Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
Deze bepaling regelt de overgang naar de Politiewet 2012, waaronder ontslag van korpsbeheerders, overdracht van personeel, vermogen en archieven, en vervanging van partijen in lopende procedures.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
AI-assisted research summary: Deze bepaling regelt de overgang naar de Politiewet 2012, waaronder ontslag van korpsbeheerders, overdracht van personeel, vermogen en archieven, en vervanging van partijen in lopende procedures.
Staatsblad Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: INVOERING VAN DE POLITIEWET 2012 Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de korpsbeheerders van de regio’s, bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993, eervol uit hun ambt ontslagen. 1. Het personeel van de regio’s, van het Korps landelijke politiediensten en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaat op de datum van inwerkingtreding van deze wet over in dienst van de politie op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als waarin het op de dag, voorafgaand aan die datum, werkzaam was. 2. Op de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 blijft voor de vervulling van en benoeming in de functies, genoemd in bijlage A van deze wet, hoofdstuk VII.b van het Besluit algemene rechtspositie politie buiten toepassing. Artikel 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is hierop niet van toepassing. 1. De vermogensbestanddelen van de regio’s, van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op de politie zonder dat daarvoor een akte of betekening wordt gevorderd. 2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaalde vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, uitzonderen van de in het eerste lid bedoelde overgang. 3. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van de regio’s en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en het Korps landelijke politiediensten, aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan. 4. Ter zake van de in het eerste lid bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege. 1. Archiefbescheiden van de regio’s, het Korps landelijke politiediensten en de voorziening tot samenwerking Politie Nederland betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan de politie, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2. Archiefbescheiden van de rijksrecherche betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het College van procureurs-generaal, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1. In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij een regio, het Korps landelijke politiediensten of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de politie, dan wel de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, in de plaats van de regio, de Staat of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland, dan wel de korpsbeheerder van de regio, Onze Minister van Veiligheid en Justitie of de voorzitter van het algemeen bestuur van voorziening tot samenwerking Politie Nederland. 2. In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de rijksrecherche is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet het College van procureurs-generaal in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 1. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan een bestuursorgaan van een regio, van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland of Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft het Korps landelijke politiediensten, treedt de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van dat bestuursorgaan. 2. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft de rijksrecherche, treedt het College van procureurs-generaal op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 1. Na inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen van bestuur, genoemd in bijlage B van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993, op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012. 2. Na inwerkingtreding van deze wet berusten de ministeriële regelingen, genoemd in bijlage C van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993, op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012. 3. Na inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 genomen besluiten van Onze Minister van Veiligheid en Justitie op artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012. 4. Na inwerkingtreding van deze wet berust de Beschikking van de Minister van Justitie van 25 september 2003, houdende aanwijzing van functionarissen en ambtenaren in het arrondissement Amsterdam voor de uitvoering van de dienst bij de gerechten en het transport van personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd (Stcrt. 189), voor zover deze berustte op de Politiewet 1993, op artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 2012. 5. Na inwerkingtreding van deze wet berusten de bij of krachtens de artikelen 25, eerste en derde lid, en 42, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 52 van de Politiewet 1993 genomen koninklijke besluiten op artikel 28, derde lid, onderscheidenlijk 45, tweede lid, van de Politiewet 2012. 