliteitswet zijn op de begroting voor het jaar 2002 niet van toepassing: a. Artikel 5, eerste, derde, zesde en negende lid; b. Artikel 7. Ter vervanging van de artikelen dan wel van de leden van artikelen, genoemd in artikel 4, gelden voor de begroting voor het jaar 2002 de volgende bepalingen. Begrotingsartikelen worden onderscheiden in beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen. De begroting bevat per begrotingsartikel in elk geval de volgende gegevens: a. het artikelnummer; b. de artikelomschrijving; c. bruto het maximumbedrag dat voor het aangaan van verplichtingen in het begrotingsjaar beschikbaar is; d. bruto het maximumbedrag dat voor het verrichten van uitgaven in het begrotingsjaar beschikbaar is; e. bruto het bedrag dat aan ontvangsten in het begrotingsjaar geraamd wordt. De toelichting bij de begroting biedt per beleidsartikel in elk geval inzicht in de met het beleid samenhangende: a. algemene en, indien van toepassing, nader geoperationaliseerde doelstellingen die worden nagestreefd; b. instrumenten die ter bereiking van die doelstellingen worden ingezet; c. meerjarig beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen; d. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven; e. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van apparaatsuitgaven; f. meerjarig bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd. Het meerjarige inzicht dient, uitgaande van jaar t als begrotingsjaar, betrekking te hebben op het jaar t-2 tot en met het jaar t+4, dat wil zeggen op de periode lopende van twee jaar voorafgaand tot en met vier jaar volgend op het begrotingsjaar. De toelichting bij de begroting bevat per beleidsartikel: a. doeltreffendheidsgegevens over de in het eerste lid bedoelde algemene en/of nader geoperationaliseerde doelstellingen, alsmede gegevens over de doelmatigheid van het beleid, al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek; b. waar mogelijk doelmatigheidsgegevens, al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek, voor de in het eerste lid bedoelde apparaatsuitgaven. De begroting kan drie niet-beleidsartikelen bevatten, te weten: a. een begrotingsartikel met de omschrijving Algemeen voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten die niet aan een beleidsartikel worden toegedeeld; b. een begrotingsartikel met de omschrijving Geheim voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een beleidsartikel niet in het belang van de staat is; c. een administratief begrotingsartikel met de omschrijvingNominaal en onvoorzien. De bij het administratieve begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien opgenomen bedragen voor verplichtingen en voor uitgaven kunnen zowel positief als negatief zijn. Ten laste van het begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien kunnen geen uitgaven worden gedaan en verplichtingen worden aangegaan; de bedragen worden bij een wijziging van de begroting toegedeeld aan een ander begrotingsartikel en wel zodanig dat in het betrokken jaarverslag de gerealiseerde bedragen bij het begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien uitkomen op nihil. De toelichting bij de begroting biedt per niet beleidsartikel meerjarig in elk geval inzicht in: a. de beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen; b. de beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven; c. de beschikbare bedragen voor het doen van apparaatsuitgaven; d. de bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd. Het vierde lid is van toepassing. In afwijking van het zesde lid en in overeenstemming met Onze Minister van Financiën kan de begroting andere niet-beleidsartikelen bevatten. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar waarop de vaststelling van de begroting betrekking heeft. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2001/2002, 28 000 XI. Handelingen II 2001/2002, blz. 1802–1844; 1947–1961; 1964–2004; 2006–2014; 2025–2038; 2293–2295; 2918–2922; 2939–2940. Kamerstukken I 2001/2002, 28 000 XI (159, 159a). Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 16 april 2002. Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 18 april 2002, Stb. 205 Begroting 2002 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) Bedragen in EUR1000 (1) Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten TOTAAL 3 407 485 109 921 Beleidsartikelen 01 Strategische beleidsontwikkeling en monitoring 67 981 71 456 4 084 02 Betaalbaarheid van het wonen 1 809 831 1 884 198 74 395 03 Duurzame woningen en gebouwen 32 942 208 078 04 Aantrekkelijke fysieke leefomgeving 149 525 276 467 2 473 05 Sociale kwaliteit van het wonen en de woonomgeving 41 348 71 161 06 Versterken ruimtelijke kwaliteit stedelijke gebieden 24 182 32 940 357 07 Verbeteren integrale milieukwaliteit op lokaal niveau 290 376 255 887 08 Versterken ruimtelijke kwaliteit landelijke gebieden 11 929 15 176 09 Versterken ruimtelijke kwaliteit in Europees verband 10 541 10 606 10 Verbeteren nationale milieukwaliteit 17 412 22 484 4 992 11 Tegengaan klimaatverandering en emissies 239 827 245 022 3 176 12 Beheersen milieurisico's van stoffen, afval en straling 35 513 37 781 908 13 Handhaving 74 100 77 094 882 14 Huisvesting Koninklijk Huis, Hoge Colleges van Staat en Ministerie van Algemene Zaken 47 504 47 504 Niet-beleidsartikelen 15 Algemeen 156 471 158 888 18 654 16 Nominaal en onvoorzien – 7 257 – 7 257 Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 18 april 2002, Stb. 205 Begroting 2002 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) Onderdeel agentschap Rijksgebouwendienst Bedragen in EUR1000 naam agentschap totaal baten totaal lasten saldo baten en lasten Rijksgebouwendienst 977 436 957 554 19 881 naam agentschap totaal kapitaaluitgaven totaal kapitaalontvangsten Rijksgebouwendienst 485 021 374 045