Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken
This decision sets safety norms for several water defences and starts mostly on 1 July 2018, while one part starts later by royal decree.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 19 Jun 2018
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken
AI-assisted research summary: This decision sets safety norms for several water defences and starts mostly on 1 July 2018, while one part starts later by royal decree.
Staatsblad Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken Hebben goedgevonden en verstaan: A B C D Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2018, met uitzondering van artikel I, onderdeel D, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Bijlage Ia, behorend bij artikel I, onderdeel B, van het Besluit tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken Rijksdriehoekscoördinaten begrenzingen en veiligheidsnormen dijkdelen (Bijlage bij artikel 2.2a, eerste en derde lid, van het Waterbesluit) Dijkdeel Beginpunt voor de toepassing van artikel 2.2a, eerste lid Eindpunt voor de toepassing van artikel 2.2a, eerste lid Gemiddelde overschrijdingskans per jaar als bedoeld in artikel 2.2a, derde lid x y x y 301 128792 483775 129611 482978 1:1000 302 129659 482881 129864 481920 1:1000 303 129864 481920 130159 479715 1:300 304 130174 479697 130148 476448 1:1000 305 130019 476392 129169 471663 1:100 306 129169 471663 128359 466968 1:300 307 128359 466968 128201 464837 1:100 308 128202 464829 128486 463324 1:300 309 128486 463324 132167 459958 1:300 310 153134 440639 159707 434675 1:100 311 159638 434592 152869 440528 1:100 312 239151 487160 239837 487926 1:100 313 241307 473450 239087 487004 1:100 314 239865 487952 238939 486082 1:100 315 238926 485490 241348 473498 1:100 316 243077 473933 244573 474647 1:100 317 246046 474659 246275 474658 1:100 318 246462 474651 248987 474537 1:100 319 251738 474078 253409 473445 1:100 320 243120 473866 244569 474599 1:100 321 248381 474520 245533 474608 1:100 322 253378 473406 251771 474001 1:100 323 213092 463941 223927 464804 1:100 324 223933 464723 213013 463788 1:100 325 186884 420282 184823 429349 1:100 326 184955 429400 184620 428639 1:100 327 184521 428420 185598 422919 1:100 328 185598 422919 187066 420376 1:100 329 112030 404672 116488 406747 1:100 330 116496 406697 112058 404544 1:100 331 117295 405488 117054 406167 1:100 332 120168 404499 127579 400982 1:100 333 127647 400929 129615 399718 1:100 334 129768 399584 121134 404177 1:100 335 130618 399305 131310 399189 1:100 336 131205 399168 130614 399221 1:100 337 134460 398854 134977 398267 1:100 338 135866 396697 136850 393973 1:100 339 136824 393797 136104 395932 1:100 340 139625 391290 141644 390190 1:100 341 141538 390205 139608 391259 1:100 342 142541 389961 148695 390121 1:100 343 148698 390093 142457 389866 1:100 344 159968 390603 161584 390684 1:100 345 161385 390641 159970 390560 1:100 346 162495 390729 167449 391501 1:100 347 167449 391501 168620 391628 1:100 348 167828 391501 162097 390673 1:100 349 169637 391670 170527 391699 1:100 350 170828 391677 170429 391657 1:100 351 150940 409367 149590 408825 1:150 352 151375 416698 154157 410165 1:150 353 153921 410335 151260 416645 1:150 354 151409 410786 153921 410335 1:150 355 154157 410165 154611 409664 1:150 356 156121 408035 151299 410760 1:150 357 154611 409664 156177 408090 1:100 358 159020 406636 163991 403088 1:100 359 163971 403065 159003 406566 1:150 360 165060 402175 168817 398761 1:100 361 168771 398743 165041 402155 1:150 362 168895 398658 171341 395359 1:100 363 170683 396187 168852 398636 1:150 364 171314 395339 170683 396187 1:100 365 172151 394255 175432 389212 1:100 366 172983 392466 172117 394234 1:100 367 171497 391884 172943 392366 1:100 368 173416 390588 171603 391880 1:100 369 175295 389374 173447 390592 1:100 370 176341 386361 176863 380897 1:100 371 175941 383990 176281 386350 1:100 372 176664 381605 175911 383970 1:100 373 176878 380802 178613 378627 1:100 374 178599 378588 176840 380798 1:100 375 178705 378537 179811 373544 1:100 376 179607 375209 178691 378502 1:100 377 179799 373543 179674 374611 1:100 378 179835 373451 180063 371335 1:100 379 180040 371333 179802 373449 1:100 380 180080 371231 180390 368448 1:100 381 180408 367943 180047 371227 1:100 382 191070 370900 193614 372279 