Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision modernizes the rules on service costs for rental housing, including how they are calculated, what a tenant owes, and when the rent tribunal may set or adjust service-cost amounts.
Staatsblad Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A 3. In deze afdeling wordt verstaan onder servicekosten: de vergoeding voor de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zaken en diensten die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van berekening en de maximale hoogte van de servicekosten. B C 1. De betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot servicekosten beloopt het bedrag dat in overeenstemming is met de voor de berekening daarvan geldende wettelijke voorschriften of met hetgeen als een redelijke vergoeding voor de geleverde zaken en diensten kan worden beschouwd. D E A B C D 1. Indien binnen een groep van woonruimten die financieel, administratief, qua bouwwijze of anderszins een eenheid vormen sprake is van gelijkluidende of nagenoeg gelijkluidende verzoeken kunnen deze door de partijen die een woonruimte huren binnen die groep collectief worden ingediend. Die partijen zijn daarbij elk het voorschot op de vergoeding aan de Staat, bedoeld in artikel 7, tweede lid, verschuldigd. E F G H I 3. Indien de verhuurder geen overzicht als bedoeld in artikel 7:259, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek aan de huurder heeft verstrekt of indien de verhuurder geen gebruik heeft gemaakt van het formulier, bedoeld in artikel 7:260, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, dan wel indien dat formulier onvolledig is ingevuld, stelt de huurcommissie de servicekosten vast op een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag of indien de zaak of dienst door de verhuurder niet is geleverd op € 0. J K 5. Indien toepassing van het percentage, bedoeld in het derde lid, naar het oordeel van het huurcommissie leidt tot een lager voorschotbedrag dan hetgeen in redelijke verhouding staat tot de in het desbetreffende jaar te verwachten servicekosten, kan de huurcommissie een ander percentage toepassen dat leidt tot een voorschotbedrag dat in redelijke verhouding staat tot de in het desbetreffende jaar te verwachten servicekosten. L 1. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de huurcommissie aanhangige verzoeken worden met toepassing van het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht behandeld door de huurcommissie. 2. Op een verzoek aan de huurcommissie als bedoeld in artikel 7:260 van het Burgerlijk Wetboek dat betrekking heeft op kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten waarvoor de verhuurder voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de huurder een overzicht van de kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten heeft verstrekt binnen de gestelde termijn van zes maanden als bedoeld in artikel 7:259, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, is het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht van toepassing. De artikelen 237, derde lid, 258, eerste en tweede lid, 259, eerste en tweede lid, 260, eerste lid, en 261, eerste lid, van Boek 7 zoals die door de Wet van 23 april 2025 houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten (Stb. 2025, 156) zijn komen te luiden, zijn niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het in werking treden van die artikelen zijn gesloten. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.