Besluit van 17 juni 2020, houdende vaststelling van het Besluit belasting- en invorderingsrente
This provision sets tax interest and collection interest percentages, including minimum percentages and a 0.01% collection interest rate for amounts charged.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Order
- Version
- 22 Jun 2020
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(emergency-noindex)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 17 juni 2020, houdende vaststelling van het Besluit belasting- en invorderingsrente
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 17 juni 2020, houdende vaststelling van het Besluit belasting- en invorderingsrente
AI-assisted research summary: This provision sets tax interest and collection interest percentages, including minimum percentages and a 0.01% collection interest rate for amounts charged.
Staatsblad Besluit van 17 juni 2020, houdende vaststelling van het Besluit belasting- en invorderingsrente Hebben goedgevonden en verstaan: Het percentage van de belastingrente, bedoeld in artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is: voor de inkomstenbelasting, de erfbelasting, de loonbelasting, de dividendbelasting, de omzetbelasting, de overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, de accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen gelijk aan het percentage van de ingevolge artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wettelijke rente, bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van dat wetboek, met dien verstande dat het eerstgenoemde percentage ten minste 4 bedraagt; voor de vennootschapsbelasting gelijk aan het percentage van de ingevolge artikel 120, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wettelijke rente, bedoeld in de artikelen 119a en 119b van Boek 6 van dat wetboek, met dien verstande dat een wijziging van de wettelijke rente eerst twee maanden na die wijziging leidt tot een aanpassing van de belastingrente en het eerstgenoemde percentage ten minste 8 bedraagt. 1. Het percentage van de in rekening te brengen invorderingsrente, bedoeld in artikel 29 van de Invorderingswet 1990, bedraagt 0,01. 2. Het percentage van de te vergoeden invorderingsrente, bedoeld in artikel 29 van de Invorderingswet 1990, is gelijk aan het percentage van de ingevolge artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wettelijke rente, bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van dat wetboek, met dien verstande dat het eerstgenoemde percentage ten minste 4 bedraagt. In artikel 2 vervalt het eerste lid alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid. Voorts vervalt «te vergoeden». Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat daarbij tevens kan worden bepaald dat artikel 2 terugwerkt tot en met 1 juni 2020. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit belasting- en invorderingsrente. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. NOTA VAN TOELICHTING Algemeen Inleiding Het onderhavige besluit (het Besluit belasting- en invorderingsrente) stelt de percentages van de belasting- en invorderingsrente vast. Daarmee wordt invulling gegeven aan de ingevolge de Verzamelspoedwet COVID-19 op te nemen delegatiegrondslag in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 (IW 1990). Vanwege de COVID-19-crisis heeft het kabinet besloten het percentage van de belastingrente en het percentage van de in rekening te brengen invorderingsrente tijdelijk te verlagen naar 0,01%. De Verzamelspoedwet COVID-19 voorziet in de wettelijke bestendiging van deze maatregelen. Daarnaast voorziet de Verzamelspoedwet COVID-19 in een wijziging van de wijze waarop het percentage van de belasting- en invorderingsrente wordt vastgesteld. Dit vindt niet langer plaats in de wet zelf, maar bij algemene maatregel van bestuur. In het onderhavige besluit wordt hieraan invulling gegeven. In de memorie van toelichting bij de Verzamelspoedwet COVID-19 is het uitgangspunt opgenomen dat de verlaging van de belasting- en invorderingsrente gedurende drie maanden zou plaatsvinden. Inmiddels is besloten dat de periode waarin het verlaagde percentage van toepassing is, wordt verlengd. Als beoogde einddatum van de verlaging geldt nu 1 oktober 2020 voor zowel de belastingrente als de invorderingsrente. Realisering verlaging belasting- en invorderingsrente Belastingrente De verlaging van het percentage van de belastingrente wordt gerealiseerd in de Verzamelspoedwet COVID-19. Per 1 juni 2020 wordt ingevolge die wet het percentage van de belastingrente voor de meeste belastingen1Het