1:100 383 190871 370791 191053 370894 1:100 384 189706 370139 190837 370777 1:100 385 193614 372279 189706 370139 1:100 386 181122 365499 189636 370083 1:100 387 189636 370083 181110 365406 1:100 388 181066 365179 181143 365048 1:100 389 181021 364977 180804 365012 1:100 390 174664 361849 180317 364908 1:100 391 180322 364897 177181 363247 1:100 392 168677 358598 174572 361798 1:100 393 174580 361785 168709 358585 1:100 394 183167 361613 188117 354091 1:100 395 188066 354010 183113 361586 1:100 396 189260 350012 184840 341596 1:100 397 182474 335555 189057 350009 1:100 398 183939 338580 182526 335527 1:100 399 180540 330392 181548 333206 1:100 400 179309 325211 180912 328765 1:100 401 178666 324029 178801 324304 1:100 402 180966 328729 177982 322507 1:100 403 177812 322133 177161 320677 1:100 404 45856 372704 49373 365467 1:300 405 46671 368308 45480 371927 1:100 406 44147 359119 46671 368308 1:300 407 49374 365468 44422 359397 1:100 408 149547 408913 150894 409506 1:150 409 125661 486553 125680 486422 1:100 410 125680 486422 128487 483809 1:1000 411 128487 483809 128584 483724 1:100 412 128584 483724 129911 479711 1:300 413 129911 479711 129906 479689 1:1000 414 129906 479689 128445 468143 1:300 415 128445 468143 128439 468129 1:1000 416 128439 468129 128081 464855 1:300 417 128081 464855 128083 464844 1:1000 418 128083 464844 130818 460898 1:100 419 133679 456818 136131 448171 1:100 420 133361 413838 135436 409642 1:150 421 74724 385149 77269 376894 1:100 Bijlage Ib, behorend bij artikel I, onderdeel C, van het Besluit tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken Weergave dijkdelen (Bijlage bij artikel 2.2a, tweede lid, van het Waterbesluit) NOTA VAN TOELICHTING Algemeen Inleiding Achter het stelsel van primaire waterkeringen, dat ons land beschermt tegen overstromingen vanuit de zee, de grote rivieren en de grote meren (buitenwater), bevinden zich duizenden kilometers andere dan primaire waterkeringen1Dit is de wettelijke term die wordt gebruikt in artikel 2.4 van de Waterwet. Ze worden ook wel niet-primaire of regionale waterkeringen genoemd. die laaggelegen gebieden tegen overstroming door binnenwater beschermen. In deze gebieden bevinden zich woonwijken, bedrijventerreinen en luchthavens. Gelet op het belang van de door niet-primaire waterkeringen beschermde gebieden, is het gewenst dat naast primaire waterkeringen ook voor niet-primaire waterkeringen veiligheidsnormen zijn vastgelegd. Verreweg het grootste deel van deze keringen is bij waterschappen in beheer; enkele zijn krachtens artikel 3.1, eerste lid, van de Waterwet in beheer bij het Rijk. Die keringen zijn aangewezen in bijlage III bij het Waterbesluit. Dit betreft voornamelijk kaden langs zogenaamde rijkskanalen. Deze worden op grond van de Waterwet genormeerd. Voor de meeste keringen is dat al gebeurd. Het onderhavige besluit regelt de normering van drie waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk en met ingang van 1 januari 2017 op grond van artikel 2.4 van de Waterwet genormeerd dienen te worden als niet-primaire waterkering: de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder. Daarnaast vervallen (in twee stappen) uit bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, Koninginnensluizen en Prinses Irenesluizen. Deze voorhavendijken worden in beheer overgedragen aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Aanleiding en achtergrond Met veiligheidsnormen voor niet-primaire waterkeringen wordt het maatschappelijk nog aanvaardbaar te achten risico voor de bescherming tegen overstromingen vanuit binnenwateren vastgelegd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van te onderscheiden overstromingspatronen, die ertoe kunnen leiden dat verschillende delen van een waterkering aan verschillende normen moeten voldoen. De normen bieden burgers en bedrijven duidelijkheid over de bescherming waarop zij mogen rekenen. Voor de beheerder (het Rijk/Rijkswaterstaat) maken de normen duidelijk waaraan met beheer en onderhoud moet worden voldaan. Met een wijziging van de Waterwet op 1 januari 2017 is een nieuw stelsel voor de bescherming tegen overstromingen vanuit het buitenwater ingevoerd.2Wet van 2 november 2016 tot wijziging van de Waterwet en enkele andere wetten (nieuwe normering primaire waterkeringen) (Stb. 2016, 431). Uitgangspunt van de nieuwe