Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente
This provision sets the statutory interest rate at 4% per year and says the decision takes effect on 1 January 2023.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 19 Dec 2022
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente
This provision sets the statutory interest rate at 4% per year and says the decision takes effect on 1 January 2023.
Staatsblad Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente Hebben goedgevonden en verstaan: De wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, wordt vastgesteld op vier procent per jaar. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. NOTA VAN TOELICHTING Met dit besluit wordt per 1 januari 2023 de wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek aangepast van 2% naar 4%. De laatste wijziging van de wettelijke rente vond plaats per 1 januari 2015 (bij algemene maatregel van bestuur van 4 december 2014, Stb. 491, tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1971, Stb. 27). Omdat de daartoe gehanteerde vaststellingssystematiek als referentierente de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank hanteert (zoals hieronder verder wordt toegelicht) en de stand van deze rente zich sedert begin 2015 op of rond het 0-% bevond, is het percentage van de wettelijke rente sindsdien niet meer gewijzigd. In de nota van toelichting bij het besluit van 18 december 1989, Stb. 570, is uiteengezet hoe ter bepaling van de hoogte van de wettelijke rente is gekozen voor een systematiek die vanwege eenvoud en helderheid, aansluiting bij de gemiddelde bankrente en vermijding van te grote fluctuaties, is gebaseerd op een vaste referentierente en vaste (half)jaarlijkse peilmomenten. Na de invoering van de euro is voor de wettelijke rente de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank als referentierente gekozen. De herfinancieringsrente is het tarief voor de basisherfinancieringstransacties waarmee banken door de Europese Centrale Bank wekelijks van liquiditeiten worden voorzien. Basisherfinancieringstransacties vormen de belangrijkste openmarkt-transacties van het Europese stelsel van Centrale Banken. Zij vervullen een belangrijke rol bij het sturen van (onder andere) de geldmarktrente.1Zie Nota van Toelichting Besluit 3 juli 2003, Stb. 280 Maandelijks beslist de Raad van Bestuur van de ECB over de officiële rentetarieven in het eurogebied, waaronder de rente voor basisherfinancieringstransacties. Ook de wettelijke rente zoals die wordt gehanteerd voor handelstransacties in de zin van het op 1 december 2002 in werking getreden artikel 119a van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de Richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, Stb. 545) en voor handelstransacties met de overheid in de zin van art. 119b boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 13 december 2012 tot wijziging van boek 6 BW en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, Stb. 2012, 647) sluit aan bij de herfinancieringsrente van de ECB. Deze wettelijke handelsrente wordt overigens niet bij besluit vastgesteld of gewijzigd maar ligt uit hoofde van art. 6:120 lid 2 BW vast op de stand van de herfinancieringsrente per de eerste kalenderdag van het desbetreffende halfjaar, vermeerderd met acht procentpunten. De wettelijke rente wordt berekend door de referentierente te verhogen met een opslag van 2,25%-punt. Die ophoging is noodzakelijk om te voorkomen dat de wettelijke rente lager zou kunnen uitvallen dan de rente die banken gemiddeld in rekening brengen voor voorschotten die, anders dan tegen effecten, in rekening-courant zijn opgenomen, eventueel vermeerderd met een extra rente-opslag. De looptijd van de wettelijke rente is tenminste een halfjaar en in de praktijk meestal een jaar. Gelet op deze looptijd en op de fluctuaties die gedurende die termijn in de rentetarieven kunnen voorkomen, is een ophoging van 2,25%-punt gepast.2Id. De peildata voor eventuele wijzigingen in de wettelijke rente zijn ultimo april en ultimo oktober. Dit betekent dat voor een berekening van de wettelijke rente per 1 januari als basis moet worden genomen de herfinancieringsrente die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie die heeft plaatsgevonden vóór ultimo oktober. Om al te grote veranderingen te vermijden wordt een verlaging of verhoging beperkt tot 2 procentpunten ten opzichte van de geldende wettelijke rente. Er vindt een afronding plaats van halve procenten of meer naar boven en overigens naar beneden. Per 1 juli (peildatum ultimo april) van enig jaar is in beginsel eveneens wijziging van het percentage van de wettelijke rente mogelijk, doch alleen indien de dan geldende wettelijke rente meer dan 1%-punt verschilt van de rente die op dat moment zou gelden op basis van de hiervoor aangegeven berekeningswijze.3Zie Nota van Toelichting Besluit 3 juli 2003, Stb. 280. Na een sinds 2015 eerste substantiële verhoging in juli 2022 tot 0,75%, bedraagt de vaste rente van de ECB voor basisherfinancieringsoperaties op het peilmoment van 31 oktober 2022 1,25%.4De door de ECB op 27 oktober 2022 vastgestelde, volgende verhoging van de herfinancieringsrente met 0,75% is eerst op 2 november 2022 van kracht geworden. Op grond van de hiervoor aangeduide vaststellingssystematiek wordt de wettelijke rente per 1 januari 2023 daarom bepaald op 4%. Om redenen van duidelijkheid geschiedt dit door het geheel opnieuw vaststellen van een besluit op grond van artikel 120 lid 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij het oorspronkelijke in 1971 vastgestelde besluit vervalt. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign inLexChat organizes source-backed legal information for research. Verify amendments, commencement, and current legal force with the official publisher before relying on it.