Wet van 26 maart 1998, houdende regels inzake gemeenschappelijke wisselkoersarrangementen van de euro, alsmede wijziging van enkele andere wetten
Verify source ↗ AI-assisted research summary: The Minister of Finance may conclude euro exchange-rate arrangements for the Netherlands, but only after consulting the central bank and the House of Representatives. The Minister may not take part in related formal-agreement decision-making until consultation with the House has occurred.
Staatsblad Wet van 26 maart 1998, houdende regels inzake gemeenschappelijke wisselkoersarrangementen van de euro, alsmede wijziging van enkele andere wetten Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is met het oog op de deelneming van Nederland aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie wetgeving aan te passen en daarbij een nieuwe voorziening te treffen met betrekking tot de wisselkoers van de euro ten opzichte van de valuta van lid-staten die niet tot het eurogebied behoren; In deze wet wordt verstaan onder: a. wisselkoersarrangementen: regelingen betreffende de wisselkoers als bedoeld in artikel IV, sectie 2, van de Artikelen van Overeenkomst van het Internationale Monetaire Fonds; b. lid-staat: een staat die lid is van de Europese Gemeenschap; c. lid-staten van het eurogebied; lid-staten die, conform artikel 109J, lid 4, of artikel 109K, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de gemeenschappelijke munt genaamd euro hebben aangenomen; d. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; e. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V. Onze Minister is gemachtigd, met het oog op het voeren van één wisselkoersbeleid door de lid-staten van het eurogebied, na overleg met de Bank en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, namens Nederland gezamenlijk met de lid-staten van het eurogebied wisselkoersarrangementen te sluiten betreffende de wisselkoers van de euro ten opzichte van de valuta's van lid-staten die niet tot het eurogebied behoren. Onze Minister neemt niet deel aan besluitvorming inzake het aangaan van formele overeenkomsten over een wisselkoerssysteem voor de euro ten opzichte van niet-Gemeenschapsvaluta's als bedoeld in lid 1 van artikel 109 van het Verdrag dan na overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De Wet inzake de wisselkoers van de gulden wordt ingetrokken. WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN De Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 wordt gewijzigd als volgt: In artikel 1 wordt de volgende wijziging aangebracht: Onderdeel g wordt vervangen door: g. de ECB: de Europese Centrale Bank bedoeld in artikel 4a van het Verdrag; In artikel 2, eerste en tweede lid wordt de punt vervangen door een komma en wordt de volgende zinsnede toegevoegd: voor zover het Verdrag zich daartegen niet verzet. In artikel 8, tweede lid, wordt de zinsnede «richtsnoeren en beschikkingen van het EMI» vervangen door: richtsnoeren, instructies en andere verbindende bepalingen van de ECB. In artikel 8, tweede lid wordt «het EMI» vervangen door: de ECB. In de Wet op de economische delicten vervalt in artikel 1, onder 2, de Wet inzake de wisselkoers van de gulden, artikel 6, eerste en derde lid. In de Wet toezicht effectenverkeer 1995 wordt in artikel 7, tweede lid onder e, de zinsnede «de centrale banken van de lid-staten» vervangen door: de ECB bedoeld in artikel 4a van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, en de centrale banken van de lid-staten. SLOTBEPALING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken en artikelen verschillend kan worden vastgesteld. Stb. 1994, 258. Stb. 1950, K 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 februari 1998, Stb. 107. Stb. 1995, 574, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 1997, Stb. 510. Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1997/98, 25 679. Handelingen II 1997/98, blz. 4097–4113; 4127. Kamerstukken I 1997/98, 25 679 (262, 262a, 262b). Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 24 maart 1998.