normering is de risicobenadering, waarbij veiligheidsnormen in de meeste gevallen zijn uitgedrukt in een overstromingskans per dijktraject. De normering in de vorm van dijkringen is verlaten, waardoor een aantal waterkeringen die tot 1 januari 2017 van een dijkring deel uitmaakten, hun functie in het primaire systeem hebben verloren. Zo ook de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder. Deze waterkeringen vervullen nog wel een functie in het regionaal systeem. Daarom zijn deze keringen met ingang van 1 januari 2017 toegevoegd aan bijlage III, onderdeel 2, bij het Waterbesluit als andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk.3Besluit van 6 december 2016 tot wijziging van het Waterbesluit (wijziging status van enkele rijkswaterkeringen, aanwijzing voormalige primaire waterkeringen ten behoeve van subsidiëring en een technische wijziging) (Stb. 2016, 492). Deze waterkeringen houden de vaarweg in stand en beschermen het achterliggende gebied tegen overstromingen vanuit de genoemde kanalen. De Waterwet bepaalt in het nieuwe tweede lid van artikel 2.4 dat voor de voornoemde waterkeringen de veiligheidsnormen uiterlijk 1 januari 2019 moeten zijn vastgesteld. Bij het onderhavige besluit wordt dat gedaan. Daarnaast worden de coördinaten van de begin- en eindpunten van de reeds genormeerde dijkdelen geactualiseerd en op een eenduidige wijze vastgelegd. De overdracht van de voorhavendijken vloeit voort uit het Bestuursakkoord Water van 2011, waarin is afgesproken dat primaire waterkeringen die de toen nog gehanteerde dijkringen omsluiten, volledig bij waterschappen in beheer zijn. Daartoe wordt een overeenkomst gesloten. De overdracht wordt geformaliseerd door het onderhavige besluit. Hoofdlijnen van het besluit De voornoemde drie waterkeringen die sinds 1 januari 2017 niet meer tot het primaire systeem behoren, maar zijn aangemerkt als andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, worden bij het onderhavige besluit van veiligheidsnormen voorzien. Voor de voormalige dijkring 14 hebben de hoogheemraadschappen De Stichtse Rijnlanden, Amstel, Gooi en Vecht en Rijnland met Rijkswaterstaat een advies opgesteld over de voor de voormalige primaire keringen te hanteren veiligheidsnormen. De geadviseerde normen voor de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein zijn overgenomen. Voor de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen wordt in overeenstemming met de in de regio gemaakte bestuurlijke afspraken een veiligheidsnorm van 1:150 per jaar gehanteerd. De veiligheidsnorm van de kanaaldijk Kreekrakpolder is bepaald met de door de gezamenlijke provincies ontwikkelde methodiek voor regionale keringen. De in bijlage III, onderdeel 2, bij het Waterbesluit opgenomen waterkeringen zijn onderverdeeld in kleinere delen waaraan een waterveiligheidsnorm is verbonden, in het Waterbesluit gedefinieerd als «dijkdelen». Daarbij maakt een waterkerend kunstwerk dat onderdeel vormt van een waterkering, mits het niet anders is genormeerd, deel uit van het dijkdeel waarin het is gelegen. Daarvoor geldt de norm van het dijkdeel waarin het is gelegen. Voor drie in de Westelijke kanaaldijk van het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen waterkerende kunstwerken zijn afzonderlijke normen gesteld, waardoor het aparte dijkdelen zijn (413, 415 en 417). Deze waterkerende kunstwerken scheiden het Amsterdam-Rijnkanaal van boezemwateren met boezemkaden in hogere veiligheidsklassen. De normen van die waterkerende kunstwerken zijn gelijkgesteld aan de normen voor de achterliggende boezemkaden. De normen zijn uitgedrukt in jaarlijkse overschrijdingskansen van de hoogwaterstanden waartegen het dijkdeel bestand moet zijn. Bijvoorbeeld, een norm uitgedrukt in een overschrijdingskans van 1:100 betekent dat een dijkdeel een waterstand moet kunnen keren die gemiddeld eenmaal per honderd jaar bereikt of overschreden wordt. Bij het ontwikkelen van de normen is aansluiting gezocht bij de wijze waarop keringen door de provincies worden genormeerd. Daarbij is gebruikgemaakt van de door het IPO opgestelde richtlijnen voor boezemkaden en andere niet-primaire keringen. Daarmee is een uniforme aanpak van de niet-primaire waterkeringen in ons land gewaarborgd. De hoogte van de norm is afhankelijk van de economische schade die bij een doorbraak