Besluit van 19 juli 1997, houdende aanpassing van een aantal uitvoeringsmaatregelen van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur in verband met de instelling van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Number holders and reservation holders must provide information to the Minister when needed for numbering policy; the decision also shifts several information and oversight references from the Minister to the college (OPTA).
Staatsblad Besluit van 19 juli 1997, houdende aanpassing van een aantal uitvoeringsmaatregelen van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur in verband met de instelling van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 16 mei 1997, nr. HDTP/97/832/PvL, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post; Gelet op de artikelen 4, 4a, 4b, 9, 12, 13a, 13b, 13g, 13h, 13i, 13k, 13r, 13s, 13w, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 29, 30, 40b, 40d, 41, en 48 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de artikelen 2, vierde lid, en 24 van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur; De Raad van State gehoord (advies van 2 juni 1997, No. W09.97.0274); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 juli 1997, nr. HDTP/97/1179/PvL, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post; Het >Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van het leesteken punt aan het slot door een puntkomma, een nieuw onderdeel g toegevoegd luidende: g. college: het college genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. In artikel 20 wordt «Onze Minister» vervangen door: Onze Minister onderscheidenlijk het college In artikel 23 wordt «Onze Minister» vervangen door: het college In artikel 24 wordt «Onze Minister» vervangen door: Onze Minister onderscheidenlijk het college Artikel 25 vervalt. Het Besluit draadomroep- en kabelinrichtingen wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van het leesteken punt aan het slot door een puntkomma, een nieuw onderdeel f toegevoegd luidende: f. college: het college genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. In artikel 2 wordt «Onze Minister» vervangen door: het college In artikel 13 wordt «Onze Minister» telkens vervangen door: het college In artikel 17 wordt de zinsnede «in artikel 41, onder c, van de wet» vervangen door: in artikel 41, eerste lid, onder e, van de wet Het Besluit van 23 januari 1996, houdende een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de artikelen 40b en artikel 41 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van het leesteken punt aan het slot door een puntkomma, een nieuw onderdeel c toegevoegd luidende: c. college: het college genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. In artikel 2, eerste en tweede lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: het college In artikel 5, tweede lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: Het college Het Besluit aanvraagprocedure nummers wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van het leesteken punt aan het slot door een puntkomma, een nieuw onderdeel d toegevoegd luidende: d. college: het college genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. In artikel 2, derde lid, wordt «door de nummerhouder» vervangen door: door de nummerhouder en de reserveringhouder In artikel 4, eerste lid, onder a, wordt « artikel 2, derde lid, van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur» vervangen door: artikel 2, vierde lid, van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur Artikel 6 komt te luiden: Aan een besluit tot toekenning of reservering van nummers kunnen voor wat betreft het verstrekken van informatie de volgende voorschriften worden verbonden: a. het voorschrift om op verzoek van het college die informatie aan het college te verstrekken die het college nodig heeft ten behoeve van de aan het college in artikel 40d, lid 2, van de wet opgedragen zorg voor het nummerbeheer of ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit besluit en de bij de toekenning of reservering gestelde voorschriften en beperkingen; b. het voorschrift om periodiek aan het college de in het voorschrift aangegeven schriftelijke informatie te verstrekken over het gebruik van toegekende nummers of over de activiteit waarvoor de nummers zijn toegekend of gereserveerd. Na artikel 6 wordt een nieuw artikel 6a ingevoegd dat komt te luiden: Een nummerhouder en een reserveringhouder zijn verplicht om aan Onze Minister die informatie te verstrekken die hij nodig heeft ten behoeve van de aan hem in artikel 40d, eerste lid, van de wet opgedragen zorg voor het nummerbeleid. In artikel 8, lid 2, onder b, wordt «Onze Minister» vervangen door: het college In artikel 9, lid 2, onder b, wordt «Onze Minister» vervangen door: het college In artikel 10, tweede lid, onder e, wordt voor: «de vrees gewettigd is» ingevoegd: Onze Minister van oordeel is dat Het Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur wordt als volgt gewijzigd: In artikel 6, tweede lid, wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 41, onder a, van de wet onderscheidenlijk het toezicht op de houder van een infrastructuurvergunning bedoeld in artikel 41, onder b, van de wet» vervangen door: bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder a, van de wet onderscheidenlijk het toezicht op de houder van een infrastructuurvergunning bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder b, van de wet Het Besluit radio-elektrische inrichtingen wordt als volgt gewijzigd: In artikel B.2.1 wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 41, onder a en e, van de wet» vervangen door: bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder a en g, van de wet In artikel C.7.1 wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 41, onder b.1°, van de wet vervangen door: bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder d.1°, van de wet Het Besluit randapparatuur wordt als volgt gewijzigd: In artikel 12 wordt de zinsnede «in artikel 41, onder b, 2° en d, van de wet, vervangen door: in artikel 41, eerste lid, onder d.2° en f, van de wet Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Stb. 1994, 629, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 november 1995, Stb. 531. Stb. 1988, 598, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 juli 1997, Stb. 375. Stb. 1996, 68, gewijzigd bij besluit van 26 november 1996, Stb. 1997, 91. Stb. 1996, 376. Stb. 1996, 375. Stb. 1988, 552, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 augustus 1995, Stb. 387. Stb. 1988, 553, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 augustus 1995, Stb. 387. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt. NOTA VAN TOELICHTING Het onderhavige besluit strekt tot aanpassing van een aantal uitvoeringsmaatregelen van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur die verband houden met de totstandkoming van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. Bij deze wet zijn, om de onafhankelijkheid van de uitvoering van bepaalde overheidstaken op het gebied van post en telecommunicatie te waarborgen, deze taken opgedragen aan de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), een zelfstandig bestuursorgaan. Deze taken betreffen met name het houden van toezicht op de naleving van bij of krachtens de Postwet, de Wet op de telecommunicatie-voorzieningen en de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur aan marktpartijen opgelegde regels, alsmede het geven van specifieke beschikkingen op grond van de genoemde wetten. De Minister van Verkeer en Waterstaat blijft echter ondermeer belast met toezichts- en uitvoeringstaken op het terrein van frequenties, randapparatuur en met betrekking tot wettelijke bepalingen die verband houden met de veiligheid van de staat en bijzondere en buitengewone omstandigheden. Gelet op het voorgaande zijn de meergenoemde wetten aangepast in die zin dat, de aan OPTA op te dragen taken in plaats van aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, thans rechtstreeks aan OPTA worden geattribueerd. De uitvoeringsmaatregelen van meergenoemde wetten dienen in de zelfde zin te worden aangepast. In de artikelen I tot en met IV van dit besluit worden die aanpassingen aangebracht. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een aantal aanpassingen van wetgevingstechnische aard in een drietal uitvoeringsbesluiten aan te brengen waarbij verouderde verwijzingen worden hersteld. Dit betreft de artikelen V tot en met VII van dit besluit.