Wet van 13 april 1995, houdende een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren)
This section sets rules for executing listed river-defence works, including planning by the manager, approvals by provincial authorities, limited disapplication of permits and some environmental rules, appeal rights, and compensation for affected persons.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 13 april 1995, houdende een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 13 april 1995, houdende een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren)
AI-assisted research summary: This section sets rules for executing listed river-defence works, including planning by the manager, approvals by provincial authorities, limited disapplication of permits and some environmental rules, appeal rights, and compensation for affected persons.
Aanhef Lichaam Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Ondertekening Bijlage 1 bij de Deltawet Grote Rivieren, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a Lijst van de te verbeteren urgente dijkvakken in het Rijnstroomgebied Bijlage 2 bij de Deltawet grote rivieren, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b (met twee aanhangsels) Wet van 13 april 1995, houdende een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een bijzondere voorziening nodig is ten behoeve van een onverwijlde uitvoering van werken tot versterking van een aantal dijkvakken met het oog op het zo spoedig mogelijk bereikt moeten zijn van veiligheid tegen overstromingsgevaar bij hoogwater op de Rijn of een van zijn zijtakken of de Maas, alsmede ten behoeve van een onverwijlde uitvoering van werken tot aanleg of verhoging van kaden langs de onbedijkte gedeelten van de Maas alsmede langs een gedeelte van de Rijksweg A2 met het oog op het zo spoedig mogelijk moeten voorkomen of beperken van wateroverlast; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 1. Deze wet is van toepassing op de uitvoering van werken voor: a. de versterking van de dijkvakken, opgenomen in de bij deze wet behorende lijst (bijlage 1); b. de aanleg of de versterking van de kaden, aangegeven op de bij deze wet behorende lijst met bijbehorende kaarten (bijlage 2); c. de aanleg van opslagplaatsen – in de nabijheid van de onder a en b bedoelde werken – van verontreinigde bodemmaterialen, afkomstig van de onder a en b bedoelde werken dan wel van in samenhang daarmee uitgevoerde rivierwerken; d. de aanleg van kaden langs het gedeelte van de Rijksweg A2, aangegeven op de bij deze wet behorende kaart (bijlage 3). 2. De in het eerste lid bedoelde bijlagen kunnen worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur. Een krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan twee weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal. 3. Na 1 januari 1997 is deze wet slechts van toepassing op de uitvoering van werken die zijn opgenomen op de lijst zoals deze bij wet is vastgesteld en ten aanzien waarvan vóór die datum een besluit als bedoeld in artikel 4, derde lid, is genomen. Artikel 2 1. Ten aanzien van de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde werken zijn de wettelijke voorschriften krachtens welke daarvoor een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit is vereist, niet van toepassing. 2. Indien wettelijke voorschriften een zodanige belemmering voor de uitvoering van het in het plan van uitvoering beschreven werk vormen, dat het volstrekt noodzakelijk wordt geacht die voorschriften buiten toepassing te laten, kunnen gedeputeerde staten bij de vaststelling van het plan als bedoeld in artikel 4, bepalen dat die bij hun besluit aan te wijzen voorschriften buiten toepassing blijven. Deze bevoegdheid geldt niet indien het buiten toepassing laten van een wettelijk voorschrift in strijd zou komen met de Grondwet of enige internationaalrechtelijke verplichting. Artikel 3 1. Voor zover richtlijn nr. 85/337/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175) van toepassing is met betrekking tot werken als bedoeld in artikel 1, wordt voor de uitvoering van die werken – met toepassing van artikel 2, derde lid, van die richtlijn – geheel vrijstelling verleend van de bepalingen van die richtlijn. 2. Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is op die werken niet van toepassing. Artikel 4 1. Degene die als beheerder dient over te gaan tot de uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1, stelt een concept-plan van uitvoering met toelichting vast. 2. Uit het concept-plan en de toelichting blijkt welke gevolgen aan de uitvoering zijn verbonden en op welke wijze met de daarbij betrokken belangen, waaronder die van landschap, natuur, cultuurhistorie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu conform de aanbevelingen van de Commissie Toetsing Uitgangspunten Rivierdijkversterkingen (Boertien I), is rekening gehouden. 3. Gedeputeerde staten stellen op basis van het concept-plan het plan met toelichting vast. Zij nemen hun besluit zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken nadat het concept-plan met toelichting door de beheerder aan hen is toegezonden. In bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten de in de tweede volzin genoemde termijn met ten hoogste twee weken verlengen. Indien gedeputeerde staten niet binnen de in de derde volzin bepaalde termijn beslissen, wordt het concept-plan met toelichting zoals het door de beheerder aan hen is toegezonden geacht te zijn vastgesteld door gedeputeerde staten. 4. Op de voorbereiding van het besluit van gedeputeerde staten is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. In afwijking van artikel 3:11, eerste lid, van die wet bedraagt de daarin genoemde termijn twee weken. In de in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving wordt vermeld op welk tijdstip het concept-plan met toelichting door de beheerder aan gedeputeerde staten is toegezonden. 5. De in artikel 1 bedoelde werken worden door de beheerder uitgevoerd overeenkomstig het door gedeputeerde staten vastgestelde plan. In geval van uitvoering in strijd met het plan kunnen gedeputeerde staten de beheerder gelasten die uitvoering te staken en ongedaan te maken hetgeen in strijd met het plan is verricht. Artikel 5 1. Indien onverwijlde inbezitneming van onroerende zaken ten behoeve van de uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1 volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze, voor zover die onroerende zaken in het plan zijn aangewezen, op last van de beheerder geschieden. De artikelen 73, vijfde en zesde lid, 74, 75 en 76 van de Onteigeningswet zijn van toepassing. 2. Indien onroerende zaken als bedoeld in het eerste lid zijn aangewezen in het concept-plan, geschiedt daarvan kennisgeving aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaren van die onroerende zaken of als rechthebbenden op een beperkt recht waaraan die onroerende zaken onderworpen zijn. De kennisgeving wordt gedaan gelijktijdig met de in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving en bevat de in het derde lid van dat artikel alsmede de in artikel 4, vierde lid, derde volzin, bedoelde gegevens. 3. Tegen een besluit van de beheerder tot het geven van een last als bedoeld in het eerste lid, kan geen beroep worden ingesteld. Artikel 6 1. Tegen een besluit als bedoeld in artikel 4, derde lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2. Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 3. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het instellen van beroep twee weken. 4. Het beroep wordt behandeld met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht. 5. De Afdeling bestuursrechtspraak beslist binnen zes weken na afloop van de termijn, bedoeld in het derde lid. In bijzondere omstandigheden kan de Afdeling deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Artikel 7 Voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1 schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kent het bestuursorgaan dat tot de uitvoering van het werk overgaat, aan die belanghebbende een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Artikel 8 1. Besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn genomen en op dat tijdstip nog niet onherroepelijk zijn geworden, vervallen van rechtswege. Besluiten die mede betrekking hebben op andere onderwerpen dan de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde werken, vervallen slechts voor zover het die uitvoering betreft. 