valt te verwachten. Hoe groter de verwachte gevolgen van een doorbraak, hoe strenger de norm. In het algemeen is een norm van 1:100 per jaar gehanteerd. Voor delen van waterkeringen die een groter belang beschermen dan waarvan in het algemeen sprake is achter niet-primaire waterkeringen, is een strengere norm gehanteerd. In een waterkering kunnen ook ingegraven delen gelegen zijn, zoals bij De Meern. Er is daar geen sprake van een kade of dijk, dus feitelijk ook niet van een waterkering die kan bezwijken. Daaraan is geen norm toegekend, omdat het maaiveld naast het kanaal hoger ligt dan het kanaalpeil. Dat water over de kering komt en het achterliggende gebied overstroomt, is praktisch onmogelijk. In de ingegraven delen kunnen waterkerende kunstwerken voorkomen die een verbinding vormen met landinwaarts, lager gelegen gebied. Op grond van het vierde lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit geldt voor die kunstwerken een norm van 1:100. Om die reden worden zij vermeld in bijlage IB bij het Waterbesluit. Andere redenen waarom ingegraven delen in deze bijlage zijn opgenomen, zijn dat de strook naast het kanaal voor het beheer door Rijkswaterstaat van belang is en dat de betreffende waterkeringen, dus de combinatie van ingegraven en niet-ingegraven delen, een aaneengesloten geheel vormen. Bijlage IA bij het Waterbesluit wordt vervangen om de rijksdriehoekscoordinaten op consistente wijze (ten opzichte van de feitelijke situatie en ten opzichte van elkaar) weer te geven. Daartoe is de volgorde van de coördinaten per dijktraject aangepast. Tevens zijn noodzakelijke correcties aangebracht. De veiligheidsnormen per dijkdeel zijn in beginsel ongewijzigd gebleven; er is één uitzondering, welke in de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel B, is aangegeven. Tot slot wordt, zoals aangegeven, bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit aangepast, zodat de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, Koninginnensluizen en Prinses Irenesluizen niet langer in beheer zijn bij het Rijk, maar bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (via de provinciale verordening waarmee het waterbeheer is toegekend aan het waterschap). Met deze overdracht wordt voldaan aan de tussen Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen gesloten afspraken op 14 december 2012. Deze afspraken zijn weer een uitwerking van het Bestuursakkoord Water dat in 2011 is gesloten op basis van het advies dat bekend staat onder Brokx-Nat. In het Bestuursakkoord Water is daarover de volgende passage opgenomen: «Dijkringen, gebieden beschermd tegen buitenwater door een primaire waterkering, zijn voor het grootste gedeelte in beheer bij de waterschappen. Voorliggende primaire waterkeringen, zoals de stormvloedkeringen en de dammen, zijn voor het grootste deel in beheer bij het Rijk. We gaan toe naar een situatie waarbij alle dijkringen volledig in beheer zijn bij de waterschappen en alle voorliggende primaire waterkeringen in beheer zijn bij het Rijk. In 2011 zullen de waterschappen en Rijkswaterstaat conform de onderling gemaakte afspraken uit januari 2011 komen tot overdracht van keringen en wateren. Het algemene uitgangspunt daarbij is dat overdracht moet leiden tot doelmatiger en transparanter beheer en onderhoud. Voor de primaire keringen is de filosofie dat dijkringen worden gesloten en in beheer komen van waterschappen en verbindende keringen, met aan de achterzijde rijkswater, in beheer bij Rijkswaterstaat komen.» De overdracht (door middel van de een overeenkomst en dit besluit) geeft uitvoering aan de Afspraken Areaaloverdracht voor de primaire keringen binnen het gebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Er moeten nog afspraken worden gemaakt over het exacte moment van overdracht. Daarom wordt de formalisering van de overdracht in het Waterbesluit op een bij koninklijk besluit te bepalen moment geëffectueerd (zie artikel I, onderdeel D, en artikel II van dit besluit). De overdracht van de voorhavendijk Oost bij de Prinses Beatrixsluizen kan waarschijnlijk pas op een later moment plaatsvinden dan de overdracht van de andere voorhavendijken. De voorhavendijk Oost betreft namelijk een nieuwe dijk, waarvan de aanleg onderdeel is van het nog in uitvoering zijnde realisatieproject voor de aanleg van de derde kolk van de