6. Na inwerkingtreding van deze wet wordt een aanwijzing als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 van de korpsbeheerder van een regionaal politiekorps of Onze Minister van Veiligheid en Justitie wat betreft het Korps landelijke politiediensten, aangemerkt als een aanwijzing van de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de regionale eenheid in het gebied waar hij op de dag voor inwerkingtreding van deze wet werkzaam was onderscheidenlijk bij een landelijke eenheid. Na inwerkingtreding van deze wet wordt de aan de aanwijzing gegeven instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangemerkt als een instemming ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de in de eerste volzin bedoelde regionale eenheid of landelijke eenheid. Een aan de instemming verbonden bepaling dat bij wijziging van de functieaanduiding, dan wel bij inhoudelijke wijziging van de functie, de aanwijzing vervalt, blijft buiten toepassing. WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN Ministerie van Algemene Zaken A B A B 1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan artikel 56 van de Politiewet 2012 of afzonderlijke artikelleden daarvan voor het gehele land of een gedeelte daarvan buiten werking stellen. C D E F A B C D E Ea F Ministerie van Veiligheid en Justitie A B C D 4. De artikelen 18, 20, 34, 35, 37, vijfde lid, 39, derde en vijfde lid, 52 en 68 van de Politiewet 2012. A B C de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, en de ambtenaren van politie, bedoeld artikel 2, onder c en d, van die wet, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; D E F A B ten behoeve van de uitvoering van de politietaak, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de Politiewet 2012; C A de politie en de Koninklijke marechaussee, die worden verwerkt met het oog op de politietaak, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de Politiewet 2012;. B A B ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012 en ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder c en d, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;. C A B C D E A B A B C D E F G H I J K L M N O P Q 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de doorberekening van een deel van de opleidingskosten door het LSOP aan de politie. R S T U 1. Het toezicht op de kwaliteit van de opleidingen en de examinering is opgedragen aan Onze Minister. V 1. De artikelen 65, 66 en 67 van de Politiewet 2012 zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het college van bestuur zorg draagt voor de kwaliteit van de taakuitvoering, de resultaten en het beheer van het LSOP, alsmede over verstrekking van informatie hierover aan Onze Minister. W A korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; B C D E F G A verantwoordelijke: dit is bij: de politie: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; de rijksrecherche: het College van procureurs-generaal; de Koninklijke marechaussee: Onze Minister van Defensie; een gemeenschappelijke verwerking van politiegegevens met het oog op een gemeenschappelijk doel door twee of meer organisaties als bedoeld in dit onderdeel: de verantwoordelijke die door de betrokken verantwoordelijken is belast met de feitelijke zorg voor de verwerking en het treffen van de maatregelen, bedoeld in artikel 4; B C D E F G H I J K L artikel 25, eerste lid, wordt in plaats van «bij verschillende regionale of landelijke eenheden van de politie» gelezen: bij regionale of landelijke eenheden van de politie, bedoeld in artikel 25 van de Politiewet 2012;. M N A Aa B A B 2. De voorzitter van het bestuur wordt, in afwijking van artikel 13, negende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. Ter zake de benoeming, de schorsing en het ontslag wordt de commissaris van de Koning om advies gevraagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter van een veiligheidsregio. C Indien een arrondissement het grondgebied van meer dan één veiligheidsregio omvat, treedt in elke regio de hoofdofficier van justitie of een door hem daartoe aangewezen plaatsvervangend hoofdofficier van justitie of officier van justitie namens hem op. D E F G H I de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; J K 2. Onze Minister wijst het hoofd en de overige ambtenaren van de inspectie aan. L 2. De inspectie rapporteert, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister. M O A B C D E F G H A B D Politiewet 2012: de artikelen 18, 20, 34, 35, 37, vijfde lid, 39, derde en vijfde lid, 52 en 68 A B Politiewet 2012: de artikelen 18, 20, 34, 35, 37, vijfde lid, 39, derde en vijfde lid, 52 en 68 C 8. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Aa A Da B A B A B C D E A B 1. Er is een Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, die onder gezag van Onze Minister, belast is met: het toetsen van de wijze waarop een orgaan van een veiligheidsregio, een gemeente of een ander openbaar lichaam uitvoering geeft aan de taken met betrekking tot de brandweerzorg, de rampenbestrijding of crisisbeheersing; het, in overeenstemming met de inspecties die werkzaam zijn onder gezag van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, periodiek toetsen van de voorbereiding op de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door de bestuursorganen, bedoeld onder a; het verrichten van onderzoek naar aanleiding van een brand, ramp of crisis, tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, een onderzoek instelt; de werkzaamheden die in het kader van artikel 65, eerste lid, van de Politiewet 2012 worden uitgevoerd; het toezicht op de kwaliteit van de opleidingen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs. 2. Onze Minister wijst het hoofd en de overige ambtenaren van de inspectie aan. 3. De artikelen 5:12 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren van de inspectie. A B 1. De hoofdofficier van justitie aan wie de taken en bevoegdheden, genoemd in de Politiewet 2012, zijn opgedragen, en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de veiligheidsregio is gelegen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur van de veiligheidsregio. Indien het gebied waarin een regionale eenheid de politietaak uitvoert, het grondgebied van meer dan één veiligheidsregio omvat, treedt op dat grondgebied de hoofdofficier van justitie, bedoeld in de eerste volzin, of een door hem daartoe aangewezen andere hoofdofficier van justitie of fungerend hoofdofficier van justitie namens hem op. Indien het grondgebied van een veiligheidsregio in meer dan één waterschap is gelegen, bepalen de betrokken voorzitters van de waterschappen wie van hen deelneemt aan de vergaderingen. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties A B 4. De commissaris van de Koning geeft, indien een ordeverstoring van meer dan plaatselijke betekenis dan wel ernstige vrees voor het ontstaan van zodanige ordeverstoring zulks noodzakelijk maakt, de burgemeesters in de provincie zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot het door hen ter handhaving van de openbare orde te voeren beleid. De aanwijzingen worden zo enigszins mogelijk schriftelijk gegeven. A B C D E C1 A B A B Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ministerie van Financiën Ministerie van Infrastructuur en Milieu A B C C A B A B A B C Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie A B Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport SLOTBEPALINGEN 1. Indien ingevolge enig wettelijk voorschrift: over het ontwerp van een regeling of het voornemen tot het treffen van een regeling advies moet worden gevraagd, van het ontwerp van een regeling kennis moet worden gegeven, of de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur moet worden gedaan door een andere minister dan Onze Minister van Veiligheid en Justitie, geldt dat voorschrift niet ten aanzien van het Aanpassingsbesluit Politiewet 2012. 2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op het horen van de Raad van State. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Deze wet wordt aangehaald als: Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012. Voor het tijdstip van plaatsing in het Staatsblad vervangt Onze Minister van Veiligheid en Justitie de in deze wet voorkomende aanduiding «201X» door het jaartal van het Staatsblad, waarin het bij koninklijke boodschap van 21 november 2006 ingediende voorstel van wet houdende vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012) (30 880), na tot wet te zijn verheven, is geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 32 822 Bijlage A als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012 korpschef; directeur operatiën, tevens plaatsvervangend korpschef; directeur operatiën; directeur bedrijfsvoering; politiechefs; hoofd operatiën, tevens plaatsvervangend politiechef; hoofd operatiën (van de landelijke en regionale eenheden); hoofd bedrijfsvoering (van de landelijke en regionale eenheden); chief information officer; directeur financiën; directeur HRM; directeur facilitair; directeur communicatie; hoofd korpsstaf; hoofd dienst infrastructuur; hoofd dienst landelijke recherche; hoofd landelijke operationeel centrum; hoofd dienst landelijke informatieorganisatie; hoofd dienst landelijke operationele samenwerking; hoofd dienst bewaken en beveiligen; hoofd dienst speciale interventie. Bijlage B als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012 Naam algemene maatregel van bestuur Grondslag in de Politiewet 2012 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren Artikelen 7, zevende lid, en 9, eerste en vierde lid Besluit van 25 april 1994, houdende aanwijzing van de personen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 1993, over wie de politietaak van de Koninklijke marechaussee zich mede uitstrekt (Stb. 353) Artikel 4, tweede lid Besluit algemene rechtspositie politie Artikel 47, eerste lid Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies Artikel 47, eerste lid Besluit bezoldiging politie Artikel 47, eerste lid Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie Artikel 47, eerste lid Besluit Kroonbenoemingen politie Artikel 45, tweede lid Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie Artikel 47, eerste lid Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Artikel 47, eerste lid Besluit rangen politie Artikel 48 Besluit rechtspositie vrijwillige politie Artikel 47, eerste lid Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie Artikel 47, eerste lid Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie Artikel 47, eerste lid Besluit zorgaanspraken AWBZ Artikel 47, eerste lid Bijlage C als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012 Naam regeling Grondslag in de Politiewet 2012 Regeling van de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Defensie van 29 maart 1994 (nrs. 430241/594/GBJD, EA 94/U894 en CWW 85/008), houdende aanwijziging van de overige luchtterrein waarop de Koninklijke marechaussee de politietaak uitvoert (Stcrt. 70) Artikel 4, eerste lid, onderdeel c Klachtenregeling politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht 2004 Artikel 69, eerste lid Klachtenregeling Rijksrecherche Artikel 68, eerste lid Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme Artikel 58, tweede lid Regeling C2000 en GMS Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid Regeling informatiebeveiliging politie Artikel 23, eerste lid, onderdeel a en b Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven Artikel 23, eerste en tweede lid Regeling Dienst speciale interventies Artikel 59, vierde lid Samenwerkingsregeling mobiele eenheden Artikel 5 Samenwerkingsregeling politie-Koninklijke marechaussee Artikel 5 Aanwijzing ambtenaren belast met vervoer arrestanten (Stcrt. 1998, 204) Artikel 9, zesde lid
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in