Wet van 11 december 2019 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2020)
In 2020, Article 13 of the General Child Benefit Act is not applied for the part about increasing the amount in Article 12(1).
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 17 Dec 2019
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 11 december 2019 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2020)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 11 december 2019 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2020)
AI-assisted research summary: In 2020, Article 13 of the General Child Benefit Act is not applied for the part about increasing the amount in Article 12(1).
Staatsblad Wet van 11 december 2019 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2020) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: AANPASSINGSWET WNRA A B C Ca Cb D E F G H I ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET A B C D E ALGEMENE NABESTAANDENWET ALGEMENE OUDERDOMSWET A de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd, die jaarlijks op basis van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd op grond van het tweede lid worden vastgesteld. De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2025 en de kalenderjaren daarna wordt jaarlijks, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2020 voor het jaar 2025, vastgesteld volgens de volgende formule:. B C ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Wet arbeid en zorg: hoofdstuk 3, afdeling 2, en artikel 4:2b ARBEIDSOMSTANDIGHEDENWET ARBEIDSWET 2000 BES voor het openbaar lichaam Bonaire de dag waarop de viering van Dia di Rincon plaatsvindt;. BURGERLIJK WETBOEK A B C PARTICIPATIEWET A B C 4. In afwijking van de artikelen 17, 18, 18a en paragraaf 6.4 voert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dit artikel uit met overeenkomstige toepassing van de artikelen 2:7, 2:9, 2:31, 2:58, 2:59, 2:60, 2:61, 2:63, 2:64, 2:65 en 2:69 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Ca door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven. D 4. Met ingang van de dag waarop de over het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, wijzigen, worden de bedragen en percentages ter vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen als bedoeld in artikel 31, vierde lid, gewijzigd. E PENSIOENWET Ingeval de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen wordt verlaagd, wordt voor de toepassing van de eerste zin uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die van toepassing was voor deze verlaging. WERKLOOSHEIDSWET 5. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op aanvragen die na 31 december 2019 worden ingediend. WET AANSCHERPING HANDHAVING EN SANCTIEBELEID SZW-WETGEVING WET ALGEMENE OUDERDOMSVERZEKERING BES A 3. Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt, dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister een bedrag vast, dat met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treedt van het in het eerste lid bedoelde bedrag. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen en voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen, verschillend zijn. B Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». WET ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENVERZEKERING BES A 3. Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt, dat het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister een bedrag vast, dat met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treedt van het in het eerste lid bedoelde bedrag. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen en voor belanghebbenden die woonachtig zijn buiten de openbare lichamen, verschillend zijn. B Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS A Aa 4. Bij de beoordeling van de naleving van dit artikel wordt uitgegaan van de feitelijke situatie op het moment van de aanvang van de terbeschikkingstelling. B C WET ARBEID EN ZORG A 2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de vrouwelijke werknemer of gelijkgestelde, uiterlijk binnen een jaar na het tijdstip waarop de uitkering geëindigd is, een verklaring vragen van een arts of verloskundige over de vermoedelijke datum van bevalling, welke is opgemaakt uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschapsverlof onderscheidenlijk twee weken voor de datum waarop de vrouwelijke werknemer of gelijkgestelde het recht op uitkering wil laten ingaan. B C 3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de vrouwelijke zelfstandige of vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, uiterlijk binnen een jaar na het tijdstip waarop de uitkering geëindigd is, een verklaring vragen van een arts of verloskundige over de vermoedelijke datum van bevalling, welke is opgemaakt uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschapsverlof onderscheidenlijk twee weken voor de datum waarop de vrouwelijke zelfstandige of vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst het recht op uitkering wil laten ingaan. D Overgangsbepaling vakantie-uitkering bij zwangerschap en bevalling 1. Op aanvragen als bedoeld in artikel 3:22, tweede of derde lid, ontvangen voor 1 juli 2019, zijn voor de gehele uitkering, bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, dat artikellid en artikel 3:27, eerste lid, onder c, van toepassing, zoals die bepalingen luidden op 30 juni 2019. 2. Op aanvragen als bedoeld in artikel 3:22, tweede of derde lid, ontvangen op of na 1 juli 2019, is voor de gehele uitkering, bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, dat artikellid van toepassing. WET ARBEIDSVOORWAARDEN GEDETACHEERDE WERKNEMERS IN DE EUROPESE UNIE WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING A B C 2. In de artikelen 475g en 475ga wordt onder schuldenaar mede verstaan degene met wie hij in enige gemeenschap van goederen als bedoeld in de eerste afdeling van de zevende titel van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is gehuwd dan wel op die voorwaarden een geregistreerd partnerschap is aangegaan. D 2. Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen, bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met: twee derde van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet; en het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid, van de Participatiewet. E F 4. Indien de geëxecuteerde op grond van de basisregistratie personen geen woonadres in Nederland heeft, bedraagt de beslagvrije voet 47,5% van de norm, genoemd in artikel 21, onderdeel b, van de Participatiewet. Indien de geëxecuteerde buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, wordt de beslagvrije voet vermenigvuldigd met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde factor. G 1. Indien de geëxecuteerde over een niet in de basisregistratie personen opgenomen vaste woon- of verblijfplaats beschikt en hij de deurwaarder die gerechtigd is ten laste van hem binnen Nederland beslag te leggen, inzicht geeft in zijn leefsituatie en zijn bronnen van inkomsten, blijft het bepaalde in artikel 475da, vierde lid, eerste zin, buiten toepassing. H I 5. Indien onder de derde-beslagene ten laste van de geëxecuteerde reeds beslag is gelegd: verwijst de deurwaarder indien hij bekend is met de identiteit van de coördinerende deurwaarder, in afwijking van het tweede lid, de geëxecuteerde naar de coördinerende deurwaarder onder vermelding van de mogelijkheid om wijzigingen die van invloed zijn op de hoogte van de beslagvrije voet bij de coördinerende deurwaarder te melden; en verstrekt de coördinerende deurwaarder aan de andere deurwaarder op diens verzoek onverwijld schriftelijk de beslagvrije voet, alsmede de gegevens waarop deze is gebaseerd. J K WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN A B C in afwijking van artikel 23 de rijksbijdrage in de uitvoeringskosten van het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor zover dit bij regeling van Onze Minister is bepaald. D E een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan lasten en uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdelen c en r, voor zover deze lasten en uitvoeringskosten betrekking hebben op de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, en de op grond van artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen;. WET INBURGERING A 2. Aanspraak op een lening bestaat niet of niet langer als de inburgeringsplichtige: na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, of de met toepassing van artikel 7a, derde lid, of bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gestelde regels verlengde termijn de participatieverklaring niet heeft ondertekend; of zes jaar na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, of de met toepassing van artikel 7b, derde lid, of bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gestelde regels verlengde termijn, niet aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. B 1. De terugbetalingsperiode vangt aan zes maanden na: het voldoen aan de inburgeringsplicht; of het vervallen van de aanspraak op een lening, op grond van artikel 16, tweede lid. WET INVOERING EXTRA GEBOORTEVERLOF A B de op grond van artikel 3:1a, hoofdstuk 3, afdeling 2, en artikel 4:2b van de Wet arbeid en zorg te betalen vergoedingen en uitkeringen;. A de werknemer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeid en zorg aan wie een uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 4, paragraaf 1, van die wet. B A de werknemer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeid en zorg aan wie een uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 4, paragraaf 1, van die wet. B WET KINDERBIJSLAGVOORZIENING BES Advisering Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». WET KINDEROPVANG WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2015 WET MINIMUMLOON EN MINIMUMVAKANTIEBIJSLAG A B een transitievergoeding als bedoeld in artikel 673 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. C D WET NORMALISERING RECHTSPOSITIE AMBTENAREN WET ONGEVALLENVERZEKERING BES A 3. Indien wordt vastgesteld dat de gewezen werknemer die recht heeft op ongevallengeld als bedoeld in artikel 5, eerste lid, niet of niet langer geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt dan wel verminderd arbeidsongeschikt is, wordt de uitkering beëindigd respectievelijk herzien met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand, volgend op het tijdstip waarop de herziene vaststelling van de arbeidsongeschiktheid heeft plaatsgevonden. B Advisering Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». WET OP DE LOONBELASTING 1964 Ingeval de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen wordt verlaagd, wordt voor de toepassing van de eerste zin uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die van toepassing was voor deze verlaging. WET OP DE LOONVORMING 1. Deze wet is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van: personen op wie artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing is; personen die een geestelijk ambt bekleden. WET OP DE STUDIEFINANCIERING WET OP HET KINDGEBONDEN BUDGET WET STUDIEFINANCIERING 2000 WET STUDIEFINANCIERING BES Advisering Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een beschikking op grond van artikel 2.10a, met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN A B C WET TEGEMOETKOMINGEN LOONDOMEIN A B WET VERPLICHTE BEROEPSPENSIOENREGELING Ingeval de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen wordt verlaagd, wordt voor de toepassing van de eerste zin uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die van toepassing was voor deze verlaging. WET VEREENVOUDIGING BESLAGVRIJE VOET Ondersteuning bij en gegevensverwerking voor de vaststelling van de beslagvrije voet 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een bestuursorgaan of instelling worden belast met de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet met toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: de verwerkingsverantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking voor de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet; de wijze van gegevensverwerking; de voorwaarden waaronder deze gegevensverwerking plaatsvindt. WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN 7. Het eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de werkgever die op grond van artikel 82, tweede en derde lid, het in dat artikel bedoelde risico van betaling draagt. WET ZIEKTEVERZEKERING BES Advisering Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in artikel 3:5, eerste lid, in plaats van «besluiten» wordt gelezen «beschikkingen» en in de artikelen 3:6, tweede lid, 3:8 en 3:9 in plaats van «het besluit» wordt gelezen «de beschikking». XIXAB Artikel 13 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt niet toegepast in het jaar 2020 voor zover het gaat om het verhogen van het bedrag, genoemd in artikel 12, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet. INWERKINGTREDING De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van de artikelen V, onderdelen A en C, XI, onderdeel D, en XVII, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en terugwerken tot en met 1 juli 2019. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet SZW 2020. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 35 275
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 11 december 2019 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2020)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in