Beatrixsluis. Vandaar dat de overdracht daarvan op een nog later bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kan worden geregeld. Uitvoering en handhaving De waterkeringen die bij het onderhavige besluit worden genormeerd, dienen vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit aan de gestelde normen te voldoen. Rijkswaterstaat is als de feitelijke beheerder van de desbetreffende waterkeringen door het onderhavige besluit gebonden om de waterkeringen aan de normen te laten voldoen. Om te beoordelen of de waterkeringen aan de normen voldoen, zullen deze keringen door Rijkswaterstaat worden getoetst. Dat gebeurt aan de hand van voorschriften voor toetsing en de op grond van artikel 2.5 van de Waterwet bij ministeriële regeling4Te weten de Regeling veiligheid niet-primaire waterkeringen in rijksbeheer. vastgestelde hydraulische randvoorwaarden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet toe op de correcte naleving van die voorschriften bij de toetsing van de waterkeringen aan de wettelijke veiligheidsnormen door Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat en de Inspectie Leefomgeving en Transport zullen de resultaten van de toetsing rapporteren aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De Minister is voornemens de Tweede Kamer en de colleges van gedeputeerde staten te informeren over de resultaten van de toetsing. De eerste toetsing door Rijkswaterstaat zal plaatsvinden op basis van de situatie in 2020. Uitgaande van een voorgenomen twaalfjaarlijkse toetscyclus, zoals die ook voor de primaire waterkeringen geldt, zal de daaropvolgende toetsronde in 2032 afgerond zijn. Wanneer uit de toetsing blijkt dat een waterkering niet aan de gestelde norm voldoet, brengt Rijkswaterstaat de waterkering in een zodanige staat dat aan de norm wordt voldaan. Financiële gevolgen voor het Rijk Rijkswaterstaat beoordeelt of de waterkeringen aan de norm voldoen. Voor eventuele maatregelen die noodzakelijk zijn om de drie waterkeringen aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, is in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (een onderdeel van het deltafonds) een bedrag van € 80 miljoen gereserveerd. Ten aanzien van de overdracht van het beheer van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen is in de afspraken uit het Bestuursakkoord Water opgenomen dat het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden een «gewenningsbijdrage» van € 180.000,– van Rijkswaterstaat betaald krijgt. Uitgangspunt in deze afspraken is verder dat naast het beheer ook de eigendom wordt overgedragen. Daarnaast zijn nadere afspraken gemaakt over de kosten die het Hoogheemraadschap gaat maken voor versterking van de voorhavendijken. Die versterking is nodig om de dijken aan de nieuwe normering van primaire waterkeringen te laten voldoen.5De sluizen vallen binnen de dijktrajecten 15-1 en 44-1 in de bijlagen bij de Waterwet. Die kosten kunnen – op basis van de huidige inschatting – € 23,7 miljoen bedragen. Afgesproken is dat de kosten worden gedragen door het Rijk. Deze kosten komen ten laste van het deltafonds. Gevolgen De normering van niet-primaire waterkeringen biedt burgers en bedrijven in de achtergelegen gebieden duidelijkheid over de vraag op welke veiligheid gerekend mag worden. Voor Rijkswaterstaat biedt het een basis voor het beheer en onderhoud, aangezien kan worden uitgegaan van een vastgestelde veiligheidsnorm. Dit besluit heeft ten aanzien van de normering geen administratieve of financiële gevolgen voor burgers en bedrijven. Het betreft normen voor waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk. Voor wat betreft de overdracht van het beheer van de voorhavendijken zijn er wel gevolgen voor overheden: het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is vanaf de overdracht verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de voorhavendijken. Om het waterschap tegemoet te komen, is voorzien in een zogenaamde «gewenningsbijdrage» van € 180.000,– en de afspraak dat het Rijk de kosten voor een eventueel nodige versterking in het kader van de nieuwe normering per 1 januari 2017 zal dragen. Een deel van de gronden die zijn overgedragen, zijn verpacht. Het waterschap neemt de gronden over en respecteert de geldende overeenkomsten. Advisering en consultatie In overeenstemming met artikel 