Wet van 29 oktober 2025 tot wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Wet auteurscontractenrecht in verband met de verdere versterking van de positie van de maker en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet versterking auteurscontractenrecht)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This provision requires some copyright and film-rights agreements and transfers to be in writing, sets limits on transferred powers, and creates a proportional equitable remuneration for certain film exploitation uses, with collection and reporting rules.
Staatsblad Wet van 29 oktober 2025 tot wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Wet auteurscontractenrecht in verband met de verdere versterking van de positie van de maker en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet versterking auteurscontractenrecht) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A 3. De overeenkomst op grond waarvan het auteursrecht geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen of waarin een exclusieve licentie wordt verleend, wordt schriftelijk aangegaan. De overdracht of de verlening van een exclusieve licentie door de maker of door een natuurlijke persoon die het auteursrecht als erfgenaam of legataris van de maker heeft verkregen, omvat alleen die bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan vermeld of die uit de aard en de strekking ervan noodzakelijkerwijs voortvloeien. De levering vereist voor overdracht geschiedt ingevolge artikel 95 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bij een daartoe bestemde akte. B de beschikbaarstelling voor het publiek van het werk, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen gekozen individuele plaats en tijd toegang hebben tot het werk. C D Da E F 7. De wederpartij of de derde is gehouden binnen een hem gestelde redelijke termijn tot teruglevering van het auteursrecht over te gaan, bij gebreke waarvan de rechter, op vordering van de maker, een in de gegeven omstandigheden redelijk bedrag kan vaststellen dat de wederpartij dan wel de derde aan de maker dient te vergoeden, naast de mogelijk aan de maker verschuldigde schadevergoeding. G 4. Bij algemene maatregel van bestuur kan een exploitant die met publieke middelen wordt gefinancierd, verplicht worden zich aan te sluiten bij de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen geschillencommissie en kunnen nadere regels worden gegeven en voorwaarden worden gesteld ter uitvoering van die verplichting. H I 2. Hoofdstuk 1a is, met uitzondering van artikel 25fa, van overeenkomstige toepassing. Voor de overdracht van het recht bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 7°, overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde geldt, in afwijking van de tweede zin van artikel 25c, eerste lid, dat de vergoeding die tot stand komt na onderhandelingen tussen een vereniging van makers en een producent of een vereniging van producenten, wordt vermoed billijk te zijn, indien de vergoeding passend is en in verhouding staat tot het gebruik dat van het recht wordt gemaakt door de producent of een derde aan wie de producent het recht heeft overgedragen of gelicentieerd. J 1. Onverminderd artikel 26a is eenieder die het filmwerk openbaar maakt als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 6°, aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Bij een openbaarmaking als bedoeld in artikel 12c is enkel degene die het filmwerk uitzendt aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Eenieder die het filmwerk op andere wijze dan vorenbedoeld mededeelt aan het publiek, met uitzondering van een beschikbaarstelling voor het publiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 7° behoudens het in artikel 45db bepaalde, is aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Van het recht op een proportionele billijke vergoeding kan geen afstand worden gedaan. 2. Het recht op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend door een collectieve beheersorganisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten. Artikel 26a, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. Degene die de in het eerste lid bedoelde vergoeding verschuldigd is, is gehouden aan de collectieve beheersorganisaties, bedoeld in het tweede lid, de bescheiden of andere informatiedragers ter inzage te geven, waarvan de kennisneming noodzakelijk is voor de vaststelling van de verschuldigdheid, de hoogte en de verdeling van de vergoeding. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitoefening van het recht bedoeld in het eerste lid. 5. Het recht op een proportionele billijke vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een filmwerk waarvan de exploitatie als zodanig niet het doel is. Bij algemene maatregel van bestuur kan artikel 45da van toepassing worden verklaard op de beschikbaarstelling voor het publiek van het filmwerk. Artikel 45d, tweede lid, tweede zin is alsdan niet van toepassing. A Aa B 2. De overeenkomst op grond waarvan de rechten als bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a, 7b en 8 geheel of gedeeltelijk worden overdragen of waarin een exclusieve licentie wordt verleend, wordt schriftelijk aangegaan. 3. De overdracht of de verlening van een exclusieve licentie door de uitvoerend kunstenaar of door een natuurlijke persoon die de rechten als bedoeld in artikel 2 als erfgenaam of legataris van de uitvoerend kunstenaar heeft verkregen, omvat alleen die bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan vermeld of die uit de aard en de strekking ervan noodzakelijkerwijs voortvloeien. De levering vereist voor overdracht geschiedt ingevolge artikel 95 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bij een daartoe bestemde akte. 1. Artikel 25c, tweede lid, van de Auteurswet is niet van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten en filmwerken die zijn voltooid vóór 1 juli 2015. 2. Deze wet laat vóór de inwerkingtreding van deze wet verrichte exploitatiehandelingen alsmede vóór dat tijdstip verworven rechten onverlet. Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het recht van filmmakers en uitvoerend kunstenaars op een billijke vergoeding voor de beschikbaarstelling van filmwerken voor het publiek op grond van artikel 45d van de Auteurswet en artikel 4 van de Wet op de naburige rechten. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Deze wet wordt aangehaald als de Wet versterking auteurscontractenrecht. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 536