Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van een algemeen pensioenfonds (Wet algemeen pensioenfonds)
This section sets rules for an algemeen pensioenfonds: it needs a licence to operate, must keep separate assets per collective group, and must report to the toezichthouder within three months after starting use of the licence or opening a new segregated asset pool.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 30 Dec 2015
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van een algemeen pensioenfonds (Wet algemeen pensioenfonds)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van een algemeen pensioenfonds (Wet algemeen pensioenfonds)
AI-assisted research summary: This section sets rules for an algemeen pensioenfonds: it needs a licence to operate, must keep separate assets per collective group, and must report to the toezichthouder within three months after starting use of the licence or opening a new segregated asset pool.
Staatsblad Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van een algemeen pensioenfonds (Wet algemeen pensioenfonds) Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A een pensioenfonds dat een of meerdere pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling uitvoert en daarvoor een afgescheiden vermogen aanhoudt per collectiviteitkring; een of meerdere pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarvoor een algemeen pensioenfonds een afgescheiden vermogen aanhoudt;. een pensioenfonds verbonden aan een onderneming of een groep;. de door een algemeen pensioenfonds opgestelde regeling inzake de uitvoering van een beëindigde pensioenregeling of beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 23a of artikel 4a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;. B Ba Uitvoeringsreglement beëindigde pensioenregeling Indien een algemeen pensioenfonds een pensioenregeling die is beëindigd uitvoert en de onderneming van de werkgever heeft opgehouden te bestaan, stelt het algemeen pensioenfonds een uitvoeringsreglement op dat, voor zover van toepassing, voldoet aan de eisen die in artikel 25 ten aanzien van de uitvoeringsovereenkomst zijn gesteld. C de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie voor een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; en de afspraken die met een algemeen pensioenfonds worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j en k en de afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l. D 3. Bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds in geval van een fusie als bedoeld in artikel 123, eerste lid, tweede volzin, of bij een algemeen pensioenfonds worden de voorgaande twee leden toegepast per afgescheiden vermogen. Da Db de waardeoverdracht ertoe strekt de waarde onder te brengen in een andere collectiviteitkring bij hetzelfde algemeen pensioenfonds. Dc E 3. In het paritaire bestuur van een algemeen pensioenfonds is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een pensioenregeling uitvoert voor een of meer bedrijfstakken of delen van een bedrijfstak; is het tweede lid van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een pensioenregeling uitvoert voor een onderneming of groep en is artikel 109 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een beroepspensioenregeling uitvoert als bedoeld in artikel 1 van die wet. F 5. Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing voor zover een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur een pensioenregeling uitvoert voor een onderneming of groep. G 3. Het intern toezicht bij een algemeen pensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht. H het beleid inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten door een algemeen pensioenfonds; en. I J K Vergunning en werkkapitaal algemeen pensioenfonds 1. Het is verboden zonder een daartoe door de toezichthouder verleende vergunning in Nederland het bedrijf van een algemeen pensioenfonds uit te oefenen. 2. De toezichthouder verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager zetel heeft in Nederland en aantoont dat zal worden voldaan aan: het achtste lid en de artikelen 33 en 34; een van de artikelen 100, 101 of 101a; en de artikelen 102a, 103, derde of vierde lid, 104, 105, eerste lid, 106, 106a, 111 en 143. 3. De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. 4. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld met het oog op de belangen die deze wet beoogt te beschermen. 5. De toezichthouder kan de door hem verleende vergunning wijzigen of intrekken. 6. De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. 7. Een algemeen pensioenfonds meldt binnen drie maanden aan de toezichthouder: dat gestart is met het gebruikmaken van de vergunning; en het aanhouden van een nieuw afgescheiden vermogen. Artikel 112, derde lid, is van overeenkomstige toepassing bij deze meldingen. 8. Een algemeen pensioenfonds beschikt over voldoende weerstandsvermogen. 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel die onder meer betrekking hebben op de aanvraag, de procedure, de omstandigheden die kunnen leiden tot het wijzigen of intrekken van de vergunning en het weerstandsvermogen. L 3. Indien een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds bij een collectiviteitkring hoort die bestaat uit meer dan een onderneming of groep, bedrijfstak of beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling dan wel een combinatie hiervan, wordt iedere onderneming of groep, bedrijfstak dan wel beroepspensioenregeling door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. 9. Een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. Het verantwoordingsorgaan stelt in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden. M N 3. Een belanghebbendenorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het belanghebbendenorgaan is ingesteld. Indien belanghebbendenorganen zijn samengevoegd tot één belanghebbendenorgaan heeft dit belanghebbendenorgaan de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke belanghebbendenorganen. Het belanghebbendenorgaan stelt in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden. O wijziging van de collectiviteitkring;. P 5. Bij een algemeen pensioenfonds kan de vrijwillige pensioenregeling die in aanvulling op de basispensioenregeling wordt uitgevoerd deel uitmaken van een ander afgescheiden vermogen dan deze basispensioenregeling. 