2.4, eerste lid, van de Waterwet zijn de betrokken colleges van gedeputeerde staten over de voorgestelde normen gehoord. De colleges van Noord-Holland en Zeeland hebben instemmend op de voorgestelde normen gereageerd. Het college van gedeputeerde staten van Utrecht vroeg aandacht voor de op het Amsterdam-Rijnkanaal uitkomende Zuidersluis en de onder dit kanaal gelegen sifon en adviseerde voor beiden een strengere norm te hanteren. Over de normering van de Zuidersluis heeft overleg met de provincie Utrecht plaatsgevonden. Uitkomst daarvan is dat, onder de voorwaarde dat de naar het Amsterdam-Rijnkanaal kerende deuren in goede waterkerende staat worden gehouden, de provincie met de voorgestelde norm kan instemmen. De betreffende sifon maakt geen deel uit van de waterkering langs het Amsterdam-Rijnkanaal, maar is onderdeel van het watersysteem van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De normering daarvan is geen bevoegdheid van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, maar van de provincie Utrecht. Met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is overeenstemming bereikt over de overdracht van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen. De eerste stap daartoe was al in 2011 gezet bij het Bestuursakkoord Water. De overeenstemming wordt vervolgens vastgelegd in een overdrachtsovereenkomst tussen Rijkwaterstaat en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De overeenkomst is ter kennisgeving met de provincie Utrecht gedeeld. De provincie heeft geen bezwaren tegen de overdracht geuit. Hiermee is voor de betreffende aanpassing van bijlage III bij het Waterbesluit (artikel I, onderdeel D) voldaan aan artikel 3.1, vijfde lid, van de Waterwet. Omdat dit besluit enkel een toevoeging van drie keringen aan het Waterbesluit, technische wijzigingen in de bijlagen IA en IB bij het Waterbesluit en de overdracht van het beheer van de voorhavendijken langs het Amsterdam-Rijnkanaal betreft, heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport afgezien van een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets. De directeur-generaal Rijkswaterstaat heeft, in de voorbereiding van de wijziging van de Waterwet per 1 januari 2017, reeds zijn visie gegeven op de overgang van de drie waterkeringen van het primaire naar het regionale systeem. Aangezien er geen noemenswaardige gevolgen zijn voor burgers, bedrijven en instellingen (geen verandering in verplichtingen en rechten, administratieve lasten of uitvoeringslasten; zie paragraaf 6 van deze toelichting), is afgezien van internetconsultatie. Dat is in lijn met het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie.6Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2012/13, 29 362, nr. 224. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A Per abuis was het artikel betreffende de normering van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk genummerd als 2.1a. Gezien de plaatsing na paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van het Waterbesluit, zou het artikel als 2.2a genummerd moeten zijn. Bij dit besluit is dat hersteld. Daarnaast wordt voor de leesbaarheid een komma ingevoegd in het derde lid. Artikel I, onderdeel B Bijlagen IA bij het Waterbesluit is bij het onderhavige besluit opnieuw vastgesteld. In bijlage IA zijn begrenzingen van en veiligheidsnormen voor dijkdelen weergegeven. Aan de tabel zijn de dijkdelen 409 tot en met 421 met begin- en eindpunten en veiligheidsnormen toegevoegd. Deze betreffen de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein (409 tot en met 419), de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen (420) en de kanaaldijk Kreekrakpolder (421). De locaties die zijn aangeduid met de (x- en y-)rijksdriehoekscoördinaten in de tweede en derde kolom van bijlage IA vormen de begin- en eindpunten van de dijkdelen. Zo ontstaat geen onduidelijkheid over waar binnen de waterkering als geheel welke norm geldt. Echter, de desbetreffende coördinaten bleken in sommige gevallen licht af te wijken van de feitelijke situatie. Daarnaast waren de begin- en eindpunten ten opzichte van elkaar niet consequent weergegeven, in die zin dat bijvoorbeeld soms het meest zuidelijke punt het beginpunt van een dijkdeel was, terwijl bij een ander dijkdeel het meest zuidelijke punt juist het eindpunt was. Deze