Wet van 31 januari 2002, houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002
This law sets the 2002 budget for the Ministry of Education, Culture and Science and states that the amounts are in thousands of euros.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 8 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 31 januari 2002, houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 31 januari 2002, houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002
AI-assisted research summary: This law sets the 2002 budget for the Ministry of Education, Culture and Science and states that the amounts are in thousands of euros.
Aanhef Lichaam Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Ondertekening Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 31 januari 2002, Stb. 76 Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 31 januari 2002, Stb. 76 Wet van 31 januari 2002, houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 105 van de Grondwet de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk bij de wet moet worden vastgesteld en dat in artikel 1 van de Comptabiliteitswet wordt bepaald welke begrotingen tot die van het Rijk behoren; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 De begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat. Artikel 2 De begroting van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en ontvangsten van de baten-lastendiensten Centrale Financiën Instellingen en de Rijksarchiefdienst voor het jaar 2002 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat inzake die diensten. Artikel 3 De vaststelling van de in artikelen 1 en 2 genoemde begrotingen geschiedt in duizenden euro's. Artikel 4 De volgende artikelen dan wel leden van artikelen van de Comptabiliteitswet zijn op de begroting voor het jaar 2002 niet van toepassing: a. Artikel 5, eerste, derde, zesde en negende lid; b. Artikel 7. Artikel 5 Ter vervanging van de artikelen dan wel van de leden van artikelen, genoemd in artikel 4, gelden voor de begroting voor het jaar 2002 de volgende bepalingen. 1. Begrotingsartikelen worden onderscheiden in beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen. 2. De begroting bevat per begrotingsartikel in elk geval de volgende gegevens: a. het artikelnummer; b. de artikelomschrijving; c. bruto het maximumbedrag dat voor het aangaan van verplichtingen in het begrotingsjaar beschikbaar is; d. bruto het maximumbedrag dat voor het verrichten van uitgaven in het begrotingsjaar beschikbaar is; e. bruto het bedrag dat aan ontvangsten in het begrotingsjaar geraamd wordt. 3. De toelichting bij de begroting biedt per beleidsartikel in elk geval inzicht in de met het beleid samenhangende: a. algemene en, indien van toepassing, nader geoperationaliseerde doelstellingen die worden nagestreefd; b. instrumenten die ter bereiking van die doelstellingen worden ingezet; c. meerjarig beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen; d. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven; e. meerjarig bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd. 4. Het meerjarige inzicht dient, uitgaande van jaar t als begrotingsjaar, betrekking te hebben op het jaar t-2 tot en met het jaar t+4, dat wil zeggen op de periode lopende van twee jaar voorafgaand tot en met vier jaar volgend op het begrotingsjaar. 5. De toelichting bij de begroting bevat per beleidsartikel: a. doeltreffendheidsgegevens over de in het eerste lid bedoelde algemene en/of nader geoperationaliseerde doelstellingen, alsmede gegevens over de doelmatigheid van het beleid, alle al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek; b. waar mogelijk doelmatigheidsgegevens, al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek, voor de in het eerste lid bedoelde begrotingsartikelen. 6. De begroting kan drie niet-beleidsartikelen bevatten, te weten: a. een begrotingsartikel met de omschrijving Algemeen voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten die niet aan een beleidsartikel worden toegedeeld; b. een begrotingsartikel met de omschrijving Geheim voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een beleidsartikel niet in het belang van de staat is; c. een administratief begrotingsartikel met de omschrijving Nominaal en onvoorzien . 7. De bij het administratieve begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien opgenomen bedragen voor verplichtingen en voor uitgaven kunnen zowel positief als negatief zijn. 8. Ten laste van het begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien kunnen geen uitgaven worden gedaan en verplichtingen worden aangegaan; de bedragen worden bij een wijziging van de begroting toegedeeld aan een ander begrotingsartikel en wel zodanig dat in het betrokken jaarverslag de gerealiseerde bedragen bij het begrotingsartikel Nominaal en onvoorzien uitkomen op nihil. 9. De toelichting bij de begroting biedt per niet-beleidsartikel meerjarig in elk geval inzicht in: a. de beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen; b. de beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven; c. de bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd. Het vierde lid is van toepassing. 10. In afwijking van het zesde lid en in overeenstemming met Onze Minister van Financiën kan de begroting andere niet-beleidsartikelen bevatten. Artikel 6 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar waarop de vaststelling van de begroting betrekking heeft. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. histnoot Gegeven te 's-Gravenhage, 31 januari 2002 Beatrix De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L. M. L. H. A. Hermans Uitgegeven de negentiende februari 2002 De Minister van Justitie, A. H. Korthals Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 31 januari 2002, Stb. 76 Begroting 2002 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) (in € 1 000) (1) Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Verplichtingen EUR 1 000 Uitgaven EUR 1 000 OntvangstenEUR 1 000 TOTAAL 22 956 535 23 143 087 1 243 749 Beleidsartikelen 01 Basisonderwijs 6 014 194 6 019 434 17 876 02 Expertisecentra 676 158 676 158 2 723 03 Voortgezet onderwijs 4 938 207 4 911 748 1 361 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 2 581 410 2 557 251 27 227 05 Technocentra 0 5 445 5 445 06 Hoger beroepsonderwijs 1 478 112 1 500 507 17 07 Wetenschappelijk onderwijs 2 918 000 2 915 797 1 198 08 Internationaal onderwijsbeleid 16 882 17 856 99 09 Onderwijspersoneel 69 400 69 400 0 10 Informatie en communicatietechnologie 40 090 79 024 45 378 11 Studiefinanciering 1 719 946 1 719 946 344 328 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 333 888 333 888 11 934 13 Lesgeld en 0 0 375 185 14 Cultuur 498 262 647 399 250 15 Media 877 678 878 167 307 935 16 Onderzoek en wetenschappen 751 683 768 444 99 019 Niet-beleidsartikelen 17 Nominaal en onvoorzien – 384 408 – 384 408 2 553 18 Bestuursdepartement 157 282 157 282 567 19 Inspecties 42 284 42 284 0 20 Adviesraden 5 779 5 779 0 21 Uitvoeringsorganisaties onderwijs 149 723 149 723 408 22 Uitvoeringsorganisaties cultuur 69 599 69 599 244 23 Uitvoeringsorganisaties wetenschappen 2 365 2 365 0 Mij bekend, De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L. M. L. H. A. Hermans Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 31 januari 2002, Stb. 76 Begroting 2002 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) Onderdeel baten-lastendiensten (in € 1 000) Naam baten-lastendienst Totaal batenEUR 1 000 Totaal lastenEUR 1 000 Saldo baten en lastenEUR 1 000 Centrale FinanciënInstellingen (CFI) 39 135 39 135 0 Rijksarchiefdienst (RAD) 32 852 32 852 0 Totaal 71 987 71 987 0 Naam baten-lastendienst Totaal kapitaaluitgavenEUR 1 000 Totaal kapitaalontvangstenEUR 1 000 Centrale Financiën Instellingen (CFI) 7 601 3 647 Rijksarchiefdienst (RAD) 515 0 Totaal 8 116 3 647 Mij bekend, De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L. M. L. H. A. Hermans X Histnoot Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2001/2002, 28 000 VIII. Handelingen II 2001/2002, blz. 2038–2073; 2077–2089; 2165–2192, 2193–2230; 2255–2273; 2509–2514. Kamerstukken I 2001/2002, 28 000 VIII (171, 171a). Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 29 januari 2002.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 31 januari 2002, houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in