gaat om de vennootschapsbelasting, de erfbelasting, de loonbelasting, de dividendbelasting, de omzetbelasting, de overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, de accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen. wettelijk vastgesteld op 0,01%. Met ingang van 1 juli 2020 wordt ingevolge de genoemde wijzigingswet ook het percentage van de belastingrente voor de inkomstenbelasting wettelijk vastgesteld op 0,01%. Met de Verzamelspoedwet COVID-19 wordt daarnaast geregeld dat het percentage van de belastingrente kan worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur op het moment dat de verlaging naar 0,01% niet langer aan de orde is. In dit besluit wordt, zoals gesteld, hieraan invulling gegeven. Daarbij is het uitgangspunt dat het percentage van de belastingrente voor alle middelen op één moment weer wordt vastgesteld volgens de systematiek die vóór de inwerkingtreding van de Verzamelspoedwet COVID-19 werd gehanteerd. Dit betekent dat op dat moment voor de vennootschapsbelasting een minimumpercentage van 8% en voor de overige belastingmiddelen een minimumpercentage van 4% komt te gelden. Het uitgangspunt ten tijde van de totstandkoming van dit besluit is om dat moment te bepalen op 1 oktober 2020. Invorderingsrente De verlaging van de in rekening te brengen invorderingsrente is reeds op 23 maart 2020 bij beleidsbesluit2Besluit noodmaatregelen coronacrisis. gerealiseerd. In de Verzamelspoedwet COVID-19 is geregeld dat het percentage van de invorderingsrente voortaan bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld en dat daarbij voor in rekening te brengen en voor te vergoeden invorderingsrente een verschillend percentage kan worden vastgesteld. Tevens is geregeld dat in de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vaststelling van de percentages terugwerkt tot en met 1 juni 2020. In het onderhavige besluit wordt geregeld dat het percentage voor de in rekening te brengen invorderingsrente wordt vastgesteld op 0,01%. Het percentage voor te vergoeden invorderingsrente blijft onveranderd staan op 4%. Tevens wordt geregeld dat als de verlaging van de in rekening te brengen invorderingsrente eindigt, het percentage voor de invorderingsrente weer wordt vastgesteld volgens de systematiek die vóór de inwerkingtreding van de Verzamelspoedwet COVID-19 werd gehanteerd. Dit betekent dat een minimumpercentage van 4% gaat gelden en het onderscheid tussen in rekening te brengen en te vergoeden invorderingsrente vervalt. Het uitgangspunt ten tijde van de totstandkoming van dit besluit is dat dit op 1 oktober 2020 het geval zal zijn. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Het artikel waarin het verlaagde percentage voor de in rekening te brengen invorderingsrente wordt geregeld, kan terugwerken tot en met 1 juni 2020. EU-aspecten Aan de wijzigingen die opgenomen zijn in dit besluit zijn geen EU-aspecten verbonden. Budgettaire effecten Voor de initiële verlaging van de belasting- en invorderingsrente naar 0,01% is via de incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie3Kamerstukken II 2019/20, 35 412, nr. 1. een budgettaire dekking voorzien voor de duur van drie maanden na inwerkingtreding. Dit betekent dat ten aanzien van de verlaging van de belastingrente naar 0,01% voor de vennootschapsbelasting, de erfbelasting, de loonbelasting, de dividendbelasting, de omzetbelasting, de overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, de accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen, is voorzien in dekking tot 1 september 2020. Het uitgangspunt van dit besluit is om deze termijn tot 1 oktober 2020 te verlengen, voor welke verlenging nieuwe dekking nodig is. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting geldt reeds tot 1 oktober 2020, waardoor hiervoor geen nieuwe dekking nodig is. Ten aanzien van de invorderingsrente is via de genoemde incidentele suppletoire begroting reeds voorzien in dekking tot 23 juni 2020 (drie maanden na de inwerkingtreding van het beleidsbesluit). Nu met dit besluit de verlaging van de invorderingsrente wordt verlengd tot 1 oktober 2020 is dus nieuwe dekking nodig voor de periode van 23 juni 2020 tot 1 oktober 2020. De benodigde dekking wordt via een nieuwe incidentele suppletoire begroting 2020 verwerkt in de begroting van het Ministerie van Financiën (IX). Uitvoeringskosten en -aspecten De uitvoeringskosten en -aspecten die samenhangen met de initiële verlaging van de belasting- en invorderingsrente zijn in beeld gebracht in het kader van eerdergenoemde Verzamelspoedwet COVID-19. De als bijlage bij de memorie van toelichting bij de Verzamelspoedwet COVID-19 gevoegde uitvoeringstoetsen zijn onverkort van kracht. De additionele uitvoeringskosten die samenhangen met de verlenging van de verlaging van de belasting- en invorderingsrente zullen binnen artikel 1 van begroting IX worden opgevangen. Gevolgen voor bedrijfsleven en burger Dit besluit leidt niet tot een verzwaring van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven of voor burgers. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 (vaststelling van de percentages van de belastingrente) Artikel 1 stelt het percentage van de belastingrente vast. Het artikel komt in hoofdlijnen overeen met het huidige artikel 30hb AWR en sluit derhalve aan bij de systematiek die vóór de inwerkingtreding van de Verzamelspoedwet COVID-19 geldt ten aanzien van de vaststelling van het percentage van de belastingrente. Artikel 1, onderdeel a, van dit besluit stelt het percentage vast van de belastingrente voor de inkomstenbelasting, de erfbelasting, de loonbelasting, de dividendbelasting, de omzetbelasting, de overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, de accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen. Zoals ook in de huidige wettelijke systematiek het geval is, wordt aangesloten bij de wettelijke rente zoals die is vastgesteld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), maar bedraagt het percentage van de belastingrente ten minste 4%. In artikel 1, onderdeel b, dat ziet op de het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting, wordt aangesloten bij het ingevolge artikel 6:120, tweede lid, BW geldende percentage van de wettelijke rente, maar bedraagt het percentage van de belastingrente ten minste 8%. Op dit moment is het uitgangspunt dat artikel 1 van dit besluit op 1 oktober 2020 in werking treedt. Vanaf dat moment is de tijdelijke verlaging van de belastingrente ten einde. Artikel 2 (vaststelling van de percentages van de invorderingsrente) Artikel 2, eerste lid, van dit besluit regelt dat het percentage voor de in rekening te brengen invorderingsrente 0,01% bedraagt. In het tweede lid van dat artikel wordt geregeld dat het percentage voor de te vergoeden invorderingsrente gelijk is aan het percentage van de ingevolge artikel 6:120, eerste lid, BW bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wettelijke rente, en dat het eerstgenoemde percentage ten minste 4% bedraagt. Artikel 3 (wijziging van de percentages van de invorderingsrente) De verlaging van het percentage voor de in rekening te brengen invorderingsrente is een tijdelijke maatregel die als gezegd is genomen in het kader van de noodmaatregelen die het kabinet heeft getroffen in de aanpak van de COVID-19. Na afloop van deze tijdelijke maatregel vervalt het verlaagde percentage voor de in rekening te brengen invorderingsrente. Dit wordt in artikel 3 geregeld. Daarin is opgenomen dat het eerste lid van artikel 2 en de in het tweede lid van artikel 2 opgenomen verwijzing naar te vergoeden invorderingsrente komt te vervallen. Daardoor zal het percentage voor de invorderingsrente gelijk zijn aan het percentage van de ingevolge artikel 6:120, eerste lid, BW bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde rente, met dien verstande dat het eerstgenoemde percentage ten minste 4% bedraagt. Artikel 4 (inwerkingtreding en terugwerkende kracht) In artikel 4 wordt de inwerkingtreding van dit besluit geregeld. Er is bepaald dat inwerkingtreding plaatsvindt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan kan een verschillend tijdstip van inwerkingtreding worden vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat aan artikel 2 terugwerkende kracht wordt verleend tot en met 1 juni 2020. Als uitgangspunt geldt dat artikel 1 van dit besluit op 1 oktober 2020 in werking treedt. Daarmee is vanaf dat moment de tijdelijke verlaging van de belastingrente ten einde. Artikel 2 van dit besluit dient op 1 juni 2020 in werking te treden. Het is de bedoeling dat artikel 3 van dit besluit op 1 oktober 2020 in werking treedt, waardoor het onderscheid tussen in rekening te brengen en te vergoeden invorderingsrente vervalt en het percentage invorderingsrente, zoals gesteld, wederom wordt vastgesteld op ten minste 4%. Artikel 5 (citeertitel) Dit artikel regelt dat dit besluit kan worden aangehaald als Besluit belasting- en invorderingsrente.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 17 juni 2020, houdende vaststelling van het Besluit belasting- en invorderingsrente
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in