inconsequenties zijn opgelost door bijlage IA in haar geheel opnieuw vast te stellen.7De wijziging van bijlage IA is omvangrijk, ondanks dat die niet inhoudelijk is. Alleen ten aanzien van de dijkdelen 301 tot en met 309, 311, 325, 399 en 406 zijn geen wijziging opgetreden. Daarin zijn de rijksdriehoekscoördinaten geactualiseerd en zijn de meest noordelijke coördinaten telkens het beginpunt van een dijkdeel. De veiligheidsnormen zijn ongewijzigd gebleven, met uitzondering van die van dijkdeel 357. De veiligheidsnorm daarvoor was per abuis vermeld als 1:1000, terwijl die feitelijk 1:100 is. Op de kaart in bijlage IB bij het Waterbesluit was dit wel goed weergegeven. Artikel I, onderdeel C Bijlage IB is eveneens opnieuw vastgesteld. Daarin zijn, op grond van het tweede lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit, de dijkdelen weergegeven die op grond van het eerste lid in bijlage IA zijn begrensd. Ten opzichte van de vorige versies van de kaarten zijn daar dus in ieder geval de drie eerdergenoemde niet-primaire waterkeringen bijgekomen. De veiligheidsnormen die gelden voor de aangeduide dijkdelen zijn op basis van het derde lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit weergegeven in de vierde kolom van bijlage IA. Zoals in paragraaf 3 aangegeven, zijn de veiligheidsnormen uitgedrukt in overschrijdingskansen. De normen zijn ook terug te zien in de legenda van de kaarten in bijlage IB. Vanwege de schaalgrootte geven de overzichtskaarten in bijlage IB de ligging van de keringen en dijkdelen daarvan slechts globaal weer. De ligging van de dijkdelen 371, 372 en 401 is iets anders geworden op de nieuwe kaarten in bijlage IB in vergelijking met de kaarten zoals die waren opgenomen in bijlage IB voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit. De weergave op de kaarten is niet bedoeld om de exacte ligging en afmetingen van de waterkering vast te leggen. De ligging, vorm, afmeting en constructie stelt de beheerder, oftewel de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, feitelijk Rijkswaterstaat, op grond van artikel 5.1 van de Waterwet vast in de legger. Bij de legger hoort een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones zijn vermeld. Artikel I, onderdeel D In bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit zijn de primaire waterkeringen aangewezen die in beheer zijn bij het Rijk. Daartoe behoren ook de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen. Voor de inwerkingtreding van dit besluit vielen de voorhavendijken daar ook onder. Nu het beheer van die voorhavendijken wordt overgedragen aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, wordt bijlage III, onderdeel 1, in lijn daarmee aangepast. De overdracht van de voorhavendijk Oost bij de Prinses Beatrixsluizen kan waarschijnlijk niet tegelijk met de andere voorhavendijken worden gerealiseerd. Die overdracht zal plaatsvinden op een later tijdstip dan de overdracht van de andere voorhavendijken. Daartoe is gekozen voor een getrapte aanpassing van het betreffende onderdeel in bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit. Eerst wordt daarin gespecificeerd dat alleen de voorhavendijk Oost in beheer is bij het Rijk, aangezien de voorhavendijk West al eerder in beheer kan komen bij het Hoogheemraadschap. Met ingang van een koninklijk besluit vast te stellen tijdstip vervalt vervolgens de vermelding van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, zodat die formeel geheel bij het waterschap in beheer zijn. Artikel II Dit besluit treedt vrijwel volledig (met uitzondering van artikel I, onderdeel D) in werking met ingang van 1 juli 2018. Dit betekent een afwijking van de minimum invoeringstermijn van het systeem van vaste verandermomenten van regelgeving, opgenomen in Aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Reden daarvoor is het publieke voordeel van een snelle inwerkingtreding (uitzonderingsgrond a). De inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, zal bij koninklijk besluit worden bepaald, omdat de bestuurlijke afstemming daarvan nog moet worden afgerond. Daarna kan het moment van de formele overdracht via het Waterbesluit worden bepaald. Bij de inwerkingtreding zal rekening worden gehouden met het systeem van vaste verandermomenten van regelgeving.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in