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in het vijfde lid. 7. De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Q Uitbreiding werkingssfeer verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds Artikel 121 is van overeenkomstige toepassing bij uitbreiding van de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds met een bedrijfstak of deel van een bedrijfstak waarbij deelneming aan het bedrijfstakpensioenfonds voor in die bedrijfstak werkzame personen niet verplicht is gesteld. R Uitvoeren van meerdere pensioenregelingen en rangregeling 1. Indien een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert vormen deze pensioenregelingen financieel een geheel. In afwijking van voorgaande volzin hebben verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen in geval van een onderlinge fusie de mogelijkheid om per collectiviteit van het fuserende bedrijfstakpensioenfonds afgescheiden vermogens aan te houden. Een algemeen pensioenfonds houdt een afgescheiden vermogen aan voor iedere collectiviteitkring. Een collectiviteit bestaat uit een of meer pensioenregelingen. 2. De werkingssfeer van de collectiviteitkring, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd in de statuten door omschrijving van de pensioenregelingen en vermelding van de uitvoeringsovereenkomsten of uitvoeringsreglementen die onderdeel uitmaken van de collectiviteitkring. 3. Het vermogen voor een collectiviteitkring is een afgescheiden vermogen dat, onverminderd artikel 129 en het vijfde lid, uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit: kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling die volgens de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement ten laste kunnen worden gebracht van het vermogen; en pensioenaanspraken en pensioenrechten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden bij dat vermogen. 4. Indien bij een algemeen pensioenfonds het afgescheiden vermogen bij vereffening ontoereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het vermogen ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het derde lid. 5. In geval van een faillietverklaring van een algemeen pensioenfonds worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. S T Ta 2. Een algemeen pensioenfonds beschrijft ieder afgescheiden vermogen afzonderlijk in de jaarrekening en het jaarverslag. U V #1. Op een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 2, van de Wet algemeen pensioenfonds bestaand ondernemingspensioenfonds verbonden aan meerdere ondernemingen of groepen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 2, van de Wet algemeen pensioenfonds blijven tot uiterlijk 5 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 2, van de Wet algemeen pensioenfonds de voor deze ondernemingspensioenfondsen gestelde regels in de artikelen 1, 2, elfde en twaalfde lid, 28, derde lid, 100, derde lid, 111, eerste lid, onderdeel m, 115, tweede lid, 115a, derde lid, onderdeel j, 123 en 125a, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 2, van de Wet algemeen pensioenfonds, van toepassing. #2. Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 3, van de Wet algemeen pensioenfonds bestaand pensioenfonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, onder 3, van de Wet algemeen pensioenfonds niet voldoet aan de definitie van pensioenfonds, bedoeld in artikel 1, omdat het geen stichting is, wordt gelijkgesteld met een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1. #3. Indien een andere pensioenuitvoerder een algemeen pensioenfonds wordt is artikel 84 van overeenkomstige toepassing. A B Regeling voor uitvoering door algemeen pensioenfonds 1. Voor zover een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet voor de uitvoering van een of meerdere beroepspensioenregelingen een afgescheiden vermogen aanhoudt is hetgeen bij of krachtens de artikelen 1 tot en met 34, 36 tot en met 105a, 109a, 115 tot en met 118, 120 tot en met 214 is bepaald van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat daarbij voor beroepspensioenfonds wordt gelezen: algemeen pensioenfonds. 2. Artikel 35 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds ook een regeling wordt opgenomen met betrekking tot: de voorwaarden die gelden bij beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h; de kosten die verband houden met de uitvoering van de beroepspensioenregeling en die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie voor een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; en de afspraken die met een algemeen pensioenfonds worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening. 3. Indien een algemeen pensioenfonds een beroepspensioenregeling die is beëindigd uitvoert waarbij geen beroepspensioenvereniging meer betrokken is, stelt het algemeen pensioenfonds een uitvoeringsreglement op dat, voor zover van toepassing, voldoet aan de eisen die in artikel 35 en het tweede lid ten aanzien van de uitvoeringsovereenkomst zijn gesteld. 4. Artikel 91 is van overeenkomstige toepassing bij een verzoek van de beroepspensioenvereniging tot collectieve waardeoverdracht die ertoe strekt de waarde onder te brengen in een andere collectiviteitkring bij hetzelfde algemeen pensioenfonds. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 91 in de situatie van een beroepspensioenregeling die is beëindigd waarbij geen beroepspensioenvereniging meer betrokken is. 5. Artikel 92 is van overeenkomstige toepassing bij een collectieve waardeoverdracht door een algemeen pensioenfonds aan een andere pensioenuitvoerder of een andere collectiviteitkring bij hetzelfde algemeen pensioenfonds bij beëindiging van een collectiviteitkring. 6. Indien een beroepspensioenfonds een algemeen pensioenfonds wordt is artikel 92 van overeenkomstige toepassing. 7. Artikel 110f is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor verantwoordingsorgaan wordt gelezen: verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. 8. De beroepspensioenregelingen die onder dezelfde verplichtstelling vallen vormen financieel een geheel en zijn, voor de toepassing van artikel 123 van de Pensioenwet, een collectiviteitkring waarvoor een algemeen pensioenfonds een afgescheiden vermogen aanhoudt. De vrijwillige pensioenregeling maakt deel uit van het zelfde afgescheiden vermogen als de basispensioenregeling. 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c en de afspraken, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d. Ba een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet; of. Onderdeel PW.D1:aanvraag vergunning PW.D1.01 Eenmalige toezichthandeling: De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 112a van de Pensioenwet € 26.000 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum. Deze wet wordt aangehaald als: Wet algemeen pensioenfonds. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 117
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van een algemeen pensioenfonds (Wet algemeen pensioenfonds)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in