Wet van 6 februari 2003, houdende regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal)
This provision defines key terms and sets rules for offering, storing, importing, approving, and supervising human body material used for medical treatment.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 7 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 6 februari 2003, houdende regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 6 februari 2003, houdende regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal)
AI-assisted research summary: This provision defines key terms and sets rules for offering, storing, importing, approving, and supervising human body material used for medical treatment.
Staatsblad Wet van 6 februari 2003, houdende regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging hebben genomen dat het wenselijk is, eisen te stellen aan de behandeling van menselijk lichaamsmateriaal dat bestemd is voor gebruik bij een geneeskundige behandeling; ALGEMENE BEPALINGEN In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. lichaamsmateriaal: bestanddelen van het menselijk lichaam of van een embryo, geslachtscellen, foetaal weefsel in de zin van de Wet foetaal weefsel, alsmede uit bestanddelen van het menselijk lichaam of van een embryo dan wel uit foetaal weefsel in kweek gebrachte cellen, bestemd voor gebruik bij een geneeskundige behandeling; c. bewerkt lichaamsmateriaal: lichaamsmateriaal dat een bewerking heeft ondergaan, anders dan uitsluitend gericht op het bewaren van het materiaal; d. orgaanbank: een instelling die een erkenning van Onze Minister heeft op grond van artikel 9; e. orgaancentrum: een instelling als bedoeld in artikel 24 van de Wet op de orgaandonatie. Onze Minister kan het begrip bewerkt lichaamsmateriaal nader omschrijven. Deze wet is niet van toepassing op bloed, afgenomen in het kader van de Wet inzake bloedvoorziening, en op lichaamsmateriaal voor zover daarop de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening of de Wet op de medische hulpmiddelen van toepassing is. Het is verboden bestanddelen van het menselijk lichaam of van een embryo, geslachtscellen, foetaal weefsel in de zin van de Wet foetaal weefsel, alsmede uit bestanddelen van het menselijk lichaam of van een embryo dan wel uit foetaal weefsel in kweek gebrachte cellen, die bij het ter beschikking komen bestemd waren voor een ander doel dan gebruik bij een geneeskundige behandeling, alsnog bij zo'n behandeling te gebruiken. BEHANDELING VAN LICHAAMSMATERIAAL De instelling waar lichaamsmateriaal ter beschikking komt of de natuurlijke persoon die in de uitoefening van een geneeskundig beroep de beschikking krijgt over lichaamsmateriaal, biedt dat lichaamsmateriaal aan een orgaanbank aan. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. lichaamsmateriaal waarvoor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie een toewijzing heeft plaatsgevonden en dat naar zijn aard niet geschikt is om te worden aangeboden aan een orgaanbank; b. lichaamsmateriaal dat wordt weggenomen en teruggeplaatst bij dezelfde persoon in het kader van één geneeskundige behandeling; c. uit bestanddelen van het menselijk lichaam of van een embryo dan wel uit foetaal weefsel in kweek gebrachte cellen; d. geslachtscellen ten behoeve van in-vitrofertilisatie. Bij de aanbieding wordt in voorkomende gevallen melding gemaakt van andere doeleinden waarvoor tevens toestemming tot het gebruiken van het lichaamsmateriaal is verleend, dan geneeskundige behandeling. Een orgaanbank bewaart lichaamsmateriaal waarvan op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wet op de orgaandonatie is bepaald dat het voor implantatie beschikbaar moet blijven, totdat het orgaancentrum met toepassing van die wet heeft aangewezen wie voor implantatie van dat lichaamsmateriaal in aanmerking komt, of totdat het orgaancentrum heeft bepaald dat het niet langer beschikbaar moet blijven. Het is verboden bewerkt lichaamsmateriaal, anders dan bloed, af te leveren, tenzij het overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen is goedgekeurd door een door Onze Minister aangewezen dienst of instelling. Met de in het eerste lid bedoelde goedkeuring wordt gelijkgesteld een goedkeuring door een erkende keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke goedkeuring is verleend op basis van een onderzoek dat aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoet. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Het invoeren van onbewerkt lichaamsmateriaal is slechts toegestaan aan orgaanbanken. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. bloed; b. onbewerkt lichaamsmateriaal waarvoor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie een toewijzing heeft plaatsgevonden. De orgaanbank die onbewerkt lichaamsmateriaal invoert met het oog op implantatie in de zin van de Wet op de orgaandonatie, doet daarvan melding aan het orgaancentrum. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld waaraan orgaancentra en orgaanbanken met het oog op de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal bij het vervoeren, bewaren, bewerken, overdragen en invoeren van lichaamsmateriaal moeten voldoen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal voorts eisen worden gesteld waaraan bij het wegnemen, vervoeren, bewaren, bewerken of overdragen van lichaamsmateriaal, anders dan door orgaancentra en orgaanbanken, moet worden voldaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het aantekening houden en melden van bijwerkingen van lichaamsmateriaal dat is gebruikt bij een geneeskundige behandeling. De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ERKENNING ORGAANBANKEN EN AANWIJZING KEURINGSINSTELLINGEN Een erkenning voor het vervoeren, bewaren, bewerken, overdragen en invoeren van lichaamsmateriaal kan uitsluitend worden verleend aan een rechtspersoon die geen orgaancentrum is en waarvan het doel voorzover de functie van orgaanbank betreft, blijkens de statuten niet is het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen. Een erkenning wordt geweigerd indien: a. niet wordt of naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde; b. een doelmatige voorziening in de behoefte aan lichaamsmateriaal niet is gebaat bij verlening van de erkenning dan wel een doelmatige samenwerking met andere orgaanbanken en met orgaancentra niet is verzekerd. Een erkenning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden. Een beperking of voorschrift kan worden gewijzigd of ingetrokken. Ook na het verlenen van de erkenning kunnen daaraan beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden. Een erkenning kan worden ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of de aan de erkenning verbonden voorschriften dan wel indien in strijd is gehandeld met een beperking waaronder de erkenning is verleend. Onze Minister wijst op aanvraag een of meer instellingen aan, die bevoegd zijn de in artikel 6, eerste lid, bedoelde keuring uit te voeren. Een aangewezen instelling is bevoegd om met inachtneming van de door Onze Minister gegeven aanwijzingen onderdelen van de door haar uit te voeren werkzaamheden door anderen te doen uitvoeren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden waarop de aanwijzing kan worden gegeven, ingetrokken dan wel gewijzigd. Aan een aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden. Onze Minister kan voor de uitvoering van de keuring maximumtarieven vaststellen. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet door de krachtens artikel 12 aangewezen instellingen. De krachtens artikel 12 aangewezen instellingen verstrekken desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. De krachtens artikel 12 aangewezen instellingen zenden Onze Minister jaarlijks een verslag betreffende de door de instelling krachtens de aanwijzing verrichte werkzaamheden en de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die werkzaamheden en werkwijze in het afgelopen jaar. Onze Minister kan met betrekking tot de inrichting van dit verslag nadere regels stellen. Onze Minister kan een krachtens artikel 12 aangewezen instelling algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taak. De instelling is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen. Indien naar het oordeel van Onze Minister een krachtens artikel 12 aangewezen instelling de in artikel 6, eerste lid, bedoelde keuring niet of niet naar behoren uitvoert, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de betrokken instelling in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog de keuring naar behoren uit te voeren. Tegen een beschikking inzake goedkeuring kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister. Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de krachtens artikel 12 aangewezen instellingen. HANDHAVING Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. Onverminderd de voorgaande bepalingen is het degene die lichaamsmateriaal ter aflevering voorhanden heeft, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de geschiktheid voor gebruik bij een geneeskundige behandeling geheel of in ernstige mate ontbreekt, verboden dat lichaamsmateriaal af te leveren. In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd: de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal, de artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, 6, eerste lid, 7, eerste en derde lid, 8 en 20. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN De Wet op de orgaandonatie wordt gewijzigd als volgt: Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: Onderdeel f komt te luiden als volgt: f. ziekenhuis: een voor de toepassing van de Ziekenfondswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als ziekenhuis of verpleeginrichting toegelaten of aangewezen instelling of een afdeling daarvan. Onderdeel h komt te luiden als volgt: h. orgaanbank: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal. Artikel 19 vervalt. In artikel 25, eerste lid, wordt de zinsnede «die geen werkzaamheden als bedoeld in artikel 28 uitoefent» vervangen door: die geen orgaanbank is. Hoofdstuk 4 wordt gewijzigd als volgt: In het opschrift vervalt: en orgaanbank. De aanduiding «§ 1. Orgaancentrum» vervalt. In artikel 27 wordt na «krachtens deze wet» ingevoegd: of de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal. Paragraaf 2 vervalt, met uitzondering van artikel 31a, dat wordt ingevoegd in hoofdstuk 5. Artikel 32 wordt gewijzigd als volgt: In het derde lid wordt «de artikelen 22, 24 en 28» vervangen door: de artikelen 22 en 24. Het vierde lid vervalt. In het vijfde lid, dat wordt vernummerd tot vierde lid, vervalt de tweede volzin. Een vergunning, verleend aan een orgaanbank op grond van artikel 28 van de Wet op de orgaandonatie, wordt gelijkgesteld met een erkenning op grond van deze wet. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Deze wet wordt aangehaald als: Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal. Stb. 1950, K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 februari 2003, Stb. 89. Stb. 1996, 370, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 november 2001, Stb. 573. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, 2002/2003,27 844. Handelingen II 2001/2002, blz. 5021–5044, 5097. Kamerstukken I 2001/2002, 27 844 (397); 2002/2003, 27 844 (3, 3a, 3b). Handelingen I 2002/2003, blz. 528–532; 552–559.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 6 februari 2003, houdende regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in