Besluit van 13 januari 2006 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten 2006)
This decision raises several court fees and related tariffs by indexation and sets a start date of 1 February 2006.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 5 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 13 januari 2006 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten 2006)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 13 januari 2006 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten 2006)
AI-assisted research summary: This decision raises several court fees and related tariffs by indexation and sets a start date of 1 February 2006.
Staatsblad Besluit van 13 januari 2006 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten 2006) Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 6 december 2005, nr. 5391037/05/6; Gelet op artikel 8:41, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 27b, tweede lid, 27l, vijfde lid en 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 7.67, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 46, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken; De Raad van State gehoord (advies van 21 december 2005, no. W03.05.0559/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 9 januari 2006, nr. 5397003/06/6; In de in de kolommen C tot en met E van onderstaande tabel aangeduide bepalingen van de in kolom B genoemde wetten wordt de in kolom F opgenomen tekst telkens vervangen door de in kolom G opgenomen tekst. A B C D E F G nr. Wet artikel lid onderdeel huidige tekst Nieuwe tekst Ministerie van Justitie 1. Algemene wet bestuursrecht 8:41 3 a € 37 € 38 2. Algemene wet bestuursrecht 8:41 3 b € 138 € 141 3. Algemene wet bestuursrecht 8:41 3 c € 276 € 281 4. Beroepswet 22 2 a € 103 € 105 5. Beroepswet 22 2 b € 207 € 211 6. Beroepswet 22 2 c € 414 € 422 7. Beroepswet 22 3 € 414 € 422 8. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 2 a € 207 € 211 9. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 2 b € 414 € 422 10. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 3 € 414 € 422 11. Wet op de rechtsbijstand 46 2 € 37 € 38 12. Wet op de rechtsbijstand 46 3 € 103 € 105 13. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder a € 33 € 34 14. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder b € 58 € 59 15. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder d € 146 € 149 16. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder e € 192 € 196 17. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder f € 103 € 105 18. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder f € 276 € 281 19. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder a € 192 € 196 20. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder b € 103 € 105 21. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder c € 291 € 296 22. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 294 € 299 23. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 4 584 € 4 667 24. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 294 € 299 25. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 1 100 € 1 120 26. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 222 € 226 27. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 4 587 € 4 670 28. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 1 099 € 1 119 29. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 222 € 226 30. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 4 587 € 4 670 31. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 1 099 € 1 119 32. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 222 € 226 33. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 4 587 € 4 670 34. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 1 099 € 1 119 35. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder g € 244 € 248 36. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 a € 244 € 248 37. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 b € 103 € 105 38. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 c € 389 € 396 39. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 392 € 399 40. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 5 731 € 5 834 41. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 392 € 399 42. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 1 100 € 1 120 43. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 e € 244 € 248 44. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 f € 291 € 296 45. Wet tarieven in burgerlijke zaken 4 € 244 € 248 46. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 1 € 480 € 489 47. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 3 € 244 € 248 48. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 4 € 244 € 248 49. Wet tarieven in burgerlijke zaken 10 1 € 95 € 97 50. Wet tarieven in burgerlijke zaken 10 1 € 192 € 196 51. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 4 € 15,50 € 16 52. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 6 € 143 € 146 53. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 7 € 15 € 16 54. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 8 € 15 € 16 55. Wet tarieven in burgerlijke zaken 14 1 € 95 € 97 56. Wet tarieven in burgerlijke zaken 14 3 € 95 € 97 57. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 436 € 444 58. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 110 € 112 59. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 221 € 225 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 60. Wet op de Raad van State 40 2 a € 207 € 211 61. Wet op de Raad van State 40 2 b € 414 € 422 62. Wet op de Raad van State 40 3 € 414 € 422 Ministerie van Financiën 63. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27b 1 a € 37 € 38 64. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27b 1 b € 138 € 141 65. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27b 1 c € 276 € 281 66. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 a € 103 € 105 67. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 b € 207 € 211 68. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 c € 414 € 422 69. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 3 € 414 € 422 70. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 a € 103 € 105 71. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 b € 207 € 211 72. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 c € 414 € 422 73. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 3 € 414 € 422 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 74. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek 7:67 € 37 € 38 Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals dat voor die datum gold, van toepassing. Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een besluit beroep openstaat op een administratieve rechter, blijft het oude recht op het beroep van toepassing. Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een uitspraak van een administratieve rechter hoger beroep openstaat, blijft het oude recht op het hoger beroep van toepassing. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2006. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt. NOTA VAN TOELICHTING Dit besluit strekt ertoe de griffierechten in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op de Raad van State en de Wet op de rechtsbijstand alsmede tarieven in de Wet tarieven in burgerlijke zaken te verhogen met het percentage waarmee de consumentenprijsindex (CPI) vanaf 31 augustus 2004 tot en met 31 augustus 2005 is gestegen. Ingevolge de artikelen zoals genoemd in de aanhef van dit besluit kunnen de griffierechten zoals vermeld in voornoemde wetten bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, voor zover de consumentenprijsindex van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken kunnen de bedragen genoemd in de eerste titel van die wet bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, indien de consumentenprijsindex van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. De griffierechten zoals vermeld in de hiervoor genoemde wetten zijn naar aanleiding van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor de laatste maal geïndexeerd bij Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten) (Stb. 2005, 16). Deze indexering had betrekking op de periode 31 augustus 2003 tot en met 31 augustus 2004. De huidige indexering ziet op het tijdvak 31 augustus 2004 tot en met 31 augustus 2005. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedragen de consumentenprijsindexcijfers totalen (alle huishoudens afgeleid), 2000 = 100, voor augustus 2004: 111,2 en voor augustus 2005: 113,2. Gedurende de periode van 31 augustus 2004 tot en met 31 augustus 2005 is de consumentenprijsindex derhalve met 1,8% gestegen (113,2 : 111,2 * 100 = 101,799 – 100 = 1,799, afgerond 1,8%). Met deze stijging van de consumentenprijsindex wordt in dit besluit rekening gehouden door elk bedrag aan griffierecht en elk bedrag aan vast recht met 1,8% te verhogen. De bedragen die op deze wijze worden verkregen worden afgerond op hele euro’s. Een aantal griffierechten is bij de laatste tweemaal dat indexering plaatsvond niet meegenomen. Reden hiervoor was dat in verband met de afronding het griffierecht ook na indexering hetzelfde zou bedragen. Bij de thans uitgevoerde indexering zijn deze bedragen echter gewijzigd en derhalve opgenomen in de tabel. Uitgangspunt bij deze bedragen is het indexcijfer van augustus 2003, het moment waarop deze bedragen voor het laatst zijn geïndexeerd. Het indexcijfer was destijds 110. In augustus 2005 is het indexcijfer 113,2. Het indexcijfer is in de periode van 31 augustus 2003 tot en met 31 augustus 2005 met 2,9% gestegen (113,2 : 110 * 100 = 102,909 – 100 = 2,90%). De griffierechten in onderstaande bepalingen zijn derhalve met 2,9% verhoogd: – artikel 8:41, derde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht; – artikel 46, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand; – artikel 2, tweede lid, onderdeel 1°, onder a, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken; – artikel 27b, eerste lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; en – artikel 7:67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 2, tweede lid, onderdeel 1°, onder c, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) is niet meegenomen bij de indexering. Indexering is achterwege gebleven in verband met de betaling van de minimale geldsom waartoe de eis of het verzoekschrift, zoals vermeld in voornoemd artikel, strekt. Indien het tarief thans geïndexeerd wordt is het gevolg dat een eiser of een gedaagde verplicht is een tarief te betalen dat hoger is dan de minimale geldsom die geëist of verzocht kan worden. Aangezien dit onwenselijk is blijft indexering derhalve achterwege. Het jaarbedrag in artikel 13, vierde lid, van de WTBZ is bij Wet van 8 september 2005 (Stb. 2005, 455) vervangen door een maandbedrag. Het maandbedrag van € 15,50 wordt bij de thans uitgevoerde indexering vervangen door € 16 ingevolge de stijging van 1,8% en daarmee tegelijkertijd aangepast aan de overige, afgeronde bedragen zoals vermeld in de tabel. De tarieven zoals deze zijn opgenomen in artikel 13, zevende en achtste lid van de WTBZ zijn voor het laatst geïndexeerd in augustus 2002. In de periode van augustus 2002 tot en met augustus 2004 zijn deze bedragen bij de indexering niet meegenomen aangezien het vast recht ook na indexering € 15 zou bedragen in verband met de afronding. Bij de thans uitgevoerde indexering zijn de bedragen echter wel gewijzigd. Uitgangspunt is het indexcijfer van augustus 2002, het moment waarop deze bedragen voor het laatst zijn geïndexeerd. Het indexcijfer was destijds 107,7. In augustus 2005 is het indexcijfer 113,2. Uit de berekening (113,2 : 107,7 * 100 = 105,10678 – 100 = 5,1%; 5,1% * 15 = 0,765 + 15 = 15,765, afgerond 16) blijkt dat de tarieven door indexering inderdaad wijzigen. In artikel II is het overgangsrecht opgenomen. Uitgangspunt is daarbij dat indien op de dag waarop dit besluit in werking is getreden een griffierecht verschuldigd is, het tarief van toepassing is zoals dat geldt ingevolge het Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten) (Stb. 2005, 16). Dat betekent ook dat ingeval van een kostenveroordeling alleen het griffierecht dat daadwerkelijk is betaald, in rekening zal worden gebracht. Wordt vervolgens hoger beroep ingesteld, dan wordt daarvoor het nieuwe recht gehanteerd. Bij de bestuursrechtelijke zaken is een regeling opgenomen voor de besluiten die (uiterlijk) op de dag voor de dag waarop dit besluit in werking is getreden bekend zijn gemaakt, ten aanzien waarvan op die dag de beroepstermijn van zes weken nog openstaat en waartegen nog geen beroepschrift is ingediend. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de beroepstermijn zes weken, te rekenen vanaf de dag waarop het besluit bekendgemaakt wordt. Eenvoudigheidshalve wordt bepaald dat ten aanzien van besluiten die (uiterlijk) op de dag voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit bekendgemaakt zijn en waartegen bij een administratieve rechter (zie artikel 1:4 Awb) nog tijdig in beroep kan worden gekomen, het oude recht van toepassing blijft. In het derde lid is een vergelijkbare bepaling opgenomen ten aanzien van het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van een administratieve rechter.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 13 januari 2006 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten 2006)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in