2. Een besluit als bedoeld in artikel 4, derde lid, geldt als aanvulling op besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn genomen en op dat tijdstip onherroepelijk zijn. Artikel 9 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 10 Deze wet wordt aangehaald als: Deltawet grote rivieren. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. histnoot Gegeven te 's-Gravenhage, 13 april 1995 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink Uitgegeven de twintigste april 1995 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager Bijlage 1 bij de Deltawet Grote Rivieren, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a Lijst van de te verbeteren urgente dijkvakken in het Rijnstroomgebied dijkvakken hektometrering lengte (km) Waterschap IJsseldelta Kampen fase 1 (Molen-Bovenhaven) 993,7 – 994,6 1,1 Kampen fase 3 (Buitenhaven-Haatlandhaven) 996,4 – 998,4 2,1 Haatlandhaven-Roggebotsluis 998,4 – 1002,0 9,7 Ramspol (Ganzesluis-Kattediep-Ramspol) 996,3 – 1002,3 6,0 Ramspol (Keersluis) 0,4 19,3 Polderdistrict Betuwe Haalderen-Lent 86,0 – 153,0 6,7 Kom Ochten 107,6 – 120,3 1,3 Ochten-IJzendoorn 120,3 – 130,3 1,0 9,0 Polderdistrict Groot Maas en Waal Afferden-Dreumel 195,0 – 383,3 18,8 Erlecomse Dam 0,1 Gameren-Nieuwaal 118,7 – 156,3 3,7 Heerewaarden 5,0 Hurwenen 23,8 – 50,3 2,6 Nieuwaal-Zuilichem 156,3 – 189,7 3,4 Ooyse Bandijk 55,0 – 104,0 4,9 Zaltbommel-Oost 86,4 – 96,4 1,0 Zaltbommel-West 103,7 – 118,7 1,5 41,0 Polderdistrict Rijn en IJssel RW A12-Lathum 220,5 – 258,8 3,8 3,8 Waterschap Gelderse Vallei en Eem Grebbedijk (zwembad) 1,0 – 5,0 0,4 Grebbedijk (Blauwe Kamert) 38,0 – 49,0 1,1 Polderdistrict Tieler- en Culemborgerwaarden 1,5 Crobdijk-Haaften 256,0 – 267,3 1,1 Herwijnen Kerk-Den Hoek 318,6 – 328,2 1,0 Herwijnen 't Rot 337,6 – 356,5 1,9 Ophemert-Opijnen 42,5 – 170,4 12,8 Opijnen-Waardenburg 170,4 – 201,6 3,1 Stadswallen Tiel 0,6 Tiel Bellevue-Zennewijden 0,0 – 42,5 4,3 Vuren 356,5 – 404,2 4,8 Gorkum (+Dalem) 404,2 – 436,0 3,2 (1,2 km heeft betrekking op de overlaten in beheer bij het Rijk) 32,8 Waterschap Oost-Veluwe Kloosterbosch-Kerkhofsdijk ongen. deel – 696,0 4,0 4,0 Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden Gorinchem–West-Hardinxveld-Giessendam-Oost-Wolpherense dijk 338,070 – 18,090 7,1 Lexmond–Vianen V29,000 – V64,000 6,8 13,9 Waterschap de Maaskant Maren-Kessel683 – 684 + 697–701 0,5 St.Jansbeek 0,1 0,6 Hoogheemraadschap West Brabant Dongedijken 2,57 – 3,8 1,4 1,45 + – 1,64 1,4 Hhs Alm en Biesbosch Merwededijk fase IV 1036 – 1059 1,8 Merwededijk fase V 135,0 – 150,0 1,5 Noordwaard I/II 120,0 – 215,0 9,0 Noordwaard III 215,0 – 265,0 5,0 Sasdijk 1087,0 – 1110,0 0,9 Wallen Woudrichem 150,0 – 158,0 1,3 en 0,0 – 5,0 19,5 Totaal 146,8 Bijlage 2 bij de Deltawet grote rivieren, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b (met twee aanhangsels) Knelpunt Lengte kade (km) 1. Eijsden 1,2 2. Maastricht-Heugem, St.Pieter en -Wyck 4,0 3. Borgharen-Itteren 10,9 4. Aan de Maas 3,4 5. Meers-Maasband 7,2 6. Nattenhoven 0,5 7. Grevenbicht-Roosteren 15,9 8. Aasterberg 2,4 9. Ohé-Stevensweert 9,5 10. Brandt 2,8 11. Brachterbeek 1,5 12. Herten/Ool 7,1 13. Wessem 0,7 14. Horn 1,1 15. Roermond-Voorstad 4,5 16. Roermond-Haven 1,0 17. Roermond-Roer 1,0 18. Asselt 0,0 19. Buggenum 0,5 20. Beesel 1,8 21. Hanssum 2,0 22. Kessel 0,2 23. Belfeld 0,5 24. Maasbree-Kassen 3,3 25. Tegelen 3,0 26. Venlo 0,9 27. Venlo 1,9 28. Velden-Kassen 2,2 29. Venlo-Ind.I 1,8 30. Venlo-Ind.II 1,3 31. Grubbenvorst 0,7 32. Hasselt 2,6 33. Lottum 0,2 34. Lomm 0,0 35. Arcen 4,5 36. Broekhuizen 1,3 37. Ooijen 1,7 38. Bergen-Hotel 0,0 39. Blitterwijck 1,2 40. Meerlo-Fabriek 0,5 41. Well 2,1 42. Elsteren-Kassen 2,5 43. Wanssum-Haven 5,3 44. Leuken 0,6 45. Kamp 0,7 46. Geijsteren 0,5 47. Aijen 3,2 48. Bergen 2,2 49. Nieuw-Bergen 2,1 50. Heukelom 0,9 51. Heijen-Haven 1,4 52. Gennep-Niers 2,6 53. Milsbeek 1,0 54. Middelaar 4,4 55. Plasmolen 3,5 56. Mook 2,1 57. Groeningen 1,5 totaal 143,4 km X Histnoot Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1994/95, 24 109. Handelingen II zie vergaderingen d.d. 29 en 30 maart 1995. Kamerstukken I 1994/95, 24 109 (240, 240a, 240b). Handelingen I zie vergadering d.d. 11 april 1995.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 13 april 1995, houdende een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in